Nederlandse agrarische missie naar China succesvol verlopen Heffing rundveeverbetering 14 cent Centraal Planbureau te optimistisch? Nieuwe struktuurnota voor N.Brabant in 1980 Jaarverslag Staatsbosbeheer 1977 Steeds minder werk voor Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw Landbouwschap: Struktuurbeleid op de tocht Agrarische werknemers willen inspraak bij zuivelpolitiek Landbouwschap: Belastingmaatregelen met vraagtekens Een Nederlandse agrarische missie - bestaande uit verte genwoordigers van overheid en bedrijfsleven - heeft van 17-30 september j.l. een bezoek gebracht aan de Chinese Volksrepubliek. De missie, die onder leiding stond van de directeur-generaal voor landbouw en voedselvoorziening, ir. A. de Zeeuw, was gast van het ministerie van landbouw en bosbouw aldaar. Tijdens een persconferentie zei ir. De Zeeuw optimistisch gestemd te zijn over de resultaten van de reis. Het bezoek was vooral bedoeld als een eerste noordzakelijke stap om te komen tot meer agrarische contacten tussen Neder land en China. Tot nu toe is het onderlinge agrarische handels verkeer van minimale betekenis. Op wat langere termijn zou het Nederlandse agrarische bedrijfsleven echter veel baat kunnen hebben bij beter gestructueerde en meer geinstitutionaliseerde economische betrekkingen met China. Het land heeft een enorme voedselbehoefte en de modernisering van de landbouw is er tot hoogste prioriteit verklaard. Mede dankzij haar gemengde samenstelling uit zowel verte genwoordigers van het Nederlandse ministerie van landbouw en visserij als van bedrijven uit de sfeer van de landbouw, de toeleverende industrie en de voedingsmiddelenindustrie, heeft de missie in zeer belangrijke mate aan haar doel beantwoord. De missie heeft o.a. gesproken met de Chinese minister van landbouw, alsmede met de vice-ministers van landbouw, van buitenlandse handel en van lichte industrie, alsmede met verte genwoordigers van verschillende staats-handelscorporaties. Verder werden bezoeken gebracht aan de Chinese Academie Tijdens de vergadering van het Landbouwschap vorige week, werd o.a. gesproken over het struktuurbeleid. Op de landbouwbegroting is hiervoor 16 miljoen gulden minder uitgetrokken, waardoor het beleid op de tocht komt te staan. Men vraagt zich af hoe de minister richting wil geven aan zijn plannen het bedrijfsontwikkelingsbeleid toe te spitsen op de zogenaamde tussenzone bedrijven. De overheid gaat ook voorbij aan die bedrijven die geen ren dabele produktie leveren maar toch voor lange tijd werk en inkomen moeten bieden aan de betreffende ondernemer. Verder merkt het Landbouwschap op dat er een groeiende behoefte is aan voorlichting en dat medefinanciering van bepaalde voorlichtingsaktiviteiten een zaak van nader overleg dient te zijn tussen overheid en bedrijfsleven. Beleidsombuigingen bij het landbouwkundig onderzoek mogen het praktijk gerichte onderzoek niet aantasten. E.E.G. uitbreiding Ten aanzien van de uitbreiding van de EEG merkt het Land bouwschap op dat in de begroting niet werd ingegaan op de gevolgen die de EEG uitbreiding heeft voor het associatiebeleid. Ten aanzien van het voedselhulpbeleid is er geen planning op lange termijn. Bij toetreding van Griekenland staat het Land bouwschap er op dat zowel het referentieprijsstelsel als de vrij waringsmaatregelen gehandhaafd blijven tijdens de overgang Het Landbouwschap heeft bij de heer Gundelach, Europees Kommissaris van de Landbouw, aangedrongen op een goed overleg met het bedrijfsleven inzake de situatie in de zuivelsek- tor. De Europese Kommissie zal bij het formuleren van voor stellen rekening houden met de standpunten van de Europese landbouworganisaties. Het Landbouwschap, het samenwer kingsorgaan van agrarische ondernemers en werknemers, stelt een dergelijke dialoog op prijs. Het is van mening dat de sa menspraak evenzeer moet plaatsvinden met de Europese agra rische werknemers, verenigd