Jhr. Mr. Macaré zegt, dat hij, juist om dat er hoe langer hoe meer rente moet betaald worden van de kapitalen, moet aandringen op een spoedig einde. Hij stelt voor dat de Raad besluite, alvorens op het verzoek te beschikken, het Bestuur der Bank uit te noodigen ten spoedigste omtrent zijn beheer rekening en verantwoording aan den Raad te doen. Het zal dan van het Bestuur zelf afhangen, dat er niet te veel rente wordt betaald. De heer van der Grijp gelooft dat er een misverstand plaats heeft. Hij weet niet beter of het tegenwoordige ge- oouw is het eigendom der Bank, maar het vroegere was het eigendom der gemeente. Mr. Moens zegt, dat men zich over het gebouw iu gis singen verdiept, doch dat het niets tot de zaak afdoet. Hij blijft er bij dat het waarschijnlijk met geld van de gemeente betaald is en al is het uit de middelen der Bank gekocht, dan kwamen die toch van de gemeente. Hij zal voor het voorstel van Jhr. Mr. Macaré stemmen. Ook de heer Koole ondersteunt dit voorstel. Het wordt bij stemming aangenomen met algemeene stem men. Mr. Fokker heeft daaraan geen deel genomen. Nadat de vergadering voor eenige oogenblikken was ge schorst, stelt de Voorzitter bij de heropening aan de orde het voorstel vau de Commissie voor de gasfabriek en straat verlichting tot reorganisatie van de exploitatie dier fabriek vervat in een ontworpen Raadsbesluit, luidende als volgt: De Gemeenteraad van Zierikzee; Overwegende, dat het verband, dat in den jare 1856 tot grondslag lag bij het besluit tot de oprigting en de Exploi tatie der gasfabriek voor rekening der gemeente, door den loop der omstandigheden langzamerhand en in klimmende mate is verbroken geworden, en het mitsdien wenschelijk ja noodig is, dat die grondslag herzien en gewijzigd worde; BESLUIT: Art. 1. Van primo Januari] 1875 af betaalt de gemeente aan de fabriekna den afloop van elke maandonder korting vau 25 pCt,, het door haar voor de openbare verlichting ver- eischte gas, berekend tegen 7 Engelsche voeten, per vlam en per uur, gelijk staande met 0,198 M.s of zooveel meer of minder als uit proefbranding met verschillende brauders blijkt dat er werkelijk verbrand wordt. Verschillen van minder dan 0,010 M.8 meer of minderkomen echter niet in aanmerking. Het gasverbruik in de gemeentegebouwen, voor zooveel de verlichting daarin komt voor rekening der Gemeentekas, wordt onder dezelfde korting van 25 pCt.volgens aanwijzing der aldaar geplaatste gasmeters berekend. De verrekening van die korting zal maandelijks plaats hebben. Even als tot hiertoe steeds heeft plaats gehad, blijft de straatverlichting der gemeente, zooals ze thans is of later mogt worden uitgebreid, met alle kosten van onderhoud en vernieuwing van lantaarns, het ontsteken en blusschen der gasvlammen, in één woord, met inbegrip van allet wat voor eene goede straatverlichting vereischt wordt, voor rekening van de fabriek. De gasprijs per M.3 wordt, behoudens de toegekende kor tingen, voor alle gebruikers, voor elk jaar, loopende van 1 Janunrij tot ultimo December, op voorstel van Burgemeester en Wethouders, in verband met de sub V door de Com missie aan hen in te leveren raming, door den Raad bij de behandeling der gemeentebegrooting voor het opvolgend jaar vastgesteld. Art. 2. Van primo January 1875 af, treedt de gemeente op in het karakter van geldschietster en geniet als zoodanig een jaarlijksche intrest ad vijf ten honderd van het door dc fabriek aan haar nu of later verschuldigd kapitaal. Dat kapitaal wordt gerekend te zijn zamengesteld als volgt: n. Uit de waarde der