Algemene Vergadering K.VE.I'. overzicht Redevoeringen Ir. KNOTTNERUS en Ir. GEUZE No. 2554 Frankering bij abonnement: Terneuzen ZATERDAG 12 NOVEMBER 1%0 48e Jaargang ZEEUWS LANDBOUWBLAD Officieel Orgaan ran de waarin opgenomen DE BOERENJEUOD x:r+ Officieel Orgaan ran de ZEEUWSE LANDBOUWMAATSCHAPPI} en de LANDBOUW JONGEREN GEMEENSCHAP ZEELAND "117 AT de nieuwe landbouwprijzen voor 1961 betreft, zie ik onvoldoende ruimte voor de agrarische onder- nemers om te investeren. In ons welvarend, sterk groeiende en snel industrialiserende land zal eigen geld en investe- ringscrediet voor de boer en tuinder slechts te vinden zijn, als zijn inkomen die ruimte, ergo ook het vereiste krediet, toelaat. Temeer moet hij dit kunnen als E. E. G.-producent. We hebben in geen jaren zo'n slechte stemming ten platte- lande geconstateerd als momenteel. De melkprijs, speciaal het niet aanpassen van de hoeveelheid melk; de moeilijke graanoogst en de moeilijkheden met de afzet van geschoten tarwe; de duizenden ha's aardappelen die in de grond gebleven zijn; de bieten die op dezelfde manier bedreigd worden en die op de doorweekte velden niet dan tegen ongekende moeite en kosten bij kleine beetjes tegelijk weggesleept kunnen worden; dit alles tezamen werkt fnuikend. De Minister moge in theorie sommige prijs verlagingen kunnen verdedigen, dat hij lager gegaan is dan het Landbouwschap heeft gevraagd is onder deze om standigheden geen wijs, geen steunend, begrijpend en meelevend beleid, maar een beleid dat van buitenaf op ons toekomt. De beslissingen over de prijzen van de Minister zijn in dit opzicht teleur stellend. Dit beleid kan slechts voor ons aan inhoud winnen, wanneer de regering de rest van het Nederlandse bedrijfsleven eveneens tot prijsverlaging, ergo mede tot kostenverlaging voor agrarisch Nederland, kan brengen. Onder de smerigste en beroerdste omstandigheden moet de boer trachten zijn oogst van liet land te krijgen. Oogstjaar 19(50 zal voor de landbouw de ge schiedenis in gaan als hel modderjaar. Op pagina 791 geven wij een foto reportage van het moddert'ront, terwijl op pagina 793 een kort overzicht van do stand van zaken over de oogst wordt gegeven. MET deze woorden besloot de voorzitter der Z. L. M., ir. M. A. Geuze, zijn met grote aan dacht beluisterde redeover het onderwerp „Kant tekeningen bij het kostenvraagstuk in de Neder landse landbouw", op de Algemene Vergadering van het Koninklijk Nederlands Landbouwcomité, welke dinsdag jl. te Utrecht werd gehouden. Een inleiding, die wij vrijwel in zijn geheel elders in dit blad hebben opgenomen en die het sluitstuk vormde van deze K. N. L. C.-bijeenkomst. Tevoren had de voorzitter van onze landelijke organisatie, ir. C. S. Knottnerus, in zijn openings rede voornamelijk de aandacht gevraagd voor meerdere samenwerking en concentratie in de landbouw en in het landbouwverenigingsleven. Aan het begin van de vergadering herdacht de heer Knottnerus het onlangs overleden erelid van het K. N. L. C., de heer H. D. Louwes. Dankbaar zijn wij, zo zeide hij, dat de heer Louwes uit ons midden was voortgekomen. Dankbaar ook voor alles, wat hij voor het Landbouw-comité, de hele boerenstand en het Nederlandse platteland ge daan heeft. Wij, die hem gekend hebben, zullen hem niet vergeten en wij zullen er van ganser harte aan meewerken, dat ook zij, die na ons komen, van zijn voorbeeld kennis zullen kunnen nemén. SAMENWERKING VEREIST TEN aanzien van samenwerking en concentratie merkte de voorzitter van het K. N. L. C. op, dat Óit in deze wereld, waarin nu eenmaal een drang naar het vormen van grotere eenheden is waar te nemen, ook voor de agrarische wereld een gebiedende eis wordt. Nog lang niet overal is dit, zoals het zou moeten zijn. Op het gebied van de coöperaties niet, hoewel het pas gestichte bedrijf .Delta-Chemie" een goed voorbeeld is. Op het terrein van de organisaties ook nog niet. Wel werken de boerenstandsorganisaties na de oorlog nauw met elkaar