D an sta je aan het begin van een leven dat dan pas echt ernstig begint. Ik kwam in dienst bij de P.D. en deed daar een voorstudie, waar van de resultaten ten dienste zouden worden gemaakt aan een groot graslandcongres dat in de toekomst gehouden zou wc. den. Ik ver diepte me in het onderwerp "dierlijke parasie ten in grasland". Nou, t' congres is nooit door gegaan, want voor die tijd brak de oorlog uit. Ik ben maar drie maanden bij de P.D. geweest. Ondertussen werden er sollicitanten opgeroe pen voor een funktie bij de Nederlandse Uien- N og even en dan valt het doek voor Dr. Ir. C.W.C. van Beekom en wat dan? Hij gaat er wat rechter voor zitten en probeert de brand nog eens in het sigaartje te krijgen. t'Ja zegt hij, laatst sprak ik iemand die zei dat gepensio neerd zijn niet meevalt om daaraan te wennen. Hij deed nu over al zijn bezigheden drie keer zo lang als anders en zodoende breide hij de tijd van één dag rond. Nou, zegt Karei vastbera den, zoiets zal mij niet overkomen. Ik ben lid van de Staten van Zeeland, i.v.b. daarmee heb ik zitting in diverse kommissies zoals die van milieu, streekplannen en ik ben plaatsvervan gend kommissie lid bij ruimtelijke ordening. Namens de Staten heb ik ook zitting in het provinciaal opbouworgaan en het E.T.I. Daar naast ben ik fractiesekretaris van de VVD en al die genoemde funkties acht ik goed voor 1 lA dag bezigheid per week. Maar ik heb nog meer pijlen op mijn boog. In de periode voor de grote droogte van 1974, toen het niet zo'n hek senketel was van drukke werkzaamheden en alles normaal verliep, vond ik de tijd om weer te gaan studeren. Ik heb toen het assurantiedi ploma B gehaald en ben in het register inge schreven. Zo'n studie is in feite een voorloper naar de studie voor makelaar in onroerend goed. Twee jaar na het behalen van het diplo ma assurantie B voldeed ik aan de eisen voor de funktie van makelaar in onroerend goed. Ik ben nu van plan om ook mijn beëdiging aan te vragen voor de funktie. Daarna is het ook mijn bedoeling om er wat mee te gaan doen. Kijk als Te nat en te droog Snelle resultaten I Mijn eigen bedrijfje In de uien wereld Operatie Walcheren H.I.D. Zeeland Na de pensionering Het uienonderzoek I Een kantoor vol groen Een adviseur van de Z.L.M. I mij in feite het verloop na het droog vallen van de grond een herhaling van de werkzaamhe den zoals die zich voordeden na de inundatie tijdens veertiger jaren. Toch was er wel een groot verschil, want toen het land geinundeerd werd gebeurde dit in een tijd dat eigenlijk alles zo'n beetje tot stilstand was gekomen. De maatschappij was min of meer vastgelopen door het krijgsgeweld. In 1953 gebeurde de ramp in een periode dat Nederland als een goed geoliede machine voorwaarts stroomde. 13 e volgende kalamiteit vond ik het natte jaar 1974. Het ligt nog vers in het geheugen en veel hoef ik er niet over te vertellen. Alleen dit, het heeft een kollosale hoeveelheid werk gekost. Ik zou in dit verband toch het driemanschap. Lu- teyn, Goeman en van Beekom willen noemen. Samen met 9000 militairen en nog vele anderen werd het probleem van de gedupeerde boeren enigszins verlicht. Twee jaar later maakten we de volgende kala miteit mee, maar toen was het omgekeerd van '74, het geval nu kwamen we water te kort. Ik geef toe we hebben er in deze provincie niet zoveel mee te maken gehad als in Noord-Bra bant. maar toch de regelingen die ter leniging van de nood in de droogtegebieden in Zeeland werden genomen, vroegen steeds om afwikke ling. Begrijp je nu zegt van Beekom, dat ik zonder federatie in Middelharnis, dat