Joris Schouten: "Loonwerkbedrijven moeten het beter doen dan de boeren zelf' Nieuwe huisvesting Stichting Agrarische Fondsen Landbouwkundig onderzoek behoeft aanpassing Schelhaas: "EG-opkoopregeling melk doet geen recht aan specialisatiebeginsel" Fosforverteerbaarheid beste methode bepalen waarde voederfosfaten in varkensvoeding Bond landpachters en Hypotheek Boeren bepleit lastenverlichting Frans Wilbers verlaat in 1987 Stichting Public Relations Land- en Tuinbouw GS: Fort Kruisdijk reservaat "Het landbouw onderzoeksmo del heeft behoorlijk gewerkt, tot nu toe. Een aantal onderdelen behoeven aanpassing vanwege de veranderingen in de struktuur van de landbouwproduktie, de opkomst van de agri-business, de introduktie van generieke tech nologieën als biotechnologie en informatika, de noodzaak tot geïntegreerde aanpak van na tuur-, milieu- en landbouwpro blemen... allemaal aspekten die te maken hebben met het veran derende karakter van de land bouw". Aldus mevr. dr. A.D. Wolff, plaatsvervangend Direk- teur-Generaal van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschap pen op een symposium ter gele genheid van het afscheid van prof. dr. ir. D. de Zeeuw als di- rekteur landbouwkundig onder zoek. De Zeeuw op het sympo sium: "Het beleid in deze vraagt om het doorbreken van starre strukturen, het overschrijden van sektor- en departementsgren- zen". Het onderzoek zal zich dan moeten richten op een landbouw met bredere doelstellingen. Naast de steeds efficiëntere produktie van voedsel, grondstoffen en siergewassen gaat het nu ook om vraagstukken van verantwoorde landinrichting, natuur- en land schapsbehoud en zuinigheid met grondstoffen en energie. Er zijn voor de agrarische loonwerkbedrijven goede toekomstkansen, mits zij kwalitatief goed werk blijven leveren en het beter doen dan de boeren zelf. Veranderende omstandigheden zullen ook de loonwerkers konfronteren met voortdurende vernieuwingen en innovatie, waarbij een verdergaande samenwerking tussen agrariërs en loonwerkers noodzakelijk is. Dit toekomstbeeld schetste voorzitter drs. J.J. Schouten van het Landbouwschap op dinsdag 19 november jl. in Bilt- hoven, waar de afdeling landbouwambachten van het Landbouwschap voor de honderdste keer vergaderde. De afdeling Landbouwambachten, waarin samenwerken de partikuliere loonbedrijven (BOVAL), de koöpe- ratieve loonwerkers (FLEC), de landbouw- en agrarische werkne mersorganisaties, biedt volgens Schouten een goed platform voor een bezinning op de toekomst en het gezamenlijk inspelen op veranderin gen en aanpassingen op de agrari sche bedrijven. Hij sloot niet uit dat de grotere agrarische bedrijven, die nu naar verhouding wat minder een beroep doen op de loonwerkers, in de toekomst wellicht genoodzaakt zijn deze dienstverlenende bedrijven meer in te schakelen door enerzijds kostenverlaging en anderzijds de opkomst van nieuwe teelten. Smalle marges De heer ir. A.J. Riemens, adjunkt- direkteur direktie Akkerbouw en Tuinbouw van het ministerie van Landbouw en Visserij zei te ver wachten dat de primaire land- en tuinbouw door de aanpassingen van het EG-landbouwbeleid smallere marges staan te wachten. Op korte termijn verwacht hij druk op de in komens. Dit, gevoegd bij een groei end kostenbewustzijn, meer druk op de arbeidsmarkt en minder op de bedrijfsopvolging, zou ertoe kunnen leiden dat het loonwerkaandeel op de agrarische bedrijven terugloopt, aldus Riemens. Hij zei toekomstige mogelijkheden voor het loonbedrijf te zien in een verdergaande bewer king van het agrarische produkt op de individuele bedrijven. Tenslotte pleitte hij voor een verbeterde relatie tussen de loonwerkers en de voor lichting. De loonwerksektor maakte geen optimaal