in de Europese Federatie van Agrarische Werknemers (EFA). Het Landbouwschap heeft in een brief van 4 oktober j.l. de heer Gundelach gevraagd het door hem geopperd overleg niet alleen met de COPA (samenwerkingsorgaan van de Europese boere- norganisaties) maar ook met de EFA te voeren. STIVOS-heffing 1 van loonsom Sinds 1972 funktioneert de "Stichting ter ondersteuning van In het voor 1979 aangekondigde regeringsbeleid wordt niet gerept over de verschillende funkties van het zelfstandige ninkomen. In de Regeringsverklaring was de passage op genomen dat in de belastingheffing met deze inkomens- funkties onvoldoende rekening wordt gehouden. Het Landbouwschap onderscheidt algemene, voor iedere belastingplichtige geldende, maatregelen en de meer spe cifieke, voor bepaalde kategoriën van belastingplichtigen (bijvoorbeeld de zelfstandige ondernemers), maatregelen. Tot de algemene fiskale maatregelen behoren onder meer de inflatiekorrektie van 100%, de verlenging van de eerste schijf van de inkomstenbelasting (tarief 20%) met 1.100,- de in korting van de tweede schijf (tarief 26%) met een even groot bedrag (voor elke belastingplichtige een voordeel van 66.— en de verhoging van de overdrachtsbelating van 5 naar 6%. Volgens het Landbouwschap verzwaart de laatste maatregel ook de lasten van de agrarische sektor. Het bestuur van het Landbouwschap heeft meer kritiek op een aantal specifieke - voor de zelfstandige ondernemers - belas voor Landbouwwetenschap en aan een aantal staatslandbouw- bedrijven en volkscommunes, terwijl eveneens uitvoerig van gedachten werd gewisseld met een groot aantal regionale agra rische autoriteiten in verschillende delen van China. Juist ook deze contacten zijn van groot belang omdat de beslissingsbe voegdheid met name over de relatiefkleinere modernisatieprojec ten in de Chinese landbouw is gedecentraliseerd naar de pro vinciale autoriteiten. De Nederlandse agrarische missie was een van de allereerste die een dergelijk - vooral op het leggen van de nodige contacten gericht - bezoek aan China kon brengen. Ongetwijfeld zullen in de nabije toekomst echter ook dergelijke missies uit andere landen volgen. Van de Chinese kant bestaat vooral concrete belangstelling voor Nederlands uitgangsmateriaal ter verbetering van de eigen dier lijke en plantaardige produktie, voor de Nederlandse technologie en kennis op het gebied van produktie en verwerking. De Chinese modernisatieprojecten richten zich vooral op de veehouderijsec tor - met name de verhoging van de pluimvee-, varkensvlees- en melkproduktie en-verwerking rond de grote steden - alsmede op de groententeelt onder glas. De Chiense minister van landbouw en bosbouw is namens mi nister Van der Stee uitgenodigd voor een bezoek aan ons land. Behalve de delegatie van Chinese rundveedeskundigen die reeds in november a.s. zal arriveren, zullen in de loop van volgend jaar nog drie Chinese delegaties in Nederland verwacht kunnen wor den: één gericht op algemene landbouwkundige ontwikkelingen, één op het gebied van de veehouderij en één gericht op de wijze van produceren van groentegewassen onder glas. speriode, waarbij men op langere termijn ook de toetreding van Spanje niet uit het oog moet verliezen. Grondbeleid Het Landbouwschap is ook van mening dat jaarlijks 40.000 ha d.m.V. landinrichting verbeterd dienen te worden. Men kan het met het ministerie eens zijn mits men van plan is om jaarlijks 40.000 ha ruilverkaveling in uitvoering te nemen. Men vindt het jammer dat het overheidsbudget voor gemeente en water- schapswerken met ongeveer 13% wordt verminderd. Veel van deze werken hebben direkt of indirekt betrekking op verbete ring van de produktieomstandigheden van agrarische bedrijven. Het Landbouwschap mist bij het grondbeleid een duidelijke bereidheid om te komen tot een ombuiging van de grondprijzen, overigens is men wel tevreden over het feit dat de minister aandacht