No. 2770. 26s,e Jaarg. Dingsdug 10 1870. Heeren Geabonneerden, K ennis geving. Bekendmaking. Inschrijving voor de Schutterij. PUBLICATIE. Bekendmaking. De suiker we t. Nieuwstijdingen, geland. SI ZIERIKZEESCHE NIEUWSBODE. iliehun verschuldigd van het eerste kwartaal 1870 en vroeger nog niet hebben vol daan, gelieven hetzelve per postwissel aan de Uitgevers toe te zendon, ten einde geen vertraging in de toezen ding van dit blad te ondervinden. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Zierikzee maken bekend: dat liet kohier dor hoofdelijke belas ting van deze gemeente, over het loopend dienstjaar, op hetflm door den Gemeenteraad is vastgesteld en van den 7 tot den 16 dezer ter lezing voor een ieder op de secretarie der gemeente zal liggen, zullende ieder aan geslagene, binnen dien tijd, tegen zijn aanslag bij heeren Gedeputeerde Staten in beroep kunnen komen, bij ver zoekschrift op ongezegeld papier ingevolge de wet. Zierikzee, den 2 Mei 1870. De Burgemeester B. C. CAU. De Secretaris J. P. N. ERMER1NS. De BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Zie rikzee malten bekent!ilat door henmet de tijdelijke waarneming der betrekking van ontvanger der gemeente, opengevallen door het overlijden van den heer Meester HENDRIK ALBERT van-IJSSELSTHIJN, op heden is belast: de heer MARINUS FLORUS van den Ï'HOORN. Ziebikzee, den 7 Mei 1870 De Burgemeester en Wethouders B. C. CAU, De Secretaris J. P. N. ERMERINS. BUIIGKaMEKSTER en WETHOUDERS der Gemeente Zie rikzee. Gezien de wet op de Schutterijen van den 11 April 1827, en speciaal gelet hebbende op die artikelen dorzelver wet, die in betrekking staan tot de jaarlijksche inschrijving zoo tot de bereids daargestelde registers van vroegere jaren, als tot de in schrijving die gedurende de laatste helft dezer loopende maand moet geschieden, brengen bij deze ter kennis van de belangheb benden Dat de registers ter inschrijving voor de Schutterij, van de ge borenen in de jaren 1845 tot 1836 ingesloten, zullen worden ge opend tot de inschrijving van alle mannelijke Ingezetenen, welke tot het laatstgemelde jaar bchooren, alsmede van hen, welke, in de vorige jaren geboren zijnde, sedert de laatst vorige inschrijving, zich alhier met er woon hebben nedergezet, waaronder ook begre pen zijn de militairen welke na dien tijd gepasporteerd, en de vreem delingen welke sedert dezen tijd van buiten het Itijlc zijn gekomen, en zich alhier hebben gevestigd, voor zoo verre deze laatste hun voornemen, om zich in dit Rijk neder te zetten hebben aan den dag gelegdhetzij door eene uitdrukkelijke verklaring, hetzij door de werkelijke overbrenging, van den. zetel van hun vermogen en de hoofdmiddelen van hun bestaannaar herwaarts, zonder dat de tijdelijke uitoefening van eenig bedrijf of handwerk in eenig on dergeschikte betrekking, als zoodanig voornemen wordt aangemerkt. Allen zullen worden ingeschreven in dat register, waatoe zij vol gens hunnen ouderdom belmoren. Dat van de inschrijving niemand der vorenstaande personen is uit gezonderd, maar dat allen,zonder onderscheid, daarin begrepen zijn al ware het ook dat zij zouden mogen vermeenen, volgens de wet lot de vrijgestelden of uitgestotenen te belmoren, en dien ten gevolge ook zij niet, die hun ontslag uil de Schutlerlijke dienst reeds heb ben bekomen, zullen derhalve al de bovcngemeldcn, als daartoe bij deze wordende opgeroepen, moeten verschijnen ten Raadhuizc dezer gemeente, op 15 Mei e. k. en volgende dagen des voormiddags van 10 1.2 ure ten einde zich te laten inschrijven, ieder in dat regis ter, waartoe hij volgen9 zijnen ouderdom behoort. Deze registers zullen op den lsten Juttij 1870 finaal worden gesloten. Dat de studenten, geëmplooijecrden in huizen van negotie, kler ken van notarissen, advokatcn enz., bedienden en werkboden moeten worden ingeschreven in de gemeente alwaar zij hunne studiën houden, werkzaamheden uitoefenen of dienstbaar zijn de ambtenaren en geëinplooijeerden bij het Gewestelijk Bestuur en