fabriek met den grond en alle verdere inrigtingen de gasleidingen in de gemeente, de straat lantaarns, alle gasmeters, het kolenpakhuis enz., volgens eene daarvan \66r primo January 1875 te docue taxatie. b. Uit de waarde van de-losse goederenen gereedschappen, de voorraad van kolen, kalk enz., het gas, de bijpro ducten enz.een en ander volgens den op uit. December 1874 op te maken inventaris. c. Uit de gelden en geldswaarden op genoemden uit. December 1874 in de kas van den Directeur aanwezig. De sub s eni bedoelde waardebepalingen worden bij nader besluit dóór den Raad goedgekeurd en vastgesteld. Art. 8. Behalve de sub 2 bedoelde intrestbetaling, wordt ook aan dc gemeente eene jaarlijksche aflossing op het ka pitaal bepaald. Die kapitaalaflossing en rentebetaling geschieden volgens het annuïteit*-beginsel. Art. 4. Die annuïteit beperkt zich tot twee derden van het sub art. 2 bedoeld kapitaalsbedrag en verdeelt zich over twintig jaren. Tegen het verstrijken van dien termijn worden door den Gemeenteraad omtrent rentebetaling en aflossing nadere regelen gesteld. Art. 5. Gedurende dat twintigjarig tijdvak wordenbehalve alle verdere gewone of buitengewone ontvangsten voortvloei- jende uit- en uitgaven, noodig ten behoeve der exploitatie van dc fabriek, ook in de door de Commissie aan Burge meester en Wethouders voor elk opvolgend jaar in te leveren raming van inkomsten en uitgaven van de Gasfabriek en verdere straatverlichting, als vaste en afzonderlijke posten respectivelijk in ontvang en uitgaaf opgenomen, het door de gemeente vermoedelijk verschuldigde bedrag voor gasverbruik berekend volgens den grondslag sub Art. 1 aangegeven en het bedrag dat der gemeente komende is, voor kapitaals aflossing en rentebetaling volgens bet sub Art. 3 bedoelde annuiteits-beginsel. Art. 6. Het batige saldo van de jaarlijks in te leveren balans van winst en verliesvoor zooveel dat niet tot uitbreiding van het bedrijfskapitaal wordt gevorderd, of wel het nadeelige saldo van die balans, wordt op de rekening en verantwoording wegens de exploitatie van het opvolgend jaar in ontvang of uitgaaf verantwoord. De algemeene beraadslagingen geopend zijnde, verkrijgt Mr. Fokker het woord. Hij zegt, dat, als er iets is dat hem in al den tijd dat hij lid van het bestuur geweest is, onaangenaam beeft aan gedaan, het zeker dit voorstel is. Het heeft de strekking te niet te doen wat jaren geleden met wijsheid tot stand gebragt en met standvastigheid en goed succes is beheerd. De grond waarop het voorstel rust is volgens de overgelegde memorie van toelichting, deze //dat door den loop der tijden sedert de oorspronkelijke oprigtiug der fabriek, gebleken is, dat de toen voorgestelde en aanvankelijk ook door de uit komst bevestigde onderlinge billijke verhouding van de Gemeente tot de Fabriek en omgekeerd, in verband met de daarbij betrokken belangen der gasverbruikende ingezetenen, eigenlijk thans geheel verbroken is/' Het diende te blijken waarom dat zoo isdoch daarvoor is geen enkel bewijs. Het is eveneens uit de lucht gegrepen als hetgeen er aan voor afgaat, dat uit de in de raadsvergadering van den 29 Oct. 1873 gevoerde breedvoerige beraadslagingen ten duidelijkste bleek, dat in den Raad het gevoelen overheerschende was, dat men wenschte, dat de tot heden toe gevolgde financieele wijze van beheer, of liever, de financieele verhouding tusschen de fabriek en de gemeenteop eene andere wijze zou worden geregeld. In bedoelde vergadering noch in eenige andere is dat gevoelen overheerschende geweest, al mogten ook enkele