gebruik van de moge lijkheden. In de praktijk zal het veelal gaan om de regionale invul ling van groeps- en massavoorlich ting. "Het initiatief zal met name bij u moeten liggen, door zelf kontakten te zoeken en deel te nemen aan kur- sussen en vooriichtingsaktiviteiten", aldus Riemens. Bodemverdichting Enkele aspekten van het landbouw kundig onderzoek in relatie tot de mechanisatie van het loonbedrijf werden belicht door de heer ir. A. Nagting, direkteur van het Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Ge bouwen (IMAG). Zijn instituut werkt samen met andere onderzoe kinstituten aan een proef naar de aard, de gevolgen en de mogelijke oplossingen van bodemverdichting. Het verlies in produktiekapaciteit kan erdoor in vergelijking met on bereden land oplopen van 7 tot 20%. Hagting liet zich pessimistisch uit over de mogelijkheden van het on derzoek om het mestoverschot aan te pakken. Met de kalvermest ziet hij enige mogelijkheden, maar oplossing voor het mestoverschot op individue le boerenbedrijven zien de IMAG- onderzoekers vooralsnog niet zitten. Een centrale aanpak zal nodig zijn. De onderzoekers hebben te weinig tijd gehad om het mestprobleem aan te pakken, ze zijn te laat ingeschakeld en daardoor te laat begonnen met dat onderzoek en er is bovendien te wei nig geld ten behoeve van dat onder zoek beschikbaar, aldus de klacht van de IMAG-direkteur, die stelde dat ook de politiek zich lange tijd niet voor het onderwerp heeft geïnteres seerd. In zijn openingstoespraak bij de openbare bestuursvergadering 20 november jl. heeft de voorzitter van het Produktschap voor Zuivel drs. H. Schelhaas naast instemming ook woorden van kritiek laten horen over de EG-opkoopregeling voor melk. Positief is dat de vergoedingen wat hoger zijn dan de Nederlandse maar ernstige bedenkingen voert hij aan tegen het feit dat per land maximaal 3% uit de produktie mag worden ge nomen. "Er zou ijiijns inziens niets op tegen zijn als in het ene land on der deze regeling meer dan 3% van het nationale quotum zou worden opgekocht en in het andere minder. Door een dergelijke aanpak wordt het specialisatiebeginsel immers be vorderd en ze zou meer in overeen stemming zijn met de Europese principes". De heer Schelhaas deelde voorts mee dat de export van kaas zich positief blijft ontwikkelen. Het grootste deel van de stijging (de eer ste 9 maanden van dit jaar 4,6%), komt op rekening van de nieuwe kaassoort Maasdammer. Overigens zijn de opbrengstprijzen van kaas teleurstellend. Ze had dit jaar ca. 0,08 per kg hoger moeten zijn. Wil de afzet en het verbruik blijven groeien dan is produktiever- nieuwing een absolute vereiste, aldus de heer Schelhaas. De fosforverteerbaarheid lijkt de beste methode voor het bepalen van de waarde van voederfosfaten in de varkensvoeding. Tot deze konklusie komt het IVVO op grond van een ei gen proef en een uitgebreid litera tuuronderzoek. De resultaten zijn neergelegd in een onlangs verschenen Rapport IVVO no. 169. Naar Aanleiding tot het opstellen van deze proef en het verrichten van literatuuronderzoek was in de eerste plaats de onduidelijkheid die er bes taat over de geschiktheid van de di verse fosforbronnen. De proef is dan ook opgezet met deze verschillende fosforbronnen waarbij de beschik baarheid van een aantal anorgani sche fosforbronnen met behulp van diverse meetmethodieken is bepaald. In de met ruim tweehonderd pasge- speende biggen uitgevoerde proef bleek de P-verteerbaarheid de beste parameter te zijn voor het vaststellen van de waarde van een fosforbron bij varkens. Deze methode is bovendien vrij goed en gemakkelijk uit te voe ren. Verder bleek dat in deze proef de monocalciumfosfaten beter ver teerbaar waren dan de