YR1JDAG 9 APRIL 1897. Noord- Zeeland, en Ds. J. HULSEBOS, Ds. J. H. FE RING A en Ds. A. LITTOOIJ. j^imburg. Uit de Heilige Schrift. KERK. 6e Jaargang No. 16. ^/eEKBLAD GEWIJD AAN DE j?ELANGEN DER pEREFORMEERDE JIeRKEN J Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze KoningHij zal ons behouden. Jesaja 33 22. -j~)RABANT ONDER REDACTIE VAN Doch Samuel zeideHeeft de HEERE lust aan Brandofferen en Slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des Hee- ren? Zie. gehoorzamen is beter dan slacht offer, opmerken dan het vette der rammen. 1 Sam. 15 22. Abonnement per 3 maanden f 0.85. Afzonderlijke nos. 8 cent. Advertentiën van 1 5 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. Familieberichten van 1—5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. Uitgever: K. LE CO IN T RE MIDDELBURG. Berichten, Advertentien enz., gelieve men tydig, uiterlijk Vrijdagmorgen, by den Uitgever in te zenden. ALS GEMEENTE GODS. „En gylieden zijt het lichaam van Christus en leden in het bi zonder." 1 Corinthk 12 27. Wy zouden van tyd tot tijd iets meer zeg gen over het preeken. 1) Niet over het preeken in het algemeen. Maar over het preeken in den dienst des Woords voor de gemeente des Heeren. Er is ook b. v. een preeken voor heidenen, mohammedanen, joden en ongeloovigen. Wij laten zoodanig preeken echter buiten deze be schouwing. Maar dan mag toch op het karakter, dat de preek voor de gemeen te. van Christus dragen moet, nog meer de aandacht gevestigd worden dergenen, die belangstellend over die preek hun oordeel laten gaan, en die, overeenkomstig hun recht en roeping naar het ambt aller geloovi- gen, in het beoordeelen van de preek meer gevormd en ontwikkeld begeeren te worden. Tot de noodzakelijke kenmerken van iedere goede preek behoort in de eerste plaats, dat zy zich richt tot de gemeente van Christus, en wel natuurlijk tot die gemeente, zooals zij in het zichtbare optreedt. Op elk ander terrein gevoelt ieder aanstonds, dat zoodanige eisch in het spreken niet iets by- kcmstigs, maar zeer bepaald een eerste voor waarde is. Toen niet lang geleden minister Van Houten in de Eerste Kamer der Nederlandsche Staten- Generaal zich richtte tot de liberalen, om hen, als hunner één, toe te spreken, sprak hierover schier heel het land zyn afkeuring uit. Zóó te spreken voegde den minister der koningin niet. Hy had te spreken als de dienaar der kroon en tot geheel het volk, gelijk dit in de volks vertegenwoordiging optreedt. Hij sprak, als minister, uit naam en op last der koningin, en het volk mocht hij in zijn toespraak niet scheuren, alsof slechts een enkele fractie voor het vaderland leefde of het volk uitmaakte. Veel minder nog zou het een minister voegen, slechte persoonlijk zich tot personen in de Kamers te richten. In het Parlement staat het volk, en tot dat volk spreekt de minister namens de kroondraagster. Wat zouden -wij er ook van zeggen, wanneer b.v. een afgevaardigde der kerken uit Amerika in eene generale synode van Nederlandsche kerken zich met een persoonlyke toespraak tot enkele personen in de vergadering als zijne broeders richtte, om hen te bemoedigen of te waarschuwen? Zouden we niet zonder aarze ling billyk klagen, dat zulk een man ongeschikt is tot uitvoering van zyne zending, en dat hij niet slechts de kerken Christi beleedigde, in wier gemeenschap hy optrad, maar ook de ge meenten onteerde, die hem zonden? Een minister, een gezant, heeft immer en alleen zich te richten tot den kring, tot welken hij gezonden wordt. En zoo is dan elke preek, die zich niet tot de zichtbare gemeente tan Christus en tot haar alleen en tot haar in haar geheel richt, buiten den goeden weg. Ieder, die in den dienst des Woords optreedt, is ook niet slechts door den Christus tot zyne zichtbare kerk gezonden, tot de onzichtbare kan niemand gaan! -- Maar ook is zulk een dienaar door de zichtbare kerk geroepen, door die kerk in haar geheelniet door enkele per sonen, maar door dat lichaam. Niet door een deel, een fractie, maar door dat lichaam in zijn geheel. En niet voor een deel, voor een groep, voor sommige personen, maar voor heel dat lichaam. En voor teel dat lichaam als kerk, als de gemeente van Christus. Erkent hij dat roepende lichaam niet in zijn geheel als kerk, als gemeente van Christus, dan magliy die roeping niet aannemen. Erkent hij slechts een deel, een groep, een zeker aantal personen, een volk van een bepaald type als de gemeente van Christus, dan moet hy die groepdien be paalden kring van 's Heeren wege vermanen, ook als de kerk, als de gemeente Gods, op te treden, en slechts op een roeping van die ge meente komen. Door het feit om op de roepstem van het gehéele'iiChaam te komen, voor eens of voor goed, verklaart een dienaar des Woords dat hij heel de gemeenschap, heel het lichaam, heel het volk, dat hem