No. 3 Vrijdag 19 Januari 1934 48e Jaargang WEEKBLAD VOOR DE GEREFORMEERDE KERKEN IN ZEELAND. UIT HET WOORD. DADERS DES WOORDS^ ZEEUWSCHE KERKBODE. REDACTIE: Ds. A, C, HEIJ TE KOUDEKERKE. MEDEWERKERS: D.D. L. BOUMA, W. M. LE COINTRE, F. v. d. ENDE, A. B. W. M. KOK, F. STAAL Pzn., A SCHEELE en R. J. VAN DER VEEN ABONNEMENTSPRIJS: per halfjaar bij vooruitbetaling 2. Afzonderlijke nummers 8 cent. ADVERTENTIEPRIJS 15 cent per regelbij jaarabonnement van minstens 500 regels belangrijke reductie. UITGAVE VAN DE PERSVEREENIGING ZEEUWSCHE KERKBODE ADRES VAN DE ADMINISTRATIE: FIRMA LITTOOIJ OLTHOFF, MIDDELBURG Berichten, Opgaven Predikbeurten en Advertentiën tot Vrijdagmorgen 9 uur te zenden aan de Drukkers LITTOOIJ OLTHOFF, Spanjaardstraat, Middelburg. TELEFOON 238. GIRONUMMER 42280 HEENGAAN IN VREDE. „Nu laat Gij, HeereUw dienst knecht gaan in vrede, naar Uw woord, want mijn oogen hebben Uw zaligheid gezien." Lucas 2 vs. 29 en 30. Treffend is de tegenstelling bij den geboren Heiland. Herders en wijzen. Eenvoudigen en aanzienlijken. Het geringe, het verachte en de adel, de rijk dom der wereld. Maar daar is nog een andere tegenstelling, en wel bij Zijn voorstelling in Jeruzalems tempel. Kind en grijsaard. Levensaanvang en levensafgang. De prille jeugd en de hoogbejaarde ouderdom. Verjonging, opbloei en vergrijzing, verwelking. Het komen en het heengaan. Deze treffende tegenstelling is een heerlijk Evangelie. De oude bedeeling, zoo leert zij ons, heeft afgedaan, om plaats te maken voor de nieuwe bedeeling de schaduwen wijken voor de werkelijkheid en de beloften voor de vervul ling. Maar vóórdat de oude bedeeling voor goed heengaat, geeft zij de hand aan de nieuwe be deeling, en de hoogbejaarde Simeon, die het Christus-Kind in de armen neemt, is het beeld van den stervenden schaduwen-dienst, die bij zijn naderen tot het graf den Christus toereikt aan de volkerenwereld als een licht tot verlich ting der heidenen en tot heerlijkheid van het volk Israël. Maar ook waren bij de voorstelling van den jeugdigen Jezus in den tempel ouden van dagen als de rechtvaardige en Godvreezende Simeon en de profetes Anna, de vrouw van het heilige tempelleven, om ons te brengen de liefe lijke Godsspraak, dat Jezus op aarde kwam om te geven levensverjonging en levensvernieuwing, om de jeugd van Zijn volk te vernieuwen als eens arends, en den stervenden zondaar te be vrijden van de vrees voor den dood en de angst voor het graf en in vrede, in het bezit van Zijn zaligheid, te doen heengaan. De naam Simeon beteekent „verhooring" of „hoorende". Op treffende wijze bleek deze naam een we- zensnaam te zijn. Immers na lang geduld heeft de Heere eindelijk de vurige smeekbede van Simeon, dat hij den Christus des Heeren zou mogen zien, genadig verhoord. Als hij door den Geest in den tempel komt, en daar Jezus ziet met Maria en Jozef, een kleine, armoedige groep temidden van al de schittering en schoon heid in den tempel dan wordt de wachter een ziener, door het geloof ziet hij in dat een voudige Christus-Kind aangebroken de heerlijk ste dageraad des heils, en gekomen de schoonste vervulling van de verwachting der vertroosting Israëls, en dan wordt de ziener ook een zanger, in heilige geestvervoering neemt hij Jezus in de armen en Hem ter eer zingt hij zijn hooggestemden lofzang, zijn jubelend hooglied der grijsheid „Zoo laat