leden die opinie hebben geuit. Heeft de Commissie geageerd op dat overheerschingsgevoelen dan heeft zij zich dus vergist. Doch daargelaten wat de Raad heeft gemeend, in het voor stel v* de meening der Commissie uitgedrukt. Het steunt op de verbroken verhouding en zij had die moeten bewijzen. In 't kort is de meening der voorstanders van het voorstel: dat de gemeente tot nog toe te veel heeft geprofiteerddat daaraan een einde komen moetdat de regeling der fabriek moet veranderen en gevolgelijk de gas- prijzen van dien aard moeten worden, dat de gemeente meer moet betalen voor hetgeen zij geniet en de verbruikers minder. Dat is de grond van het voorstel. Spreker gaat uit den staat, gevoegd bij het laatste verslag der gasfabriek na dat de zaak nog bezwaard is met eene som van ƒ42,000 ƒ44,000. Men ziet uit dezen staat van het verslag der gasfabriek over 1873, dat de gemeente tot stichting en uitbreiding der fabriek heeft besteed f 86899,6£, dat na hetgeen van het aangewende kapitaal reeds was gekapitaliseerd nog moest geredintegreerd worden ƒ73000 N. K. W. S. ZlJa pCt.waar mede dus de zaak bezwaard bleef, of 42- iL f 44000. Toen de fabriek in 1856 gesticht werd, meende men dat er jaarlijks iets moest overschieten om gedekt te zijn tegen hetgeen de gemeente verloor door achteruitgang van waarde van de fabriek zelf, en men heeft gemeend dat hetgeen de fubriek afwierp in den regel voldoende daarvoor wasofschoon men geen zekerheid daarvan had. De onderzoekingen der Commissie hebben de juistheid der berekeningen van de oprigters op luisterrijke wijze bevestigd. De gasfaoriek zooals zij nu is wordt door de Commissie getaxeerd op 30000zij heeft gekost 86899,61hetgeen dus een verschil aantoont van 56899,61. Als nu deze som en nog meer in den loop der twintig jaren ten bate der gemeente was gekomen, dan kon men zeggen de gemeente heeft te veel gewonnenmnar dat heeft niet plaats gehad er blijft nog veel te redintegreren en wel f 44000. Het is er dus verre af dat de ervaring en ondervinding heeft geleerd dat de verhouding verbroken is en niet meer deugtintegendeel de gemeente heeft niet te veel geprofiteerd maar eerder te weinig. Zij is te vrijgevig geweest. Als de voorstellen der Commissie nut hebben gedaan dan is het wel dit, dat zij hebben doen zien dat de berekening der aan legger* juist was en de stad niet zooveel heeft geprofiteerd als wel had moeten geschieden om tegen verlies gedekt te zijn Spreker zegt, dat dit voor hem eene reden is om met geen enkel gedeelte van het voorstel mede te gaan. Hij wijst er voorts ook op, dat in de stukken de meening doorschemert, als zou dc gemeente niet alleen te veel geprofiteerd hebben maar bovendien dingen gedaan hebben die zij niet had mogen doen. De Commissie schijnt niet vrij te zijn van het denkbeeld, dat de gasfabriek eene zaak is, waarop de parti culiere verbruikers zeker regt van eigendom hebben. Er ont breekt nog maar aanhun een regt van controle toe te kennen. Spreker heeft nog meer bedenkingen, die bij de afzonderlijke onderdeelen meer te pas komen. Jhr. de Jonge zegt, dat hij zich wel had voorgesteld dat het voorstel bestrijding zou vinden omdat de zaak van inge- wikkelden aard is mant het verbaast hem, dat het Mr. Fokker zoo onaangeuaam aandoet. Als spreker nagaat wat tot de geschiedenis behoort en wat gesproken is bij de beraadsla gingen in de vergadering van den 29 October 1873, zou hij zeggen dat Mr. Fokker niet zulk ceu onaangeuamen indruk had en kon hebben. Hij heeft toen immers zelf gezegd dat ieder lid later een voorstel kon