Met mandement Mededeling JTxelaria Weekblad van de Gereformeerde Kerken in Zeeland ZEEUWSE KERKBODE TIENDE JAARGANG No. 14 Berichten en opgaven Predikbeur ten tot Dinsdagsmorgens te zenden aan de drukkers Littooij Olthoff, Spanjaardstraat 47, Middelburg. Hoofdredacteur: Dr C. Stam, Westwal 2, Goes, Telefoon 2563. RedacteurenDs D. J. Couvée, Ds Y. J. Tiemersma, Drs A. Verschoor. Medewerker: Ds H. Veldkamp, Veldweg C 260i, Telefoon 884, Hattem. Drukkers: Littooij Olthoff, Spanjaardstraat 47, Middelburg, Telefoon 2438, Giro 42280 VRIJDAG 1 OCTOBER 1954 Abonnementsprijs: ƒ2,75 per half jaar (bij vooruitbetaling). Afzonderlijke nummers 12 cent. Advertentiën 10 cent per mm. Vrijwel alle bladen hebben eens, of meermalen, geschreven over het Mande ment der bisschoppen. Welke politieke gevolgen er van komen, valt nog niet te zeggen. Het is enerzijds een beetje toe gejuicht, ook onder ons, en aan de an dere kant werd het scherp gelaakt. Eén punt kwam nimmer tot opheldering. N.l. waarom de bisschoppen in Nederland pas in 1954 tot de conclusie kwamen, dat er geen samengaan met de doorbraak moest zijn. Waarom zagen zij dat niet in 1946, en waarom hebben zij het toen niet ge zegd Dit zou in Nederland een meer positieve indruk gemaakt hebben dan nu, nadat Rome en de doorbraak het politieke beleid in deze jaren toch zeker voor een deel hebben beheerst. Deze vraag heeft ons nog al eens bezig gehouden, maar hierover hebben we tot nogtoe weinig gelezen. Het blijkt, dat ook in A.R. kring het gesprek over het Mandement wordt ge houden. In 's-Gravenhage was er een be langrijke bijeenkomst, waarin het vóór én tégen van het Mandement besproken werd. Het eerste door Dr Bruins Slot, het tweede door Prof. Dr Schippers. Het is interessant en leerzaam, om de gang van beider betoog na te gaan. De Hoofdredacteur van Trouw" is nog al een voorstander van het Mande ment. In zekere zin acht hij dit optreden tegen de doorbraak juist. Naar zijn oor deel, zoals een verslag in „Trouw" het gesprokene weergeeft, staan wij met Rome tegenover dezelfde vijand: de vrij zinnige partij, met als beide vleugelsde P.v.d.A. en de V.V.D. En, mocht de doorbraak doorgaan, dan verwacht hij met een halve eeuw wederom een liberaal regenten-regime, zoals dat geweest is vóór dat Groen van Prinsterer optrad. Het is uit deze woorden niet onduide lijk, dat bij Dr Bruins Slot een verlangen leeft naar herstel van de coalitie. Het sa mengaan van Rome met de Chr. politieke partijen. Vermoedelijk wil hij het Mande ment uitleggen als een gunstig sein van Rooms Katholieke zijde, dat „de weg tot elkander" weer moet betreden worden. Het zal niet zo makkelijk zijn uit te maken, of dit metterdaad het geval is. Ook liggen de verhoudingen wel wat an ders, dan in de dagen van de coalitie. Enstaat Rome in ons land er ook niet anders voor dan voorheen Nog eenswanneer Rome nu ineens de P.v.d.A. met ons zou zien als gemeen schappelijke vijand, hoe konden ze dan zoveel jaren in het politieke beleid met deze partij samengaan Enhet één en ander „klaar" maken, waarmee ons land zal blijven zitten? Stond dan de P.v.d.A. voor 9 jaren principiëel „anders" dan nu? Niemand, die het zal beweren. Waarom levert de samenwerking nu dan zoveel principiële bezwaren, en in de verlopen jaren niet? Zou er nooit bij Rome sprake zijn van „utiliteitspolitiek", en moeten we daar ook een beetje rekening mee houden Verder is het de vraag, of we weer op nieuw beducht moeten zijn voor een libe raal regentenregime. Men kan toch moei lijk verwachten, dat de klok zó ver kan worden teruggezet naar het uur van het verleden. De sociale ontwikkeling, die we doormaakten, zou een liberaal regime van