Gij, Heer, Uw knecht, Naar 't woord, hem toegezegd, Thans henengaan in vrede Nu hij Uw zaligheid, Zoo lang door hem verbeid, Gezien heeft, op zijn bede". Toen de hoogbejaarde Jacob eindelijk, na ja renlange smartelijke scheiding, zijn veelgeliefden zoon Jozef aan het liefhebbende vaderhart mocht drukken, heeft hij gestameld in blijde opgetogen heid „Dat ik nu sterve, mijn zoon, nadat ik uw aangezicht zag Nog veel grooter dan Ja cobs blijdschap bij het zien van Jozef moet Si meons blijdschap zijn geweest bij het zien van den Christus, en er ligt dan ook een diepe zin en beteekenis in de oude legende, die verhaalt, dat Simeon, eenigen tijd voor Jezus' voorstelling in den tempel blind geweest zijnde, op eenmaal het gezicht terugkreeg toen hij in aanraking kwam met het Licht der lichten, met Hem, Die het Licht der wereld is. Simeons oude oogen hadden veel ellende ge zien, vele stormen waren over zijn vergrijsd hoofd heengegaan en hij was getuige geweest van me nige beroering in Jeruzalem. Hij had b.v. het goddelooze geslacht van Herodes zien opkomen, dat zulk een beruchten naam zou krijgen in de geschiedenis, en hij had ook zijn volk steeds dieper zien neerzinken en zijn smaad en schande steeds grooter zien worden. Welnu, hoe onuit sprekelijk groot is zijn blijdschap, nu zijn oogen na al die ellende mogen zien de zaligheid in Christus en eindelijk in Hem geboren is de be loofde Heiland, Die aan zachtmoedigen zal bren gen een blijde boodschap, Die zal verbinden de gebrokenen van harte, Die aan gevangenen vrij heid zal brengen en aan arme zondaren zal ge ven sieraad voor asch, voor treurigheid vreugde olie en voor den benauwden geest het blinkend gewaad des lofsja waarlijk „Onverdiende zaligheên Heb ik van mijn God genoten, 'k Roem in vrije gunst alleen Heengaan in vrede. Moge ook ons sterven zóó eenmaal zijn. Evenals Simeons oogen moeten ook onze oogen veel ellende zie. Dikwijls zelfs worden ze verduisterd door tranen. Tranen zijn immers de eerste taal, die de mensch spreekt bij zijn geboorte en ook de laatste taal, die hij spreekt of hoort spreken bij zijn sterven, terwijl ook zijn gansche levensweg een tranen-weg is. Maar moge het laatste wat ze zien, de zalig heid zijn Rampzalig het sterven van Voltaire, die tever geefs zijn dokter bezwoer om zijn leven nog slechts zes maanden te verlengen, en hem toe voegde „Ik vaar naar de hel, en neem u mede". Maar zalig het sterven van Jacob, beeld en profetie van Simeon, die op zijn sterfbed uit sprak „Op Uw zaligheid wacht ik, Heere Leven wij daartoe in 's Heeren vrees, recht vaardig en Godvreezende en verwachtende de vertroosting Israëls, dan zullen wij eenmaal mo gen sterven in Zijn zaligheid. Laat ons leven Christus zijn, dan zal het ster ven gewin zijn. En ons heengaan in vrede en zien van Gods zaligheid zal worden gevolgd door ons ingaan in de hemelvreugde en de eeuwige aanschouwing van Gods heerlijkheid. Immers, als wij, met Simeon, door het geloof Jezus in onze armen nemen, dan neemt Hij ook ons in Zijn armen. Oud-Vosmeer. C. A. VREUGDENHIL. Ds. A. ANDREE. t De bladen brachten het droeve bericht, dat Ds. Andree, emeritus dienaar van de kerk te Krabbendijke overleed. Met hem is een beminnelijk man heengegaan. Niet lang heeft hij een kerk in Zeeland gediend. Eerst in 1925 kwam hij naar Krabbendijke om die kerk te dienen tot Sept. 1932. Zijn