VRIJDAG 2 JULI 1897. No. 27. ^Veekblad gewijd aan de ^Belangen der Pereformeerde JCerken in ^eeland, jVoord-brabant en J_,imburg. Ds. J. HULSEBOS, Ds. J. H. FERINGA en Ds. A. LITTOOIJ. Uit de Heilige Schrift. KERK. 6e Jaarsrang. Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze KoningHij zal ons behouden. Jesaja 33 22. ONDER REDACTIE VAN Doch Samuel zeideHeeft de HEERE lust aan Brandofferen en Slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des Hee- ren Zie, gehoorzamen is beter dan slacht offer, opmerken dan het vette der rammen. 1 Sam. 15 22. Abonnement per 3 maanden f 0.35. Afzonderlijke nos. 3 cent. Advertentiën van 1 5 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. Familieberichten van 1—5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Uitgever: K. LE COINTRE MIDDELBURG. Berichten, Advertentien enz., gelieve men tydig, uiterlijk Vrijdagmorgen, by den Uitgever in te zenden. JEZUS ALLEEN. „Want ik heb niet voorge nomen, iets te weten onder u dan Jezus Christus en Dien gekruisigd." 1 Cobinthe 2 2. Corinthe was een voorname plaats. Door ligging, natuurschoon, rijkdom, kunst, ja in alles, uitblinkende boven andere plaatsen. Spreekwoordelijk geprezen, gelijk Napels in onze eeuw. Het gevaar lag dus voor de hand, dat men zich op die voorrechten zou verhoovaardigen. En toen de Heere er door de Zending een Kerk had vergaderd, was de verzoeking tot opgeblazenheid, eerzucht, heerschzucht en twist gierigheid er maar al te krachtig gebleken. Daarom schreef de Apostel Paulus aan zyn volk, het volk, dat hij gewonnen en liefgekregen had een brief vol waarschuwende liefde. Hij teekent daarin de eerzucht der menschen als met de eere Gods onbestaanbaar. Hij schrijft daarin door den Heiligen Geest om de hoogheid Gods hoog te houden tegenover den hoogmoed aller hooggevoeienden. En in sterke tegenstel ling met hun roemen op menscheiyke wijsheid zegt hij niets te willen weten dan den Gekruis- ten Christus. Een korte maar krachtige ge tuigenis voor de eere van Gods Heil„Jezus alleen," Jezus alleen. Niets weten dan Christus en Dien gekruisigd. Vat dat niet orergeestelijk op. Minachting van wetenschap en kunst is hiermede niet gemeend. Geen beperken van den ryken overvloed des levens tot den en gen kring der gemoedservaringen van één enkel hart. Geen voorbyzien van het boek der natuur of van de gemeene gratie in haar duizendvor- mige openbaringen. Niet de wetenschap der wereld wordt verworpenmaar de wereldsge zinde wetenschap alleen. Jezus Christus, en Die gekruist. Juist bij de wonden des aardschen levens is deze leuze zoo liefelijk. Hij, Die oud was vóór Zijn tijd van zieleleed Hij, Die stierf vóór den gewonen tijd omdat Hij Zijn leven ten geschenke gaf, Hy, Die stierf met een verbryzeld lichaam en een gebroken hart. Hij kent zoo al onzenoo- den. Hy is zoo in alles verzocht geweest ge lijk als wy. Beide voor persoonlyk leed en voor de wonden der maatschappij is er balsem in Zyn Naam. En Zijn dood doet het leven uitstralen zelfs in den dood. Jezus Christus, en Die gekruist. Alleen Hij kan hulpe brengen by de zonden van 't schul dig hart. De zonde is de anarchie op het erf des geestes. De rebellie tegen de Souvereiniteit Gods. De Liefdeweigering tegenover Gods Liefde. Gods Majesteit, Recht en Liefde moeten dus de straf van den zondaar eischen. God kan die zonde niet ongestraft laten. Wat zal nu den zondaar redden. Alle tranen delgen de schuld niet uit. Alle voornemens waarborgen de toekomst niet. Waarheen? Naar Golgotha! Want alzoo lief had de Vader zondaren, dat Hij ter redding Zyn Zoon afstond. Alzoo lief had hen de Heilige Geest, dat Hij den Christus hiertoe heeft toebereid, en dat Hij Zijn Heil hun toepast. Alzoo lief had hen de Zoon, dat Paulus kan zeggen van den Christus„Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor my overgegeven heeft." Aan Golgotha's kruis moet de Christus hun lijden lyden en hun werken werken. En in deze tweeledige Liefdesgehoorzaamheid is Hy de Redder voor het schuldig zondaarshart. Het onverzoende zondaarshart staat machte- oos tegenover den Liefde-eisch der Wet. De Bergrede doet al deze machteloosheid tegenover lzóódanige Wetsopvatting klaarlijk uitkomen. Overvloediger dan der Pharizeeën en der Schrift geleerden moet de gehoorzaamheid zyn want zy moet in alles zijn Liefde uit Liefde. Dit nu kan de door de zonde verdorven zelfzuchtig geworden mensch niet geven. Maar nu komt de Christus aan het kniis en trekt zondaren tot Zich door den Heiligen Geest. Zijn Liefde wekt hun Wederliefde, en de door Zyn kruis verworven bearbeiding des Geestes schenkt hun kracht. Ook in de Heiligmaking dusNiets