was in januari 1939. Er bleken maar enkele sollicitanten te zijn en daarvan was ik zeker niet de beste. Mijn grootste konkurrent was ir. Polderman, die dit op mij voor had. dat hij een boerenzoon was en bovendien ook nog een scriptie had geschreven over uien. Polderman haakte echter af en maakte later naam bij de Heide Maatschappij. Toen bleef ik over. Ik weet nog dat ze vroegen, ken je het gewas uien. weet je wel wat van praktische landbouw af? Wat moest ik er pre cies op zeggen??. Ik had tijdens mijn studie wel praktijk gedaan op verschillende bedrijven, maar dat maakt je nog geen expert. Goed zei den ze, we willen je hebben als al je praktijk- bewijzen goed zijn. Zo niet dan gaat het niet door. 't Ging wel door ert daar begon ik voor 1500 hele guldens in het jaar, zonder sociale voorzieningen, maar wel met een enorme dosis enthousiasme en een vaste wil om er wat van te gaan maken. k heb erg veel geleerd over uien via de wereldliteratuur die erover bestond. Ik moet wel toegeven dat dit in feite niet veel was in vergelijking met wat er over andere gewassen allemaal is gepubliceerd. Maar ik zocht alles uit en las het. Zo heb ik de bestrijding van de uienvlieg aangepakt met een kwikhoudend middel. Een sukses! Zo was er in die tijd ook een virusziekte in de sjalotten. Ik wist dat het overdrijving stel dat ik de enige ben in mijn funktie die zoveel kalamiteiten heeft meege maakt in zijn karrière? arel W.C. van Beekom werd in Arnhem geboren. Zijn vader was leraar Franse taal en letterkunde aan de HBS-B.Geen agrarisch mi lieu en toch later zo diep verbonden met de Zuid-Westelijke landbouw! Ja. zegt hij, ik was toen ik zo'n zes jaar oud was geen fysiek brok kracht, integendeel. Ik kampte met wat bron- chytis en de dokter adviseerde me om zoveel mogelijk lichamelijke beweging te nemen. Achter het huis van mijn vader lag een stuk braak bouwland en daarop kon ik naar harte lust ravotten. Daar bleef het niet bij want al spoedig had ik er ook een moestuin en had ik een kippenhok getimmerd. Ik was gek met die kippen, na een poosje had ik er twaalf. Ik ging er mee naar tentoonstellingen en behaalde er prijzen mee. terwijl daarnaast ook de eitjes bij het ontbijt niet werden versmaad. Van mijn moestuintje voorzag ik de hele familie van groenten. Later kwam ik in kontakt met een molenaar bij ons in de buurt. Die man interes seerde zich bijzonder in dieren en had op de grond romdom de molen van allerlei soorten dieren lopen.Hij wist er ook alles van en leerde mij heel veel nieuwe dingen. Ik was steeds bij die molenaar te vinden. Zodra ik mijn huis werk klaar had was ik werkzaam op mijn boerderijtje", t' Zat er eigenlijk wel een beetje in toen ik serieus begon te denken over mijn studie dat. de landbouw op de voorgrond kwam. Zo kwam ik in Wageningen terecht en begon er met de studie Nederlandse akker en weidebouw. Ik studeerde afin oktober 1938. een virus was, dus wat deed ik?. Ik heb van diverse proefvelden alle zieke planten eruit geselekteerd en via die weg kwam ik tot een virusvrij uitgangsmateriaal. Ik was bij het Snuif een onderzoeker, maar denk niet dat het een hobby was. Ik streefde in het begin naar een politiek van snelle resultaten. Ik ben daar doodeerlijk in want de goede gevolgen van mijn onderzoek moesten toch meehelpen om mijn persoon het geld voor zijn funktie waard te laten zijn. Z/ oals ik al eerder opmerkte werd ik gedu rende de oorlogstijd benoemd tot consulent. De ervaringen met het aanpakken van het ontziltingsprobleem bleven niet onopgemerkt, want op een zekere dag werd ik bij ir Staf, de