alle andere, nl wonen zij ook elders, in de plaats alwaar zij hunne ambtsbetrekkingen moeten uitoefenendie huiten's lauds stude ren of werkzaam zijn in dogemeenten hunner vorige woonplaats; de buitenland9che zeevarende in de plaatsen waar zij hun wettig domicilie hebben, en de aan boord wonende schippers in de ge- I meenten alwaar zij het laatst hunne vn9te woonplaats hebben gehad, I of wel personeel en mobilair of wegens hun vaartuig belasting be- j talende, daar, waar zij voor deze belasting zijn aangeslagen. Dq»' vorenstaande opgerocpenen zullen verpligt zijn bij hunne inschrijving opgave te doen van hunne namen, voor- en bijnamen, van de plaats en den tijd hunner geboorte, hunne woonplaats, met aanduiding van wijk en nommcr, hel beroep hunner ouders en dat van hen zelf, of zij zijn gehuwd, ongehuwd of weduweuaars, van het getal hunner kindereu van beider sekse, (welke laatste opgaven zullen moeten worden geconstateerd met ccn schriftelijk bewijs, LI afgegeven door den Burgemeester of Ambtenaar van den Burger lijken 9tand); sedert wanneer zij Ingezetenen der gemeente zijn en vnn waar zij alhier zijn komen inwonen, eu eindelijk van de rede nen die zij zouden rermeenen, dat hen van de Sclrutterlijlce dienst zouden vrijstellen, of daartoe onbevoegd maken, naar aanleiding van artt. 3 en 4 der wet, met opgave van hel. artikel en het onder deel van hetzelve, waarop zij zich beroepen. Wordende voorts een iegelijk, builen deze gemeente geboren aangemaand, om zich tijdig van eene geboorte-acte te voorzien, en zich alzoo van zijnen ouderdom te verzekeren, ten einde de inschrij ving behoorlijk kunnegeschiede, en om voor te komen dat niemand, door eene verkeerde opgaaf van zijnen ouderdom, vervalle in de straf bij de wet bepaald. Terwijl Burgemeester en Wethouders een ieder hierin betrokken, willen hebben vermaand en gewaarschuwd, om zich van deszelfs verpligting in deze te kwijlen; vermits uit krachtc van flrt. 9 der wet en art. 6 van Zijner Majesteits besluit van 21 Maart 1828, al diegenen die zich voor het sluiten der registers op 1 Junij eerstko mende niet hebben laten inschrijven, alsnog ambtshalve zullen worden ingeschreven, en dat denzclven, dien ten gevolge, zullen worden verwezen tot eene geldboete, eu daarenboven zonder loling bij de Schutterij ingelijfd, indien hot zal blijken dat er, tijdens de verzuimde inschrijving, geene redenen tot vrijstelling of uilslui tend ten hunne aanzien bestonden. En opdat niemand hieromtrent eenige onwetendheid zoude kun nen voorwenden, zal deze worden afgekondigd en aangeplakt duur waar zulks te doen gebruikelijk is Te Zierikzee den G Mei 1870. Eu is hiervan afkondiging geschied ter plaatse waar het be hoort den 6 Mei 1870. De Burgemeester en Wethoudersvoornoemd, C. J. FOKKER, Welh. LB. De Secretaris, J. P. N. ERMERINS. De BURGEMEESTER van Zierikzee brengt ter ken nis van belanghebbende ingezetenen, dat zij die voor het saizoen van 1870 op 1871, eenejagt- ol vischacte verlangen, zich daartoe ter Gemeente-Secretarie behoo- ren aan te melden, en dat zij, die ter zake van onvermo gen eene kostelooze vergunning om te vissclien wenscheu te bekomen aldaar zullen moeten overleggen de bewijzen van toestemming door eigenaren van het vischwater af te geven, met uitnoodigiug om die aanvragen zoo spoedig mogelijk te doen, opdat ieder in tijds van zjjne acte zou kunnen voorzien zijn. Zierikzee den 2 Mei 1870. B. C. C A U. 1 I. De eerste wet, welke door de Tweede Kamer na haar reces in behandeling zal worden genomen, is de suiker- wet. Deze wet is belangrijk genoeg, om door ons beknopt te worden besproken, èn omdat zij raakt de beginselen van koloniaal bestuur, èn omdat de suiker verkregen ten gevolge van overeenkomsten met contractanten jaarlijks 3 a 4 millioen in de schatkist doet vloeien. Maar deze wet is tevens van groot gewichtomdat zij niet steunt op dezelfde beginselen, waarop de onlangs aan genomen agrarische wet is gegrond, en omdat de beraad slagingen over deze wet wel eens