ambtelijke loopbaan begon hij te Oosterend in Friesland 4 Dec. 1892. Na twaalf jaar vertrok hij van daar naar Spijk in Groningen. Drie jaar latei- leidde zijn weg naar Schoonhoven, waar hij elf jaar bleef, om vervolgens na een diensttijd van 7 jaar te Werkendam naar Krabbendijke te gaan. in die laatste jaren leerden we hem van meer nabij kennen, nadat we hem in z'n Schoonhoven- sche periode al eens hadden ontmoet. Al spoe dig werd hij voor de Classe Tholen deputaat voor de Zending naar de Particuliere Synode werd hij geregeld afgevaardigd de predikanten conferenties werden door hem getrouw bezocht. Zoo hadden we menigvuldige aanraking met hem, ook dan, wanneer een peremptoir examen ons samenbracht. En den indruk, dien we dan van hem kregen, gaven we hierboven reeds weer, als we schre ven, dat met hem een beminnelijk man is heen gegaan. Beminnelijk om zijn optimisme en zijn blijmoedigheid. En die blijmoedigheid was een blijmoedigheid des geloofs, die deed zien, wat een voorrecht het is een Christen te zijn en wat een voorrecht het is te mogen arbeiden in den dienst van Gods Koninkrijk. Dat maakte het saam arbeiden met hem tot een genot en daar door ging er van hem een groote invloed ten goede uit. In zijn biografie van Prof. Bavinck deelt Prof. Hepp mede, dat deze, toen hij nog predikant in Franeker was, uren kon doorbrengen bij de moeder van Ds. Andree, omdat hij in de ge sprekken met deze in de Schrift ervaren zuster zooveel mocht ontvangen. Deze moeder is on getwijfeld ook voor haar zoon tot rijken zegen geweest en heeft hem zoo weer een zegen doen zijn voor anderen. Zijn wensch, uitgesproken op de door ons bijgewoonde vergadering der Classis, waarop hij geëmeriteerd werd, om in Dec. 1932 na 40- jarigen dienst definitief afscheid te nemen van zijn gemeente, is niet in vervulling gegaan. Spoe dig daarna herhaalde zich de krankheid, waar van hij aanvankelijk was hersteld in heviger mate en werd alle arbeid hem onmogelijk. De kerken in Zeeland bewaren aan dezen dienaar des Woords de herinnering van één, die deed zien de liefelijkheid van den dienst des Heeren. KERKELIJK JAARBOEK 1934. Mooi op tijd deed de firma Oosterbaan Le Cointre te Goes weer verschijnen het Jaar boek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, dat in onze kerkelijke wereld is ingeburgerd en onder de goede leiding der twee redacteuren Dr. J. C. Rullmann en Prof. Dr. K. Schilder, ook metterdaad aan z'n doel beant woordt en een betrouwbare gids is voor wie zich van het kerkelijk leven op de hoogte wil stellen. Toen we onlangs nog eens een Jaarboek in handen kregen van jaren terug viel ons op het groote verschil tusschen het voorheen en thans. En dat verschil was sterk in het voordeel van het thans. Wat de almanak betreft, die ook nu weer niet bevat de jubileum-data en dat terecht willen we een opmerking maken in verband met den datum voor den Dankdag voor 't Gewas. Daarvoor wordt opgegeven Woensdag 7 No vember. Dat was vroeger juist. Helaas is dat nu niet meer het geval voor alle kerken. Voor Zeeland, waar misschien nog wel 't meest de heele Dankdag wordt gehouden, valt de Dank dag voor tal van kerken op de laatste Woensdag in November. Bij vergelijking met het vorig jaar blijkt, dat het aantal Gereformeerden van 583564 klom tot 594520, dus met 11000. In een tijd, waarin moet geklaagd over achteruitgang