Stikstofbemesting van kleine gewassen op basis van N-mineraal onderzoek Landbouwschap: Landbouw moet teveel wijken in struktuurschema voor natuur en landschap AKTIE ZUIDWEST KLEINE GEWASSEN korte wenken akkerbouw korte wenken veehouderij Termijn aanvraag vergunning uitzetten fazanten vervroegd In tegenstelling tot de landelijke stikstofbemestings-richtlijnen voor de granen, aardappelen (Bintje) en suikerbieten zijn van andere gewassen veelal onvol doende onderzoekresultaten be kend om op basis van N-mineraal onderzoek een betrouwbare stik stofrichtlijn te kunnen aanbieden. Toch treft u hierna een lijst aan met stikstofbemestings-richtlij nen, waarbij in meer of mindere mate op de betrouwbaarheid is toegegeven. De stikstof uit in het najaar toege diende mest is soms voor een klein deel terug te vinden in de uitslag van het N-mineraal onderzoek. Een ge deelte van de stikstof komt echter in de loop van het groeiseizoen ter be schikking van de plant. Voor sommige gewassen (b.v. witlof) kan dit konsekwenties hebben i.v.m. de kwaliteit. Ook uit groenbemes- ters, ondergeploegd bietenblad komt nog stikstof ter beschikking. Daar entegen moet per 1000 kg onderge ploegd stro 7 kg N ekstra toege diend worden om stikstoftekort te voorkomen. Voor alle hier vermelde gewassen kan een bemonsteringsdiepte worden aangehouden van 60 cm. m.u.v. graszaad met 90 cm, karwij en kool zaad met 100 cm. Globale richtlijnen 1Blauwmaanzaad le.N-gift 140 kg N - N bodem, 2e N-gift 40 kg N bij het verschij nen van de eerste knoppen. 2. Bruine bonen N-gift 165 kg N - N bodem. Bij hogere giften neemt het oogstri- siko toe. 3. Konservendoperwten, droge erw ten Geen N-gift, behalve: bij slechte struktuur of bij vroege, weinig loof vormende rassen: N- gift: 40-60 kg N; - bij een slecht wortelstelsel is een ureumbespuiting bij de bloei te overwegen (maks. 50 kg ureum op 600 liter water). Opm.: Najaarstoediening van dier lijke mest lijkt het wortelknolaantal en -aktiviteit te verhogen. 4. Graszaad - bron: P.A.G.V., w.o. proeven op proefboerderij "Rust- hoeve" 6. Knolselderij N-gift 220 kg N - N bodem. Ook kan deling van de N-gift als systeem gekozen worden: le N-gift: 160 kg N - N bodem; 2e N-gift: 60 kg N eind augustus, begin september. Bij najaarstoediening van dierlijke mest behoeft niet op de stikstofgift te worden bezuinigd. Ook zijn voorals nog geen bewaarproblemen bekend. 7. Koolzaad Najaarsbemesting: N-gift: ca. 45 kg N. Voorjaarsbemesting: N-gift: 230 kg N - N bodem. De voorjaarsgift dient zo vroeg mo gelijk te worden toegediend. 8. Mais Snijmais N-gift 250 kg N - N bodem, waarvan 80 kg N minimaal in kunst- mestvorm. Bij rijenbemesting maks. 30 kg N per ha. Korrelmais N-gift 220 kg N - N bodem, waarvan 80 kg N minimaal in kunst- mestvorm. 9. Spinazie Voorjaarsspinazie (zaaitijd tot 15 ju li) N-gift 250 (zand) tot 300 (klei) kg N - N bodem. Najaarsspinazie (zaaitijd na 15 juli) N-gift 225 (klei) kg N - N bodem. 10. Stamslabonen Als hoofdteelt (zonder voorgewas): le N-gift 170 kg N - N bodem; 2e N-gift 40 kg N. 11. Teunisbloem Uit de schaarse gegevens blijkt, dat ongeacht de bodemvoorraad een startgift gewenst is van ca. 30 kg N. Als zich na het zaaien struktuurpro- blemen voordoen, dan is een aanvul lende N-gift van ca. 30 kg N per ha op zijn plaats (ca. mei/juni). 12. Tuinbonen Geen N-gift nodig. Laat de struktuur van de grond ech ter te wensen over, dan kan een N- gift van ca. 40-60 kg N uitkomst bie den. 13. Uien a. Zaaiuien N-gift 180 kg N - N bodem. Max. gift: 150 kg N. Bij hoge giften kan een deling raad zaam zijn: le gift: x N-gift; 2e gift: V6 x N-gift (bij gewaslengte van 5-10 cm). b. Plantuien 2e jaars N-gift 200 kg N - N bodem. Maks.gift van 170 kg N. soort graszaad inzaai onder dekvrucbt N-gift in kg/ha tijdstip voor- jaarsbemesting herfst voorjaar - Engels raaigras - diploids rassen ca 30 45X) 170 - 0,5x N boden3 2e helft februari - Veldbeendgras 60 130 - 0,5x N boden le helft februari - Roodzwenkgras (gewoon en fijne uitlopers) 30-602) 90 - 05x N boden le helft februari Opm.: 1Een herfstbemesting is zinvol, indien het gewas onvoldoende ontwikkeld onder een graandekvrucht vandaan komt of uit oogpunt van opbrengst zekerheid. 