Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Zeeland 32e Jaargang. Vrijdag 4 October 1918. No. 40 UIT HET WOORD. Redacteuren Ds. L. BOUMA te Middelburg en Ds. G. F. KERKHOF te Oost-Souburg. Vaste Medewerkers: D.D. R. J. v. d. VEEI, J. D. WIELENGA, B. MEIJER, F. J. v. d. EMOE, A. A. v. SCHELVEN, H. P. All. 6. DE WALLE in F. R. J. WOLF. UITGA VB VAN DE Adres van de Administratie Firma LITTOOU OLTHOFF, Middelburg. WAARACHTIGE BEKEERING GEVRAAGD. Met Juda was het ver gekomen. Bijna heel het volk dronk de zonde in als water. De mammon werd op de snoodste wijze gediendhet recht werd gebogenvreem delingen zoog men uitzwakken en hulp behoevenden, zooals weduwen en weezen, werden uitgebuit en geplunderd vrijmoe dig werd de hand opgeheven tegen het leven des naastenschaamteloos boog men zich neder voor eiken vreemden god. Vreeze Gods werd schier bij niemand gevonden men leefde naar het goeddun ken des harten en wandelde in den weg der heidenen, alsof het zoo behoorde. Het volk, dat Jehovah's eigendom was en de roeping had een koninklijk priester dom en een heilig volk te zijn, het was een schare geworden van dieven en moor denaars, van meineedigen en echtbrekers, van godverzakers en afgodendienaars. En toch was er voor zulk een volk nog langmoedigheid en ontferming. Het woord geschiedde tot Jeremia van den Heere, zeggende Sta in de poort van des Heeren huis* en roep aldaar dit woord uit, en zegHoort des Heeren woord, o gansch Juda! gij, die door deze poorten ingaat om den Heere aan te biddenzoo zegt de Heere der heirscharen, de God Israëls Maakt uwe wegen en handelingen goed, zoo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats. Er trilt ontferming in dit woord. De Heere zag, dat zijn volk bezig was zich te verderven, en daarom rommelden zijne ingewanden, of het door meerdere genade nog te behouden ware. Ook schittert er trouw in deze opdracht. Juda heeft zich afgewend en het verbond verbroken in het komen van het onweder van des Hee ren toorn zal het slechts zijn eigen schuld te bejammeren hebben. Maar de Heere denkt aan 't geen Hij hunnen vaderen beloofd heeft; Hij is gedachtig aan zijn verbond, al is dit nog zoo schandelijk door het volk verbrokenHij wil zich nog eens openbaren als God, die de trouw en de weldadigheid bewaart in duizend geslach ten. Doch in deze lastgeving worden ook de heiligheid en de majesteit des Heeren openbaar. Jehovah wil de God des volks blijven, maar niet ten koste van zijn ge rechtigheid en waarheid. Het volk moet zich veranderen het moet tot bekeeriüg komen het moet ophouden Hem tot toorn te verwekken en als van ouds weer in zijn wegen gaan. Daarom hoort het den eischMaakt uwe wegen en uwe hande lingen goedwandelt op een rechten weg, die mij behaagt, en laten uwe daden in overeenstemming zijn met mijne wet. Wegen en handelingen moeten beide goed gemaakt worden, en dat kan niet anders dan door een wederkeeren des harten tot den Heere. God vraagt waarachtige be keering, waarbij het volk Hem liefheeft en getrouwelijk zijne geboden onderhoudt. Heeft Juda daaraan geen lust, dan zal de Heere het zien en weten. Dan zal Hij anders met zijn volk handelen. Dan zal Hg zijne genade door toorn inhouden en dien toorn door gerechtigheid doen roo- ken. Dan zal het tot Jeremia niet meer heeten Sta in de poort en roep aldaar mijn woord maar alzooGij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed veor hen op, en loop Mij niet aan, want Ik zal u niet hooren. Dan zal de Heere opstaan om te komen met ge richt en oordeel. Nu komt het niet in ons op om den toestand, waarin Juda verkeerde, zoo maar een beeld te willen noemen van het leven onder ons. Deden we dit, we zouden tekort schieten in het betrachten der waarheid, tekort doen aan de genade des Heeren, die in vele opzichten rijkelijk onder ons wonen mag. Maar dit neemt niet weg dat de roepstem tot bekeering, tot ootmoe dige en waarachtige bekeering ook onder ons niet mag worden ingehouden. Ge moogt nooit vergeten dat de zaden der zonde, die bij Juda zoo schrikbarend tot wasdom en vruchtdragen gekomen waren, ook wonen in uw hart. Op uw hart moet ge nooit vertrouwen. Zeide Jeremia van dat hart nietArglistig is het meer dan eenig ding, ja doodelijkwie zal het kennen En uw Heiland heeft u gezegdUit het