BIJVOEGSEL Zierikzeeschen Nieuwsbode van Zaturdag 2 Julij 1870. VERGADERING belioorende bij den van den Gemeenteraad te Zieriltzee, GEHOUDEN DEN 29 JUNI 1870. Punten van behandeling: Resumtie notulen; brief van Gedeputeerde Staten; benoeming gemeente-ontvanger; behandeling adres van M. van den Ende om kwijtschelding of ver mindering van boete en van het advies der com missie van fabricage; aanbesteding duiker onder den Westhavendyk; catalogus van de oud- en zeldzaamheden enz. aanwezig in de oudheidskamer ten stadhuize te Middelburg; instructiën voor den ontvanger der begrafenisrechtenden opzichter en grafdelver der begraafplaats en voor de lijkdragers en berriezetters. Voorzitter Mr. B. C. Cau. Afwezig zijn de heeren Mr. Moolenburgh, van der Grijp en Mulock Houwer, wegens verblijf buiten de gemeente, alsmede de HH. Koole en Zuurdeeg. De notulen der vorige vergadering worden gelezen en goedgekeurd. De Voorzitter deelt mede dat is ingekomen een brief van Gedeputeerde Staten, houdende goedkeuring van het raadsbesluit dd. 2 April jl.waarbij machtiging is gegeven tot aankoop van grond benoodigd voor de •leiding van het water der garancinefabriek. Tot gemeente-ontvanger is met algemeene stemmen benoemd de heer M. P. van den Thoorn te Zierikzee. De HH. Mr. Fokker en Eandsknegt hebben den Voorzitter bijgestaan bij 4e stemopneming. Het adres van M. van den Ende, aannemer van bet bouwen der boogere burgerschool, en het advies der commissie van fabricage, worden in behandeling gebracht. De heer Labrijn geeft in overweging om het eerste gedeelte van het advies der commissie de aanhouding der zaak tot aan de voltooiing van het werk aan te nemen. In de stukken komt het een en ander voor wat hem nog duister ismisschien is dit bij andere leden ook het geval en daarom schijnt het hem wenschelijk de zaak aan te houden. De Voorzitter is van eene andere meening. De zaak is „in staat van wijzen;" er behoeft geen prikkel te bestaan .voor den aannemer om hem het werk met spoed te doen afmaken. Het bestek verbindt hem en bedreigt boete bij niet naleving. Als men de zaak aanhoudt vreest spreker voor „confusie" en zal men den aannemer daardoor niet het vooruitzicht openen op eene gunstige beschikking Op eene gedane vraag antwoordt Jhr. de Jonge dat bij het certificaat van de oplevering van het werk, 4'/2 dag zijn in rekening gebracht voor ongunstig weêr. De heer Goemans meent dat er veraudering is ge komen in het bestek en dat de aannemer daardoor niet meer gebonden is aan de termijnen, die daarbij be paald zijn, De Voorzitter zegt dat dit argument, dat ook dooi den aannemer is aangevoerd, weinig afdoende is. Spreker is dagelijks op het werk geweest en kan verklaren dat geen wijziging van eenig belang is gemaakt. Was dit de reden der te late oplevering, dan zou den aannemer de geheele boete moeten kwijtgescholden worden. Jhr. de Jonge zegt ook dat de veranderingen gering zpn. Hjj meent dat de staat van meerder en minder werk slechts ƒ90 bedraagt en is van gevoelen dat de aannemer zich daarop niet kan beroepen. De commissie van fabricage heeft er echter op gelet en daarin geen aanleiding gevonden tot vermindering der boete. De heer Mr. Moens zegt dat de vordering der boete te verdedigen zou zijh als van het bestek niet was afge weken maar nu niet. Er is geen bezwaar om de zaak aan te houden. Het komt hem voor dat daardoor een prikkel bestaat om het werk met spoed af te werken en dit acht hij wat de Voorzitter daartegen ook heeft aangevoerd wel degelijk een argument. Hij heeft geen vrees voor „confusie;" het afgedane werk en het geen nog gedaan moet wordenstaan ieder op zich zelf. Hij hoopt dat de zaak