2. Roodzwenkgras met forse uitlopers in de herfst niet zwaarder bemesten, dan met max. 30 a 45 kg N/ha. 3. - Bij open land inzaai vanaf oktober dient de voorjaarsbemesting ca. 40 kg N lager te zijn. - Bij N-giften boven ca. 110 kg N is een deling gewenst: b.v. vroeg en 14 dagen lager 16 x N-gift. Gezien de verschillen tussen de ras sen (o.a. in ontwikkeling) kan het gewenst zijn om de stikstof in overleg met de teeltvertegenwoordiger van de kontrakterende firma vast te stel len. 5. Karwij N-gift: 150 kg N - N bodem. Let wel: Na het ruimen van de dek- vrucht is een stikstofgift gewenst van 40 kg N na konservenerwten en van 80 kg N na wintertarwe. Vrijdag 22 februari 1985 c. Japanse winteruien N-gift 210 kg N - N bodem. Maks.gift: l80kgN. 14. Vlas N-gift (rassen: Hera, Ariane, Regina en Saskia) 65 kg N - N bodem. N-giftrassen: Natasja, Belinka) 75 kg N - N bodem. Bij meer dan 100 kg N bodemvoorraad moet de teelt van vlas worden ontraden. 15 Witlof a. Bodemvoorraad stikstof: 0-40 kg N Bemesting afhankelijk van de stand van het gewas tot 40 kg N. Eventueel een tweede gift in dezelfde orde van grootte. Beide giften niet later dan 15 augustus. b. Bodemvoorraad stikstof: 40-80 kg N Bemesting: weinig of niets. Opmerking: Witlofwortelen onder a. en b. zijn geschikt voor de latere trekperioden. c. Bodemvoorraad stikstof: 80-150 kg N Bemesting: 0 kg N. Wortelen meestal alleen geschikt voor de vroege trek tot januari. d. Bodemvoorraad stikstof: meer dan 150 kg N. Teelt van witlofwortelen moet ontraden worden. 16. Wortelen Waspeen N-gift 80 kg N - N bodem. Winterwortelen N-gift 100 kg N - N bodem. Bij meer dan ca. 150 kg N bodem voorraad of bij de teelt op gescheurd Konsulentschappen voor de Akker bouw en Tuinbouw in Zuidwest Ne derland Serie Kleine Gewassen nr. 5 grasland kan een kwalitatief minder produkt worden geoogst (zowel bij waspeen als winterwortelen). J.J. Kroon, specialist Bodem, Bemesting en Water C.A.T. Barendrecbt EEN BESTRIJDING VAN kweekgras vóór het poten van aardappelen is mogelijk door op een droge, voorbewerkte grond te spuiten met Eptam-6E of Eptam- 5g granulaatkorrels te strooien. Een pleksgewijze toepassing of behandeling van de kantrijen is vaak erg aantrekkelijk, omdat voor weinig geld veel narigheid te voorkomen is. Het middel moet wel direkt 10-15 cm diep inge werkt worden. TEGEN DUIST, STRAAT GRAS en éénjarige tweezaadlob- bigen kan in Karwij 3-4 liter chloor IPC 8 a 10 kg IPC per ha worden gespoten. Pas de kom- binatie toe als de onkruiden nog klein zijn, maar in elk geval vóór het uitlopen van de karwij. De be ste resultaten kunt u verwachten wanneer u spuit op droge onkrui den en bij een hoge relatieve luchtvochtigheid. HET TELEN VAN EEN groen- bemester is een noodzaak als u een goede struktuur van de grond wilt behouden. Deze manier van orga nische stof toevoeren is goed en goedkoop. Maak er dan ook zo veel mogelijk gebruik van. IN EEN DUN STAANDE win tertarwe is het beter als groenbe- mester Engels raaigras te zaaien dan Italiaans raaigras, omdat dit gras te hoog opgroeit. Als gras- zaad-teler van Engels raaigras moet u altijd kiezen voor Engels raaigras om vermenging te voor komen. Hoe vroeger u zaait, des te groter de kans van slagen. BENT U VAN PLAN om een nieuw landbouwwerktuig aan te schaffen? Let dan niet alleen op de technische uitrusting en het kom fort, maar zie er ook op toe dat de verlichting deugdelijk is uitge voerd en goed beschermd is en of er goede uitklapbare, trillingsvrije spiegels aanwezig zijn. Zijn bij het voertuig de benodigde marke ringsborden, lengtedriehoeken en reflektoren aanwezig? Contour- verlichting kan ook noodzakelijk zijn. U weet het, veiligheid voor alles! SCHAPENVOEDING Schapenhouders, let bij het voeren van uw ooien goed op hun kondi- tie. Vooral als er sneeuw ligt vraagt de bijvoeding van schapen in de wei ekstra aandacht. Geef ze voldoende ruwvoer van goede kwaliteit en daarnaast 0,2 tot 0,4 kg schapenbrok. KOEMELK AAN KALVEREN VOEREN? Koemelk is te duur om aan de kalveren te voeren en geeft boven dien meer kans op- verteringspro blemen dan kunstmelk. Tijdelijk