op het terrein te komen. Zij moet zich overtuigen of er geen asch meer in uitgegraven putten zit, of men de kluiten kan afleveren enz. Jhr. Mr. Macaré meent, dat Burgemeester en Wethojidej* het met hem in beginsel eens zijn, den Gemeente-bouw meester toe te voegen aan de Commissie en dat het hier alleen is de kwestie op welke wijze. Hij vraagt daarom, of Burgemeester en Wethouders bezwaar hebben tegen zijn amendement. De Voorzitter zegt, dat Burgemeester en Wethouders wenschen het voorstel te behouden zooals het nu is gedaan; het overige kan worden geregeld als de Commissie er is. De heer Ochtman zegt, dat als de Commissie het regt heeft zich door den bouwmeester te doen bijstaan, zij van diens diensten kan gebruik maken, als zij het noodig acht. Het is van de Commissie niet te vergen zelf op alles toe zigt te houden. Zij moet oordeelen over de kluiten. Als de bouwmeester en de sasmeester verschillen in gevoelen over de bruikbaarheid der asch en in alle dergelijke gevallen moet de Commissie beslissen. Mr. Moens heeft met verwondering de discussiën ge volgd. De voorstellers hebben de wenschelijkheid om eene Commissie te benoemen, beweerd, en het gevoerde debat heeft aangetoond, dat men van die Commissie alles ver wachtte. Burgemeester en Wethouders hebben gezegddat zij het nut van zulk eene Commissie niet inzagen, doch zij hebben zich naar het uitgedrukte verlangen geschikt en een voorstel gedaan tot benoeming van eene Commissie. Naauwelijks is dit geschied, of er wordt gesproken dat de Commissie bijzaak is, dat de leden wel toezigt, doch geen controle kunnen uitoefenen, dat zij de zaken der zelkasch niet kuunen controleren. Dit bevreemdt spreker. Burgemeester en Wethouders hadden gedacht, dat door hun voorstel de zaak geregeld zou worden, overeenkomstig het verlangen van den Raad, door Mr. Moolenburgh uitge drukt, en zij hebben de overige voorstellen beschouwd als maatregelen van uitvoering, die kunnen worden geregeldbij de latere instructie. Hij gelooft dat men de zaak daardoor in haar verband houdt. Als de Commissie zelf geene con trole houden kanzal zij toch wel willen besprekenregelen en vaststellenhoe de uitgraving zal geschiedenwie het toezigt zal houden en zoo meer. Dat zal dan toch wel hare taak zijn. Spreker gaat met het amendement niet mede. Als dat aangenomen wordt, krijgt de Commissie een mandaat dat niet gewenscht is. De Gemeentebouwmeester staat onder het Dagelijksch Bestuur en als de Commissie nu ook het regt heeft over dien ambtenaar te beschikken, kan dit stoornis in de zaken geven. Zulk eene onbepaalde opdragt is niet gewenscht. Als het belang van het toezigt het vordert iemand aan te stellen, dan zal het Dagelijksch Bestuur wel bereid zijn voorstellen daaromtrent te doen. Jhr. Mr. Macaré trekt na hetgeen hij gehoord heeft, zijn amendement in. De heer Koole gelooftdat Mr. Moeus de voorstellers niet begrijpt. Hun verlangen is wel dat eene commissie benoemd wordt, maar het is de bedoeling niet, dat «leze bij de ont graving zou staan, dat kan haar werk niet wezen. Zij moet «Ie terreinen kennen en weten wat er gebeurt, dat is wen- schelijk. Spreker zal zich tevreden stellen met het voorstel vnn Bur gemeester en Wethouders, nu de mededeeling is gedaan dat het Dagelijksch Bestuur wel bereid is, den Bouwmeester of een ander persoon des noods, ter assistentie aan de Commis sie toe te voegen. De heer Houwer is het eens met de voorstellersdat de Sasmeester, die van de zelkasch-exploitatie aannemer is, onder contróle behoort