B IJ VOEGSEL Zierikzeescheii Nieuwsbode van Dinasdas' 22 November 1870. VERGADpiNG VAN DEN GEMEENTERAAD behoorende bij den (J CJ •r v. ZIERIKZEE, gehouden den 19 November ÏBTO. Punten i behandeling: Resumtie notulen; ingekpEcii brieven Gedeputeerde .Staten; goed keuring raadsbesluiten tot helling van hoofdelijken omslag en van 30 opeenten op de hoofdsom der personele belasting; verordening op de openbare tooncelvortooniugcu rekeningen van liet Burgerlijk- en Roomsch- Catholiek Armbestuur over 1869; werktafel voor de scheikundige lessen aan de Iioogere Burgerschool bergplaats van victualiën voor de beman ning der stoomlcanouncerbootsuppletoir-kohier voor den hoofdelijken omslag; plantsoen en zclkasuh. Voorzitter Mr. B. C. Can. Afwezig zijn de HH. Mr. Fokker, ongesteld; Labrijn, buiten de gemeente en Mr. Moolenburgwegens verhindering. 'De notulen der vorige vergadering zijn na voorlezing goedgekeurd. De Voorzitter deelt mede dat zijn ingekomen vijf brieven van Gedeputeerde Statenhoudende a. goedkeuring der raadsbesluiten1.° tot af- en over schrijving voor de toelage aan de dd. schutterij; 2.° tot verkoop van boomen; 3.° tot het ingebruik geven van ge meente-grond. b. goedkeuring van de rekening der dd. schutterij over 1869. Deze brieven worden voor kennisgeving aangenomen. c. opmerking, dat het besluit tot heffing van de 30 opcenten op de hoofdsom der personele belasting en van den hoofdelijken omslag tot een bedrag van 18500, bij het K. B. dd. 9 Maart 1S69, n.° 6, niet zooals bij dat dd. 11 November 1865, n.° 74, voor vijf jaren, maar on beperkt is goedgekeurd, en dat het aan Ged. Staten daarom voorkomt, dat het besluit tot lieffiug van opcenten op de hoofdsom der pers. .belastingde goedkeuring des Konings niet behoeft en dat de verordening tot heffing van hoofde lijken omslag die goedkeuring evenmin zou behoeven, als in de grondslagen tot heffing geen verandering was gebracht. De laatste verordening is daarom tot eenige wijziging in den considerans teruggezonden. De Voorzitter zegt dat Burgemeester en Wethouders het gevoelen van Gedeputeerde Staten niet deelen. In 1865 zijn de genoemde verordeningen door den Raad vastgesteld en door den Koning zijn daarop de heffingen van 20 opcenten op de hoofdsom der personele belasting en van eenen hoof delijken omslag van ƒ15000 voor den tijd van vijf jaren goedgekeurd. In 1869 zijn de verordeningen door den Raad -- gewijzigd door te besluiten in plaats van 20 opcenten er voortaan 30 te heffen en den hoofdelijken omslag te verhoo- gen tot ƒ18500. De Koning heeft die wijzigingen goedge keurd. Liet komt Burgemeester en Wethouders nu voor, dat door die laatste goedkeuring, die zonder eenige bijvoeging is geschied, niet is bedoeld de heffing der bedoelde belastingen voor het vervolg onbeperkt toe te laten, maar dat die wijzi gingen vervielen tegelijk met de verordeningen, waarin ze gemaakt werden, d. i. vijf jaren na hare primitive vaststelling. Burgemeester en Wethouders meenen hunne zienswijze te moeten handhaven, omdat, indien zij de juiste is, zonder de ^Koninklijke goedkeuring, de heffing ernstige bezwaren zou ontmoeten. Zij stellen daarom voor met eenige wijziging in de consideransen de genoemde verordeningen andermaal ter goedkeuring in te zenden. De voorgestelde wijzigingen zijn goedgekeurd. Bij monde van den lieer Mulock Houwér brengt de daartoe benoemde commissie rapport uit over de ontwerp-verordening tot heffing eener belasting op tooneelvertooningen enz. Uit dat rapport blijkt dat bet doel, waarom deze belasting op nieuw geregeld wordt, gelegen is in de nu en dan in eenige zalen gehouden wordende cafés chantants, en om van deze belasting te kunnen heffen, waartoe de bestaande verordening geene vrijheid geeft. De commissie heeft zich met dit denk beeld vereenigd, en adviseert tot goedkeuring