Uit de Heilige Schrift. Belijdenis en School. 8e Jaargang. VRIJDAG 28 JULI 1899. No. 30. Ds. J. HULSEBOS, Ds. A. LITTOOIJ, Dr. L. H. WAGENAAR. VARIA, De Zeeuwsche Kermis. y/EEKBLAD GEWIJD AAN DE jBELANGEN DER pEREFORMEERDE JCERKEN IN ^EELAND, J^OORD-jBRABANT EN j^IMBURG. Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze KoningHij zal ons behouden. Jesaja 33 22. ONDER REDACTIE VAN D och Samuel zeide Heeft de HEERE lust aan Brandofferen en Slachtofferen,als aan het gehoorzamen van de stem des Hee- ren Zie, gehoorzamen is beter dan slacht offer, opmerken dan het vette der rammen l Sflm, 15*22. Abonnement per 3 maanden f 0.35. Afzonderlijke nos. 3 cent. Advertentiën van 1 5 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. Familieberichten van 1—5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Uitgever: K. LE CO INT RE MIDDELBURG. Berichten, Advertentien enz., gelieve men tijdig, uiterlyk Vrydagmorgen, by den Uitgever in te zenden. WAKEN EN NUCHTEREN ZIJN. Zoo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn. Want die- slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken. 1 Tiiess. 5 6, 7. Wat de kermis is, toonen de nachten, vooral de zoogenaamde laatste nacht. En ook wie rus tig met zyne huisgenooten in huis is, ook wie niet in het midden, maar meer aan de omtrek ken der stad woont, moet het zyns ondanks wel vernemen, wat de kermis is. Zelfs het rol len van Gods donderen het schitteren van Zyne bliksemen doet dan het geroep der dronkaards het geschreeuw der zorgeloozen niet ophouden. En ook aan den morgen, den morgen van 's Hee- ren Dag vertoonen zij zich nog en roepen nog met schorre keelen hunne godslasteringen, eene eere stellende in hunne schande. Het zijn feestvieringen, die doen denken aan de nachtelyke afgoden feesten der heidenen, voortgezet onder gedoopten En er zijn gewis ouders, die hunne kinderen daartoe verlof geven, vrouwen, die hunne dienst baren geen tijd geven voor kerkgaan, maar wel vrijheid, om den laatsten nacht geheel en al uit te blyvenEn Overheden, die zelve eene wet hebben te handhaven tot beteugeling en bestraffing der dronkenschap, geven openiyk verlof, om de herbergen, de kweekplaatsen der dronkenschap, open te houden tot één uur des nachts, tot twee unr, ja tot drie uur, en dan is het Zondag Zoo zijn de toestanden onzes volks. Met den ernst der liefde moeten allen die God vreezen, hiertegen getuigen en strijden en daarmede aan houden tijdig en ontydig. Doch wii zullen niet krachtig staan in dien stryd, tenzij door Gods genade ook jagende naar het nieuwe leven. De apostel noemt de zorgeloozen, die zich niet bekommeren over dood en eeuwigheid en de toekomst des Heeren slapenden. Blijven zij in dien weg, dan zal een haastig verderf hun overkomen. De nacht is het beeld van den dienst der zonde. De dronkenschap zoowel in eigenlijken als in meer overdrachtigen zin (het zwelgen in de begeerlijkheden van het zondaarshart) zoekt het nachteiyk uur. Een dronkaard in het hel der zonnelicht is als een nachtuil, die door een of ander ongeval over dag uit zyn verborgen woning geraakte. De nacht is zyn element. En daarom is hethooggetijde voor den on matige, als herberg enz. toe drie, zegge drie uur in den nacht mag open zyn. En dat nu de mensch, geroepen om Zijnen Schepper te verheerlyken, geroepen om zich met God te laten verzoenen door Jezus Christus O wat voorrechtals de roepstem Gods door den van nature even zoo verdwaalden zondaar wierd verstaan en hy nu wandelt in het licht. Maar dan is dit nu ook de weg. Afsterven aan.het oude, opstaan tot het nieuwe leven. Zoo laat ons dan niet slapen (zorgeloos zijn) gelijk de anderen, maar laat ons waken, den goeden stryd stryden, ook de anderen verma nen, opdat zy nog voor Christus gewonnen worden, en van het verderf gered, waken in het gebed, opdat wij bereid zyn, als wy worden op geroepen en nuchteren zijn. in den letter lijken zin, want de beneveling, ook in minderen graad, is zonde, maar ook nuchteren in den meer omvattenden zin, strydende tegen de ver lokkingen en bekoringen van het tijdelyke, die u van de gemeenschap Gods willen vervreem den Hulsebos. Met het oog op het deelgenootschap aan en de toediening van de Sacramenten moet wel onderscheid worden gemaakt tusschen hen, die, naar luid van onzen catechismus, in het ver bond en in de gemeente Gods begrepen zyn, en hen, die er niet in begrepen zijn, maar er buiten staan. Zy, die er in begrepen zyn, hebben voor ons, zoolang er geen bedenking door beiydenis en leven gegeven is, en yJj mitsdien ook niet gc censureerd zijn, gelijkelijk recht op de toedie ning der Sacramenten. Aan hen, die in het verbond en in de gemeente begrepen zyn, moeten wij de Sacramenten bedienen en aan hen, die er buiten staan öf gecensureerd