het verschijnsel zouden kunnen opleveren, dat de Minister van koloniën, de heer de Waal, ditmaal door zijne politieke vrienden werd bestreden en door zijne staatkundige tegenstandsrs on dersteund. Alvorens evenwel de beteekenis en de waarde dezer wet nader aan te toonen moeten wij de geschiedenis der Gouverneinents-snikercultuur in het kort nagaan. Zoo ergens, dan is hier het heden nauw verbonden met het verleden, en dan raag, bij de toepassing der vrijzin nige beginselen in het koloniaal bestuur, de bestaande toestand en de wording van dien toestand niet uit het oog worden verloren. De suikercultuur heeft zich in Indie wel is waar tot eene schoone industrie verheven, .maar dit is geschied met miskenning van de beginselen eener vrije nijverheid, met veronachtzaming der oeconoinische grondstelling dat de Staat zich niet behoort te mengen in de particu liere industrie. Die cultuur levert ongeveer twee millioen picols 'sjaars op. Groote kapitalen zijn tot verwerking van riet besteed. Tallooze millioenen worden door de bevolkingdoor do inlandsche nijverheid wegens die cultuur verdiend. De geschiedenis dezer cultuur is zeer leerzaam. Ook ditmaal leert de ervaring, dat de staat huishoudkunde niet straffeloos wordt gehoond. De suikercultuur werd door wijlen den heer J. C. Baud in 1830 in het leven geroepen. Uit liefde voor den Ja vaan? Geenszins. Uit besef dat het hier eene regerings zaak gold Evenmin. Alleen wegens den nood van het moederland hetgeen deze staatsman oprecht erkende in 1854, bij de behandeling van het regeringsreglement. Waarop steunde die cultuur? De contractanten zouden tegen voldoende borgstelling rentelooze voorschotten ontvangen zoowel voor den opbouw hunner fabrieken als voor hunne dagelyksche uitgaven, en bovendien het suikerriet tot den kostenden prijs van het Gouvernement overnemen, maar dan ook alles wat zij aan het land te betalen hadden moeten voldoen in suikerberekend a ƒ8,33 per pikol. De Regering leverde alles: grondstof, geld, arbeiders; de fabriekanten daarentegen moesten hunne schulden in afgewerkt product, tot een zekeren prijs berekend, terugbetalen. Van den aanvang af had de bevolking weerzin tegen deze cultuur, omdat hare rijstvelden daarvoor willekeurig werden aangewezen, en omdat deze cultuur een zeer inspannenden, bovendien zeer karig beloonden arbeid vorderde. Maar de stich ters van het cultuurstelsel wisten hunne plannen door te zetten ondanks alle hinderpalen. Ook wilde het aannemén van een suikercontract eerst niet vlotten. On der bedreigingen werden contracten aangeboden. Maar de arbeid werd ondernomen, en het Gouvernement was mild, zeer mild in het verleenen van rentelooze voor schotten. De ondernemingen begonnen allengs winst gevend te worden: de ambtenaren bij het binnenlandsch bestuur werden verlokt door kuituurpercenten. Tn den eersten tijd liet het fabriekaat nog veel ie wenschen over. De mindere qualiteit van het product berokkende het Gouvernement groote verliezen. De bevolking maakte slechte zaken want het loon bedroeg te nauwernood 10 cents per hoofd daags. Alleen de fabriekanten werden schatrijk. Hierin moest verandering komen, en daarom werd reeds kort na de optreding van Baud als minister van koloniën (in 1842) eene nieuwe regeling ingevoerd. Hierbij werd aan de fabriekanten toegestaan om voortaan één derde van hun product tot de volle marktwaarde te verkoopen, op voorwaarde dat de suiker, die zij tot een lageren prijs aan het Gouvernement moesten leveren, van betere qualiteit zou zijn. Deze bepaling droeg goede vruchten. Sedert 1845 is (alleen hot jaar 1848 uitgezonderd) de suiker altijd met voordeel voor het Gouvernement ver kocht. De winsten voor het Gouvernement bedroegen van 1845 -1864 in het geheel de aanzienlijke som van byna 70 millioen, dat is gemiddeld Slf2 millioen per jaar. De aanplantingen, die in 1848 37417 bouws besloegen, waren, ook ten gevolge van de bestemming van vroeger voor indigo gebezigde gronden voor het verbouwen vnn