Gymnastiek-onderwijs op lagere school laat fiks te wensen over Vrouwengymnastiekgroep in De Lichtboei ZIERIKZEE - Onlangs heeft de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding een „brandbrief" gestuurd aan staatsse- kretaris Hermes van onderwijs over het miserabele gymnastiekonderwijs op lagere (en middelbare) scholen. Al jarenlang hangt de Vereniging bij het ministerie van on derwijs aan de bel meer geld te besteden aan dit facet van het onderwijs. Hun grieven en wensen staan gebundeld in een recentelijk verschenen publikatie met de alleszeg gende titel „Bewegingsarmoedig onderwijs". „De lichamelijke konditie van de ge middelde Nederlander is erbarmelijk", stelt de publikatie. „Veel mensen zijn te dik of bewegen zich onhandig of klunzig. Vaak weet men niet hoe houding en konditie het beste verbeterd kunnen worden. In een weekeindje sportief bezig zijn raken meer dan 20.000 Nederlanders geblesseerd. Oorzaak van deze algemene houterigheid is het feit, dat maar weinig mensen van jongs af aan tijd en ruimte hebben gekregen zich regel matig te bewegen. Met name de scholen leggen kinderen allerlei bewegingsbeperkin gen op. Van 6-jarigen wordt verlangd dat ze het grootste gedeelte van de schooluren zittend in een bank of een stoel doorbrengen. Geen geringe opgave voor kinderen, die voor hun komst op de lagere school een redelijke mogelijkheid en vrijheid tot bewegen hadden. Eenmaal op de „grote school" is het afgelopen: een van de eerste dingen die een schoolkind leert is stil zitten op zijn plaats". Om het tekort aan bewegingsmoge lijkheden van kinderen op school te kompenseren wordt er een paar uur per week gymnastiek gegeven. Dit is evenwel niet meer dan de zo befaam de druppel op de gloeiende plaat. Het betekent minimaal bewegingsonder wijs, dat bovendien nog eens extra wordt gehandikapt door twee fakto- ren. Veelal ontbreekt een geschikte ruimte om de gymlessen te kunnen geven. Daarbij komt - en waarschijn lijk is dit wel het allergrootste euvel - dat in de meeste gevallen de gymles sen niet worden gegeven door vak leerkrachten, maar door de eigen meester of juf. Het is deze meester en juf beslist niet te verwijten, maar de opleiding die deze leerkrachten krij gen is volstrekt ontoereikend. De krukken Zevenentwintig kinderen staan langs de kant van de gymzaal. In het midden staan twee klasgenootjes. Onder toezicht van de juf zullen zij partijen kiezen voor een spelletje trefbal. Het tafereel dat volgt roept herinneringen op aan een slaven markt. Keurend bekijken de twee uitverkorenen de afwachtende groep. De „goeien" worden er het eerst uitgepikt en zij volgen daarna kritisch het keuzebeleid. ..Niet die, joh, die is hardstikke slecht. Je moet hem nemen, die is goed". Wijzen, wenken. Een handvol kinderen blijft over. De krukken. Het kiezen gaat een stuk minder vlot. Druk, halfluid overleg. De over geblevenen met gezichten uit schaamte naar de grond. Niemand wil immers een paar stommelingen in zijn partij hebben. De juf geeft aan het tafereel een beslissende wending. ,,Jij hier, jij daar". Gemopper en ge mor borrelen op. „Jesses, wij krijgen die slome". Het schaamrood stijgt „die slome" naar de kaken, doodsbe nauwd straks fouten te maken, want voor stommelingen is er geen eks- kuus en genade voorhanden. Het is vreemd gesteld met het gym nastiekonderwijs op een aantal lage re scholen. Kinderen die gymnastiek het hardste nodig hebben, komen het minst aan bod. Lessen richten zich voornamelijk op de besten, de be gaafden, de kinderen die zich goed of minimaal redelijk goed bewegen. Kinderen die extra aandacht niet eens zo hard nodig hebben. De te dik ke, angstige, onhandige en houterige kinderen - „de krukken" - zijn der halve de klos. Zij vallen uit de boot, voelen zich vernederd en hebben be grijpelijkerwijs de pest aan gym nastiek. Een goede gymnastiekles zou eigenlijk alle kinderen evenveel kansen moeten geven. In de praktijk komt daar evenwel niet veel van te recht. Er zijn te weinig geschikte gymlokalen, te weinig uren en te weinig bekwame leerkrachten. Dat zijn de knelpunten die een goed gymnastiek-onderwijs in de weg staan. Eigen hachje „Ik kan me best voorstellen, dat deze bezwaren