dan Jezus C-hristus en Die gekruist. Zoo biyft het ten einde toeja, eeuwiglijk Want de gezaligden denken met aanbiddende Liefde terug aan hun genadige verlossing. In den Hemel teekent ons de openbaring een Lam, staande als geslacht. En voor dat Lam worden de kronen nedergeworpen met de betuiging „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed." Zoo is zelfs in het „Den Vader, Zoon en Heilgen Geest zy eere" des Hemels de voltooiing van Paulus' Woord „Ik heb niet voorgenomen, iets te weten onder U dan Jezus Christus en Dien gekruist." Feringa. Uit de geschiedenis der Kerk, Wezel. HL Behalve de reeds genoemden waren er nog meer politieke personen op de samenkomst te Wezel aanwezig. Verscheidene waren uitEmb- den overgekomen. Om de bedreigingen van Alva, die na de overwinning van Jemmingen zeer in de nabyheid van Embden was, en om eene aldaar heerschende ziekte schijnt men beter te hebben geacht, om te Wezel te ver gaderen. Van de dienaren des Woords, op Wezels kerkvergadering tegenwoordig, noemen wij ook enkele. Petrus Dathenus is de eerste onderteekenaar der Wezelsche kerkenordening. Waarschijnlijk was hij voorzitter. Uit eene kleine stad in Vlaanderen geboortig, is hy monnik geweest in een Carmelieter-klooster te IJperen. Door God bekeerd, heeft hij het klooster en den Roomschen godsdienst verlaten, waarop hij het Evangelie te Kortryk en te Poperingen ver kondigde. Daarna is hy leeraar geworden by de vluchtelingen in Engeland, vervolgens in Frankfort en eindelijk in Frankendaal, van waar hij ter kerkvergadering in Wezel op kwam. Groote ijver voor de zaak der reformatie'in Calvinistischen geest is door dezen vurigen pre diker betoond. Hy was het, die mede den Heidelbergschen catechismus, kort na deszelfs verschynen, in het Nederduitsch vertaalde, maar groote bekendheid onder het gereformeerde volk van vroeger en later heeft hij zich vooral verworven door zyne psalmberijming. Reeds vroeg zeer geliefd en veelvuldig gebruikt door het volk, heeft zij op onze gereformeerde Synoden (zie Dordtsche kerkenorde 1571, art. 76(24) den voorrang verkregen. Wij weten hoe in som mige gereformeerde Kerken en kringen deze zoogenaamde oude psalmen nog in gebruik zyn, en daarmede de naam van Petrus Dathenus nog voortleeft in de harten. Onstuimig van karak ter was zijn ijver in deze woelige tyden niet altijd een ijver met verstand. Prins Willem was hem menigmaal niet voortvarend en niet streng genoeg, wat hy dan onvoorzichtelijk ook maar dadelijk op den predikstoel en in het openbaar uitsprak. Hermannus Modet, ons reeds uit de geschie denis der Waalsche Kerken bekend, ook wel Strijcker genoemd, was te Zwolle geboren. Eerst was hij monnik, daarna bekeerd* zynde, predikte hij vrymoedig geen gevaar ont ziende, het Evangelie in de Nederlanden. Mo det was een der eerste hagepredikers in Vlaanderen. Hy werd beschuldigd de beeld stormerij te hebben aangemoedigd mitsdien hij gepreekt hadde, dat men dyidolatrie niet alleen lick uijten herten en behoorde te doen, maar oijck uijten ooghen." Modet heeft zich hierte gen verdedigd, daarbij zich beroepende op Elia, wien door Achab werd toegevoegdZijt gij die beroerder Israels Na de vergadering te We zel vinden wij hem in den dienst des Woords te Zierikzee. Later werd hij hofprediker van den prins. In 1580 was hy predikant te Utrecht, terwyl hem in 1587 eene gewichtige zending naar Engeland is opgedragen. Hy is tot hoo- gen ouderdom gekomen en bracht waarschyn- lijk zijne laatste dagen door te Middelburg, waar hij in 1603 woonde. Cornelius Walraven, van Aalst uit Vlaande ren, predikant te Armentières, waarschynlijk als vluchteling te Wezel woonachtig. Voorts vinden wij op deze merkwaardige vergadering nog Sylvanus, tot 1567 predikant te Antwer pen, bekend om zijn roerend afscheidslied van zyne gemeente, onder de Geuzenliederen be waard. De kerkvergadering van Wezel is in alle stilte gehouden. Hare handelingen hebben weinig vermaardheid verkregen, zoodat zelfs bekende geschiedschryvers daarvan geene mel ding maken. Ook sommige oude verzamelin gen van gereformeerde kerkenordeningen be ginnen niet met deze handelingen, maar met die van Embden. Hiervan zal wel de oorzaak zijn, dat deze vergadering bijna uitsluitend uit bannelingen bestond, die zonder bepaald mandaat der Ker ken samenkwamen. Ook werden de handelingen dezer vergade ring niet aangemerkt als eene synodale ker kenordening, maar gelyk Trigland (kerkl. ge schied. bl. 161) schrijftslechts alsverscheij- dene artijckelen, inhoudende de voornaemste

Krantenbank Zeeland

Zuider Kerkbode, Weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. | 1897 | | pagina 1