toenmalige direkteur generaal van de land bouw ontboden. Hij vond het wenselijk dat ik mijn speciale aandacht ging richten op de toe stand in Walcheren waar men met de zelfde problemen kampte als in Goeree. In 1947 be gon voor mij de operatie Walcheren. In die tijd was ook de verkaveling ter hand genomen, een groots werk, uitgevoerd in het kader van de toen speciaal aangenomen J'herverkavelings- wet Walcheren". Het was uiteraard niet mijn enige bezigheid. We waren zo rond de jaren 51/52 net klaar met de laatste nawerkzaamhe- den van die Walcherse verkaveling en toen sloeg de watersnood van '53 opeens toe. In die tussentijd was ik ook voorzitter van het college van konsulenten in Zeeland geworden. Later zijn er in den lande verschillende van die voorzitters H.I.D.'s geworden. O ok aan mij viel die eer te beurt. In 1963 werd ik benoemd tot Hoofd Ingenieur Direk- teur.Indeze funktie ben je ook direkteur van de stichting uitvoering landbouwmaatregelen en provinciaal voedselcommissarisin Zeeland en dat ben ik tot op de dag van vandaag. Een mooie carrière, waar ik met veel genoegen op terug kijk. De mooiste tijd vond ik echter de hersteljaren na de oorlog. Die vijf oorlogsjaren waren verloren jaren maar die tijd daarna was er een van aktie. Iedereen was boordevol illu sies en je stond als één man pal voor het herstel van het land, een ééndrachtig streven naar één zelfde doel. Het is een turbulente tijd geweest, veertig jaar lang en toch wanneer je dan achteraf de zaak beoordeelt, dan zeg ik, het feit dat ik tot H.I.D. benoemd werd in Zeeland was niet helemaal juist, want nu gebeurde het dat mijn collega's ineens mijn naaste medewerkers werden. Van Beekom, wil perse niet van het woord "ondergeschikten" horen, 't Waren me dewerkers en voor sommigen was het toch moeilijk wennen aan zulke gewijzigde verhou dingen zegt hij. Anderen ging het uitstekend af. Oorspronkelijk zou ik H.I.D. in Drente gewor den zijn. Buiten mij om is er toen gepleit met de woorden "moet dat nu echt naar Drente, hij kent toch dit gebied". Ik heb het altijd zo ver geleken zegt Karei, bij een herdrainage zoekt het water nog een lange tijd de oude baan, en zo was het ook met verschillende aspekten die aan deze funkties zaten een beetje. Je mag ook best weten dat ik wel eens heel wat anders wilde gaan doen. Maar 't was nooit echt aktief aanwezig. Juist wanneer ik dan werkelijk be sloot om toch maar eens stappen in die richting te ondernemen dan kwam er ineens weer een kalamiteit tussen. Nou ja en in zo'n situatie ga je toch niet weg?. doende kan ik tevens de vergaderingen bezoe ken waardoor ik ook weer een kans heb om bij te blijven. Het kontakt dat ik heb met o.a. de Z.L.M. vind ik erg prettig. Ik ben degene die het langst adviseur van de Z.L.M. is. Ik heb een lange tijd de vergaderingen meegemaakt, 't Was toen nog een veel kleinere bestuursklub dan nu. Ik heb de tijden van Schlingemann en Geuze intens meegemaakt-. Vaak presteer den zij samen met het bestuur om het onmo gelijke mogelijk te maken. Toch veranderen de dingen, ik weet nog dat op de bijeenkomst van mei 40 het centrale onderwerp van de algeme ne vergadering was". Hoe bescherm ik uien in put of ren tegen strenge vorst". Zo'n zakelijk landbouwkundig onderwerp wordt nu niet meer gekozen en bovendien het tekent ook de technische veranderingen. Zo'n adviseursfunktie bij de Z.L.M. heb ik al tijd op bijzonder hoge prijs gesteld, want op deze manier kun je binnen de organisatie meemaken waar men mee bezig is en wat de harten beroerd. Zou je dat soort kontakt missen dan drijf je als het