de oude stijl niet meer gedogen. In dat Opzicht komt ons de voorstelling van Dr Bruins Slot niet sterk voor. Daarbij mag ook een ander punt niet worden vergeten. Zou het ook zó kunnen zijn, dat Rome voor de volgende phase van haar politieke ontwikkeling meer pro fijt ziet in een andere wisselstand? Wan neer men alléén spreekt van,een gemeen schappelijke vijand voor Rome en de Prot. Christel ijken, dan moet toch ook de verhouding: Rome en het Protestantisme naar voren komen. Er zijn toch landen, ook in Europa, waar deze verhouding van die aard is, dat enige reserve wel zeer ge wenst is. Trouwens, wat de methode aangaat, leert het Mandement wel, dat er bij Rome nog niet veel is veranderd. De kerk zal beslissen, en de weg wijzen. Hiertegen heeft Dr Bruins Slot van zelfsprekend grote bezwaren. Al behoeft een dergelijke, verregaande herderlijke beslissing over het handelen der gemeen teleden, nog niet persé te strijden met de democratische begrippen, het staat toch wel tamelijk dicht bij de opvatting der Middeleeuwen. De R.K. Kerk gaat staan achter de politiek van de R.K. partij, zegt Dr Bruins Slot. Misschien is het nog iets sterker. Dat het bisschoppelijk instituut de lijnen uitstippelt, waarlangs het R.K. leven, ook in politieke zin, zich heeft te bewegen. Een dergelijke methode is bui ten Rome bijna ondenkbaar. In verband hiermee wees Dr Bruins Slot op het feit, dat de A.R. partij op 't ogenblik hiervan nogal last ondervindt, dat niet alle ambtsdragers van de refor matorische kerken op loyale wijze achter de partij staan. Het is de vraag, of dit in het verleden wél het geval was. In een kerk, waarin verschillende en soms tegenstrijdige rich tingen, of modaliteiten zijn, is dat ook niet te verwachten. Mogelijk waren de leden van de Geref. Bond in de Herv. Kerk vroeger meer bij de A.R. partij dan nu. Tegenwoordig schijnen ze nog al de kant van de Staatkundig Gereformeerden uit te gaan. Wat al weer een bewijs is dat het in de Geref. gezindte niet een voudig is om samenbinding te krijgen. Zelfs voor de C.H. is er van een der gelijke medewerking maar weinig sprake. Dat hierin de doorbraak-gedachte een rol speelt, is voor geen bestrijding vatbaar. En dat in een kerk, waarin de verhoudin gen zó uit elkaar liggen, het erg moeilijk is om door de prediking de Christelijke activiteit te prikkelen, is eveneens waar. In het onderwerp, hier aangesneden, zit men middenin het kerkelijk vraagstuk, en de verhoudingKerk en politiek. Eindelijk ziet Dr Bruins Slot in het Mandement, ondanks de bezwaren, een waardevol hulpmiddel in de strijd tegen de doorbraak. Prof. Schippers liet een ander geluid "horen. Hij heeft de zaak meer van de theologische kant aangevat. Wat bij dit onderwerp ook beslist noodzakelijk is. Naar zijn oordeel is dit bindende mande ment in geen enkel opzicht een gunstig voorbeeld. Ook verschilt hij van mening met Dr Buins Slot over de taak der pre diking tot het voorschrijven van politieke richtlijnen, die bepaald „een partij" be voordelen. Wel wil hij de prediking van de waarheid, dat het ganse leven, ook het politieke, van God is, en de gehoorzaam heid aan Jezus Christus moet voor elk levensterrein worden verkondigd. Prof. Schippers ziet het Mandement niet als een bijdrage tot „Kerstening" van ons volk, maar tot „Katholisering". Dat wil zeggen, dat hij in het Mandement vóór alles nadruk wil leggen op de wil tot het voeren van een Katholieke actie. In derdaad zal men bij de beoordeling en waardering van het Mandement hiermede ernstig rekening moeten houden. Verstaan we het goed, dan maken de mogelijke geestelijke achtergronden bij Rome op Prof. Schippers meer indruk en wil hij de aan