VRIJDAG 3 MAART 1899. Ds. J. HULSEBOS, Ds. A. LITTOOIJ, Dr. L. H. WAGENAAR. Uit (le Heilige Schrift. VARIA. ge Jaargang. No. 3. y/EEKBLAD GEWIJD AAN DE j3ELANGEN DER pEREFORMEERDE JCeRKEN IN pEELAND, OORD-pRABANT EN piMBURG. Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning; Hij zal ons behouden. Jesaja 33 22. ONDER REDACTIE VAN Doch .Samuel zeideHeeft de HEERE lust aan Brandofferen en Slachtofferen,als aan het gehoorzamen van de stam des Hoe ren Zie, gehoorzamen is beter dan slacht offer, opmerken dan het vette der rammen 1 Sam. 15 22. Abonnement per 3 maanden f 0.35. Afzonderlijke nos. 3 cent. Advertentiën van 1 5 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. Familieberichten van 1—5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Uitgeven: K. LE COINTRE MIDDELBURG. Berichten, Advertentien enz., gelieve men tydig, uiterlijk Vrfldagmorgen, bij den Uitgever in te zenden. EEN WERK DER LIEFDE AAN DEN HEERE JEZUS GEDAAN. I Voorwaar zeg ik u, alwaar dit evangelie gepredikt zal worden in de geheele wereld, daar zal ook tot hare gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. Mattii. 26 13. Het is niet alleen niet zondig, maar het is uitdrukkelijke leer der Bchrift, dat wij hunner zouden gedenken, die voorgangers waren in het geloof. Alleen dan wordt dit zondig, wanneer het door menschelijk gezag wordt opgelegd, wanneer wordt vergeten, dat wij op menschen, zelfs op de allerheiligsten, ons vertrouwen niet mogen stellen, en wanneer door dit gedenken wordt te kort gedaan aan het eenig en'alge- noegzaam Middelaarschap van den Heere Jezus Christus. Voor gereformeerden is het zeker niet over bodig hieraan herinnerd te worden, daar zij in den strijd tegen alle menschvergoding zoo ligt eenzijdig worden en daardoor een deel van den rijkdom des geestelijken levens inboeten. Wat treedt bij het lijden des Heeren meer op den voorgrond, dan dat Hij den wijnpers van 's Heeren gramschap alleen moet treden. Alles werkt in die lijdensgeschiedenis samen, om de aandacht te bepalen tot dien Eenige, tot dien Man der smarten En is het nu niet opmerkelijk, dat de Hei land zelve bij den aanvang van dit lijden met allen nadruk zijne Gemeente van alle tijden bepaalt bij de geloofsdaad van eene zijner dis- cipelinnen, ja uitdrukkelijk gebiedt om, waar het Evangelie, de blijde boodschap van de ver zoening door Hem in zijn eenig offer aange bracht, wordt verkondigd, aan haar in haar liefdewerk te gedenken. Maar merken wij dan ook wel op, dat, bij de vermelding van Maria's liefdewerk, wel de aan dacht op haar wordt gericht, maar om nood wendig van haar te worden overgeleid op den Heere Jezus Christus en zyn gansch eenig lief dewerk, waarvan liefdewerken, als die van Maria van Bethanië, de vrucht zijn. Maar hier moet aan worden toegevoegd, dat de rechte aanneming van dit Evangelie des lij- dens, door Gods Geest gewerkt, zich zal open baren in werken als die van Maria. Hier geldt het woord in vollen zinHet Evangelie niet betoond in woorden, maar in kracht en in den Heiligen Geest. De Maria's gestalte zal dan ook van eeuw tot eeuw,van volk tot volk, van de verre Noorder- tot de verre Zuiderstranden dit Evan gelie vergezellen, en het doen kennen als eene kracht Gods tot zaligheid, het doen kennen als het middel, waardoor de Heilige Geest de genade des Zoons en de liefde des Vaders uitstort in zondaarszielen. Zoo brengen èn Groenlander èn Zuidzee-eilander elk op hun eigenaardige wyze hun hulde aan Hem, die met zyn dierbaar bloed de zynen kocht uit alle geslacht en volk en natie en tong. Het eerbewijs, aan den Heere in Zijne vrij willige zelfvernedering gebracht, en dat uit de innige ovei legging der liefde in het diepst der geloovige ziel is geboren, gaat by Maria gewis gepaard met de diepste aandoening der veroot moedigde en begenadigde ziele. Johannes achryft (Joh. 11 2) „deze nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en zijne voeten afgedroogd heeft met hare haren." Dezelfde evangelist wijst ook nadrukkelijk (Joh. 12 3) op de zalving en het afdroogen der voeten met hare haren. Mattheüs vermeldt alleen de zal ving van het hoofd, zoo ook Markus. Wat nu de zalving der voeten aanbelangt, zoo vinden wij die, dunkt ons, het best verklaard, door een soortgeiyk huldebetoon ons door Lukas verhaald (Lukas 7 37 vv.) van de vrouw in des fari- zeërs huis. Wy lezen daar „En staande achter zijne voeten, weenende, begon zij zyne voeten nat te maken met tranen, en zy droogde ze af met het haar van haar hoofd en kuste