8 lil C.O.PA verwerpt prijsvoorstellen 72/73 5E?S De financiëlepositie van landbouwbedrijven in 1969-1970 Verwachting stikstofbehoefte in 1972 9 gETREFFENDE de commissievoorstellen geeft het volgende overzicht nog de nodige bijzonderheden. VOORGESTELDE LANDBOUWPRIJZEN VOOR CAMPAGNE 1972/'73 IN RE/t. HET Presidium van het C.O.P.A. dat op 10 februari j.l. te Brussel onder meer het gemeenschappe lijk landbouwbeleid en de prijsvoorstellen van de Europese Cie. besprak, heeft tot zijn spijt vastgesteld dat de prijsvoorstellen van de Commissie op geen enkele wijze in overeenstemming zijn met een cor recte toepassing van de objectieve methode die zij zelf voorstelt. Deze voorstellen voorzien niet in het inhalen van de achterstand welke sedert 1968/1969 in het inkomen is opgetreden en zijn lager dan de adviezen van het Europees Parlement en het Econo misch en Sociaal Comité en eveneens lager dan de bedoelingen van de heer Mansholt: Gepresenteerd als een verhoging van de landbouwprijzen met ge middeld 8 komen deze voorstellen op het niveau van de produktie in feite neer op een veel geringere verhoging. IN verband hiermee wijst het Presidium deze prijs- 1 voorstellen met kracht van de hand. Het her innert aan zijn wens inzake een algemene verhoging van de producentenprijzen voor landbouwprodukten van II a 12 nader uit te werken over de verschil lende produkten. Deze verhoging dient te zijn ge koppeld aan de instelling van socio-structurele maat regelen zoals eerder door het C.O.P.A. gevraagd, met name om in alle gebieden van de Gemeenschap een voldoende verbetering van het inkomen van de land bouwers te verzekeren. Het Presidium spreekt zich krachtig erover uit dat niet kan worden toegestaan dat de vaststelling van nieuwe wisselkoersverhoudingen de aanpassing van de landbouwprijzen in de weg staat en dienten gevolge de verbetering van het inkomen van de landbouwers in diverse landen van de Gemeenschap in gevaar brengt. Een snelle verwezenlijking van de economische en monetaire unie is noodzakelijk teneinde te voor komen dat de moeilijkheden welke zich reeds meer dan twee jaar voordoen in de functionering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zich in de toe komst herhalen. Het Presidium heeft de leden-organisaties van het C.O.P.A. verzocht alle geschikte middelen in 't werk te stellen om te bereiken dat de beslissingen die de komende weken door de Raad zullen worden geno men in overeenstemming zijn met de gerechtvaardig de wensen van het C.O.P.A. rdit verband hebben de landbouworganisaties van Nederland, België, Luxemburg en Duits land bekend gemaakt het door het C.O.P.A. aan vaarde standpunt te onderschrijven. Ook zij houden eraan vast dat de vaststelling van de landbouw prijzen voor 1972/1973 gescheiden behandeld dient te worden van de regelingen van het monetaire vraagstuk. Ook zij wijzen met kracht van de hand dat het opwaarderingspercentage van hun nationale valuta in mindering wordt gebracht van de reeds volkomen ontoereikende prijsvoorstellen van de Europese Commissie. Produkt 1 Durum tarwe Zachte tarwe Gerst Rogge Mais Suiker Oliehoudende zaden Vlas en hennep Melk Rundvlees Varkensvlees Aard van de prijzen O) - T3 5 8 e-& Richtprijs Basisinterventieprijs Aan de producent gegarandeerde minimumprijs groothandelsstadium Richtprijs Basisinterventieprijs Richtprijs Basisinterventieprijs Richtprijs Basisinterventieprijs Richtprijs Minimumprijs voor suikerbieten „halfvette" prijs voor suikerbieten Richtprijs witte suiker Interventieprijs witte suiker Richtprijs kool- en raapzaad