tot klaarheid gebracht zal kunnen worden. De heer Labrijn meent dat het werk is vertraagd door oorzaken buiten den aannemer, zooals het maken der zuurkasten en het plaatsen van den trap. Hij acht het aanhouden der zaak vooral wenschelijk als van het bestek is afgeweken. De Voorzitter zegt dat hij niet weet in hoever er onzekerheid heeft bestaan over de plaatsing van den trap, daarover heeft hij nimmer klachten gehoord. Hij is overtuigd dat de zuurkasten de oorzaak der vertraging niet zijn geweest, veeleer zou hij die toeschrijven aan het gering getal werklieden, dat somtijds gebruikt is. De heer Mr. van Dongen is van gevoelen dat de commissie van fabricage wel dient tot voorlichting van het dagelijksch bestuur, maar niet geroepen is om eenig werk zelf na te gaan. Spreker kan omtrent het werk ten minste geene stellige mededeelingen doen. Hij is het overigens eens met Mr. Moens. De zaak is wel „in staat van wijzen," maar daarom kan toch de betaling geschorst worden. Hij heeft geen vrees voor „confusie." De Voorzitter zegt dat art. 54 der gemeentewet be paalt dat de raad vaste conlmissiën kau benoemen om B. en W. bij te staan en dat dus de commissie vau fabricage z. i. niet alleen dient tot het geven van advies. Jhr. de Jonge zegt dat de commissie van fabricage vóór zij advies heeft uitgebrachtden aannemer en zijn' medestander heeft gehoord. De laatste deed het voorkomen alsof de plaatsing van den trap de oorzaak is geweest der te late oplevering. Spreker mag dit echter niet aannemenomdat de gemeente-bouwmeester hem heeft verzekerd dat de trap gemaakt is volgens het bestek. De zuurkasten zijn mede gemaakt zooals het bestek dit aanwees, nadat de gemeente bouwmeester de aannemer en zijn medestander dergeljjke kasten te Middelburg hadden opgenomen. Andere timmerwerken hebben evenmin aanleiding gegeven tot vertraging. Mocht er iets meer gedaan zijnhet vervallen van den lantaarn boven den trap zou in compensatie kunnen komen. Hij ziet er geen bezwaar in dat de zaak wordt aangehouden. Het eerste gedeelte van het advies der commissie aanhouding der zaak tot aan de geheele voltooiing van het werk is aangenomen met 5 tegen 3 stemmen. De Voorzitter deelt mede dat op heden gehouden is de openbare aanbesteding van het maken van eenen duiker onder den Westhavendijktot afvoer van het water der garancinefabriek. De minste inschrijver was J. van der Lindeu voor ƒ2150, d. i. ƒ300 a ƒ400 boven de raming. Hij stelt namens B. en W. voor het werk te gunnenomdat eene herbesteding waarschijnlijk geen gunstiger resultaat zal opleveren en de uitvoering van het werk onder eigen beheer niet aantebevelen is. Zonder discussie is alzoo besloten. De Voorzitter deelt mede dat is ingekomen een cata logus der oud- en zeldzaamheden, schilderijen, teeke- ningen en portretten aanwezig in de oudheidskamer ten raadhuize te Middelburg, opgemaakt door Mr. G. N. de Stoppelaar, Secretaris dier gemeente. Hij zal ter inzage van de leden gelegd en daarna in de boekerij opgenomen worden. Voorts deelt de Voorzitter mede dat B. en W. hebben opgemaakt vijf instructieste wetenvoor den ontvan ger der begrafenisrechteuden opzichter en grafdelver der begraafplaats en voor de lijkdragers en berriezetters en zulks om te voldoen aan art. 27 der wet dd. 10 April 1869 (Staatsblad no. 65) op het begraven van lijken, de begraafplaatsen, en de begrafenisrechten. Zij worden gesteld in handen eener commissie, tot leden waarvan de Voorzitter benoemt de HH. van der Grijp, Mulock Houwer on Labrijn. De vergadering is daarna gesloten. SNKJ.PERSDUUKKtHJJ VAN DE LOOZE COMP.

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1870 | | pagina 3