VRIJDAG 29 SEPTEMBER 1899. No. 39. DB. J. HULSEBOS, Ds. A. LITTOOIJ, Dr. L. H. WAGENAAR. Uit de Heilige Schrift. Belijdenis en School. „DE WAARHEID BOVENAL, 8e Jaargang. EEKBLAD GEWIJD AAN DE j^ELANGEN DER pEREFORMEERDE K.ERKEN IN pEELAND, OORD-BRABANT EN pMBURG, Want de HEERE is onre Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze KoningHy zal ons behouden. Jesaja 33 22. ONDER REDACTIE VAN U och Samuel zeide Heeft de HEERE lugt aan Brandofferen en Slachtofferen,als aan het gehoorzamen van de stem des Hee- ren Zie, gehoorzamen is beter dan slacht offer, opmerken dan het vette der rammen 1 Sam. 15 22. Abonnement per 3 maanden f 0.35. Afzonderlijke nos. 3 cent. Advertentiën van 1—5 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. Familieberichten van 1—5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Uitgever: K. LE COINTRE MIDDELBURG. Berichten, Advertentien enz., gelieve men tijdig, uiterlijk Vrij dagmorgen, bij den Uitgever in te zenden. WIJSHEID EN VERSTAND. II. Maar tot den mensch heeft Hy gezegdZie de vreeze des Hee- ren is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand. Job 28 28. En waarom is dit nu de ware wijsheid? Omdat de vreeze des Heeren is: het kennen van God, gelijk Hij van zijn volk in Christus gekend wil zijn, en omdat het wijken van het kwade is de ware dienst des Heeren, die onuit sprekelijke zaligheid aan het menschenhart geeft. Dit kennen en dienen van God is de eenige en rechte voldoening van den mensch, zoo diep gevallen, maar toch naar Gods beeld geschapen. Zonder God, zonder den vrede met God door onzen Heere Jezus Christus ligt op alles de dood. Ook de kostbaarste juweel kan met zijnen glans geen menschenhart vertroos ten en verblijden. Dit kan alleen Gods vrien delijk aangezicht. En dan zal ook uit al de werken van Gods hand zijne almacht, zijne grootheid, zijn trouw de ziele zijns volks toe spreken. Doch in welken weg wordt deze wijsheid en dit verstand verkregen? Het staat ook in den tekst. Maar tot den mensch heeft Hij ge zegd. Hij, de almachtige, heerlijke Schepper, wiens Majesteit ligt uitgespreid op al de werken zijner handen, die alleen van alle eeuwig heid de ware gelukzaligheid kende en dienaar zijn gemaakt bestek het menschenhart for meerde en het leven voor dat hart bestelde. Hij heeft den mensch gesteld over al het schepsel zijner hand op en onder den aardbo dem, maar Hy spreekt ook tot dien mensch. Welk 4eene gedachteDe Heere deelt ook zjjn god'delijk leven mede, opdat de mensch Hem recht kennen, Hem van harte liefhebben en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zoude, om Hem te loven en te prijzen. De stemme Gods tot zijn vreeze en tot zijnen dienst en alzoo tot wijsheid en verstand werd voor den val klaariyk verstaan. Maar door den val en de ongehoorzaamheid treedt de diepste vervreemding en verduistering in. Gods roep stemmen worden niet meer verstaan, de zondaar is daarvoor dood, dood in zonden en misda den, dood door eigen schuld. Hij zoekt het tegenovergestelde van de vreeze Gods en van de afwijking van het kwade, en zoo vermeer dert hij ieder oogenblik zijn zware schuld. Doch uit vrije genade spreekt nu God, die de dooden levend maakt, tot de zielen van sommige met de onweerstaanbare werkingen des Heiligen Geestes en leert hun de ware wijsheid, en het verstand. Zij worden aan hun zondaarsstaat ontdekt, in den weg van schuldbelijden en bekeering geleid, Christus ingeplant, met God verzoend door den dood zijns Zoons en, één lichaam met Christus ge worden, is al hun vermaak in de vreeze Gods en leeren zij die in strijd en overwinning te be oefenen als het zaligst en eenigst goed. Ziet hier dande wijsheid en het verstand. Zij brengen ook de ware vruchten voort Eene verzadiging en vervulling der ziele, die al de schatten der wereld niet geven kunnen. Gemeenschap met God. Een wandel, waardoor Hy verheerlijkt wordt, ook wat dit tijdelijk leven aangaat, want de Heere zal er ook zegen voor het tijdelijke aan verbinden. En te midden ook van strijd (want er is veel in ons en om ons, dat ons dit hemelsch goed, door Christus bloed verworven, wil ontrooven) eene vreugde en blijdschap, onuitsprekelijk groot en dierbaar. Licht op het pad door de duistere dalen, stra lende over dood en graf tot in het eeuwige leven. En wie zijn ze nu, die deze stemme Gods mogen verstaan, wie zjjn ze, tot wie de Heere deze reine sprake uit vrye genade wendtZie de vreeze des Heeren is de wijsheid en van het kwade te wijken is het verstand. De Heere is vrijmachtig en Hy ontfermt zich, diens Hij wil. Maar bij Hem is geen willekeur, by Hem geene aanneming des persoons. Hier heerscht niet het recht van den sterkste. Hier baat geen verstand. Schuldig, diep schuldig zijn allen, die de roepstemmen verwerpen. Die verslagen zyn van harte, worden bemoedigd en nergens in de Schrift afgewezen. En de Heere Jezus zegtWie ooren heeft, om te hooren, die hoore. Zijn