zyne voeten en zalfde ze met de zalf." Maria heeft dus haar liefdebiyk verricht wegsmeltende in tranen vanwege hare diepe onwaardigheid en de groote liefde van den Heoce voor haar. Fare daad is eene overgave, eene volkomene over gave van het geheele hart aan den armen, ver- latenen, vervolgden en gesmaden Heiland. Zy gaf een blijk van geloofstrouw, en geloofs moed en geloofsliefde tot in den dood. En zeker was deze gave ook wel al haar leeftocht. Zoo sprak toch de Heere„Zij heeft gedaan, het geen zij konde, zij is voorgekomen om mijn lichaam te zalven, tot eene voorbereiding ter begrafenis. Doch wij voelen ons genoopt om ook in een volgend nummer nog eens weer uwe aandacht te vragen voor dit heerlijk onderwerp. Hulsebos. Hoogmoed? (4) Versieren zoo zagen wij is een eigen werk Gods. Al wat de Heere maakt, is goed en schoon. Doch de Heere heeft er lust in om het nog te versieren met pracht en luister. En de naar Z(jn beeld geschapen mensch toont ook hierin een trek van geiykenis. Immers in het prachtig paradys stelde de Heere den mensch om dien hof te bebouwen. Tuinbouw is dus 's menschen eerste arbeid geweest. De mensch is geboren Hovenier. En nu heeft de Hovenier een dubbele taak. Om vrucht te kweeken, doch ook om 't ge- bloemte te verzorgen en 't geboomte te ordenen. Een hof is iets anders dan een akker of wei. Een hof is een kunst-gewrocht. Eenheid in de veelheid toont ze. Aanleg, bevalligheid, sierlijkheid. Haar heer en verzorger moest Adam zyn. En dies ligt van meet af aan zyn arbeid ook op het terrein der kunst. Der schoon heid. Der sieriykheid. Daarby komt, dat de Heere alles geschapen heeft om te volmaken. Dat heel de natuur door God aangelegd is op des menschen kunst. In ééne roos b. v. zitten duizend variëteiten in. God heeft ze er in geschapen. Doch zoo, dat ze om uit te komen, den mensch behoeven. Zijn genie vindt die ingeschapen schoon heidsgeheimen uit en zyn arbeid brengt ze aan het licht Wat een wereld van bloemen heeft de cul tuur te voorschyn getooverd, ontsluierende in de vaak eenvoudige plant vele ingeschapen nieuwe, rykere, sierlijker vormen en bren gende in tal van variëteiten, nu de teerste, dan de gloeiendste kleurenpracht aan het licht. Gij gevoelt, hoe de cultuur den Schepper eere brengt. En rechtstreeks God-verheerlijkend is dus het zoeken van het sieraad in het leven der natuur. Nooit heeft dan ook de vroomheid zich ver zet tegen het veredelen van het paardenras tegen 't pogen om prachtig vee te krygen, maar er zich met blydschap in verlustigd. Welk een genot smaakt zelfs menig christen, die van vaas en beeld, van goud en juweel niets hebben moet, in 't beschouwen van zijn prachtige kippen en heérlyke duiven en trotsche kalkoenen en sierlyke faisanten Ook door een verrukkelijk aangelegde plaats te wandelen, als b. v. op ter Hooge, wat acht ge het een rein en rijk genot. Ja, de Hovenier versiere. Ook na den val - gaat dit door. Hij ruime de distelen op en roeie de doornen uit. Hij plante en bouwe boom en bloem, Hij siere met boschage en rozenperk. Hij verzorge hoenderpark en duiventil. Hij veredele en vol- make. En eere in dit alles den Grooten, Heer- lyken God. Dr. W. Zelden vrij. Ds. Hymans schrijft in de Zondagsbode een en ander, ook uit ons hart. Daar zyn zoo velen, die zes dagen werken en den zevenden „even moeten aankomen om te hooren of er niet iets is." Ziet ge, Patroon, 4t is maar even, doch ge ontrooft uw knecht of beambte daardoor juist het schoone och tenduur, waarop de gemeente opgaat. Hy is vrij, volkomen vrij om te vertrekken en broodeloos te zijn. Machtsoverschreiding uit onbarmhartigheid, niets anders, patroon Iemand, die aan de tram is, deelde my meê „Ik ben 's Zondags zoo goed als nooit vry, of ik moet een ander voor mijn rekening stellen." Wordt op deze wijze aan het volk niet stelsel matig de godsdienst ontfutseld. Barmhartigheid der goddeloozen, ge zijt wreeden Het politie-personeel kan nagenoeg nooit in de kerk komen. Wel om de kerk heen mogen ze, moeten ze loopen, die goede agenten, om te waken voor de rust. Wy vragen waarom toch kan het niet alzoo ingericht worden, des noods door een paar man meer aan testellen, dat ook de protestantsche agenten hun kerk- beurt hébben Daar zyn in dezen maar al te veel |ergeriyke koeienages. De Zondag is de Dag des Heeren. De kerkedag. Laat allen samenwerken om hem vrij te krygen. Vrij en geheiligd. Dr.*W.

Krantenbank Zeeland

Zuider Kerkbode, Weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. | 1899 | | pagina 1