225ste Staals-Lolerij. t^nifu Git de hand te koop, kapitale Prijs van f SOOÜ. K.TJ VOCAAL EN INSTRUMENTAAL Algemeene Armen, Een Korenmolenaarsknecht, Oucli ik wil van mijne eigene bloedverwanten niet spreken, die hebben uwe hulp niet noodig behalve die arme oom Jacob, die al 7.00 lang op een boden-ambtje of zoo iets wacht, en neef Willem, die al jaar en dag eerste luitenant is en dien gij gemakkelijk door een enkel woord te spreken ka pitein kondet maken. Maar uwe eigene familie behandelt gij even eens en dat is schande, daar wil ik maar op neêr komen, daar heb je die lieve Betsy, hoe lang verkeert dat kind al met Eduard, die ul drie jaren surnumerair is en nog niet het minste vooruitzigt van te trou wen heeft. Toen gij minister werdt danste het meisje van vreugd en zeide: nu zal Eduard wel spoedig ontvanger worden, (lij hadt een onlvan- gerspost te begeven en wie kreeg dien De arme Eduard niet, maar een wild vreemd nrens» h Ja, ik heb u dit al duizend maal verweten, dat weet ik wel, maar ik zal het u verw ijten zon lang als ik leef. Mijne kamenier vraagt mij dagelijks om een goed woord bij u te doen voor haar vrijer, die zoo gaarne commies werd, om uw fatsoen op te houden /eg ik maar »ja," want ik wil voor haar niet weten, hoe weinig gij doet voor familie en bekenden en hoeveel voor vreemden, alleen maar om als een onpartijdig minister, als een man zonder eigenbelang bekend te slaan. Doe maar i.iet net of gij slaapt, ik ken die stre ken, het is maar om mij te doen zwijgen, ik weet wel dat ik u verveel, maar mij verveelt het nog meer, wanneer ik dagelijks van andere ministers- vrouwen hooren moet ik zeg van andere u»i- nistersvrouwen, verstaat gij: »Hé, mevrouw, het verwondert mij, dat mijnheer uw echtgenoot zoo weinig voor zijne familie doet, neen, dan is mijn echtgenoot geheel anders, die heeft voor zijne fa milie goed gezorgd, iedereen is geplaatst..." dan sta ik beschaamd, met een mond vol tanden zonder te weten wat te antwoorden i dat 's regt pleizierig, dat 's een pleizier om dul van te worden. Frans is dezen morgen ook bij mij geweest, wat hij doen kwam zal ik u maar niet eens zeggen; want hel helpt toch niet; hij heeft gehoord dat de notarisplaats te M. vakant is, en vraagde mij om uwe iusschenkomst om die plaats te krijgen; hij is al vier jaren candidaat-notaiis en... Doch ik ben wel gek er over te spreken, als Frar.s een vreemde was dan ja maar de arme jonge heeft het ongeluk een neef te zijn van eenen braven door en door eerlijken minister, die niets voor zijne familie doen wil. Maar zeg eens mijnheer, wanneer gij aftreedt, ik wou dat het morgen reeds was, zult gij dan ouk zoo oneigenbelangzuchtig zijn om uw pensioen te weigeren, zult gij dan voor uzelven wezen wat gij thans voor uwe familie zijt... zeg?... Hij slaapt, hij kan nog slapen, een man die zoo met zijne familie handelt... Maar wat kan zoo'n man niet 1. En mevrouw de echtgenoote van den minister volgde het voorbeeld van Zijne Fxellenlie en sliep in.. 9e tweede kamer over het voorstel tot afschaffing van den accijns op de rogge. Het verslag der Tweede Kamer over het voorstel tot afschaffing van het gemaal op de rogge heeft ons zeer weinig bevredigd. Wij vinden daarin noch zoodanige beschouwing, die tot den grond der zaak doordringt, noch eene ontwikkeling van beginselen, die bij belastinghervorming ten grondslag lnliooren te leggen. Wij hebben uit het geheele stuk niets nieuws geleerd. Wij vonden er niets in terng, dan lang bekende gemeenplaatsen, die elders reeds even gued, zoo niet beter, zijn gezegd. Dit neemt niet weg, dat wij ons met de eind conclusie, zoo als die in den geest der meerderheid schijnt te liggen, zeer goed vereenigen kunnen. Zij komt hierop neder, dat eene afschaffing van den accijns op de rogge, slechts dan als eene wen- schelijke zaak kan worden beschouwd, wanneer