te nemen houding in de practijk geen ogenblik daarvan losmaken. Dr Bruins Slot is misschien meer prac- tisch georiënteerd. Maar, dat kan als be zwaar hebben, dat daarbij de overwegin gen niet dat accent krijgen, zoals nodig is. Voorshands kiezen wij liever voor de kijk van Prof. Schippers, dan voor die van Dr Bruins Slot. Het zal nodig zijn, dat deze dingen verder in gesprek komen. Want, wanneer de samenbundeling in West-Europa meer doorgang vindt, dan wordt de getal-verhoudingRomePro testantisme van die aard, dat het zwaarte punt licht naar het eerste gaat. Hier moet toch ook de nodige aandacht aan worden besteed. De kwestie van de persoonlijke vrij heid,, alsmede het bewaren van het erf goed der Reformatie, zijn hierbij niet zonder gewicht. Voor eenvoudige oplos singen is deze tijd niet erg geschikt. Daarom moeten de dingen ernstig over wogen worden. Het Woord Gods roept ons daartoe. En, deze verantwoordelijk heid dragen wij, om de goederen, die ons zijn toebetrouwd. C. St. In de Kerkbode van 24 Sept. j.l. stond een stuk, overgenomen uit „Gemeente leven". Een onzer predikanten richt naar aan leiding daarvan een brief tot onze Re dactie. Wij kunnen deze collega, en mogelijk anderen met hem, mededelen, dat de Re dactie van de Zeeuwse Kerkbode „Ge meenteleven" niet ontvangt, en daarom ook geen artikel daaruit overnam. Na informatie bleek, dat ter drukkerij op het laatste ogenblik bij gebrek aan copie een oplossing moest gevonden wor den. Toen heeft men zich gered met een artikeluit de Pers. Dat is al Niemand behoeft daarom naar de Re dactie te kijken, want die heeft hier de hand niet in gehad. Zij staat er buiten, en blijft er daarom ook buiten. C. St. Zijn uur. Het blijft altijd weer vreemd, dat won der van de wijn. Is dat nu openbaring van zijn heerlijk heid, dat de Goddelijke Zaligmaker van de wereld zijn allereerste wonder bezigt om 'n pijnlijke situatie te redden op 'n wat schamele bruiloft? Ware het niet heerlijker geweest de betekenis van het huwelijk uiteen te zet ten in 'n rijke toespraak, waarvan de Meester zozeer het geheim bezat? Wij willen uit eerbied voor de Here Jezus wel gelóven, dat dit iets groots is geweest. Maar de platvloerse uitspraak van de verbaasde ceremoniemeester tot de nog meer verwonderde bruidegom, maakt het resultaat van dit „begin der wonderteke nen" niet groot. Wat mag toch het doel van Jezus zijn geweest Misschien lazen wij, ondanks honderd maal her-lezen, tot nog toe over het be reikte doel steeds heen: en zijn discipelen geloofden in Hem! Valt het niet op, dat er niet staat: en al de bruiloftsgasten of tenminstede „hofmeester" en de bruidegom geloofden ook in Hem? Dat er na dit overrompelend wonder, door Johannes, die er bij was, nadrukke lijk wordt vastgesteld: en zijn discipelen geloofden in Hem, bewijst dat óf al de anderen niet in Hem geloofden, ondanks het wonder. Of, wat juist het geval zal zijn geweest: de anderen geloofden niet in Hem, omdat zij eenvoudig van het wonder toen nog niets te weten kwamen. Plet bleef onder de bruiloftsgasten bij ver wondering. Vanwaar de wijn kwam, dat hebben blijkbaar „zij, die dienden", niet verteld. Er hangt rondom dit bruiloftsverhaal allerlei misverstand. En, zoals meermalen, omdat wij de dingen niet in hun direct verband lieten en nauwkeurig lazen. Johannes, die veelal niet zo heel tijd rekenkundig vertelt, heeft hier blijkbaar prijs gesteld op historische samenhang: en op de derde dag was er een bruiloft te Kana. Die tijdsbepaling koppelt dit bericht aan het onmiddellijk voorafgaande, het slot van het vorige hoofdstuk. Dit liet ons zien hoe Jezus zijn eerste discipelen achtereenvolgens rondom zich verzamel