en met de landarbeidersorgani saties samen in het Landbouwschap, maar spre ker vroeg zich af of dit altijd wel van harte gaat. Toch is deze samenwerking nodig om nog iets te kunnen bereiken. Daarnaast zal zeker ook een vorm gevonden moeten worden om samenwer- king tot stand te brengen met de vele vaktechni sche organisaties, die in de landbouw werkzaam zijn. Speciaal op het terrein van de voorlichting aan de individuele leden zal concentratie van de talrijke blaadjes nodig zijn. Ook in het K. N. L. C. zelve, aldus ir. Knottne rus, zullen wij en de Provinciale Maatschappijen er zich meer van bewust moeten worden, dat de Centrale Organisatie sommige taken beter kan vervullen, dan iedere Landbouw Mij. afzonder lijk. Met name denkt spreker aan het buitenland se werk, aan het onderwijs en aan de publiciteit. Op deze laatste twee terreinen moet meer samen werking komen. DE LANDBOUWBLADEN AVER de landbouwbladen van de verschillende Landbouw-Mij en, waarvan er een aantal een zekere samenwerking hebben in de Landbode, merkte ir. Knottnerus op, dat het hem een raad sel is, hoe men kan aandringen op meer public- relation naar buiten voor de landbouw, terwijl men intern niet tot een samenbundeling van de eigen bladen kan komen. Hierbij mogen wij opmerken, dat wij het jammer vonden, dat de Voorzitter van het K. N. L. C., deze toch wel belangrijke zaak niet nader uitwerkte en haar met deze ene zinsne de afdeed. Immers ook de Z. L. M., die nog een eigen landbouwblad uitgeeft, is natuurlijk be reid tot zekere vormen van samenwerking op dit terrein. Wij hebben daar al lang bepaalde ideeën over. Maar samenwerking wil zeggen, dat men eerst gezamenlijk zoekt naar wegen, die allen zoveel mogelijk bevrediging geven en dan een vorm vindt waarin die samenwerking gegoten wordt. Samenwerking wil onzes inziens niet zeggen, dat men alleen maar mee kan doen aan een combi natie, zoals de Landbode er een is. Want juist tegen de wijze, waarop deze combinatie werkt, bestaan bij de Z. L. M. bezwaren. Zo zijn wij, om maar een voorbeeld te noemen. juist in het kader van het betoog van de heer Knottnerus, van mening, dat de stem van de Centrale Organisatie, van het K. N. L. C. dus, veel meer in een te vinden vorm van samenwer king tot de leden zou dienen te spreken, waar naast toch het provinciale, het Maatschappij- eigene, zijn stempel zou moeten blijven drukken op het landbouwblad, dat er immers in de eerste plaats is voor de leden der Landbouw Mij-en. Maar, wie weet, komt er na deze openingsrede van de Voorzitter van het K. N. L. C.. weer eens een gesprek los, waarin de verschillende partijen, als gelijkwaardige partners, dit gehele probleem kunnen bezien. Hierbij zou men dan de gewenste toestand moeten uitwerken en niet de bestaande als praktisch enige maatstaf moeten gebruiken. Later kan men dan nagaan hoe gewenst en lw» staand te combineren zijn. KLEINBEDRIJF, BELASTINGEN EN MOTIE DE heer Knottnerus sneed nog enkele andere belangrijke onderwerpen aan. Zo zag hij de toekomst van het kleine bedrijf niet zo somber in. Want ondanks concentratie, mechanisatie en al wat daarmee samenhangt, van de grotere bedrij ven, kan men op het kleine bedrijf door spe cialisatie en intensivering steeds weer kwaliteits- produkten voortbrengen, die in een wereld, waar meerdere welvaart gaat heersen, voldoende afzet zullen vinden. Tenslotte deed de heer Knottnerus nog een felle aanval op de belastingvoorstellen van minister Zijlstra, daar hierin enkele punten, o.a. de waar devermindering van de grond, voor de landbouw slecht te verteren zijn. De vergadering nam nog een motie aan, waarin ernstige ontstemming werd uitgespro ken over het door minister Marijnen te voe ren garantiebeleid 1961. Wij schreven hierover reeds de vorige week uitvoerig en komen daar zeker weer op terug, o.a. bij de behandeling van de Begroting van Landbouw in de Twee de Kamer. S.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1960 | | pagina 1