de geheele belasting op het gemaal kan worden af geschaft, en daarvoor ten doele iets anders kan worden in de plaats gesteld; zoodanig, dat met de belasting, tevens alle die formaliteiten komen te vervallen, welke haar zoo dmkkeude maken. Inderdaad, het is bij don accijns op de rogge geenszins het bedrag der belasting zelve, welke het drukkendst is. Gemiddeld betaalt men '/j cent per Ned. pond roggebrood, en die opheffing zal waarlijk geene zoo merkbare verligting aanbrengen vooral niet bij de bestaande hooge graanpiij/en, dat dit als eene wezenlijke hulp vo->r de arbeidende klasse kan worden beschouwd. Alleen dan, als ieder vrij is zijn graan te malen, zoo als hij verkiest; als hij geene uren, soms halve d.ig'm, behoeft te verzuimen, om eene geringe hoeveelheid graan in meel veranderd te krijgen; als al die belemmeringen en confiscaliën en bekeuringen kunnen worden afgeschaft, zal aan de bewoners van het platte land eene weldaad zijn bewezen. Wij zeggen: aan de bewoners van het platte land, want wij vreezen. dat de meeste groote gemeenten wel verpligt zullen zijn, om eene eigen belasting op het gemaal iu de plaats te stellen voor de hooge opcenten, die zij nu doorgaans heffen. Maar in de steden, men moet het toegeven, is de belasting van hel gemaal minder hinderlijk dan voor het platte land, dewijl de last der formaliteiten daar voornamelijk op de bakkers en molenaars neder- kn'iit, en over grootere hoeveelheden wordt omge slagen, en zich voor de meeste verbruikers alleen openbaart in den hongeren prijs van het brood. Wel is waar, l akken in de steden vele ingezetenen ook we! hun eigen brood, of maken zij dat althans voor den oven gereed, maar zelden van eigen graan, zij koopen het meel. Kan dus aan het platte land de groote dienst niet worden bewezen, dat, door eene geheele op heffing der wet op het gemaal, alle bezwarende formaliteiten komen te vei vallen, dan zou de af schaffing van den accijns op de rogge alleen dit gevolg kunnen hebben, dat het roggebrood per Ned. pond een halve cent goedkooper werd. Blijft toch de accijns op de tai we bestaan, dan zal men niet alleen de formaliteiten voor de r« gge niet kunnen ontberen, maar die zelfs nog moeten veisterken. Nu achten wij het geenszins eene onverschillige zaak, dat het roggebrood eene halve cent in prijs dale. Wij hebben de nuchtere werkelijkheid te goed leuren kennen, om niet te welen, data<de daglooncr. die epn thijk. gezin te onderhouden hoeft, er wel degelijk op ziet of zijn brood eene halve cent per pond duurder of goedkooper is. Zoo hij drie pond per dag behoeft, is dit 11 /2 cents per flag en per week minstens 10 cent en per jaar iets dat hem niet onverschillig is. Maar wij willen doen opmerken, dat de accijns op de rogge is eene louter consumtive belasting met andere woorden, dat alleen de consuuitie, en in geenen deele de productie er door wordt ge in ff-n. De accijns op de tarwe verkeert eeniger- male in een ander geval. Die accijns belet, de productie van goed meel, dat voor den uitvoer en het scheepsgebruik dienstig is, of belemmert die althans grootendeels. Maar voor zooveel de rogge aangaat, tift liet gemaal alteen de consunitie. Er zal geen korrel rogge minder geproduceerd worden, en geen korrel minder vermalen worden, of de belasting blijft of afgeschaft wordt. Het eeoige wat men zou kunnen aannemen is dit, dat welligt de consnmtie wat ruimer zou worden. Op zich zelve eene wenschelijke zaak, daar het zou getuigen van eene ruimere voeding. Maar er wordt daardoor geene gelegenheid opengesteld tot het scheppen van nieuwe waarden, van nieuwe rijkdommen. Alleen de consunitie wordt iets gemakkelijker gemaakt. Geheel anders is het echter met de belasting op de brandstoffen. Deze is slechts voor een gering deel een consumtief belastingmiddel voor liet grootste deel drukt zij op de