in het kerke lijk leven ligt daarin zeker een reden tot dank baarheid en blijdschap. Ook in onze provincie was er eenige vooruitgang, al was die niet groot. Van 27404 kwamen we op 27690, een vooruit gang alzoo van een kleine 300 zielen. Het aantal kerken bleef hier gelijk, n.l. 53, het aantal dienst doende predikanten kwam van 38 op 40. De vacatures verminderde van 15 op 12. De redacteur Dr. Rullmann geeft weer zijn altijd zeer gewaardeerd kerkelijk overzicht. Natuurlijk vindt dan daarin de Generale Sy node een plaats. Ietwat bevreemdend vonden we het, dat het voorstel van de kerk te Meerkerk inzake een niet-uitbreiding van onzen bundel „Eenige Gezangen", hoewel dat voorstel niet eens voorkwam op het agendum van de Generale Synode, in extenso in dit overzicht werd op genomen. Daarnaast wordt dan geciteerd wat Dr. Dijk over deze quaestie en haar behandeling op de Synode schreef in de Haagsche Kerkbode en eveneens een beschouwing van Ds. K. Fern- hout in de Amsterdamsche Kerkbode. Deze schreef daar„Ik kan mij bijna niet voorstellen, dat deze beslissing tot ernstige moei lijkheden zal leiden. Als wij wederzijds maar nuchter en rustig blijven. Er is evenmin reden voor degenen, die naar deze uitbreiding verlangd hebben, om nu hoog op te geven van een re formatorische daad, die historische beteekenis heeft, als er reden is voor de tegenstanders van het genomen besluit om ach en wee te roepen, alsof het goud verdonkerd was. Voor de be dachtzaamheid van die broeders, die nog uitstel pleitten, kan ik alle waardeering hebben. Zij hebben gelijk, dat een uitbreiding van onze klei nen Gezangenbundel, hoe wenschelijk ook op zichzelf, veel te duur gekocht zou zijn, indien zij beroering in onze kerken bracht. Maar men bekijkt soms de dingen toch wel eens wat al te somber. Nu de Synode zelf uitgesproken heeft, dat zij, na ernstig en langdurig onderzoek, tot de overtuiging is gekomen, dat deze uitbreiding in geen enkel opzicht in strijd komt met Schrift en Belijdenis, ligt daarin en dat acht ik eigen lijk van de grootste beteekenis de grond, waarop wij met een vrijmoedig hart den zegen des Heeren over dit besluit mogen inroepen. Ja, dat besluit zal voor mannen als Ds. Kersten en Professor Visscher rijke stof geven om onze kerken van allerlei te beschuldigen. Maar daar door kunnen wij ons niet laten weerhouden om kalm onzen weg te gaan het is toch nooit goed." Met recht kan Ds. Fernhout naar de beslissing der Synode verwijzen, daar deze genomen werd met zoo groote eenstemmigheid en van de 56 stemmen er zich maar 6 tegen verklaarden. In het overzicht wordt ook gewezen op het besluit der Synode, om te pogen tot eenheid te komen met alle belijders van de Gerefor meerde religie en op de benoeming van twee hoogleeraren aan de Theologische School. Memoreeren we daaruit voorts nog, dat er aandacht gewijd wordt aan de Buchman-bewe- ging en de bespreking daarvan in de kerkelijke pers, dan een referaat van Ds. T. Ferwerda over „De kerk en de geestelijke crisis". Als in andere jaren worden hedacht de in 1933 of in 't laatst van 1932 overleden predikan ten. Het warenJ. van der Vlies, A. A. van Opstal, Dr. D. Bakker, Prof. L. Lindeboom, Prof. Dr. H. Bouwman, J. Vonk, H. Sietsema, A. J. Tentink, N. Koers, R. H. Pel, A. Borsjes, G. Goris, M. Schuurman, T. Gerber, J. P. Klaar hamer, T. Bouma, H. W. Laman en J. Runia. De