Basisinterventieprijs kool. en raapzaad Steunbedrag (per hectare) vlas 110,00 hennep 80,00 Richtprijs voor melk 109,00 Interventieprijs voor boter 1780,00 voor magere melkpoeder 470,00 Directe steun voor magere melk in poeder 130,00 vloeibaar 16,50 127,50 119,85 147,90 109,44 100,72 100,21 92,02 100,42 92,82 96,90 17,00 10,00 238,00 226,10 202,50 196,50 'r-< <D c O W C— 5 O) C CT3 Q- bf) O) T-H w tn N 130,00 123,00 151,00 112,00 103,00 103,00 94,00 103,00 94,00 100,00 17,20 10,00 239,60 227,60 202,50 196,50 125,00 95,00 111,20 1780,00 494,20 130,00 16,50 Oriëntatieprijs voor volwassen runderen (levend gewicht) Oriëntatieprijs voor kalveren (levend gewicht) Basisprijs (geslachte varkens) 720,00 722,50 750,00(4) 942,50 950,00 800,00 <D <y to D fi e ST? g P« 1972/73 Prijsverhoging in (1) Gespreid over -■8 1972/ 73 1973/ 74 132,60 -(2) 153,80 113,80 104,20 104,50 95,50 104,50 95,50 101,30 17,50 10,30 244,00 232,00 210,50 204,50 135,00 105,00 117,20 1780 00 565,70 130,00 11,80 785,00 965,00 825,00 6 5,0 7 4,0 5,0 4,0 5,0 4,6 6,3 6,0 6,0 5,0 7.5 3,0 3,0 2.6 2,6 4.0 4.1 4,0 3,5 4,3 3.8 4,0 2.9 4.5 3,0 3,0 2.6 2,6 4.0 4.1 1,0 1,0 1.0 1.1 2,0 2.2 2.0 2.1 3,0 8,0 8,0 0,0 20,4 13,2 2,4 3,1 0,0 20,4 9.0 2,4 3.1 4,2 v rr C O p. 1.8.72- 31.7.73 1.7.72- 30.6.73 1.7.72 1.8.72- 31.7.73 1.4.72 31.3.73 3.4.72 1.4.73 3.4.72 1.4.73 31.10.73 1Afgeronde bedragen (2) Een nieuw interventiesysteem dat aangepast is aan het systeem voor mais, is al op harde tarwe van toepassing. (3) Voor de prijzen van de verschillende soorten: zie de voorstellen. (4) Prijzen vastgesteld voor 1972/73. Tevens kan nog opgemerkt worden dat over het algemeen de prijzen voor dierlijke produkten meer wor den verhoogd d'an die voor plantaardige produkten. Om de rundvleesproduktie te bevorderen stelt de Com missie bovendien een premieregeling voor, alsmede bepaalde faciliteiten voor de invoer van jonge runderen en kalveren. De Commissie heeft eveneens haar voo stel voor een inkomenstoeslag ten gunste van bepaal de landbouwers tussen 45 en 55 jaar gewijzigd. Volgens het nieuwe voorstel kunnen de landbouwers onder zekere voorwaarden reeds vanaf 40 jaar voor deze inkomenstoeslag in aanmerking komen. Hoe de financiële uitkomsten van landbouwbedrij ven gemiddeld in 1969/'70 uit de bus gekomen zijn, blijkt uit een zojuist verschenen L.E.I.-publicatie. Op 30 van de 700 landbouwbedrijven in elf landbouw gebieden (akkerbouw, weide- en zandgebieden) waar van de financiële resultaten bekeken werden, was het rendement van het bedrijfsvermogen negatief. In onderstaande tabel is zowel voor eigendomsbe- drijven (E) als voor pachtbedrijven (P) gemiddeld per gebied aangegeven: het arbeidsinkomen van de ondernemer (op pachtbasis 'berekend). de overige inkomsten. de besparingen. de rentabiliteit van het totale geïnvesteerde be drijfsvermogen. Enkele conclusies uit deze publikatie, waarin veel cijfermaeriaal wordt gegeven ten aanzien van het ver mogen (balansen) en de mutaties in het vermogen, de inkomensvorming en de inkomensbesteding, de be sparingen en de financiering van de jaarlijkse investe ringen. De meeste ondernemers hebben naast het arbeids inkomen uit het bedrijf andere inkomsten als: niet uitbetaalde lonen van meewerkende gezinsleden; slechts voor een deel uitbetalen van de be rekende rente van het geïnvesteerde be drijfsvermogen opbrengsten uit privébezit, uitkeringen van verzekeringen, inkomsten uit nevenfunk- ties, enz. Duidelijk blijkt dat de financiële positie van de 'bedrijven niet te scheiden is. 78 van het aantal ondernemers heeft kunnen sparen (44 