uit de hoek van de Ko ninklijke Nederlandse Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding komen", meent Henk Snijders, hoofd van de Openbare Lagere School in Ouwer- kerk, „tenslotte vecht iedereen voor zijn eigen hachje. Waarschijnlijk zullen de muziek onderwijzers met dezelfde proble men zitten en voor de specialisten op het gebied van handenarbeid geldt het vast ook. Voor alle gespeciali seerde onderwijstakken is er nou eenmaal te weinig werk, dus zo moei lijk is dat eigenlijk niet. Wij onder wijzers worden evenwel veronder steld all-round te zijn. Alle facetten van ons vak zouden wc moeten kun nen beheersen, maar zo simpel ligt dat niet. Iedereen heeft zo zijn voor keuren. Gymnastiek-onderwijs ge ven ligt alle onderwijzers niet". De heer J. P. Kramer, voorzitter van de Vereniging, stelt dat de over heid veel te weinig geld beschikbaar stelt voor goede gymzalen. „Er zijn scholen die hun gymles moeten geven in feestzalen, wijkgebouwen of zelfs kerkzolders". De nota „Bewegings armoedig onderwijs" vermeldt nog meer staaltjes van vindingrijkheid. Een aangepast tekenlokaal, de kanti ne of aula, een oude fabriekshal, een konsertzaal. Gymzalen die officieel zijn afgekeurd en waar de kalk van het plafond valt. Toch worden ze ge bruikt, bij gebrek aan beter. Om maar te zwijgen over de grasveldjes vol hondepoep, waiar bij.zqmers.weer kinderen bezigzijn'met een spelletje, slagbal. Allemaal 'ellende waar Kra mer zo een-twee-drie ook geen oplos singen voor voorhanden heeft. Veel scholen zonder gymzaal maken ge bruik van de plaatselijke sporthal, maar volgens de verenigings voorzitter is ook dit geen ideale oplossing te noemen. Veel scholen zonder gymzaal ma ken gebruik van de plaatselijke spor thal, maar volgens Kramer is ook dat geen ideale oplossing, hoe broodno dig de sporthallen ook de lagere en middelbare scholen nodig hebben om een redelijke eksploitatie te krijgen. „Sporthallen zijn te groot. Met be hulp van vouwwanden kan de hal wel kleiner gemaakt worden, maar dan heeft de onderwijzer soms geen materiaal (ladders, touwen, ringen enz.) tot zijn beschikking. Dat hulp materiaal bevindt zich dan in het an dere gedeelte van de zaal. Boven dien is een sporthal vaak te ver ver wijderd van de scholen gebouwd". Ook van de Zierikzeese sporthal Onderdak wordt veel gebruik ge maakt door de plaatselijke lagere scholen, maar daar gaat de proble matiek, zoals Kramer, die aanroert beslist niet op. De meeste leraren van de scholen zijn uiterst positief over het gebruik van de hal, maar kunnen wel meegaan met de gedachte, dat er vrijwel veel tijd verloren gaat met het op en neer gaan van de scholen naar de sporthal, „maar je kunt nou eenmaal niet bij iedere school een sporthal bouwen", zegt een van de onderwijzers. „Het is al fijn, dat we een dergelijke akkommodatie tot on ze beschikking hebben". Geen effekt „Meer uren voor gymnastiek onderwijs en betere akkommodaties zijn niet eens de belangrijkste pun ten", vervolgt Kramer. „Elke dag een uur beweging in een prachtige gymzaal heeft geen enkel effekt als de leerkracht niet in staat is een be hoorlijke gymles te geven". „Dat is slechts betrekkelijk", ar gumenteert San Karstens, hoofd van de Christelijke Lagere School Onder de Wieken in Burgh-Haamstede. „Er zitten best goede leerkrachten onder de klasse-leraren, goede bedoel ik dan met betrekking tot het gymnastiek-onderwijs. Om zo maar uit de losse pols te konstateren, dat alle klasse-leraren niet in staat zou den zijn om dit onderwijs te geven, vind ik persoonlijk nogal een boude uitspraak. Bovendien ben ik van me ning, dat het geven van gymnastiek onderwijs door de klasse-leraar voor al uit didaktisch oogpunt grote voor delen heeft. Hij of zij kan dan zelf zien of bepaalde leerlingen ruimte vrees hebben en hoe de kinderen zich bewegen. Dat is belangrijk in het ge heel van het onderwijs". De overheid heeft de voorkeur ge geven aan gymlessen door de eigen meester of juf. Dat heeft een finan ciële reden. Vakleerkrachten, leer krachten die speciaal zijn opgeleid voor het onderwijs in de lachamelij- ke opvoeding aan een van de vijf akademies voor lichamelijke opvoe ding (sportakademies) in ons land, zijn