Europese Economische Gemeenschap in wording r van invloed op ons beleid J ZATERDAG 26 MAART I960 Overzicht De 115 meter hoge Euromast op de Floriade. De Floriade te ROTTERDAM Deze week No. 2522 Frankering bij abonnement: Terneuzetl 48e Jaargang ZEEUWS LANDBOUWBLAD waarin opgenomen DE BOERENJEUGD Officieel Orgaan ran de ZEEUWSE LANDBOUWMAATSCHAPPIJ •n de LANDBOUW JONGEREN GEMEENSCHAP ZEELAND «TIJ krijgen bij de bepaling, vaststelling en verdediging van een Nederlands Land bouwbeleid hoe langer hoe meer te maken met de in wording zijnde Europese Economische Gemeenschap, die in de volksmond Euromarkt genoemd wordt. Er liggen ter beoordeling voorstellen van de Europese Commissie om te komen tot een gemeenschappelijk landbouwbeleid. Of deze nu straks ongewijzigd of gewijzigd aanvaard worden, verandert niets aan het feit, dat de zes landen, waaronder ons land, naar elkaar toe gaan groeien en hun economisch bestel op elkander gaan afstemmen. En ofschoon ook wij nog niet direkt geloven, dat over zes jaar de handel in alle land- bouwprodukten tussen de zes geheel vrij en onbelemmerd kan plaats vinden, toch zullen er geleidelijk aan veranderingen gaan optreden in de thans bestaande toestand, welke ons eigen nationale landbouwbeleid zullen beïnvloeden. Wie daarvoor zijn ogen sluit, doet als de struisvogel, die zijn kop in het zand steekt in de hoop door zelve niets te zien, niet gezien te worden. HET is uiteindelijk ook niet meer dan normaal, dat afgesloten overeenkomsten nakomt. En de tot standkoming van de E. E. G. is niets anders dan het gevolg van een Verdrag, dat Italië, Frank rijk, West-Duitsland, België, Nederland en Luxem burg enige jaren geleden hebben afgesloten en waarvan de inhoud is goedgekeurd door de rege ringen en de Volksvertegenwoordiging van de zes genoemde landen. In dit Verdrag, in deze overeenkomst dus, staat duidelijk, dat in een overgangsperiode van 12 tot 15 jaar alle handelsbelemmeringen tussen deze zes landen moeten verdwijnen en dat tegenover derde-landen (landen, die buiten de gemeenschap blijven) een zelfde handelsbeleid moet worden opgebouwd. Daar deze overgangsperiode, en daar mede het begin van de E. E. G., op 1 januari 1958 is ingegaan, leven wij reeds onder de bepalingen van dit Verdrag en het gaat er thans in vele sectoren van het bedrijfsleven maar om, hoe de bepalingen worden uitgewerkt en uitgevoerd. Voor dit uitwerken en uitvoeren is indertijd een Commissie ingesteld, bestaande uit 2 ver tegenwoordigers van Italië, Frankrijk en West- Duitsland elk, en uit 1 vertegenwoordiger uit België, Nederland en Luxemburg elk. In deze Commissie, genaamd de Europese Commissie, zit voor ons land Dr. S. L. Mansholt, die, hetgeen begrijpelijk is, met de landbouwzaken is belast. VERLAGING EN VERRUIMING. DE opzet van de Europese Economische Gemeen schap is dus tweeërlei. Allereerst dient er na de overgangsperiode een vrij verkeer te zijn ontstaan van goederen, kapitaal, personen en diensten in het gehele gebied, dat door de zes landen wordt omsloten. Hiervoor zijn heel wat maatregelen nodig. De belangrijkste zijn het ge leidelijk aan afbreken van de nog bestaande douane tarieven (invoerrechten) en van de tussen deze zes landen bestaande contingenteringen. Op het ogenblik immers heft ieder van de zes aan zijn grens invoerrechten op goederen, die uit een der andere vijf partnerlanden worden in gevoerd. Deze handelsbelemmering moet in 12 jaar verdwijnen en reeds heeft de eerste verlaging van 10% plaats gevonden. Het is begrijpelijk, dat men de bestaande invoerrechten niet in één klap kan opheffen, daar dan te grote verstorin gen in de economie zouden ontstaan. Dit moet dus geleidelijk aan gaan. Tegelijkertijd zal die andere grote handelsbe lemmering worden afgebroken, die men contin- gentering noemt. Dit wil zeggen, dat er door het ene land maar een bepaalde hoeveelheid