geteste dical- ciumfosfaat. toont de grote De literatuurstudie verscheidenheid aan parameters waarmee de beschikbaarheid van fosfor in veevoeders wordt bepaald. Groei en voederkonversie zijn hier voor geen geschikte parameters. Ook de in-vitromethoden lijken tot nu toe niet veelbelovend te zijn. Bloedpa- rameters daarentegen verdienen meer aandacht. Dit rapport kan worden besteld door overmaking van 12,50 op: postgiro 668470 van het IVVO, Postbus 160, 8200 AD Lelystad onder vermelding van "zend mij Rapport IVVO no. 169". Begin 1986 buigt de Vaste Commis sie voor Financiën van de Tweede Kamer zich over het kamerstuk, handelend over de "Uitbreiding van de ondernemingsvrijstelling in de vermogensbelasting". Gelijktijdig wordt ook behandeld het kamerstuk dat gaat over "verlaging van het ta rief van de vennootschapsbelasting tot 42 percent en in verband daarmee verhoging van de zelfstandigenaftrek in de vennootschapsbelasting". Vooral met betrekking tot het eerst genoemde kamerstuk heeft de Bond van Landpachters en Hypotheek Boeren de Vaste Commissie er met nadruk op gewezen dat "grond en gebouwen, bestemd voor de primaire agrarische produktie, vrijgesteld die nen te worden van vermogensbelas ting". De BLHB pleit verder voor diverse verruimingen in het wetsont werp, betrekking hebbende op het ondernemersvermogen. Het verdient volgens gedeputeerde staten van Zeeland aanbeveling na te gaan of voor Fort Kruisdijk (in de gemeente Sluis) een met een be schermd natuurmonument vergelijk bare bescherming kan worden bereikt door het gebied in het kader van de Relatienota de status van reservaats- gebied te geven. Minister van Landbouw en Visserij, de heer ir. G.J.M. Braks, heeft woensdag 20 november de officiële opening verricht van de nieuwe huisvesting van de Stich ting Agrarische Sociale Fondsen aan de Scheveningseweg 54 te Den Haag. Na zijn openingsspeech reed de minister een kruiwagen beladen met agrarische produkten de ontvangstruimte binnen. Op bijgaande foto ziet U dit moment in beeld. (Foto A b Westerbeek). De heer Frans A.M. Wilbers, vanaf de oprichting op 1 januari 1964 di rekteur van de Stichting Public Re lations Land- en Tuinbouw in Den Haag, heeft het voornemen kenbaar gemaakt om over ruim een jaar, na melijk per 1 januari 1987, gebruik te maken van de mogelijkheid tot ver vroegde uittreding. Het bestuur van de Stichting heeft met ingang van 1 januari 1987 tot zijn opvolger benoemd de heer Bert Stoutmeijer (35). De heer Stout- meijer, begonnen in de dagbladjour nalistiek, is bijna tien jaar bij de Stichting Public Relations Land- en Tuinbouw werkzaam. De Stichting, waarin wordt samen gewerkt door vrijwel geheel agra risch Nederland, is o.m. uitgeefster van de tijdschriften 19NU en Het Kleine Loo. De nieuwe direkteur Bert Stoutmeijer. In mei van dit jaar heeft de minister van Landbouw en Visserij een be schikking aan het provinciaal bes tuur gezonden waarin hij de aanwij zing van Fort Kruisdijk als be schermd natuurmonument in over weging nam. De met de aanwijzing verbonden rechtsgevolgen zijn op dat moment in werking getreden. Inhoudelijk vinden gs het voorne men van de minister geheel correct. De voor de betrokken eigenaren en gebruiker nadelige gevolgen van de aanwijzing hebben gs tot hun ver zoek aan de minister gebracht. Ook speelde voor gs een rol dat de eige naren en gebruiker bereid zijn met het Bureau Beheer Landbouwgron den een o\^reenkomst te sluiten om de natuurwetenschappelijke waar den in het gebied veilig te stellen. Uit natuurwetenschappelijk oogpunt is het gebied vooral van belang door het voorkomen van de boomkikker. 4 Vrijdag 29 november 1985

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1985 | | pagina 4