duur. Geld is schaars, dus moet de klasse-onderwijzer of -onderwij zeres in de meeste gevallen de gymles verzorgen. „Natuurlijk is de finan ciële kwestie niet te verwaarlozen", erkent Karstens, „maar daar zou nog wel een mouw aan te passen kunnen zijn. Je zou zo'n leerkracht bijvoor beeld met een aantal scholen tegelijk kunnen aanstellen, maar persoonlijk blijf ik op het standpunt, dat de voor delen van het gymnastiek-onderwijs geven door de klasse-leraar groter zijn dan de nadelen. Ik betwijfel dus ernstig of er op zou worden inge haakt, als dit voorstel zou worden ge daan. Iedere school mag een gespeci aliseerde vakkracht aantrekken, maar veelal gaat de voorkeur dan toch uit naar een muziekdocent of een vakleerkracht handenarbeid". Opleiding- „De opleiding aan de pedagogische akademies - de opleiding voor onder wijzers en onderwijzeressen - is on voldoende om van alle all-round leer krachten ook bekwame gymleer- krachten te maken. Een onderwijzer haalt niet het niveau, dat hij voor goed gymnastiek-onderwijs zou moe ten hebben", houdt Kramer vol. „Niet in spel, atletiek, zwemmen, toestellen, noem maar op. Dat kun je ook niet verwachten met twee uur onderricht per week op de pedagogi sche akademie. De sport-akademies doen er vier jaar over om alles te le ren. Logisch dat vakleerkrachten honderd keer beter zijn opgeleid dan vakleerkrachten". San Karstens on derschrijft dit argument van Kramer volledig. „Aan de vroegere Kweek school werd het gymnastiek-onder- richt inderdaad nog een stuk serieu- - zer genomen dan tegenwoordig op de P.A.", stelt hij. „Toen moest je er echt speciaal examen voor doen en je kon er ook wel degelijk voor zakken. Tegenwoordig krijgen de adspirant onderwijzers alleen een aantekening". „Er moet natuurlijk een uitzonde ring gemaakt worden voor de klasse onderwijzer, die het in zijn vingers heeft", stelt Kramer vast. „Er zijn er natuurlijk bij, die het ondanks hun geringe opleiding in zich hebben een perfekte gymles te geven. Uiteraard zijn die er". De opleiding van de on derwijzers en onderwijzeressen schiet niet alleen te kort op het ge bied van theorie - zoals bouw van het lichaam, EHBO, de beste en meest verantwoorde manier om bijvoor beeld een kind te leren ringzwaaien - en eigen vaardigheid van de leer kracht. Ook de praktijk, het lesge ven zelf, komt onvoldoende aan bod. Studenten van de pedagogische aka demies lopen regelmatige stage op la gere scholen. Tijdens zo'n stage periode worden ook gymlessen gege ven, maar veel te weinig om alle kneepjes van het vak te leren. Beter uit Studenten aan sport-akademies zijn een stuk beter uit. Na twee jaar opleiding gaan ze een ochtend en een middag per week naar verschillende lagere scholen om onder begeleiding van vakleerkrachten proeflessen te geven. „Geen wonder, dat door deze ver kommering van het gymnastiek onderwijs kinderen de lust om te be wegen langzamerhand ontgaat", re deneert Kramer, ,,met als uiteinde lijk resultaat een slechte lichaams houding, houterig bewegen, achter uitgang in spierkracht, kortom een slechte lichamelijke konditie". San Karstens is het daar zeker niet in de totale lijn mee eens. „Waarschijnlijk gaat dit wel op voor de kinderen uit de stad, die ook op school zitten in die stad", denkt hij. „Veel minder speelt het natuurlijk voor de kinde ren op de dorpen. Die fietsen of lopen naar school en zijn daardoor al bui ten school erg veel in beweging. Ik geloof, dat het konditiegebrek bij on ze kinderen erg meevalt". Goede bewegingslessen kunnen een gunstige bijdrage leveren tot de intellektuele ontwikkeling van een kind. „Door middel van bewegen leert een kind zijn eigen lichaam en zijn omgeving kennen", stelt de voorzitter van de Vereniging van Le raren en Onderwijzers in ae Licha melijke Opvoeding. „Kinderen die te weinig beweging hebben gehad en te weinig hebben gespeeld, kampen in intellektueel opzicht met een achter stand. Veel kinderen op scholen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden hebben leer- en gedragsproblemen als gevolg van een bewegingstekort of gebrekkig bewegen. Juist voor de ze kinderen is bewegen essentieel, omdat ze door beter te gaan bewegen ook beter zullen gaan