van één produkt per jaar uit het andere land woitit toe gelaten. In de overgangsperiode za] dus de slagzin gelden: Invoerrechten verlagen, contingenten verruimen. Naast deze basismaatregelen zijn er tal van aanpassingsregelingen voor vele sectoren van het bedrijfs leven nodig. De thans ter beoor deling lig'gende voorstellen om te komen tot een gemeenschappelijk landbouwbeleid behelzen een aan tal maatregelen, die voor de agra rische bedrijfstak door de Europese Commissie noodzakelijk geacht wor den. Op de inhoud ervan hopen wij in enige volgende artikelen terug te komen. Zij zijn in enkele onzer Kringen uitvoerig en zeer duidelijk toegelicht door Dr. J. van Lierde, een rasechte Zeeuws-Vlaamse boe renzoon, die permanent medewer ker is op het Bureau van de Euro pese Commissie. UAN 25 maart tot 25 september wordt de Internationale Tuinbouw Tentoonstelling Floriade te Rotterdam gehouden. Op het 40 ha grote ter rein zal, mits de weersom standigheden niet tegen werken, zowel op het bui tenterrein als in de uitge strekte moderne kassen complexen voor bloembol lencultuur en bloemisterij veel in bloei staan. In de Ahoy- en Energiehallen zullen gedurende de ten toonstelling 9 specifieke seizoenexposities gehouden worden. Aan de groenten- fruit- en zaadteelt is uiter* aard veel aandacht besteed» Het werk van de Neder landse Wetenschappelijke Instituten en Proefstations op het gebied van de tuin bouw komt tot uiting in de inzending „Van Kiem tot Kracht", terwijl men in het „Koningshof" bloemen en planten uit de kassen, orangerieën en tuinen van verschillende koninklijke tuinen vindt. Al met al een expositie waar voor een ieder veel te zien zal zijn. De tentoon-, stelling is dagelijks ge opend van 924 uur. KORTERE OVERGANGSPERIODE WAAR wij in dit eerste en inleidende artikel op willen wijzen is, dat onze Nederlandse eco nomie, en dus ook ons landbouwbeleid, steeds meer de invloed zullen gaan ondervinden van de komende E. E. G. Dit dringt des te meer, omdat de Europese Commissie op het ogenblik van mening is, dat de overgangsperiode van 12 jaar best verkort kan worden, hetgeen een versnelde doorvoering van de benodigde maatregelen met zich zou brengen. Deze mening is gebaseerd op de gunstige economische toestand in de zes lan den, waarop volop werkgelegenheid is, waar de deviezenmoeilijkheden overwonnen zijn en waar hoogconjunctuur heerst. Het is nü het ogenblik flink door te pakken, daar eventuele schade aan bepaalde bedrijfstakken in bepaalde landen ge makkelijker kan worden opgevangen dan in slech te tijden. Of deze versnelling doorgaat is nog niet bekend, doch het wijst wel op het vaste voornemen de Euromarkt tot stand te brengen. De lezer zal zich wellicht afvragen, waarom dit alles? Wij hopen dit in een volgend artikel uiteen te zetten en dan tevens met het Land bouwvraagstuk te beginnen. Vaststaat, dat er iets aan het groeien is en dat het onze leden direct aangaat, al merken zij dit nog niet onmiddellijk. Men oriëntere zich echter en hiertoe willen dit en volgende artikelen medehelpen. S. Het standpunt van het K.N.L.C. inzake de ontwerpvoorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de E.E.G. Pag. 243 Boerderij en organisatie Pag. 244 Stal ramen van beton geven licht en lucht Pag. 216 Een overzicht van de ontwik keling van de veehouderij in Zeeland over 1959 Pag. 247 De Tuinbouwrubriek behandelt 0.m. de winterbloemkool en de „Floriade" Pag. 248 Vervolg Tuinbouw en rubriek „Vee en Vlees" Pag. 249 De nieuwe lonen en arbeids voorwaarden worden uitvoerig gepubliceerd op Pag. 250-251 Wetenswaardigheden voor werkgevers Pag. 252 1. L. R. bulletins. Beproeving- van verschillende landbouw machines Pag. 253 L. J. G. en marktberichten op Pag. 255 en pag. 257 fjp Zitdagen Boekhoudbureau Hf der Z.L.M, Pag. 242

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1960 | | pagina 1