suikerriet, in 1852 tot 42276 bouws vermeerderd, terwijl tevens door den Gouverneur-Generaal Rochussen eene hervorming werd ingevoerd, door te bepalen, dat de Regering voortaan geen voorschotten meer geven zou voor het oprigten der fabrieken. Ook de plantloonen werden verhoogd en naar een nieuwen maatstaf berekend; de betaling per bouw werd door een betaling per afgele- verden pikol suiker vervangen. Een andere maatregel werd ten aanzien van deze cultuur, in 1854, genomen door den Gouverneur-Generaal Duymaer van Twist, die de levering aan het Gouvernement van twee derde der opbrengst in die van een fixum (eene vooruit bepaalde hoeveelheid) veranderde, welke verandering vooral was in het belang der industrie en der bevolking. De industrie werd daardoor tot meerdere voortbrenging aangemoedigd, aan de bevolking ruimer loon verzekerd. De fabuleuse winsten der contractanten wekten den naijver op van het Nederlandsche publiek. Het regende beschuldigingen tegen de Regering wegens gunstbetoon. Die beschuldigingen drongen door tot de Volksvertegen woordiging, die in 1860 eene motie van den heer Wint' gens aannam, bepalende dat de regeling der suikercultuur zou geschieden bij de wet. De heer Rochussen was aan het roer. Tegenstander- van wettelijke vaststelling, haastte hij zich de zaak bij besluit te regelen. Zijne regeling (gemeenlijk de regeling van 1860 genoemd) strekte om terug te komen op de aanneming van een fixum, en de vroegere regeling te herstellen, met toelating evenwel voor een zeker gedeelte, van delevering van minder suiker aan het Gouvernement. Deze regeling had alleen het belang der schatkist voor oogenvan daar, dat slechts weinige contractanten daar toe zijn toegetreden. Eene nieuwe regeling (die van 1863, door den Minister van de Putteeveneens bij Kon. besluit vastgesteld) herstelde het fixum, en bevatte vele andere vrijzinnige bepalingen als beperking van de kuituur tot een vijfde der rijstvelden, verzekering aan de bevolking van een beter plantloon, afschaffing van den gedwongen arbeid bij het snijden vervoeren en bewerken van het product. De ontwerper dier regeling vleide zich, dat de groote meerderheid der contractanten daaraan bare goedkeuring zou hechten. Maar ook die hoop werd teleurgesteld. Niet meer dan 30 van de 97 fabriekanten traden toe. De regeling van 1860 had hen opgeofferd aan den Staat, die van 1863 offerde hen op j aan de bevolking. De voormalige suiker-lords geraakten meer en meer in verlegenheid; velen van hen werkten zonder voordeel, enkelen met verlies; dringend wendden zij zich tot de Regering om hulp. Do tijd van de expi- ratieu der contracten naderde; de waarde der onderne mingen verminderde; de productie daalde; de suiker cultuur leed volgens liet, algemcene zeggen aan de tering. Zoo was liet in de laatste zes jaren. Thans wil de keer de Waal een afdoend geneesmiddel toedienen. Zal dit echter kunnen baten? Voor eenige dagen zijn te Londen drie heeren in hechtenis genomen, waarvan er twee in damestoilet waren gekleed. Zij werden door de politie aangehouden, ter wijl zij zich in eene loge in het Strand-theater bevonden, en oogjes en wenken gaven aan heeren die in de stalles waren gezeten. De persoon die het gewaad zijner sekse droeg, beweert volstrekt niet te hebben geweten dat hij met heeren in gezelschap was; de beide prachtig gckleede personen hield hij voor dames uit den demi- monde. De politie heeft een onderzoek ingesteld; maar in plaats van licht te vinden wordt de zaak hoe langer hoe duisterder, en allerlei geruchten zijn nu in omloop. Men verhaalt nu, dat er een dertig- of veertigtal jon gelieden van goeden huize als daines gekleed de schouw burgen bezoeken: dat onlangs een bal in een hotel aan het Strand heeft plaats gehaduit vier en twintig heeren bestaande waarvan de helft als dames waren gekleed. Dit echter schijnt zeker, dat een der twee, die in hechtenis genomen zijn, tot don aanzienlijken stand behoort. Zij ife* ka uiers in de aristocratische Bur ton-street