minder dan 10.000; 34 meer dan 10.000). Juist de ondernemers met lage arbeids inkomens hadden veelal hoge andere inkomsten (niet-uitbetaalde kosten 'en privé-inkomsten) waardoor ook zij konden sparen en de investerin gen voor een groot deel uit eigen middelen konden financieren. Deze overige inkomsten waren op eigendomsbedrijven in het noordelijk, oostelijk en centraal gebied en op pachtbedrijven in het wes telijk weidegebied zelfs hoger dan het arbeidsin komen dat de ondernemer uit de bedrijfsexploita- tie verdiende. inbreng van de gezinsleden spelen een grote rol. Voor een groot deel als gevolg van de hoge op brengsten van consumptie-aardappelen blijkt dat de rentabiliteit op akkerbouwbedrijven toen nog in het algemeen gunstiger was dan op weide- en gemengde bedrijven. Uit het onderzoek is duidelijk gebleken dat de financiële positie van landbouwbedrijven slechts ten dele afhankelijk is van de bedrijfsuitkomsten; ook de vermogenspositie van de ondernemer en de INKOMENSVORMING (x ƒ1000) EN RENTABILITEIT OP LANDBOUWBEDRIJVEN (1969/1970) AKKERBOUWBEDRIJVEN: noordelijk kleigebied veenkoloniën nd. zand. IJsselm.p. ov. droogm. zuidwestelijk kleigebied WEIDEBEDRLÏ VEN noordelijk kleigebied noordelijk veengebied westelijk weidegebied noordelijk zandgebied GEMENGDE BEDRIJVEN: noordelijk zandgebied WEIDE- EN GEMENGDE BEDRIJVEN: Oost -f Centr. zandgebied Zuidelijk zandgebied GEEF GRANEN MINDER STIKSTOF DAN NORMAAL! De winter is tot dusver (tot begin februari) droog geweest. Ook in de voorafgaande herfst is weinig regeri gevallen. Als gevolg hiervan is de verplaatsing van stikstof in de grond naar diepere lagen zeer ge ring geweest. Tot aan midden december toe werd op een zand-, een zavel- en een zware kleigrond in de bovenste laag van 40 cm gemiddeld 40 kg stikstof per he aangetroffen. Dit is ongeveer twee maal zo veel als normaal. Het is gewenst dat met deze stikstof bij de be mesting van granen rekening wordt gehouden. Er wordt daarom aanbevolen granen 20 a 25 kg stikstof p/er ha minder te geven dan normaal. Dit komt over een met 1 baal kalkammon per ha. Dit advies geldt Arbeidsink. van overige de ondernemer inkomsten Besparingen Rentabiliteit E P E P E P E P 33,1 24,4 14,4 10,9 18,0 11,6 7,5 15,8 16,4 15,6 11,7 9,2 0,6 3,0 4,0 9t,0 45,9 12,6 26,6 35,0 28,7 40,0 16,8 11,2 21,2 25,6 9,4 20,3 22,3 14,4 10,9 14,2 0,6 5,5 4,5 4,2% 16,2 14,3 13,1 11,5 7,6 4,9 2,8% 2,7 14,7 14,1 .11,7 15,3 6,7 9,9 1,7 3,4% 11,1 12,0 12,7 10,3 6,5 6,1 0,0 0,3 9y2 11,2 16,6 10,3 5,4 3,2 1,1 0,5 12,1 12,4 13,9 12,3 8,0 8,4 1,6 3,5 19,1 17,0 14,4 11,2 14,3 10,0 4,6 5,7 alleen wanneer vanaf 1 februari tot aan het moment van strooien niet abnormaal veel regen valt. Mocht dit wèl het geval zijn dan zal tijdig een correctie op het advies wordien gegeven. Als uit de stand van het gewas op een bepaald per ceel blijkt dat de stikstofvoorziening niet voldoende is, dan kan bij het begin van het schieten nog een aanvuller.de bemesting van 40 kg stikstof per ha over het gewas worden gegeven. Dreigt daarentegen het gewas te zwaar te worden dan kan bij tarwe legering worden voorkomen door een bespuiting met chloor- mequat (vroeger CCC), mits het gewas niet hoger is dan 35 centimeter. Voor wintertarwe gebruike men 2 tot 21/2 liter per ha, voor zomertarwe 1 tot 1% liter per ha. Het gegeven stikstofbemestingsadvies geldt NIET voor in de afgelopen herfst met DD behandelde per celen. Hier kan zoals gebruikelijk ongeveer 30 kg stikstof per ha minder dan normaal worden gegeven.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1972 | | pagina 9