roept, als gemeente van Christus erkent. Hy noemt den kerkeraad dan ook kerkeraad d.i. de raad der gemeente van Christus. Niet door een half wereldsch volk mag een ouderling zich laten roepen, maar alleen door Gods gemeente, en hy moet bij zijn bevestiging dan ook verklaren, dat het volk, hetwelk hem riep, Gods gemeente is. Zoo kan dan de kerkeraad nooit een ander volk vergaderen onder de prediking dan de gemeente Gods, en eón prediker die komt, ver klaart daarmee, dat hij het lichaam, dat zijn dienst vraagt, voor Gods gemeente erkent. Gaat hij nu straks bij zijn prediking toch dat lichaam niet als God® gemeente aanspreken en behandelen, dan pleogt hij kwade trouw, al zou hy, uit onkunde, ook onbewust hierin zon digen. Zoo is dan de eerste en onverbiddelijke eisch voor een goede preek, dat zij zich tot de zicht bare kerk, welke den dienaar riep, in haar ge heel richtte als tot de gemeente Gods. En de kerkeraden zijn schuldig toe te zien, dat aan dezen eisch niet worde te kort gedaan. De onderscheiding der gemeente valt hier mee allerminst uit de preek weg. Wij hande len daarover, wanneer wij daaraan toe zijn. Ook in huis is het woord van den huisvader onderscheiden, maar zoo hij het gezin nieters gezin wou erkennen, en slechts moeder en het kleintje als zyn huis wou behandelen, de an deren als vreemdelingen en bijwoners, zoo zou hij zich vergrijpen aan het werk Gods en zyn vaderlijk ambt tot verwoesting aanwenden in plaats van tot opbouwing, al meende hy in eigenwijze overlegging de beste bedoelingen te hebben met zulk een gedrag. Keurt, proeft, toetst aan dezen eisch dus al lereerst de preek. XJw eigen ziele eischt het, zult gij het Woord uws Gods waarlyk ontvangen en daardoor ge zegend worden Gij behoort tot dat lichaam der gemeente Gods. Gij zijt er in opgegroeid sinds uwen doop, die u de bedeeling des Heiligen Geestes afbeeldt en waarborgt. Gij zyt van heel die kerk niet vrjj. En die naam van Gods volk, die ook u geldt, doet u sidde ren, of weenen, of hopen, of jubbelen. Maar duister, veelzins duister is het u. Duister met het oog op uzelven en de uwen en de anderen. Zou uw God u nu in zijn verbond willen laten zitten als den ram, in de struiken verward? Immers neen. Daarom gaf Hij bij zijn ver- bondsbedeeling zijn Woord aan zijn kerk in haar geheel. En het is enkel door de rechte bediening van dat Woord aan die kerk in haar geheel, dat uwe ziele het Woord van uw God recht komt te verstaan, èn dat die verbonds- bedeeling van uw God voor u tot haar volle licht en tot haar volle recht komen kan. S. 1) Wij achten de aandachtige lezing van dit stuk van Ds. Sikkel zóó noodig, dat wij er de plaats van een eerste artikel voor inruilden, en het niet xnaar onder de varia plaatsen. Het worde biddend over wogen en behartigd. Feringa. Yan tie Regeering der Kerke. IY. Nadat ontwikkeld is geworden, hoedanig het Bestuur van de Kerke zijn moet, en welke de eenige ambttn zijn, die de Heere volgens Zijn Woord daartoe heeft ingesteld, wordt nu met nadruk gewezen op den weg, in welken de Ko ning aan Zijne Kerk ambtsdragers: nam: Die naars des Woords, Ouderlingen en Diakenen schen ken wil. Dat de Heere mannen voor de ambten ver wekt en bekwaamt door Zijne genade en gaven des H. Geestes, staat voor het geloof ontwyfel-. baar vast. (Ziet Efezen 4 11, Rom. 12 6.-8, 1 Cor. 12:5 en ook wat wij lezen 1 Tim. 31 verv. veronderstelt en bevestigt dit.) Toch werkt de Heere ook hier weder middellijk, en bij het pijnlijk gevoel van gemis aan de noodige krach ten voor het bezetten der ambten, dat zich he den ten dage zooveel doet gevoelen, mag de Gemeente wel eens bepaald worden bij haar gemis aan belangstelling en gebed voor de amb ten, en de leeraars bij hunne roeping, om aan gaande de ambten de gemeente te onderwijzen en de begeerte daartoe op te wekken. Wie dan de personen zijn, die in de ambten zullen dienen, dit wil de Heere door de Gemeen te zelve aanwijzen. De Gemeente heeft daartoe om te zien naar zoodanige mannen, die de ken- teekenen vertoonen, welke naar Gods Woord de gaven voor de ambten vergezellen. Door dit middel zullen alle dingen in de Ker ken wél en ordelijk toegaan, wanneer zulke per sonen verkoren worden, die getrouw zijn, en naar den regel, dien de heilige Paulus daarvan geeft in den brief tot Timotheus. De beste wijze, om deze verkiezing te doen plaats hebben, en hoe zy in de eerste tyden der Christelijke Kerk naar luid der uitspraken van het Nieuwe Testament geschiedde, laten wy nu aan haar plaats. Ook geven wy geene beoordeeling van de re geling dezer aangelegenheid in de thans gel dende KerkenordeningHet welbekende week blad de Herautlevert in zijne laatste num mers dienaangaande leerzame artikelen.

Krantenbank Zeeland

Zuider Kerkbode, Weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. | 1897 | | pagina 1