te staandoch hij meent, dat het beter is dat de te benoemen Commissie zelf later voorstellen doet omtrent de regeling van het toezigt. De Voorzitter zegtdat de gemeente-bouwmeester door het Dagelijksch Bestuur in deze zaak geen deskundige wordt ge acht, en dat deze zelf overtuigd isdaarin geen deskundige te zijn. Mr. Moens merkt pog op, dat herhaaldelijk door den Raad is gesproken, van deskundigen uit hun miilden- Hij moet er echter op wijzendat de wet in eene Raadsvergadering geen leden als deskundigen in zaken kent, da$ niemand des kundig kan genoemd worden en dat Burgemeester eu Wet houders de te benoemen Commissie ook niet anders kunnen beschouwen dan als Raadsleden en niet als deskundigen. Het voorstel van Burgemeester en Wethouders wordt in stemming gebragt en aangenomen «net algemeenc; stemmen. De overige voorstellen der Commissie vervallen daardoor. Tot het benoemen der leden eener Commissie voor de exploi tatie der zelkasch wordt thans overgegaan. Bij de eerste stemming voor het eerste lid, verkrijgen de heereu Zuurdeeg 3, Labrijn 3, van der Grijp 2 en Koole 1 stem, zoodat nie mand is gekozen. Bij de tweede stemming krijgt de heer Labrijn 6 stemmende heer van der Grijp 2 stemmenen de heer Zuurdeeg 1 stem. De heer Labrijn is alzoo benoemd. Bij de stemming voor het tweede lidverkrijgt de heer Ochtinan 6 stemmen, «le heer van der Grijp 2 stemmen en de heer Zuurdeeg 1 stem. De heer Ochtman is mitsdieu mede benoemd. De benoemden verklaren zich bereid hunne benoeming aan- tenemen De heer Zuurdeeg maakt zich gereed de vergadering te verlaten. De heer van der Grijp verkrijgt daarop het woord en zegt, dat hij protesteert tegen hetgeen de heer Zuurdeeg gezegd heeft, omtrent de gasfabriek en den Gemeente-bouwmeester. De heer Zuurdeeg heeft niets tegen dit protest en verklaart zich steeds bereid die zaken veel uitvoeriger te bespreken. Hij verlaat daarop de vergadering. De Raad gaat over, tot liet benoemen der vaste Com- missien voor 1876. Tengevolge der gehouden stemmingen zullen zij zijn zaraengesteld als volgt Commissie van Fabricage: de hoeren S. G. Nauta van der Grijp, P. Labrijn en R. Koole. Commissie voor de Gasfabriek en straatverlichting: de beeren S. G. Nauta van der Grijp, H. G. Mulock Houwel en P, Labrijn. Commissie belast met het ontwerpen van - en hét herzien van de plaatselijke verordeningen, tegen welker overtredingen straf is bedreigdde HH. Mrs. C. J. Fokkeren J. Moolenburgh. Commissarissen voor de Visclimarktde HH. H. G. Mulock Houwer en S. G. Nauta van der Grijp. Commissaris voor de wandelingende heer S. G. Nauta van der Grijp. De Burgemeester is Voorzitter vnn de eerste en derde Commissie en plaatsvervangend Voorzitter van de tweede Commissie; de Wethouder Mr. Moens is Voorzitter van de tweede en plaatsvervangend Voorzitter van de eerste Commissie. De Raad besluit, dat de in te komen reclames tegen het door Burgemeester en Wethouders opgemaakt suppletoir kohier van de hondenbelasting voor 1875, zullen worden gesteld in handen van de Commissie die belast is geweest met liet onderzoek der reclames tegen liet primitief kohier, bestaande uit de HH. Zuurdeeg, Jhr. Mr. liethunn Macaré en Jhr. Mr. Schuurbeque Boeije. De Voorzitter deelt mede, dat nog ingekomen is, een brief van de Plaatselijke Schoolcommissiehoudende voorstel tot nadere regeling van de diensten der hulponderwijzers en ver hooging van enkele jaarweddennaar aanleiding van de haar namens den Raad gedane vraag, in hoever het wenschelijk was de tegenwoordige