die wijsheid en dat verstand reeds uw eenige en algenoeg- zame schat Hulsebos. Van den Schryver ontving ik: een Bezwaarschrift, door Jhr. Mr. A. F. DE SAVORNIN LOHMAN, uitgegeven te Utrecht, bij KEMINK ZOON." De hooggeachte schryver plaatst aan het hoofd van dit zijn verweerschrift de woorden „Want niemand kan een ander fondament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus." 1 Cor. 3 11. Daarna bindt hy den stryd aan tegen hetgeen door Dr. Kuyper uitgesproken is op den Universiteitsdag te Middelburg, en daar na is uitgegeven. Dr. Kuyper toch bestreed ook de meening geuit door het „vrye antirevoluti onaire dagblad aan de Maas", waarvan Jhr. Mr. A. F. De Savornin Lohman de hoofdredac teur is. Ér was dus aanleiding voor dezen re dacteur om zich in het strydperk te begeven. Het gaat over de hier volgende door Dr. K. gestelde vraag: „Hoe is eene Universiteit aan het woord van God te binden?" Aan het woord van God gegeven in de Hei lige Schrift, in de natuur, in de historie en in de consciëntie. Hierop nu antwoordt Dr. K., dat voor de Vrije Universiteit gekozen moet worden de engere formule„Op den grondslag der Gereformeerde beginselen De heer Mr. De Savornin Lohman nu bestrydt deze formule als te eng en te onbestemd. Wie toch moet uitmaken welke de Gerefor meerde beginselen zyn Curatoren, Directeuren, de professoren zeiven, of de leden derVereeni- ging voor Gereformeerd onderwys Moet het Woord Gods, ons in de Heilige Schriften gege ven, dat niet uitmaken Wy vragenhebben niet de Kerken in hare beiydenisschriften daar over zich uitgesproken, voorzoover dat in den tyd waarin zij opgesteld werden mogeiykwas, en behooren zij zoodra er breeder uitspraak noo- dig en mogeiyk is dat niet by vernieuwing te doen De Kerken Gods zyn o. i. in de eerste plaats de door God verkoren en door de his torie aangewezen organen die moeten uitmaken welke de Gereformeerde beginselen zyn. Dat het vraagstuk, in Dr. Kuyperis „Band aan het Woord" behandeld, zwaar en moeie- lijk is, weten allen die meeleven, of de bespre king er van op den Universiteitsdag hebben gehoord of daarna hebben gelezenWy gevoe len het bij vernieuwing als door ons Jhr. Mr. Lohman's verweerschrift gelezen wordt. Menige pikante opmerking wordt door laatst genoemden Dr. K. ter overdenking gegeven. By v. wat wy lezen op bladz. 22, en dus luidt „Of ooit de Lutheranen, Dooperschen enz. by het onderzoek der waarheid hun „levensbe schouwing" tot uitgangspunt en grondslag hebg ben genomen, weet ik niet. Maar ik betwyfel ten sterkste, dat de R. Katholieken ooit zulk een volkomen onvasten en irrationeelen grond slag hebben aanvaard. Ik heb er ten minste nooit van gehoord. Wel weet ik. dat de R. K. gelooven dat God zelf eene macht op aarde gesteld heeft die de grensiyn weet te trekken tusschen de objectieve waarheid en de men- scheiyke voorstellingen daarvan. Die macht beslist echter niet wat al dan niet past in een Roomsche levensbeschouwing; deze levensbe schouwing zelve is veeleer het uitvloeisel van hetgeen bedoelde macht beslist. Die macht laat b. v. op de H. S. allerlei kritiek toe, maar zy behoudt zich voor, den criticus het spreken te verbieden, zoodra zij oordeelt, dat de door de Kerk beleden waarheid dit eischt. Want de kerk is onfeilbaar. In dat stelsel zijn er dan ook wettige organen, om in zulke vragen met ken nis van zaken te beslissen. Dit |alles is goed of niet goed, maar het is in allen gevalle rationeel en begrypelyk. Maar hoe iets, zóó vaag als een levensbeschouwing, kan dienen tot „uitgangspunt" of grondslag by het onderzoek der waarheid, is niet begrypelyk. En het wordt nog onbegrypeiyker bij het totaal gemis van organen om op wettige wijze te con- stateeren wat al dan niet aan zulk een „levens beschouwing" moet geacht worden te beant woorden. De „zienswijze" van zekere toevallige menschengroep (b. v. contribuanten voor eene vereeniging, politieke party) wordt op die wyze het „uitgangspunt" voor hen die op zich nemen het onderzoek van de waarheid Der overdenking waardig is ook wat wy lezen pag. 50 tot 55. Maar waar de heer Lohman ten slotte zelf zeggen gaat hoe eene Universiteit aan het woord van God zich bin den kan en moet, daar wordt hij zoo ethisch- subjectief en ruim, ja, daar wordt door onzen hooggeachten schryver hetgeen men wel noemt „het apparaat des Heiligen Géestes", d. w. z. hetgeen de Heilige Geest de eeuwen door ons van de waarheid Gods te verstaan gegeven heeft, dermate buiten rekening gelaten, dat het is, of wy telkens weer van voren aan, en wel naar het licht dat de Heere ons geeft, een ieder geeft in het byzonder, het onderzoek moeten aanvangen. In ieder geval wil Jhr. Mr. de Savornin Lohman bij de beantwoording van het zoo moeieiyke vraagstuk, o. i. te weinig rekening houden met hetgeen God ons door

Krantenbank Zeeland

Zuider Kerkbode, Weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. | 1899 | | pagina 1