ware op los zand. Ook al ben je dan dr ir en je mist het kontakt met de prak tijk dan stelt het eigenlijk niet veel voor. De bedrijfsvoorlichters hebben het intensiefste kontakt met de boeren, maar als H.I.D. sta je in feite eenzaam op de top van de berg en moetje uitkijken dat je niet bevriest n 1951 promoveerde ir. van Beekom op het onderwerp "De betekenis van onderzoek voor de ontwikkeling van een cultuurgewas" Dat cultuurgewas was de ui. Aan het onderzoek bij dit gewas was in die tijd nog niet zoveel gedaan en dergelijkonderwerp stond warm in de be langstelling. Ik was de eerste promovendus van prof. ir. S.J. Wellensiek en de tweede promo vendus was de bekende Dick de Zeeuw. t'Is alweer een poos geleden en je kunt zien aan hem dat hij graag zo nog eens in het verleden duikt. Straks vindt zijn afscheid plaats, maar ik blijf natuurlijk wel hier in Goes wonen zegt hij. Ik heb daar een flinke moestuin en ik hoop nog 25 jaar in de omgeving te kunnen blijven. Ook mijn vrouw, een kolonelsdochter vindt het hier gezellig. We hebben twee dochters die ge trouwd zijn en samen ook weer voor drie kleinkinderen hebben gezorgd. Carolus Wilhelmus Cornells van Beekom moet er straks een punt achter zetten. We moeten nog even wachten en bekijken zijn zoiets eefi beetje slaagt dan houdt je mede daardoor een levende band met het normale leven en wordt je ook geprikkeld om kritisch te blijven. Verder heb ik ook nog interesse om rechten te gaan studeren. Het enige probleem is dat de mogelijkheid om naar college te gaan slechts in Rotterdam is en zoiets vind ik vanuit Goes toch nogal ver. Bovendien, laat ik eerlijk zijn, straks zal ook watje noemt "de druk van de ketel" af zijn en dan komt er van een der gelijke onderneming misschien toch niet zo veel. k hoop ook vurig dat de landbouworganisa ties in Zeeland mij zullen blijven betrekken in hun problematiek. Temeer hoop ik dit omdat ik als statenlid toch op de hoogte moet blijven van wat er gaande is in de landbouw wil ik tenminste optimaal kunnen funktioneren. Ik moet zien te voorkomen, zegt van Beekom met nadruk, dat ik straks "droog kom te staan". Ik ben lid van de Zuidelijke Landbouw Maat schappij en daar blijf ik ook lid van en zo ruime kantoor, kamer 107 op de eerste verdie ping van het Landbouwcentrum. Zeeland was de eerste provincie die een dergelijk gebouw kreeg. Het kantoor is ruim en geschikt om ook stafvergaderingen te houden. In de hoek een groot buro, waarachter de H.I.D. van Beekom de gebeurtenissen in de Zeeuwse landbouw bestudeerde en volgde. Buiten ligt de vest en drijven er wat eenden op het donkere water waarin een aantal grote wilgen weerspiegelen. Boven die bomen uit zie je kerktorens van Goes. In die kamer zie je ook dat hij een man is die van groen houdt, want de vensterbanken zijn druk bezet met allerlei planten, t' Zijn ei genlijk alleen die kantoormeubelen die het geen grote huiskamer doet zijn. Bovenop de boekenplank ligt een grillige boomwortel en ergens tegen de wand staat een opgezette uil naar buiten te staren. Een schilderijtje van een aandoenlijk poesje hangt wat verder weg. In eens hoor je een kanarie zingen en stomver baasd merkje dan dat er boven je hoofd op een kast nog een ruime kanariekooi staat. t'Is stil aan de Westsingel en 't zijn alleen de klokken van de torens in de verte die het uur verkonden die de stilte verbreken. Dr. Ir. C.W.C. van Beekom zal het allemaal toch wel missen, maar in ieder geval alvast bedankt voor het vele werk datje Zeeland schonk. 13

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1978 | | pagina 13