doen. Wat in de'memorie tot toelichting van het voorstel is gezegd, is niet uit de lucht gegrepen, nl. dat in den loop der beraadslagingde neiging meening of wensch is uitgedrukt eene reorganisatie der gas fabriek te doen .plaats hebben; het beginsel kwam toen niet te pas, alleen was er sprake van eene begeerte tot verande ring omdat de toestand niet was zóoals de meerderheid die wenschte. Hij heeft zich toen ook genoopt gevoeld, zijne beschouwingen omtrent die zaak die aanvankelijk alleen be stemd waren om aan zijne medeleden der gascommissie mede te deelenvoor de raadsleden ter visie te leggenopdat men zich niet verder in discussion verdiepen zou. Wat betreft het te kort doen aan de wijsheid waarmede de zaak vroeger geregeld is, hij meent, dat men, als het tij verloopt de bakens moet verzetten, dat is wijsheid; deze voorstellen doen aan de wijsheid waarmede de zaak vroeger is opgerigt niets te kort, men regelt zich naar de omstandigheden. Hij spreekt voorts ten sterkste tegen dat de motieven der Commissie uit de lucht zijn gegrepen en verwijst naar de overgelegde stukken. Spreker gaat de geschiedenis der oprigting van de gas fabriek na. Het hoofddenkbeeld was toen de gemeente eene betere verlichtiug te geven, dan de vroegere olieverlichting en bovendien nog een klein avans te maken voor vernieu wingen. Als men nu nagaat dat er in het begin 57 gas lantaarns waren die ruim 11000 M.s gas verbruikten terwijl dit getal nu is geklommen tot 160 met een verbruik van ruim 84000 M.8 gas, dan meent de Commissie dat de verhouding verbroken is eu de straatverlichting ten koste van particuliere verbruikers geschiedt. Dat men kau zeggen dat de particuliere verbruikers geen rekenschap van de gemeente als fabricante kunnen vragen en vrij zijn al of niet gas te gebruiken is juist, doch als men zich bij de oprigting had kunnen voor stellen dat de verlichting der gemeente zoo zou toenemen gelooft hij niet dat men tot den toestand zou gekomen zijn die nog bestaatmaar de gemeente zou hebben laten betalen voor het door haar verbruikte gas, doch in mindere mate. De vorige spreker heeft gezegd dat in een der staten van de gasfabriek blijkt dat de gemeente niet te veel heeft ge profiteerd. Dat zou waar zijn als de factoren van dien staat niet fictief warenhet uitgangspunt gaat niet meer op daaruit het bewijs te putten is niet gewettigd. Als de ge meente van den beginne af betaald had voor het door haar verbruikte gas, dan gelooft Spreker dat niet de gemeente 44000 vau de fabriek zou te vorderen hebben, maar dat de fabriek integendeel creditrice van de gemeente zou zijn. In liet denkbeeld van de Commissie ligt opgesloten dat de fa briek altijd eene degelijke en blijvende waarde vertegenwoordigt. De bedoeling is verder volstrekt niet particulieren in deze zaak te laten meesprekendat denkbeeld kan hier geen post vatten. Mr. Fokker erkent wel dat vroeger gesproken is over eene reorganisatiemaar men onderscheide. Er is hem nooit iets gebleken van eene reorganisatie zooals nu voorgesteld wordt, die breekt met de principes en die het gevolg zal hebben dat het goede slot dat steeds gemaakt werdwordt vervangen door een kwaad slot; de uitgaven zullen zeer vermeerderen en dat is hem eene zaak van veel kommer. Spreker heeft zich niet beroepen op den geheelen staat der gascommissie, maar op enkele cijfers daarvan, die duidelijk zijn en alleen aantoonen wat uitgegevenwat ontvangen en wat over is. Hij zou zegt menverkeerd doen met het saldo dat nog te dekken iste vergelijken met de waarde der fabriek en voorbij zien