zijn zeer rijk gemeubeld. Tn het armoediger vertrek, waar hij van kleederen plagt te veranderen, vond men 40 japonnen naar de nieuwste mode en van de fijnste stof met kanten en hermelijnen eene me nigte dameshoeden. Voorts een ruimen voorraad van al wat tot een damestoilet behoort; ook onderkloedercn tot in de minste bijzonderheden. In een album waren een aantal 'portretten van jongelieden, die tot den aan zienlijken stand behooren,en slechts twee damesportret ten, namelijk die van de in hechtenis genomenen. Is het waar, dat men hier inderdaad slechts met eene scherts te doen heeft, gelijk deze beweren dan is het een zeer dure scherts. De authenticiteit van de brieven van Flourens is door zijne moeder en zijn broeder erkend. Uit het rapport blijkt verder dat Sauret, Graffier en anderen door Flourens gebezigd werden tot het fabriceeren der b in men. Het regeringsblad behelst tevens een decreet van den 4den Mei waarbij de raadkamers van het Hooge Hof van Justitie worden bijeengeroepen, ten einde de zaak der complotten in behandeling te nemen. Volgens berigten uit Londen, dd. 5 Meiheeft het Frjinsch gezantschap bij het Engelscli ministerie een eisch tot uitlevering van Gustave Flourens, een der uitgeweken redacteurs der Marseillaise, gedaan, waaraan evenwel niet is voldaan. Hij is evenwel dien nacht, niet in zjjne woning wedergekeerd. Volgens den Figaro zou hij Engeland ver laten hebben. Het Parijscb dagblad le Gaulois vermeldt het ge rucht dat Gustave Flourens door eenige vermomde Fran- sche politic-ambtenaren met geweld te Londen zou zijn opgelicht en naar Parijs gevoerd, om aldaar in Mazas te worden opgesloten. 6 Mei. Ballot, de zaak gelastigde van Flourens te Parijs, is gearresteerd aan het station van den Noorder spoorweg, toen hij zich naar Belgie wilde begeven. Vóór eenige dagen is te Marseille op klaarlichten dag, des namiddags tegen 4 uurvlak bij het raadhuis ecu gruwelijke moord gepleegd. De moordenaar, die op een visschersvaartuig diende, vervolgde reeds sedert geruimen tijd eene 17 jarige en zeer schoone visch- verkoopster met zijne liefdesverklaringen, die echter geen gehoor vonden. Vertoornd over de herhaalde af wijzing zijner aanzoeken besloot hij nog eenmaal aan het meisje zijne wenschen en belangen voor te dragen, en voor goed van haar te vernemenof hij al dan niet op haar hart en hare hand mocht liopen. Doch de maagd herhaalde, wat zij al zoo dikwijls had gezegddat zij niet meer vrij was en van zijne aanzoeken verschoond wilde blijven. Bij die woorden vloog de toornige min naar op haar aanen doorboorde haar de borst mot een dolk. Het meisje stortte ter aarde, en was na weinige oogenblikken een lijk. Als een zeer merkwaardige, misschien weêrgalooze bijzon derheid, verdient vermelding, dat in het kanton Schaffhausen in Zwitserland4 dc regering zoo gelukkig is aan den grooleu raad het voorstel le kannen doen, gedurende den tijd voor welken de eerstdaags vast te stellen begrooling van kracht zal zijn geen belastingen te heffen, daar de laatst afgesloten reke ning een zoo ruim batig saldo heeft opgeleverd, dat men hij de burgers niet behoeft aan te kloppen. 23clgiif. JFrsudlrijll. Parijs, 5 Mei. Het Journal Officiel deelt een rappovt mede van den procureur generaal Grandporret, waarin de jongste gebeurtenissen worden uiteengezet. Het rapport toont aan, dat er sinds de maand Julij samenspanningen hebben plaats gehad, met het doel om oproer te stichten en den Keizer te vermoorden. Het verband tusschen het complot van February en het tegenwoordige wordt uiteengezet. De bekentenissen van Beaurie worden ver meld tegelijk met de volgende documenten: 1°. een brief van Flourens aan Baurie waarin gezegd wordt dat hij moet trachten te slagendat hij alleen des avonds of in een rijtuig uit moet gaan en dat hij, nu hij de zaak op zich heeft genomen, haar ten einde moet brengen2°. een brief van Beaurie aan Ballot dd. 28 April, waarin wordt bericht, dat de amputatie den volgenden dag tot eiken prijs plaats