koemelk aan kalveren voeren heeft alleen zin als u boven het toegestane kwotum uitkomt. Geef echter niet meer dan 4 liter per kalf per dag en hou ze goed in de gaten. Rond de GEBOORTE VAN HET KALF is ekstra aandacht nodig. - Zorg vooreen schone gedesïn- fekteerde afkalf stal - Reinig en ontsmet het achter stel van de koe - Desinfekteer de navel met jo- diumtinctuur - Wrijf het kalf goed droog - Leg het kalf in een schone ontsmette éénlingbox, op stro - Geef het direkt een 'A liter biest HET MIXEN VAN DRIJF- MEST lukt niet in alle kelders even gemakkelijk. Bovendien wordt er vaak te lang mee ge wacht. Toch is het voor een goede verdeling van de drijfmest van be lang. Mixen is niet zonder gevaar, zorg voor een goede ventilatie en blijf tijdens het mixen in de buurt. "Bij de belangenafweging tussen enerzijds natuur- en landschapsbe houd en anderszijds land- en tuinbouw is te eenzijdig te werk gegaan' waardoor de agrarische belangen op de achtergrond dreigen te raken. Als de uitgestippelde lijn in 't struktuurschema werkelijkheid wordt, zal er bij streek- en bestemmingsplannen en landinrichtingsplannen van een evenwichtige afweging van belangen geen sprake meer zijn. Grote delen van het landelijk gebied kunnen worden gekonfronteerd met ekstra beperkingen ten behoeve van natuur en landschap zonder dat daar voldoende kompensatie dan wel landbouwkundig perspektief tegenover staat". Zo reageert het Landbouwschap op het Struktuur schema Natuur- en Landbouwschapsbehoud, dat over enkele maanden in de Tweede Kamer aan de orde komt. In een brief aan de Tweede Kamer en een bijzondere Kamerkommissie, die zich met de drie groene struk- tuurschema's bezighoudt, zegt het Landbouwschap dat de inzet en het gebruik van alle produktiemiddelen en dus ook van grond slechts moge lijk is binnen een ekonomisch en so ciaal verantwoorde bedrijfsvoering. Het struktuurschema onderkent dit niet en legt een te zware claim op de belangen van natuur en landschap. Bijna de helft van het areaal kul- tuurgrond in ons land is aangewezen tot waardevol agrarisch kuituur- landschap, waarin bij de belangen afweging aan natuur en landschap een ekstra zwaar gewicht moet wor den toegekend. Het gaat hierbij o.a. om meer dan 300 weidevogelgebieden, meer dan 250 ganzengebieden, de uiterwaar den en de beekdalen. Maar ook zijn 40 gebieden (omvang tenminste 5000 ha per gebied) aangewezen tot grote landschapseenheid. Daarnaast zijn nog 20 gebieden aangewezen tot na tionaal landschap. Volgens het struktuurschema is de kern van de problematiek in al deze gebieden de afstemming van de andere funkties op de ecologische funkties. Tal van instrumenten kunnen hiertoe al dan niet gelijktijdig worden ingezet. Ge noemd worden onder meer de ruimtelijke ordening, de beheers- wetgeving, de Natuurbeschermings wet, de wet Bodembescherming en de wetgeving op het gebied van de milieuhygiëne. Deze centralistische, van bovenaf opgelegde benadering stuit bij het Landbouwschap op grote bezwaren. Het schap vreest dat hierdoor nau welijks of geen ruimte oyerblijft voor een evenwichtige afweging van be langen. Het Landbouwschap pleit in de brief aan de Tweede Kamer voor een ander beleid, waarbij de besluitvorming naar het provinciaal nivo wordt ver legd. Het Landbouwschap is erg beducht voor een cumulatie van wettelijke maatregelen, die betrekking hebben op één bedrijf of één gebied. Het is niet ondenkbaar dat een boer te ma ken krijgt met een serie beperkingen, die voortvloeit uit verschillende wet geving (beheerswet, natuurbescher mingswet, wet bodembescherming enz.), waardoor de bedrijfsvoering wordt ontwricht. De behandeling van de aanvragen voor een vergunning tot het uitzetten van fazanten in 1985 zal in vergelij king met voorgaande jaren, ver vroegd plaatsvinden. De termijn voor het indienen van de aanvraag bij het ministerie van landbouw en visserij loopt nu van 8 februari tot 15 maart 1985. Na 15 maart 1985 ontvangen aan vraagformulieren kunnen niet meer worden behandeld. De formulieren kunnen verkregen worden bij het ministerie van land bouw en visserij,

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1985 | | pagina 5