beide laatsten alleen hebben in Zeeland ge arbeid. Hartelijk bevelen we ook nu het Jaarboek aan. HEIJ. THEOLOGISCHE SCHOOL TE KAMPEN. Installatie van de nieuwe Hoogleeraren Schilder en Den Hartogh. In de geschiedenis van de Theol. School te Kampen zal de dag van 17 Jan. 1934 als een bijzondere worden geboekstaafd. Woensdag werd in het leven der School een stuk geschie denis afgesloten nu Prof. Dr. A. G. Honig na lange jaren van trouwen dienst, zijn ambt als hoogleeraar heeft neergelegd, wijl hem om re denen van leeftijd op zijn verzoek op de meest eervolle wijze emeritaat werd verleend. Hij had zich voorgenomen dit gelijk te doen met zijn wapenbroeder Prof. Dr. H. Bouwman, die gelijk met hem is opgetreden, maar die voor een jaar in de hemelsche heerlijkheid door God werd opgenomen. Daarnaast zijn twee nieuwe hoogleeraren op getreden en hebben heden hun inaugureele oratie gehouden, n.l. Prof. Dr. K. Schilder, opvolger en leerling van Prof. Dr. A. G. Honig en Prof. Dr. G. M. den Hartogh, opvolger van wijlen Prof. Dr. H. Bouwman. Beiden dienden tevoren de Geref. Kerken in het predikambt. De voorzitter van het Curatorium, Ds. P. Bos van de Leek, hield een openingsrede waaraan we het volgende ontleenen Een hartelijk welkom roep ik u toe aan deze plaats. Voor de School der kerken is een ge wichtige dag aangebroken. Dit samenzijn heeft tweeërlei oorzaak. Het geldt in de allereerste plaats een huishoudelijke aangelegenheid der Theol. School, n.l. de overdracht van het rec toraat door Prof. Dr. A. G. Honig aan Prof. Dr. J. Ridderbos. Die overdracht heeft ditmaal echter een bij zondere beteekenis, omdat ze samenvalt met het afscheid van Prof. Honig van de actieve ver vulling van zijn ambt, wien op zijn verzoek door de Gen. Synode van Middelburg eervol emeri taat is verleend, nu zijn Hooggel. den 70-jarigen leeftijd heeft bereikt. Met hem sluit zich af het derde tijdvak der School. Ten vorigen jare in deze zelfde maand is Prof. Lindeboom van ons heengegaan. Hij was de laatst overgeblevene hoogleeraar van het tweede geslacht, die de eerste docenten, tevens de vaderen der Scheiding van 1834 opgevolgd zijn. Met weemoed gedenken wij zijn heengaan. Meer dan een halve eeuw lang was zijn leven nauw aan dat van de School verbonden. Grooten dank brengen wij den Heere, voor wat Hij in Prof. Lindeboom ons heeft geschonken. Het derde tijdvak nam een aanvang met de benoeming van Prof. Dr. H. Bouwman en Prof. Dr. A. G. Honig. Helaas dat Prof. Bouwman, vóór hij het begeerde emeritaat kon ontvangen, door den dood ons ontviel, en zijn gade en kin deren in diepen rouw werden gedompeld. Veel heeft hij gearbeid. Noode konden de kerken hem missen, ook vanwege zijn zoo gewaardeerde adviezen, altijd bereidwillig gegeven, in allerlei kerkrechtelijke aangelegenheden. De weg des Heeren is echter een andere geweest. Wij wen- schen Gode te zwijgen en Hem te danken voor wat Hij in Prof. Bouwman ons heeft geschonken. Zijn sterven in Christus zijn Heere én de emeriteering van Prof. Honig hebben noodig ge maakt, dat een tweetal hoogleeraren moesten worden benoemd, wat geschied is door de aan stelling van Prof. Dr. K. Schilder en Prof. Dr. Mr. G. M. den Hartogh. Hun installatie is de tweede aanleiding van ons samenzijn, en hartelijk heeten wij beide

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1934 | | pagina 1