leren". Speciale funktie Gymnastiek-onderwijs heeft vol gens Kramer ook een sociale funktie. Het leren omgaan met andere kinde ren. Hierbij speelt de houding van de leerkrachten een beslissende rol. Leerkrachten die zich voorname lijk richten op de besten van de klas, terwijl „de krukken" er voor spek en bonen bij zitten, ontnemen de wat minder bedeelden alle plezier in het bewegen. Juist de kinderen die niet zo vlot zijn zouden de meeste aan dacht moeten krijgen. „Een leraar kan niet van alle leerlingen hetzelfde verlangen, dus moet hij onderscheid maken. Dat betekent dat ieder kind op zijn of haar eigen niveau kan mee doen. Als dat niet gebeurt, is het niet goed. Maar een kind mag ook best ge confronteerd worden met de grenzen van zijn kunnen, en daarbij leren, dat andere kinderen beter, kunnen zijn. Tot slot nog dit. Een leerkracht mag best rekening houden met de prestatiedrang van kinderen, mits het maar binnen de perken blijft. Het partijtje kiezen, zoals in het begin van dit verhaal werd gememoreerd is absoluut „dodelijk" voor minder be gaafde kinderen. „De wil om te presteren is een van de belangrijkste dingen bij de kinderen en ook in het onderwijs", stelt Kramer nog. „Zon der die prestatiedrang is het onder wijs, ook het gymnastiek-onderwijs, zinloos. Ik heb het dan niet over prestatie in de zin van „de beste" zijn, maar met prestatie bedoel ik „opvoeden tot presteren". Dat bete kent, dat je hel kind leert heen te stappen over de grens van het beken de en het leert de grenzen van zijn kunnen te verleggen. Dat is voor ie der kind weggelegd, ook voor de minder begaafden, leder kind moet de gelegenheid hebben er achter te komen wat wel en wat niet kan. Dat ligt voor ieder kind anders en dan krijg het woord „prestatie" een heel andere klank. ZIERIKZEE - Vanaf komende week gaat er in klub- huis De Lichtboei in de Poststraat in Zierikzee een vrou wengymnastiekgroep van start. Iedere dinsdag- en vrij dagochtend van negen tot tien uur verzorgt Josef Tol gymnastiek-ondcrricht aan dames, die fit willen blijven. „Het gaat hierbij om maximale inspanning bij maxima le ontspanning", vertelt Josef Tol desgevraagd. „Ik dacht zo, dat we een ideaal tijdstip hebben gevonden voor deze groep", meent Tol. „Om negen uur zijn de kinderen naar school en je haalt er de vrouwen een beetje mee uit huis. Ik heb de ervaring, dat zul ke groepen 's avonds erg weinig bestaansrecht hebben. De meeste vrouwen geven dan de voorkeur aan de televisie en het mannetje speelt natuurlijk vaak ook een rol. 's Mr gens om negen uur vormen al deze fa cetten geen obstakel". Sociaal kontakt Het uur wordt voornamelijk ge vuld met het losmaken van gewrich ten en spierverstevigings-oefenin- en. „De gewrichten losmaken is de eerste opzet van het hele spul. Het is wel een vrij eentonig gebruren, maar het is bijzonder belangrijk. Het is prettig leren leven door goed bewe gen". Belangrijk in bet geheel is ook het stukje sociaal kontakt, dat er tij dens een dergelijke kursus ontstaat. „Tussen de oefeningen door wordt er gezellig wat gepraat. Niet over waar we mee bezig zijn, maar over van alles en nog wat", argumenteert Josef Tol. „De dames hoeven niets specifiek te leren en 2e hoeven niets te presteren. Het is louter bedoeld om zich fit te houden. Na verloop van tijd, maar zeker niet binnen een paar maanden, zijn de gewrichten erg soe pel funktionerend en zijn ook de spieren dusdanig verstevigd, dat de kursisten over kunnen stappen naar een balletschool of naar een kursus voor ritmische gymnastiek. Dat Is dan toch lekker meegenomen". Drempelvrees Zoals reeds gesteld gaat de kursus vrouwengymnastiek op de dinsdag en vrijdagochtend draaien, telkens van negen tot tien uur. Gestreefd wordt naar een twaalftal (in het uit erste geval veertiental) dames. Het kursusgeld bedraagt drie gul den per les, maar er wordt wel mini maal voor drie maanden (26 lesuren) ingeschreven. De kursus is een pro- jekt van klubhuis De Lichtboei, maar ze wordt gegeven door Josef Tol uit Zierikzee. „Ik hoop. dat er geen drempelvrees bestaat bij de da mes, want daar is geen enkele reden voor", besluit Tol.

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1982 | | pagina 5