regeling van het personeel der hulp onderwijzers aan eene herziening te onderwerpen De Schoolcommissie stelt in dc eerste plaats voor, als al- gemecnen regel vast te stellen dat de hoofdonderwijzer bij ontstentenis zal worden ver vangen, door den hulponderwijzer met hoofdonderwijzers-akte, die de meeste dienstjaren als hulponderwijzer heeft; cn dat tevens de onderscheiding van eerst,en hulponder wijzer zal komen te vervallen. De jaarwedden zouden moeten worden vastgesteld als volgt A. School voor on vermogenden (Armenschool). Zes hulponderwijzers, met jaarwedden: 1 vanƒ600, 3 van 500 en 2 van ƒ450 ieder. Toelagen voor 4 kweekelingen (mannelijke of vrouwelijke) /'40Ü, zijnde voor ieder ƒ25 a ƒ100, naar mate van de bekwaamheid. De jaarwedde van den hulponderwijzer Dikkenberg zou van ƒ450 moeten worden gebragt op ƒ500; evenzoo op ƒ500 die van de thans upene betrekking, terwijl van ƒ400 tot 450 zouden moeten worden verhoogd, de jaarwedden van J. Kanaar en J. Aalbregtse. De jaarwedden vau M. de Bil en A. H. Lemson, die eerst iu dit jaar zijn vastgesteld op ƒ600 en ƒ500, kuunen blijveu zooals zij nu zijn. B. School voor minvermogenden. (Tusschenschool.) Drie hulponderwijzersmet jaarwedden: 1 van ƒ600, 2 ieder van ƒ500. Toelagen voor 2 kweekelingen ƒ200, op de wijze zooais voor de Armenschool voorgesteld is. De jaarwedde van den hulponderwijzer Buijk zou moeten worden gebragt van ƒ450 op ƒ500 en die van de thans opene plaats van ƒ400 op ƒ500, de andere blijft gelijk. C. Eerste school voor gewoon- en meer uitgebreid lager onderwijs. Drie hulponderwijzerswaarvan 1 uitsluitend voor de hoogste afdeeling met eene jaarwedde van ƒ800, l met jaarwedde van ƒ600 en 1 van ƒ500. Toelage voor 1 kweekeling van 25 100 naar mate van bekwaamheid. De jaarwedde van den hulponderwijzer Letzer zou van ƒ450 moeten worden gebragt op ƒ500, overigens blijven de jaarwedden dezelfde als nu. D. Tweede school voor gewoon- en meer uitgebreid lager onderwijs. Eene hulponderwijzeres met eene jaarwedde van ƒ500 zooals nu is bepaald. Toelage voor 1 kweekeling (mannelijk of vrouwelijk) van ƒ25 tot ƒ100, naarmate van de bekwaamheid. Bovendien nog eene toelage voor eene helpster bij het onderwijs in de meisjeshand werken van ƒ25 k ƒ50. E. School voor meisjes. (Meisjesschool.) Twee hulpouderwijzeresseu, 1 met eene jaarwedde van ƒ600, 1 met eene jaarwedde van ƒ500 zooals nu bepaald is. Toelage voor eene vrouwelijke kweekeliug van 25 k ƒ100, naarmate van de bekwaamheid. Bovendien geeft de Schoolcommissie in overweging, de vol gende bepalingen vast te stellen. 1°. dat bij de Tusschenschoolvoor de betrekking van hulponderwijzer van ƒ500, in plaats van een hulponderwijzer eene hulponderwiizeres zal kunnen worden aangesteld en dat eveneens liulponderwijzeressen zullen kunnen worden aange steld voor twee hulponderwijzersbetrekkingen vau ƒ500 aan de Armenschool. 2". dat ieder der hoofdonderwijzers eene toelage van ƒ50 zal ontvangen, voor eiken kweekeling, die aan zijne school is opgeleid en met goed gevolg het hulponderwijzers-examen zal nebben afgelegd. Deze laatste bepaling acht de Schoolcommissie wenschelijk om zooveel mogelijk te bevorderen, dat de hoofdonderwijzers hunne leerlingen opwekken tot het kiezen van de onderwijzers loopbaan. Deze brief wordt ter visie van de leden gelegd. De Voorzitter sluit, na omvraag, de vergadering. I Uitgevers: DE LOOZE WA ALE. Gedrukt b« OCHTMAN, PIETERSE vak DI8HOECK.

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1875 | | pagina 4