zijn, mogen wij het niet doen. Ontegenzeggelyk is dit overeenkomstig het Woord Gods, de leer der Gereformeerde Kerken en der vaderen. Zij nu, aan wie de Sacramenten moeten be diend worden, zyn, volgens Gods Woord, ge houden, ze ook te gebruikenimmers, indien zij niet naarstiglijk tot de gemeente Gods ko men, om Gods Woord te hooren en de Sacra menten te gebruiken, overtreden zij publieke lijk, en publieke overtredingen moeten kerke lijk bestraft worden. Dit is zoo in betrekking tot het laten doopen der kinderen en ook in betrekking tot het vieren van het heilig avond maal. De leden der gemeente moeten getrouw zijn aan hunne belydenis. Dit moeten zij niet slechts naar oogenschijn, maar in oprechtheid en in waarheid zijn. De Heere moet dit van de leden Zijner gemeente eischen. En hetgeen God eischt, mogen wy loslaten noch verzwak ken. Onverminderd moet dit door ons aan het harte worde aangelegd. Doch wij kunnen, mogen en moeten alleen oordeelen, of de Sa cramenten onderhouden worden, maar God oordeelt daarenboven ook, of het met het hart geschiedt. De Heere nu heeft hun, die in het verbond en de gemeente begrepen zyn, beloofd, hetgeen noodig is, om Zijne geboden en inzettingen te onderhouden, te onderhouden naar Zyn wil. In de bedeeling der genade gaan de beloften vóór de geboden Gods. Zien wij nu niet op en bidden wij niet om de vervulling der beloften Gods, dan kunnen wy ook, naar Gods wil, d. i. met een oprecht hart, de geboden des Heeren niet onderhouden. En aan wie is dan de schuld Natuurlijk eeniglijk en alleen aan ons. En nu willen sommigen met dit verzuim rekening houden, rekening houden met hetgeen, waar over wy daarenboven kunnen noch mogen oor deelen, en dit doende, van de roeping ontslaan ten minste het niet onderhouden van het hei lig avondmaal des Heeren vergoelijken en on gestraft laten. Maar het eene verzuim kan en mag immers het andere, het tweede, niet goed maken. God duldt geen enkel verzuim, en wat Hy niet duldt, mogen Z(jne dienaren, die, het spreekt van zelf, aan Zyn Woord en wil ge-x bonden zyn, evenmin dulden. De kinderen der gemeente moeten, volgens Gods Woord, als kinderen des verbonds leven en de complete, de volwassene leden der ge meente moeten dat natuurlijk evenzeer doen. Dat dit naar Gods Woord, de leer der Kerken en der vaderen is, hopen wij nader aan te toonen. Littooij Dhr. A. Brummelkamp, curator der Vrye Universiteit, schreef onder den titel „Een eigen Inrichting over de Theologische School te Kampen een vlugschrift, waarvan de inhoud en de strekking is „Der Mohr hat seine schul- digkeit gethannun kann er gehen." Onze Alma Mater heeft met het oog hierop recht en reden om te zeggenMen moet het van zyne kinderen maar hebben. De heer Brummelkamp toch gaat veel ver der dan Dr. Ki-yper, die haar veiligheidshalve wil laten bestaan, al is het dan niet in optima forma. Dat het recht der Kerken, om een Eigen In richting te hebben, niet bestaat, bewijst de heer Brummelkamp, tegenover Dr. Bavinck, ganschelijk niet. Universitair en wetenschap- peiyk Onderwijs immers wil ook Dr. Bavinck. De bedoeling van Dr. Bavinck's voorstel was, het voor allen Universitair en zoo wetenschap- pelyk mogelijk te maken. Omdat vroeger tel kens en teikens geschreven werdhet onder- wys ten behoeve der opleiding moet Universi tair en wetenschappelijk zijn, en Dr. Kuyper een- en andermaal zwart op wit zeideDe Kerken zijn aan zich zeiven verschuldigd, een waarborg te houden in eene eigene Inrichting, zij het dan van geringer omvang, dacht Ba vinck zekerwelnu, als wij dan de faculteiten en de wetenschappelijke krachten, die wij heb ben, saam voegen en vereenigen en de Theolo gische faculteit van de Kerken laten uitgaan, dan zijn wij erwant dan hebben wij èn het een èn het ander; immers dan is het zoo Universitair en zoo wetenschappelyk, als het thans mogeiyk isdaarenboven heeft men dan eenheid in de opleiding; ook behoudt de Uni versiteit dan haar hart, m. a. w. de Heilige The ologie, de koningin der wetenschappen, en de Kerken hebben den waarborg, dien zy, nu zij hem hebben, niet prysgeven moeten. De ge- heele Inrichting der Kerken te Kampen wordt dan opgeheven, en Haarlem of Amsterdam krygt alles. Maar hoe goed bedoeld ook, zyn voorstel, wy weten het, vond geen genade in veler oogen. Nu wil de heer Brummelkamp, dat depu- taten zullen benoemd worden door de Synode, maar zegt vooraf, tot welk resultaat ze moeten komen. Zooals gezegd is, komt dat hier op neer „Der Mohr hat seine schuldigkeit gethan, nun kann er gehen". Wat mij aangaat, kan de Synode deze benoe ming wel nalaten. Littooij. Vlissingen gaat voor, Middelburg volgt in 't kermis-houden.

Krantenbank Zeeland

Zuider Kerkbode, Weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. | 1899 | | pagina 1