productie. In de eerste plaats op de productie van de brandstof zelve, leder, die met onze veenderijen bekend is, weet, hoe vooral de kleine veenboeren en de irreguliere veenderijen belemmerd worden, die voordeelen af te werpen, waai toe zij bij vrij heid van beweging in slaat zouden zijn. De pro ductie van de grondstof zelve wordt tegengehouden; de arbeid wordt gekortwiekt in zijne pogingen en de vruchten van dien arbeid bekrompen. Maar vooral bet product zelf, de brandstof, waarop de accijns onmiddelijk drukt, is niet een voorwerp van consnmtie al leun integendeel. De brandstof dient als middel om duizenderlei voorwerpen te produceren. De brandstof wordt in duizenderlei vormen herschapen, om als nieuwe waarden, als nieuwe rijkdom voort te bestaan. Er is geen zoo algemeen middel van productie als juist de brand stof, vooral in onzen lijd en de belasting van dit middel, is eene groote hinderpaal voor alle pro ductie. Wel is waar wordt aan de groote fabrijken vrijdom van dien accijns verleend. Maar juist dit is eene nieuwe bron van tegenspoed voor liet producerend vermogen der natie. Immers, om van den schandelijken smokkelhandel te zwijgen die er hut gevolg van is, is dit niet anders dan iiei geven van eene premie aan den grooten fabrijkant, aan de vereenigiogen van groote kapitalen, ten nadeele van den kleinen industrieel, van den arbeid zon der of met weinig kapitaal. De strekking behoorde juist omgekeerd te zijn. Zoo ooit bescherming of privilegie te pas kon komen, men behoorde juisl bedacht Ie zijn, om den arbeid tegen het kapitaal te ondersteunen om den kleinen industrieel tegen den grooten of tegen vereenigingen van kapitalen, die uit den aard der zaak reeds zoo vele voor deelen genieten, te hulp te komen. Orn die redenen lacht ons eene afschaffing van den accijns op de brandstollen zoo bij/onder toe?, dewijl daaidoor zoowel de consunitie van eene zaak, die toch ook tot de algemeene levensbe hoeften behoort, dodelijk en belangrijk wordt ver ligt, als dewijl daaidoor het prudnetief vermogen der naii" vaii eene groote belemmering wordt be- Viijd. Wie kan berekenen, hoeveel productie er wordt tegengehouden door den accijns op Ituf en steenkool Wie kan berekenen, niet hoeveel waarde het nationaal vermogen jaarlijks zal worden ver meerderd als die belemmering ophoudt? Hoeveel arbeid zal worden vrijgemaakt om in den vorm van ecnig product als blijvende waarde herschapen te worden En men bedenke naarmate een volk producteit, naar diezelfde mate kan het ook consumeren. IITCKBSOITDBITB STTTZZ31T. Dankbetuiging. Die in dit streng jaargetijde zich niet verlustigt in alle vermaken der wereld zoo als de meeste van den gegoedden stand doen en zich niet bekom merende over de ellende hunner natuurgenooten smaakt dikwijls meer vrede in zijn hart, door wel te doen, dan anderen d»or vermaken, die als rook verdwijnen en vergeten worden in weinige uren. Zoo heeft een edele menschenvriend genoegen ge vonden, om zijne verarmde medereizigers te O s- terland te gedenken en hen te hulp te komen in dezen hangen winter, zoo door deksel, als anderzins. Tot or.a leedwezen kunnen wij dien edelen men- schenvriend niet mondeling onzen dank betuigen, daar hij niet, zoo als du geveinsden, op straat uittrompette: dit heb ik gegeven of dit heb ik gedaan. Neen, hij is voor ons verborgen, want de heeren die met de uitdeeling belast waren zijn strengelijk verboden, dien weldoener bekend te maken. Daarom gevoelen wij ons verpligt, hem of hatirdoor middel van den Nieuwsbode, onzen harlelijken dank toe te brengen voor de vele wel daden, die wij ontvangen hebben. Dat dan ook hij of zij de belooning inoge genieten, hier in den lijd, alsook in de eeuwigheid, is de wensch van etnige Oosterlanders. Men meldt in de Zierikzeesche Courant als een voorbeeld van het ongerijindste geloof aan ver dichtselen