wat de gemeente heeft geprofiteerd. Doch daarop antwoordt hij dat de gemeente de fabriek heeft esticht om hare straatverlichting te verbeteren en om dat aarmede kon zaraen gaan het leveren van gas aan particu lieren heeft zij van hare fabriek ook de particulieren laten Ërofiteren als zij zulks wildenop gestelde voorwaarden. »e fabriek is goed geslaagdJhr. de Jonge meent te goed doch Spreker niet. De gemeente is in staat geweest van hare eigene fabriek eene betere verlichting te krijgen en heeft aan particulieren gas kunnen leveren voor prijzen die met de waarde daarvan overeenkwamenmen is van 21 op 14 ct. per M.3 gekomeneen prijs die in vele andere plaatsen betaald wordt, de prijzen zijn dus steeds verminderende geweest. Als de gemeente nu hare eigene fabriek sticht om hare straten te verlichtendan gaat het niet op te zeggen dat zij eigenlijk meer en zooveel meer heeft verbrand, als wel mogt, en de fabriek te beschouwen is als cTeditrice van de gemeente. Hiermede kan hij zich niet vereenigende zaak is één. De verhouding tot liet publiek is, dat de gemeente gas levert naar zoodanigen prijs als zij goedvindt en de particulieren het willen hebben. Als men te veel of te weinig vraagt, dan moet men zich niet afvragen of de fabriek, maar of de gemeente lijdt of wint, Als de gemeente veel gas ge bruikt, gebruikt zij slechts haar eigen goed, het product van haar eigen werkzaamheid en kapitaal. Spreker blijft er bij dat de Commissie geen grond heeft* oin aan te nemen dat de gemeente op onbehoorlijke wijze profiteert, maar integendeel, dat de gemeente dit doet zooals het betaamt. De stichting der fabriek is voor Zierikzee van veel nut geweest. Er zijn weinig plaatsen van dien rang die eene verlichting hebben als die hier. De kosten daarvan zijn niet buitengewoon groot maar de risico wel, dat zal later blijken. Tot heden is het goed meêgcloopen en er is goed gas ge leverd aan particulieren die het gaarne hadden. JIit. de Jonge beweert, dat het wel in de bedoeling van den Raad lag, met de oude principes te breken en dat een post voor straatverlichting geen schrikbeeld meer kan zijn omdat die na het verhandelde in 1873 niet vreemd is. Wat betreft de cijfers uit den staat, betrekkelijk de vroegere olie- verlichting, als men weet wat de gemeente nu aan gas geniet, dan ziet men dat de gasverbruikers bij slot van rekening de straatverlichting betalenwaarvan de geheele gemeente en dus ook zij die geen gasverbruikers zijn, genieten. Het gaat niet aan te zeggen dat particulieren het gasverbruik kunnen staken, het particulier verbruik is een der levensfactoren geweest eu bij de oprigting heeft men gezegd particulieren zullen deel nemen. Men heeft er nooit aan gedacht de fabriek enkel voor straatverlichting te gebruiken. De grootste last van de ver beterde straatverlichting komt nu neder op de particuliere verbruikers en dat is niet billijk. Spreker vindt het niet zoo ongerijmd om door de statistiek te willen bewijzen wat de gemeente eigenlijk aan gas zou hebben moeten betalen. Mr. Fokker zegt wel de gemeente heeft haar eigen goed gebruikt, maar dat gaat niet op. Dat de gemeente bet terrein van industrie heeft betreden en fabrikante geworden is dat mag eene abnormaliteit zijn, doch dit was toetejuichen want anders had men eerst veel later dan nu eene gasfabriek gekregen. Wegens het vergevorderde uur wordt de Vergadering ver daagd tot Vrijdag namiddag ten één uur. Uitgevers: de LOOZE WAAI/E. DrukkerijOCHTMANPIETERSE VAN DÏSHOECK.

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1875 | | pagina 4