der ontwerp verordening. De Voorzitter zegt dat Burgemeester en Wethouders eene aanvulling der bestaande verordening hebben wenschelijk ge acht, omdat er moeilijkheden in de toepassing ontstonden, indien cafés chantantswaar soms akrobatische en andere voorstellingen worden gegevenonbelast worden gelaten en dergelijke voorstellingen in tenten wel aan belasting onder worpen waren. De verordening is zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. Jlir. de Jonge doet, namens de daartoe benoemde com missie, rapport van het onderzoek der rekeningen over 1869 van a. het burgerlijk armbestuur. Zij sluit in ontvang op ƒ12209,75. n uitgaaf - 12052,69. Alzoo met een goed slot vanf 157,06. en concludeert tot goedkeuring. Alzoo besloten. b. bet Roomsch-.Catholiek armbestuur. Zij bedraagt in ontvangƒ3816,42. u uitgaaf- 4141,66. Alzoo met een nadeelig saldo van 325,24. De commissie concludeert tot goedkeuring, en stelt voor om gemeld bestuur te machtigen dat saldo over te brengen in de volgende rekening en liet aan te bevelen om te trachten door collecten, vrijwillige giften, of buitengewone bijdragen, of door vermindering der uitgaven, of door deze middelen te zamen in het te kort te voorzien. De heer Zuurdeeg vraagt of het R. C. armbestuur jaarlijks inschrijving op het grootboek der nat. schuld aankoopt. De Voorzitter antwoordt dat aan dat bestuur zekere legaten zijn gemaaktwelke het even als de gewone ontvangsten heeft gebruikt tot dekking der uitgaven tot dat het dooi den Raad is gewezen op het minder wensclielijke van zoo danige administratie. Tengevolge dezer opmerking is in de rekening eene som van f 85 gebragt als uitgaaf tot aankoop van eene inschrijving op het grootboek. De lieer Zuurdeeg verlaat de vergadering. De Voorzitter deelt mede dat voor de scheikundige lessen aan de hoogere burgerschoool eene werktafel noodig is, en stelt namens Burgemeester en Wethouders, voor die te doen vervaardigen. De kosten zullen ƒ174 bedragen. De heer van der Grijp zegt dat hij bij gelegenheid dat die school door de commissie van fabricage werd opgenomen, gehoord heeft, dat er 5 of 6 leerlingen en 7 plaatsen aan die tafel waren. Hij gelooft dat het niet noodig is nu reeds ƒ174 uittegeven voor eene tafel; zij mag gemakkelijk zijn om er iets op neêr te zetten, maar daartoe kan iets anders gebruikt worden. De Voorzitter zegt dat er behoefte is aan 7 plaatsen. Aan de tafel is eigentlijk slechts plaats voor (i leerlingen, omdat de 7de plaats achter de deur weinig bruikbaar is. De lieer van der Grijp gelooft niet dat de docent werkt als de leerlingen bezig zijn, en stelt voor deze zaak aan te houden tot dat er meer urgentie is. De heer Mr. Moens zegt van den docent vernomen te heb ben, dat er dringende behoefte is, te meer omdat er eenige leerlingen in Januari a. s. zoover gevorderd zullen zijndat zij aan de practische oefeningen kunnen deelnemen. De heer Mr. van Dongen ondersteunt liet voorstel van den heer van der Grijp. De Voorzitter zegt dat de inspecteur van het M. O. ge boord is, en dat deze, hoewel hij niet in loco is geweest en daafdoor de zaak moeilijk kon beoordeelentoch in over weging heeft gegeven die tafel te laten maken omdat als zij nu wellicht minder noodig iser toch later behoefte aan zal zijn. De heer Jhr. de Jonge zou primitief een uitstel wel wen schelijk hebben geacht, omdat de inspecteur niet hier is geweest, maar nu de directeur der school en de leeraar ver klaren dat er behoefte is aan de bewuste tafel, is hij er voor om die te laten maken. De heer Koole kan het voorstel van den heer van dei- Grijp niet ondersteunenhij is niet vooi- onnoodige uitgaven, maar acht deze uitgaaf billijker moet plaats zijn voor de leerlingen en het is noodig plaats te maken, als het waar

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1870 | | pagina 3