officieel orgaan van de maatschappij tot bevordering van landbouw, tuinbouw en veeteelt in zeeland en noord-brabant LANDBOUWBEGROTING 1972 IN TWEEDE KAMER In dit nummer o.m.: Ziekenhuiskosten verzekering Pagina 3 Onteigening gronden en tracé buisleidingstraat PernisKlundert in discussie Pagina 4 Uit de praktijk Pagina 5 Toenemende belangstelling voor samenwerkingsvormen Pagina 6 Bescherm uw suiker bieten tegen vorst! Pagina 6 De maand november op het Z.W. landbouw bedrijf Pagina 8-9 De aardappelstiuatie Pagina tl P.J.Zuid-Geluid en Voor de vrouw Pagina 14 - 15 In 1970 is er gelukkig geen vorst van betekenis geweest om de oogst en verwerking van suikerbieten in de war te sturen. Tot op heden is wat dat betreft ook 1971 gunstig verlopen. Maar dat kan plotseling veranderen. Vandaar dat het I.R.S. te Bergen op Zoom in een artikel ingaat op de te nemén vorstbeschermende maatregelen voor de bietenoogst. Daar rond en na 1 november de vorstkansen reëel worden en afdekmateriaal bij de hand moet zijn worden op pagina 7 van dit nummer nadere wenken omtrent e.e.a. gegeven. VRIJDAG 29 OKTOBER 1971 59e Jaargang No. 3104 zlm land en tuinbouwblad BIJ UITBLIJVEN VAN MONETAIR HERSTEL IN JANUARI IS APARTE BESLISSING OVER LANDBOUWPRIJZEN 1972/1973 ONVERMIJDEUJK „Als in januari nog geen oplossing is gevonden voor de monetaire moeilijkheden (of er geen uitzicht is voor een oplossing op zeer korte termijn), ben ik van mening, dat overleg om tot beslissingen over de landbouwprijzen 1972/1973 te komen, niet langer kan worden uitgestald". Aldus minister P. J. Lardinois op 21 oktober j.l. in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de land bouwbegroting 1972. De bewindsman doelde hierbij op overleg met de Vaste Kamercommissie voor Land bouw en met het bedrijfsleven inzake de door Neder land in Brussel in te nemen positie. Minister Lardinois was zijn antwoord op de ca. 150 vragen en opmerkingen uit de Kamer aangevangen met een uitvoerige schets van de betekenis van onze land bouw voor de economie. Ten aanzien van het jaar 1970/1971 moest hij constateren, dat de ongunstige inkomensontwikkeling in de landbouw door het samen vallen van twee invloeden werd veroorzaakt: namelijk de inflatoire kostenstijging bij gelijkblijvende garantie prijzen en de ongunstige prijsontwikkeling van zoge naamd vrije produkten als aardappelen, eieren en varkensvlees. Een tweede in de Kamerdiscussie centraal gesteld punt was de vraag, hoe te komen tot een objective ring van het prijsbeleid door het formuleren van be paalde uitgangspunten voor het in de toekomst te voe ren beleid. Een formule zou met name erop gericht moeten zijn de producent bepaalde waarborgen te geven, zodat hij niet het slachtoffer wordt van de in flatoire ontwikkeling. Minister Lardinois gaf te kennen, tegen deze stellingname geen bezwaar te hebben, al zou zijns inziens aan enkele eisen moeten worden voldaan. In de eerste plaats kan de doelstelling van het prijs beleid voor de basisprodukten nooit alléén zijn, een gelijkwaardige inkomensontwikkeling in de landbouw in vergelijking met de andere sectoren. Het is een be langrijk éérste doel, maar het is niet het enige, om dat ook een afwegen van het consumentenbelang moet kunnen plaats hebben. Het streven moet voorts erop gericht blijven van het prijsbeleid ook een element te maken om een redelijk marktevenwicht te bereiken. Naar 's ministers mening is een algemene prijsverho ging op dit moment van bijvoorbeeld 10% zoals sommigen menen daarmee niet te rijmen. En ten slotte vragen de handelsbetrekkingen met derde lan den de aandacht Op het ogenblik begint onze bescher ming van de E.E.G.-graanmarkt ten opzichte van het wereldmarktprijspeil weer aanzienlijke spanningen te veroorzaken. In de tweede plaats moet, als bepaalde uitgangs punten worden geformuleerd voor het in de toekomst te voeren prijsbeleid, daar een verantwoorde prak tische uitwerking voor de gehele Europese landbouw aan worden gegeven. Het kan voorkomen, dat een in flatoire kostenontwikkeling in ons land op een heel ander niveau ligt dan bijvoorbeeld in Italië, of straks in Engeland of Noorwegen. Daarom heeft de landbouw er alles bij te winnen dat een sterker monetair en eco nomisch beleid in de E.E.G. van de grond gaat komen. Vanuit deze twee eisen de voorstellen van de Euro pese Commissie en van het Landbouwschap beoor delende, constateert de bewindsman dat in beide be naderingen: het accent wel wat te eenzijdig is gelegd bij de inkomensstelling van het prijsbeleid, met verwaar lozing van andere evenzeer belangrijke gezichts punten. men er niet in geslaagd is een bevredigende prak tische uitwerking aan de opgestelde formule te geven, doordat de grote diversiteit van de Euro pese landbouw zich verzet tegen een al te eenvou dige formule. Concluderend heeft minister Lardinois in beginsel geen bezwaar tegen het formuleren van bepaalde uit gangspunten voor het toekomstige prijsbeleid. Hij is er integendeel een groot voorstander van. Deze uit gangspunten dienen echter op meer doelstellingen betrekking te hebben, terwijl ook een verantwoorde praktische uitwerking op Europees niveau mogelijk zal moeten zijn. TOETREDINGSPROBLEMATIEK E.E.G. Ten aanzien van de relatie van de uitgebreide Ge meenschap met de EFTA-neutral en heeft de Neder landse regering in eerste instantie gekozen voor een commerciële relatie met onder andere de neutrale lan den, die de vorm heeft van een vrijhandelsassociatie. Deze beleidskeuze en deze vorm sluiten de ontwikke ling uit naar harmonisatie van onder andere het land bouwbeleid en de daarmee samenhangende parlemen taire inspraak. In tegenstelling tot de opvatting van de Europese Commissie, die van mening is dat in een dergelijke constructie de landbouw volledig dient te worden uitgesloten, hecht de Nederlandse regering er grote waarde aan dat in het kader van de te vor men vrijhandelszone de landbouwexport van de ver grote E.E.G. naar de EFTA-landen preferentiële voor delen krijgt. In dit opzicht heeft Nederland echter maar weinig steun ondervonden (en dan alleen maar met betrekking tot de groente- en fruitsektor van Italië). Van Franse zijde werd geen of zeer weinig steun ondervonden, althans tot nu toe. De Europese Com missie gaat thans na, op welke wijze de Nederlandse wensen in het onderhandelingsmandaat met de EFTA- landen toch nog kunnen worden ingepast. Op dit ter rein liggen echter bijzonder veel voetangels en klem men, onder meer bij het probleem van de reciprociteit. DE GRONDBANKPROEF Minister Lardinois beklemtoonde in zijn betoog naar aanleiding van de vele vragen uit de Kamer over de opzet van de Grondbank met nadruk het experimen tele karakter ervan. De voorwaarden, zoals neerge legd in het rapport van de Commissie Wellen, wil hij handhaven. Hij meende dat enkele ruilverkavelings- gebieden in het Noorden met name, die een hoge prio riteit hebben, voor de proef de beste kansen bieden. (Zie verder pagina 3)

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1971 | | pagina 1