Lonen MAIS ociaie voorzieningen 3ccll van z a aim ais EN 18 21 21 so y2 ct. 18 18 21 21 7 TOT 14 DECEMBER. BESTRIJDING VAN DE BRUINE RAT. WINTERLONEN IN DE LANDBOUW. Zoals bekend zijn in de Collectieve Arbeidsover eenkomsten (C.A.O.'s) de lonen en arbeidsvoor waarden geregeld. In de bedoelde C.A.O.'s nu, is be paald, dat tijdens de wintermaanden, n.l. van 1 Deccember t/m 28 Februari, minder uren gewerkt moeten worden en dientengevolge het loon lager wordt. Opdat alle werkgevers van deze wijziging goede nota zullen kunnen nemen, laten wij hieronder de normale tijdlonen volgen, welke gelden voor de periode 1 December '51 t/m 28 Februari '52. A. Voor arbeiders, die belast zijn met de verzor ging van vee, voor bouw- en paardenknechts en voor hen, die arbeiden met zware landbouw machines, indien zij nimmer in accoord werken: 17 jaar 19 20 22 23 en ouder 26,80 per week 30,70 35,20 37,70 40,30 42,30 44,40 B. Voor de overige arbeiders een uurloon van: Leeftijd: 17 jaar 18 19 20 22 23 Vakarbeiders Ongeschoold, en ouder 58 ct. 66y2 ct. 71 ct. 76 Va ct. 80 ct. 84 y2 ct. 48 y2 ct. 54 y> ct. 63 ct. 67 ct. 72 ct. 75 ct. 80% ct. Het winteruurloon blijft dus gelijk aan het z.g. zomer uurloon. Daartegenover staat echter, dat de arbeidstijden zich voor de periode van 1 Decem ber 1951 tot en met 28 Februari 1952 wijzigen n.l. door groep A dient in deze periode 5 dagen a 9 uur en een Zaterdag van 5 uur, totaal dus 50 uur per week, gewerkt te worden. Voor groep B wordt dit 5 werkdagen a 8 uur en een Zaterdag van 4 uur; totaal dus 44 uur per week. Winterlonen in de tuinbouw Onder tuinbouw te verstaan: groenteteelt, fruit, teelt en boomkwekerij. Voor de arbeiders, belast met de verzorging van vee enz. en de losse arbeiders in de tuinbouwsector gelden dezelfde lonen en arbeidstijden als onder A en B genoemd: C. Voor de vaste vakarbeiders, indien zij nimmer in accoord werken, geldt in de periode van 1 De cember 1951 tot en met 28 Februari 1952 een tijd loon van: 17 jaar 19 20 21 22 25,50 29,10 33,35 35,55 38,10 40,15 23 „en ouder „42,20 D. Voor de vaste arbeiders, werkzaam in het boomkwekersbedrijf, die niet kunnen snoeien, enten en oculeren of geen bijzondere verantwoor delijkheid dragen en nimmer in accoord werken: 17 jaar 19 20 22 23 en ouder E. Voor de ongescholde nimmer in accoord werken: 17 jaar 18 19 20 22 23 en ouder 24,50 27,85 32,05 34,- 36,50 38,50 40,55 arbeiders, indien zij 24,- 27,30 31,50 33,45 36,05 37,45 40,— naar wij menen ongeveer de prijs is die men be taald als droogkosten. Daartegenover vervallen uiteraard op het be drijf weer andere kosten. Tegenover deze stijging van de handelsprijs staat een verhoging van de waardeprijs van 5,36 per 100 kg, waaruit men de conclusie zou kunnen trekken dat alleen bij ver koop en gebruik buiten het bedrijf met de nood zaak van vervoer, dit drogen economisch verant woord is. Ondanks de wisselende prijsverhoudingen (deze gegevens zijn gebaseerd op de toestand per 1 Nov. j.l.) menen we dat het voortdurend raadplegen van deze gegevens voor de bedrijven, die bij aan? of verkoop betrokken zijn, zeker aan te bevelen is. B, Voor de groepen C, D, en E geldt eveneens een arbeidsweek van 5 dagen a 8 uur en een Zaterdag van 4 uur, totaal dus 44 uur. Opmerking. Ten overvloede zij er op gewezen, dat boven, staande lonen en werktijden in onderling overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties tot stand zijn gekomen. Dit betekent, dat werkgevers en werknemers zich ook aan deze afspraken dienen te houden. COMPENSATIE-UITKERING. De aandacht wordt er op gevestigd, dat door de Stichting voor de Landbouw nog geen definitief standpunt is ingenomen omtrent de algemene ver gunning welke het college van Rijksbemiddelaars heeft verleend tot het doen van een éénmalige compensatie-uitkering aan de werknemers ter grootte van 11 van het hun rechtens geldend loon waarin 3 December 1951 valt. In verband hiermede verzoeken wij de werk gevers, alvorens tot het uitbetalen van de compen satie-uitkering over te gaan, het persbericht af te wachten dat volgende week in dit blad over een en ander zal verschijnen. de L. Evenals in andere jaren zal ook dit jaar, n.l. van 7 tot 14 December over het gehele land een grootscheepse actie tót bestrijding van de bruine rat worden gevoerd. Als inleiding tot deze bestrijdingsactie zullen de heren J. H. Avis, Burgemeester van Midwoud, en Ir A. J. Ophof van de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen, in een radio-vraaggesprek enkele bijzonderheden vertellen over de wijze, waarop de bestrijding van de bruine rat dit jaar ter hand zal worden genomen. „Rattenbestrijders vertellen Uis de titel van dit vraaggesprek, waarvan de uitzending zal plaats hebben in de Landbouwrubriek van de Af deling Voorlichting van het Ministerie van Land bouw, Visserij en Voedselvoorziening op Maandag 19 November a.s., des