en sprookjes dat men tegenwoordig malkander overal tracht wijs te maken, dal Prins MenzikofT, die thans in de Krim het opperbevel voert over het Russische leger, niemand anders is, dan onze voormalige beminde Koning Willem II. Ik wil over dat sprookje niet uitweiden en begrijp ook niet, waartoe het dienen of nuttig wezen kan, die snaar, vooral in dit tijdsgewricht, op nieuw te roeren. Alleenlijk wil ik niet een enkel woord opmerken, dat de gedragingen der betrekkingen van genoemden doorluchtigcn over ledene gezegd worden niet weinig aanleiding gegeven te hebben tol verdichtselen van dien aard. Ik althans heb du mededeeling erlangd van een ooggetuige, die verklaarde, op vertoon van een toegangbiljet, ter zaal ingeleid geworden te zijn, alwaar, naar vorstelijke gewoonte, het lijk des ontslapenen op een paradebed zou moeten neergelegd zijn. Doch hij vond zich hierin deerlijk te leur gesteld, daar hij niets anders te bezigtigen vond, dan eene kist met zilveren handvaten, bedekt met de koninglijke insigniën. Eu op de betuiging, dat zulks hem bevreemdde, kreeg hij tot antwoord, dat de overledene bij testament bevolen had, dat zijn lijk even min zou gebalsemd, als voor het volk ten toon gesteld worden. Dit stond hem ongetwijfeld vrij, maar toch rijst daarbij onwillekeurig de vraag: waarom in dezen 7.00 afwijkend gehandeld van de gebruikelijke wijze der vorsten? waarmede men dan tevens onwille keurig in verband brengt zijn haastige dood en hel den volke weinig bevredigd hebbende ziekte en sterft)liIlel indoor den arts, die den zoo be minden Koning bijstond. Indien daaruit nu het ongerijmd denkbeeld is ontstaan, dat de ten toon gestelde kist wel eens geen lijk kon bevatten, bij wien dan ligt de schuld daarvan? Is het niet bij de genen, die eene kist plaatsten, zonder er den inhoud van te kunnen aanschouwen? Althans zoo veel is, volgens den berigtgever, zeker, dat noch hij, noch de Heer Hofman, Burgemeester van Rotterdam, die met hem te gelijk nevens vele anderen in de zaal was, kan bevestigen, dat er een lijk in de kist gelegen heeft, die ten toon gesteld is. Hieruit volgt, dat sprookjes van dat soort niet altijd in derzelver oorsprong uit de lucht gegre pen zijn, en dat het mitsdien verstandiger ware geweest, geen kist ter be/igtiging gesteld te heb ben, dan een beslotene, te meer, dewijl het wei» nig tot bezoek ter rouwzaal kon uitlokken, als men vouraf geweten had, dat men slechts eene geslo- tene kist zou kunnen nezigtigen. Andere bijdenkbeelden die lot dat sprookje betrek king hebben en hetzelve aanmei kei ijk kunnen vergoelijken, deel ik wel eens nader mede. m ^itrgtTUjlW gebokkn: 9 Jan. Eon zoon van M. Landman en J. de Rijke. 10 dito. t en zoon van I). van der Kreke en C. Kloole. 13 dilo. Eene dochter van J. Olrce en E. Koole. 14 dilo. Eene dochter van J. de Graaf en 'I'. F. Wisse Eene dochter van M. Paase en F. Pie- Ier.se. 13 dito. Een zoon van L. van Sas en M. Versteeg. Een zoon van J. de Jonge en L. Chrislalijn. Eene dochter van F. Erinen en M. Plaum. 18 dito. Twee dochters van J, Olrec en J. van den Berge. 19 dito. Eene dochter van J. Parel en N. Cappelle. 23 dilo. Een zoon van A. de Vos en J. Paret. 23 dito. Eene dochter van J. Vogel, en C. Reijngoud. Eene dochter van J. Hogerheijde en P. Beirevoeds. - 27 dito. Een zoen van Jh. R. Schuurbeque Boeije en P. M. J. van Weel. 29 dito. Eeu zoon van K. Mallander en D. vau Noordwijk. gehuwd: 9 Jan, A. J. van Hoven en E. de Bie. 17 dito. W. van Oorschot en E. J, Douw. overleden: 27 Dec. A. Bom, oud 42 jaren, (Ie Norg.) li JtI J. van den Boom, oud 46 jaren, echtgenoot van B. Neuren. R. vau Nieuwennuijscu oud 49 jaar, ecliiT noot van A. Fonse. M. Beihhoudt oud 21 maandl zoon. 12 dito. M. van Zaaien, oud 6 jaar, zoon. I J. M. Botvlict, oud 3 jaar zoon. 13 dito. S. LelsJ oud 72 jaar wed, van C. Kloppenburg. J. vau KeJ pen, oud 42 jaar, echtgenoot van II. van Delsen, 13 dito. J. J. van Wildermesch, oud 20 maanden zooj 16 dito. N. Telle, oud 79 jaar, wed. van J. Jaua ADVEIITE\T1E\. Ondertrouwd: C. J. V ERMDNT en Zierik/f.r P. FORMENO IJ. 26 Jdiiuarij 1855. Dienende deze lot algemeene kennispV ving aan Vrienden en Bekenden2(1 binnen als buiten de Stad. Ondertrouwd MlDDELRl'RR, 31 Jjnuarij 1855. B. JOPPE en C. L. van de KREKE. I Heden beviel voorspoedig van een well geschapen Zoon, A. P. KRUIJ8SEEchtgenoot van zierikzer. A. AUGUSTIJN. 