zal hebben, wordende daarbij tevens andermaal om geld gevraagd; 3°. een brief van Flourens dd. 29 April aan Ballot, i waarin hem in last wordt gegeven geen geld meer te I geven, omdat de vrienden door geldgebrek gedwongen zullen zijn spoediger handen aan het werk te slaan. De Belgische docter Bergeret deelt het volgende mede in zijn werk over het misbruik van sterke dranken: De dronkenschap is in vele fabrieksteden zoozeer ge woonte geworden en heeft zulke afschuwelijke gevolgen, dat de werkman volkomen onbekwaam is om aan de toekomst te denken. Op den dag, dat het loon betaald wordt, ontvangt hij in eens het geld van zijn week of van zijn veertien dagen. Dan wacht hij zelfs den volgen den dag niet af; als het een Zaturdag is, ijlt hij 's avonds naar de kroegen, hij blijft er den Zondag over, soms zelfs den Maandag. Weidra blijft hem op zijn hoogst nog twee derden of de helft van zijn zuur verdient loon over. Maar een mensch moet toch eten; wat zal er van de vrouw worden gedurende de veertien dagen die volgen? Daar is zij, aan de deur, akelig bleek, snikkende aan hare kinderen gedachtig die om brood roepen. Als de avond valt, ziet men voor de kroegen scharen van deze ongelukkigen zich legeren, die hunne mannen trachten te treffen, of zij hen ook kunnen spreken, of die den dronkaard opwachten om hem staande te houden, als de herbergier hem zal wegjagen of een onbedwing bare behoefte aan slaap hem naar huis zal voeren. Te Sint-Quentin hebben verscheidenen van die tappers een vreemdsoortig medelijden met deze vrouwen gekregen; deze verduurden uren lang konde en regen; zij hebben haar een soort van afdak voor hun huis laten maken; zelfs hebben zij er banken onder geplaatst. Het lokaal, waar die vrouwen kotnen schreijen, maakt voortaan deel van hunne vertrekken uit. Voor eenige dagen greep in een estaininet te Ant werpen het volgende voorval plaats: Een visschersinaat- schappij hield een avondmaaltje ter eere van haren voorzitter, de heer van den Bergh. In het midden van het avondmaal begon de voorzitter eensklaps stuiptrek kend te hoesten zijn aangezigt werd purperrood hij strekte de handen uit en gaf den geest, zonder een woord gesproken te hebben. Er was hem een stuk vleesch in de keel blijven steken dat de verstikking te weeg gebragt had. Tc Luik heeft Vrijdag aan het spoorwegstation eene gobcur- tenis plaatsgehad die eenig in hare soort is. liet spoorwegstation is er toegankelijk voor iedereen. Van die omstandigheid heeft een persoon gebruik gemaakt om zich op liet plankier Ie begeven. Na aldaar een oogenblik rondgewandeld te hebbe n, sprong hij plotse- l ling op een locomotief,die reeds onder stoom gebracht was, 9telde haar in beweging en was in een oogwenk verdwenen. Toen men I van de eerste verbazing bekomen was, bracht men den telegraaf in beweging in de richting van Verviers. De telegram werd daar 1 eerst ontvangen toen de locomotif reeds voorbij was was. Het ant- woord uit Verviers luidde dat de locomotief in hclschc vaart den weg naar Duitschland had genomen. De politie liet een tweede locomotief gereed maken en snelde den onbekende achterna, maar daar hij te veel voor is zal zij hem niet wel inhalen. Heeft hij de loco - i motief, die eene waarde van 40 a 50,000 francs heeft, willen stelen Is het een misdadiger die op deze wijze aan alle vervolging wil trachten te ontsnappen Heeft men niet een waanzinnige te doen Men verdiept zich tc Luik in gissingen. ]NIï»nss»ti*ï<*lit-5 Mei. Door dc politie is een persoon in hechtenis genomen, die gisteren avond, midden op de straat, j een kind van negen jaren gestolen en naar dc omstreken vnn j Sittard gebracht had, waar het door hem voor 5 francs aan steenhouwers was verkocht. Gelukkig heeft iemand uit deze stad het kind ontmoet en aan zijne ouders kunnen teruggeven. Vlissiiigfon 4 Mei. Een vrouw die dezen morgen een emmer vuil water in de kade leegde, bemerkte tot baar niet gerin-

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1870 | | pagina 1