avonds van 19.45—20.00 uur over de zender Hilversum I. Hoe wordt dc opbrengst aan droge korre! berekend Van verschillende zijden horen wij de opmerking, hoe komt men aan de berekende kg opbrengst droge-korrel? Wij kunnen ons voorstellen, dat een dergelijke vraag gesteld wordt. Immers trekt men eenvoudig het ingedroogde vocht van het natte product af, dan klopt dit niet met het eindcijfer, dat op de afrekeningsstaat voorkomt. Daar het een een en ander tot verkeerde voorstellingen e.d. aan leiding zou kunnen geven, lijkt het ons gewenst aan de hand van een voorbeeld, mede te delen hoe het berekend wordt. Laten wij uitgaan van het partij rnaïs van 10.000 kg met een vochtgehalte van 39.1 wordt inge droogd tot 15 Degene, die de drogingsformule niet kent, redeneert 39.1 vocht, terugdrogen tot 15 is dus een verlies van 24.1 9c of 2410 kg. Aan droog product blijft dus over 10.000 2410 kg 7590 kg. Dit is echter niet juist. Men moet uit gaan van de drogestof. Dit is namelijk het enige onveranderlijke getal. 10.000 kg met 39.1 vocht bevat 6090 kg droge stof, ofwel 60.9 van de totale partij. Drogen we tot 15 vocht dan blijft het aantal kg droge stof constant (6090 kg), maar bij 15 vocht vertegenwoordigt de droge stof nu 85 van de totale partij, in plaats van 60.9 CA- en hieruit schuilt de rekenfout die in bovenstaand geval gemaakt wordt. Vermenigvuldigen we dus het droge stof voor en na het drogen resp. met het aantal kg nat of gedroogd product, dan zal dit gelijk moeten zijn, zo er geen andere verliezen op treden. 60.9 van 10.000 kg nat product 6090 kg droge stof. 85 van 7165 kg gedroogd product 6090 kg droge stof. Of in formule: 100 vochtgehalte voor drogen 100 vocht na drogen kg gedroogd product. x nat product Gaan we nu uit van dezelfde partij als hiervoor genoemd, dan krijgen we de volgende berekening. 100 39.1 100 15 60.9 - 609.000 X 10.000 X 10.000 85 85 7165 kg droog product met een verlies aan water van 2835 kg. Naast verlies aan water heeft men nog een an der verlies n.l. aan stukjes spil, vliesjes e.d. die zich in het natte product bevinden en door de voor reiniger van de droger afgevoerd worden. Dit ver lies kan zeer verschillend zijn en variëren van 1 tot 5 In bepaalde gevallen kan het zelfs nog be duidend hoger liggen. Met het bovenstaande hopen wij U enig inzicht te hebben gegeven in de wijze van de berekening zoals die bij het kunstmatig drogen van maïs e.d. wordt toegepast. De Hoofdassistent v. d. Akkerbouw, M. MURRE. Zierikzee, November 1951. Naar wij vernemen valt binnenkort de publicatie te verwachten van voorschriften voor de teelt van zaaimaïs en de voorwaarden waaraan deze teelt zal moeten voldoen. De zaaimaïs, welke thans in steeds belangrijker mate in ons land geteeld wordt en welke op Zuid- Beveland reeds betekenis heeft verkregen, bestaat hoofdzakelijk uit hybriden. Om deze teelt zuiver te houden is vreemd stuifmeel, b.v. van in de buurt verbouwde consumptiemaïs, uit den 'boze en zo doende heeft de N.A.K. reeds voorgeschreven dat zaaimaïs minstens 200 meter van andere maïs ver wijderd geteeld moet worden om goedgekeurd te kunnen worden. Gezien de duurte van het uitgangsmateriaal voor deze zaaimaïs en het vele werk aan deze zaaizaad, teelt verbonden, is een zekere bescherming nood zakelijk en verantwoord, zonder dat daarbij de con- sumptiemaïsteelt in het gedrang mag komen. De voorstellen die daaromtrent indertijd door de Z. L. M. zijn ingediend bij de Stichting voor de Landbouw blijken practisch in de nieuwe regeling verwezenlijkt te zijn. De kweker van zaaimaïs zal in het vervolg voor 15 Januari de teelt van zaaimaïs, onder opgave van de percelen moeten aanvragen bij het Bedrijfschap voor Zaaizaad. Voor zover dit vermeerdering be treft buiten het eigen bedrijf, zal de teler-contrac tant deze aanvrage mede moeten ondertekenen. Vervolgens wordt vóór 15 Februari bepaald dat de teelt van andere maïs op minder dan 200 meter afstand van deze geregistreerde zaaimaïspercelen verboden is. Van dit verbod is echter ontheffing mogelijk. In de periode van 15 Februari tot 1 Maart kan tegen de aanwijzing van bepaalde voor rangspercelen bezwaar worden gemaakt. Een commissie zal deze bezwaren onderzoeken. De minimumoppervlakte van de percelen welke voor bescherming in aanmerking komen bedraagt in het algemeen 50 are, doch voor speciale kwekers? maïs kan de minimumoppervlakte op 10 are ge steld worden. De consumptiemaïstelers, die hun belangen te zeer geschaad achten, kunnen dus tijdig hun be zwaren indienen. Is de datum van 1 Maart be reikt en zijn er geen bezwaren tegen een bepaald perceel zaaimaïs gekomen, dan staat het voor- rangsrecht van dit perceel vast en loopt deze teler geen risico meer dat zijn dure teelt door derden geschaad wordt,

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch landbouwblad ... ZLM land- en tuinbouwblad | 1951 | | pagina 4