31 January 1855. Het is lelangslellii ils eene gi ,an het Min liet zonder [clukkige t laneen Min liet gering [ukkige er Bij L. BANNET, geadmitteerd Debitanlpcrk werd Ie Ellewoutsdijlcis, onder de Handt«ke.lnMeloOze I I D DT'UCDI) i.. .4.1 Een Zceuwsch SFËELW A.| E N T «I E 9 van binnen uitgema- IjTtrast, alsmede eene solide ligte ClIAR a It A i\ C le bevragen in het Hof van Hol land te TholenBrieven franco. ling van J. P. BURGER le Goesin de .IRC hand vele j vierde klasse, op IVo. GETROKKEN del 0 Bi| denzeive zijn nog le bekomen lieele enIscliatkist z< Gedeelten van Loten. ^et b jna verloor 9e pillen van Hollowaygebruike men voor|0Q onregü zinkingen jigt en aangezigtspiju enz. Mejufvrouw Harriet! O'Donnel grondeigenaresse te Plymouth, inde UniestraatlflRoGrCl CI1 aldaar woonachtig, verklaart in eeneu brief aan den professor! foiTlHll 161*61 Holloway, gedagteekend 10 November 1S52 dat zij sedert» «iin vijf jaren onderhevig was aan menigvuldige aanvallen vanl J aangezigtspiju en zinkingen: de verschillende gebezigde] OoK. middelen waren zonder gevolg gebleven. Haar gestel I JanivstclliOj werd daar door ondermijnd, en zij was eindelijk builen*I gewoon verzwakt. In deze bekiagenswaardigen toestandliVnOlSlCl werd baar aangeraden, de pillen vau Holloway te gebrui-jUcrW-ACht ken, en nadat zij eeuigcn tijd daarin volhard had, ver-I ^yanl ZOO minderde hare smarten allengs en eindelijk was zij geheel1 hersteld. ldi0H YJUl Door het vermeerderd Debiet zijn de op nieuw j V00Ï* tic HO verminderde PRIJZEN nu de volgende: Itoch OrltGO Doosjes Pillen van ƒ0,80 ƒ1,83 ƒ3.00 6,75 /I3.80f20,551 ce wi<ni,T' Potjes Zalf van - 0,80- 1,85-3,00-7,30- 13,83- 20,90 ^elan^en Zijn op franco aanvrage ti Comptant te bekomen bijl -.P den heer B. van ASPEREN VERVENNE te GoesI MaVinC J. .STRAATMAN, Hoofd-depólhouder te's Hertogeu- bosch, alsmede te Londen. Strand 244. Holloway's Etablissementen te Neiv-ITork80 Maiden-Lane< en d e» hm z je 3e&. rwc TEN BEHOEVE DER TE ZIER1KZEE. door de Zangvereentging OEFENING EN UITSPANNING op T rij dag den 9 Februurij 1855, ten liui/e van Mejnfvrouw de Wed. J. SWARTS. Aanvang des avonds ten T ure precies. Entree 99'/2 cents per persoon. De Toegang /al ten 6 ure geopend zijn, terwijl op den dag der uitvoering plaatsen zijn le bespreken van des morgens 9 lire tol des middags 1 ure tegen betaling van 10 cents per plaats. De Tekstboekjes van DER OSTERMOR- GEN rijn te vei krijgen bij den Boekhandelaar QUANJER. Prijs 25 cents, len behoeve der Armen. De Inteekenlijst gaat rond aan de huiren der Ingezetenen, lerwijl aan de Inteekenaren het regt wordt toegekend de algemeene IlepetHie op Donderdag avond, 8 Februari} e.k., bij le wonen, tegen betaling van 50 cenls per persoon, mede len behoeve der Armen. die zijn Werk goed verslaat, benoodigd bij ADRI- AAN GELUK te Scherpenisse. Brieven franco. TE ZIERIKZEE, TER DRUKKERIJ VAN P. de LOOZE als Iiggeib middel d grootste t vaart eu handel en en aanget De en vestigd, (1 schapen al soldatensl uit derzei baukelijkl is zoo dii minste z verwekt. delen en te talen inziglen, kunnen, De Nt zoo hoog wordt ao echter d besef, da te bcscln aanval t boven t eenmaal wetten, gen voor den sold Geheel den zect een lani AggfigWÊtÊtl

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Nieuwsbode | 1855 | | pagina 2