de. Het waren er tot op de bruiloft nog slechts zes. Allereerst de twee ongenoemde discipe len, die door de Doper zelf op Jezus als het Lam Gods, werden gewezen 135 v.v.). Straks blijkt Andreas één van deze twee te zijn geweest (1:41 v.v.). En deze, lezen we in vs 42, was de éérste, die zijn broer (Simon dus) vond. Si mon is dus de derdeM.a.w. de andere ongenoemde van het eerste tweetal vond daarna zijn broer. Dit kan niemand an ders dan Johannes zijn geweest, de zich zelf nooit noemende schrijver van het evangelie, die zijn broer Jacobus vond en tot Jezus bracht. Dit maakt saam vier discipelen. „De volgende dag wilde Plij naar Galilea vertrekken en Hij vond Fi- lippus (vs 44). Dat maakt vijf. En „Fi- lippus vond Nathanaël" (vs 46). Deze sluit dus het voorlopig zestal. En met déze pas gewonnen zes discipelen, die Hem als eerbiedige dienaren volgen, komt Jezus „op de derde dag" reeds op 'n brui loftsfeest te Kana in Galilea. Hebben wij allen goed dóór wat dit zeggen wil Daar is 'n eenvoudige timmermanszoon uit Nazareth, die voor enige weken af wezig is geweest en die nu terugkeert in datzelfde Galilea als 'n rabbi met zes leerlingen, die Hem dienen! In hun oren tuit het nogVoorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de en gelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen Wat zullen ^ij zien? De andere gasten gissen niets. Ja, daar is er toch nog éne, die in de allergrootste spanning verkeert. Dat is Jezus' moeder, Maria. Dertig lange jaren heeft zij de won dere woorden van de engel Gabriël en van Elizabeth en van de herders en van Si meon en van de Oosterse wijzen „alle bewaard", ze als kleinodiën om en om kerend en beturend in de heilige schrijn van haar voor anderen gesloten moeder hart. Hoeveel maal heeft zij het éne woord aan het andere gepast, vergeleken, gewo gen, verschikt tot zij zich 'n allerschoonst geheel had gedroomd uit dat„het heilige dat verwekt wordt zal Gods Zoon ge naamd worden" en die „troon zijns va ders David" en „de moeder mijns Pieren" en dat „heil bereid voor het aangezicht van alle volken". Dertig jaar heeft zij gezwegen. Stil gewacht. O, het heeft haar soms op de lippen gebrand. Maar geen woord mocht er, is er over gekomen. Zij wil slechts dienstmaagd zijn. Weken geleden is Plij plots vertrokken naar het Zuiden. Pleeft zij niets van Hem gehoord. Om afleiding te hebben heeft zij de nodiging uit Kana aangenomen. En daar komt ook Hij onverwacht op de bruiloft! Zichtbaar vereerd door zijn gevolg van zes jonge mannen!.... Zou nu Zijn grote uur gekomen zijn?. Het uur, dat Hij Zich eindelijk gaat open baren Dat het zware zwijgen ein delijk verbroken wordt?.... Zal 't nu zijn?.... Zelfs een geduldige als Maria kan het ook eens te veel worden. Zij heeft, zij heeft ook zo lang gewacht!. Reeds heeft het feest 'n dag, misschien wel twee of drie geduurd. Soms duurt het zeven volle dagen. Men drinkt er wijn, naar het gebruik, met water aange lengd. Is het mee door de zeven onver wachte gasten, dat de wijn niet toerei kend blijkt? Het eind van het feest kan niet erg feestelijk gehaald. De schenkkan gaat al minder royaal rond. Straks komt het allerpijnlijkst ogenblik: de wijn is op! Dan, onopvallend voor anderen, staat Maria naast haar zoon en fluistert Hem in 't oorze hebben geen wijn Heeft Hij al meer, in tijd van nood, geholpen Hij weet voor alles raad. Hoe naïef is zij in haar onbeleden ver wachting. Alsof Hij die niet kende. Alsof Hij niet achter haar bedwongen woorden de onuitgesproken aansporing van 't hoogste ongeduld trillen voeltlaat nü toch uw uur, mijn uur, gekomen zijn

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1954 | | pagina 1