schenkt aan een verruiming van het aanbod van landbouwgrond. Voorts was het Landbouwschap van mening dat de overheid op korte termijn met lastenverlichtende maatregelen voor het landbouwbedrijfsleven dient te komen, dit met het'oog op de verbetering van de konkurrentiepositie en de onbevredigende inkomensvorming in met name de akkerbouw. Men vindt het voorgestelde overheidsaandeel in de keuringkosten te laag en bovendien laat dit te lang op zich wachten. Nadrukkelijk werd er op gewezen dat de land- en tuinbouw nauwelijks profijt kan trekken van faciliteiten om de export te bevorderen. aktiviteiten op het gebied van de voorlichting, de vorming en de scholing van werknemers in de landbouw", de STIVOS. De stichting, waarin de drie centrale landbouworganisaties en de Voedingsbonden FNV en CNV participeren, zal haar taak uit breiden. De ruimere werkzaamheden houden verband met de voorlichting, vorming en scholing van agrarische werknemers, regelingen op het gebied van edukatief verlof, voorbereiding op de pensionering en andere zaken die de goede arbeidsverhou dingen kunnen bevorderen. Om deze ST1 VOS-taken te financieren, wordt een fonds ge vormd dat door ondernemers in de agrarische sektor wordt gevoed. Het bestuur van het Landbouwschap heeft het voorstel goed gekeurd om 0,25% van de loonsom te heffen voor de STIVOS. De heffing wordt berekend over de loonsom van het vooraf gaande kalenderjaar. Het ASF (de Agrarische Sociale Fondsen), dat over de loonsomgegevens beschikt zal de zogenaamde STI VOS-heffing innen. tingmaatregelen. Hoewel de verlenging van de zelfstandigenaf trek 1.600,— gunstig is, zou deze aftrek zeker tot 3.000,— verhoogd moeten worden. Tevens zou de zelfstandigenaftrek met de inflatie gekorrigeerd moeten worden, waardoor de aftrek tenminste 4.000,- zou moeten bedragen. Het voor de ver mogensbelasting vrijgestelde bedrijfsvermogen van 9.000,— dient volgens het Landbouwschap verhoogd te worden. Van de voorlopers op de uitwerking van het rapport Hofstra wordt de bijzondere winstaftrek van 1,4% over het onderne mingsvermogen gehandhaafd, terwijl de algemene winstaftrek van 3% vervalt. Dat is een flinke achteruitgang ten opzichte van 1978. De betekenis van deze bijzondere winstaftrek wordt voor de landbouw aanmerkelijk verkleind, doordat voor de omvang van het bedrijfsvermogen de hierin begrepen landbouwgrond buiten beschouwing wordt gelaten. Wat betreft de voorgestelde verhoging van het overdrachtsrecht van 5% naar 6% heeft het Landbouwschap steeds gepleit voor vrijstelling ten aanzien van de overdrachten binnen de sektor land- en tuinbouw. Het Landbouwschap dringt erop aan, dat in ieder geval de berekening van het overdrachtsrecht in geval van uitgifte van erfpacht opnieuw wordt bekeken. De heffing ten behoeve van de Dienst Rundveeverbetering is in 1973 vastgesteld op 12 cent per 100 kg afgeleverde melk en sindsdien niet verhoogd. Om de stijgende kosten van de door deze Dienst geheel of gedeeltelijk gefinan cierde instanties op te vangen, werd in 1977 geadviseerd de heffing rundveeverbetering te verhogen. Door de inspanningen van het Landbouwschap is de overheid in de afgelopen periode de veehouderij tegemoet gekomen door een aantal lasten over te nemen. Daardoor werd de heffing eerst op 0 en van 18 februari tot 1 oktober j.l. op 7 cent vastgesteld. Omdat de lastenverlichting niet is voortgezet, is de heffing Rundveeverbetering vanaf 1 oktober op het oude niveau - 12 cent per 100 kg melk - teruggebracht. Rekening houdend met het eerdere voorstel, daterend uit 1977, heeft het bestuur van het Landbouwschap op woensdag 4 okto ber 1978 besloten de heffing van de Dienst Rundveeverbetering met ingang van 29 oktober a.s. met 2 cent per 100 kg afgeleverde melk te verhogen tot 14 cent. De kostenstijgingen die tot deze verhoging noodzaakten kunnen daardoor worden opgevangen. Instanties die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd door de Dienst Rundveeverbetering zijn: - fok- en kontroleverenigingen - provinciale Stichtingen voor de Rundveeverbetering (PSR) - Gemeenschappelijke Informatieverwerking voor de Rundveehouderij (GIR) - Centrale Melkkontroledienst - uitvoering/toezicht k.i. bij dieren Het Landbouwschap heeft kennis genomen van de door het Centraal Planbureau opgestelde Macro-economische Verken ningen 1979. Deze verkenning (MEV) is gelijktijdig met de Rijksbegroting en de Miljoenennota uitgebracht op 19 septem ber j.l. Het Landbouwschap is van mening dat de prognoses van het Centraal Planbureau vrij optimistisch zijn. Hoewel het Planbu reau zelf ook rekening houdt met onzekerheden blijven de prognoses ten aanzien van de groei van de Nederlandse export (die gelijk is aan die van de wereldhandel, namelijk 6%. De Nederlandse export is de laatste jaren steeds achtergebleven bij de groei van de wereldhandel), de loonstijging (5 lA a 6%) en de toename van de kosten van levensonderhoud (4%) volgens het Landbouwschap te optimistisch. In de provinciale raad voor de bedrijfsontwikkeling in N.Bra bant (19-9) is gesproken over het uitbrengen van een nieuwe struktuurnota in 1980. Momenteel wordt hierover binnen de konsulentschappen gepraat. Reeds nu werd gepleit voor, a. het stimuleren van een meer geleide ontwikkeling, b. de werkwijze van de handel en de kontrakten kritisch te volgen, c. individuele benadering door de voorlichting en d. bereid te zijn een ingreep te aanvaarden. Ir. Haerien konsulent te Zevenbergen sprak over het achterblijvend opbrengend vermogen van de grond in het zuid-westen. Dit vermogen kan worden verbeterd door in nau we samenwerking met Konsulentschappen Bedrijfsleven, Proefboerderijen en Landelijke Instituten tot een gerichte keuze van een efficiënte aanpak te komen. De Raad besloot eveneens akkoord te gaan met het kreëren van een kommissie voor de akkerbouw, terwijl men tevens kennis neemt van de wens dat een overkoepelend interprovinciaal overlegorgaan gewenst is. 2300 erfbeplantingen met een subsidie van 8,5 miljoen In het jaarverslag 1977 van het Staatsbosbeheer lezen we o.m. dat er in de verslagperiode 2300 subsidies werden toegezegd voor een erfbeplanting, die gezamenlijk een waarde vertegen woordigen van 8,5 miljoen. Uit de subsidiepot landschapsbouw worden ook nog andere zaken betaald en wel - Opknapbeurten van monumentale bomen. Dat moeten dan wel heel bijzondere bomen zijn die zo'n restauratie nog waard zijn. - Veilingskosten van door iepeziekte getroffen bomen en kosten om door iepespintkevers besmet materiaal onschadelijk te ma ken. - Kosten van herplanten om beplantingen te vervangen die vanwege iepeziekte of bacterievuur (het vroegere perevuur) moeten worden gerooid. Voor het opknappen van monumentale bomen werd 135.000 toegezegd (19 aanvragen) en voor de bestrijding van de iepe ziekte 3,8 miljoen (402 aanvragen). Verder wordt opgemerkt dat Staatsbosbeheer tegenwoordig ook veel meer bemoeienissen heeft met de ruilverkavelingen. Jammer vindt men het dat door allerlei inspraak procedures van velerlei kanten het vaak moeilijk is iets van de grond te krijgen. In het jaarverslag 77 van het borgstellingsfonds voor de land bouw wordt melding gemaakt van een verdere teruggang van het aantal agrariërs dat gebruik maakt van de diensten van deze instelling. In 1974 werden er nog 1923 aanvragen goedgekeurd in 1977 bedroeg dit aantal nog maar 971. Wel zijn de bedragen per aanvrage groter dan vroeger. Totaal werd voor land en tuin bouw 136 miljoen gulden garantie verleend. In 1974 was dat 181 miljoen. In Zeeland werden 9 aanvragen beoordeeld, 7 hiervan werden goedgekeurd. In Noord-Brabant waren er 181 aanvra gen en hiervan werden er 126 goedgekeurd. De redenen waarom een aanvrage werd afgewezen zijn in de loop van de jaren nauwelijks gewijzigd. 4

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1978 | | pagina 4