hart komen voort booze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valsche getuigenis sen, lasteringendeze dingen zijn het, die den mensch ontreinigen. En zie, van deze dingen hebt ge u voor uw God te bekee- ren, ook al worden zelfs maar de aller eerste en zwakste beginselen, daarvan in u openbaar. En wie weet of ook niet meerdere ver keerdheid in uwe wegen en handelingen insloop, dan ge u zelf wel bewust zijt. Het hart is zoo eigenlievend en acht zich dientengevolge zoo spoedig rein. Recht doen tusschen den man en zijn naaste, wie wil dit niet En toch, als de Heere eens kwam om uw recht-doen op te wegen in de weegschalen van zijn heiligdom, zoudt gij dan gewicht houden Of zou het ook mogelijk kunnen zijn dat gij te licht werd bevonden Vreemdelingen, weduwen en weezen onderdrukken, wie gruwt er niet van Maar zou het nooit plaats vin den dat er gebruik, of liever misbruik van gemaakt wordt van de onkunde en onnoozelheid van eenvoudige en goedge- loovige menschen Onschuldig bloedver gieten, ge huivert als de dagbladen u keer op keer tijding brengen van zulke snoode gruweldaden, en terecht roept ge met klem en aandrangwanneer zal de hemel tergende oorlog met zijn bloedvergieten ophouden Maar al staat gij daar nu ook buiten, is er daarom in uw hart nooit haat, nijd, toorn, wraakgierigheid Wordt het woord van Johannes wel genoegzaam ingedacht. Een iegelijk die zijn broeder haat, is een doodslager Wordt er wel genoegzaam geleefd naar 's Heeren wil om den naaste lief te hebben, om jegens hem geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhar tigheid en alle vriendelijkheid te bewijzen, zijn schade zooveel als mogelijk is af te keeren en ook onze vijanden goed te doen? Andere goden na te wandelen, gij kent er u niet schuldig aan. Maar zou dan het woord van den Apostel tevergeefs ge schreven zijn Kinderkens bewaart uzel- ven van de afgoden? Zoudt gij nimmer afgoderij plegen Niet met uw kracht of wijsheid, met uw bekwaamheid of vlijt, met uw goed of geld, met uzelf of wat het uwe is? De vragen waren hier te vermenigvuldigen. Maar gij verstaat het reeds: om alle deze en dergelijke dingen roept God u tot bekeering. En bedenk het, dat dit genade is. Want als God een volk, dat Hij geplant heeft, wil uitrukken en verslaan, dan roept en waarschuwt Hij niet meer, maar dan zwijgt God en neemt Zij De woorden van hen weg. En zie, met ons doet Hij alzoo niet. Hij laat den zegen van zijn woord tot heden onder ons uit gaan. Hij predikt zijn heerlijk Evangelie der genade, dat verzoening boodschapt, en Hij roept u tot Christus en zijn heil. M$ar daarbij dringt Hij nu zoo ernstig aan op bekeering, op waarachtige bekee ring, waarin het geloof zich openbaart, want aan de vrucht moet de boom gekend worden. Dit wil de Heere, dat gij uwe wegen en handelingen goed maakt, dat een heilig leven steeds meer de liefde vertolke tot Hem en zijn dienst, en zijn Naam daardoor verheerlijkt worde. O, dringe deze roepstem door tot uw hart, opdat gij daders des woords en niet alleen hoorders des woords zijn moogt. En dewijl ge zoo zwak en krachteloos in u zei ven zijt, laat dan toch niet af in het gebed, opdat de Heere u Zijn Heiligen Geest schenke. "Vraagt naar den Heere en zijne sterkte, naar Hem, die al uw heil bewerkte. In dien weg zullen de oordeelen iogehouden, de zegeningen vermenigvuldigd worden, en uw ziel zal leven vinden bij den Heere. Want zoo toch spreekt de Heere: Maakt uwe wegen en uwe handelingen goed zoo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats. Van der Veen. „Het Kruis in top". Abonnementsprijsper kwartaal bij vooruitbetaling 50 cent. Afzonderlijke nummers 5 cent. Advertentieprijs10 cent per regel bij jaarabonnement van minstens 500 regels belangrijke reductie. PERSVEREENIGING ZBBUWSCHB KERKBODE. Berichten, Opgaven Predikbeurten en Advertentiën tot uiterlpk Vrijdagmorgen te zenden aan de Drukkers LITTOOIJ OLTHOFF, Middelburg. Zoo zegt de Heere der heirscharen, de God Israels Maakt uwe wegen en nwe handelingen goed, zoo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats. Jeremia 7 3. KËBK1LIJK LETËK. Het ziet er met de kerken en inzonderheid met de Gereformeerde kerken treurig uit naar het oordeel van sommigen. Hoor de klacht van één: „De geestelijke stroomingen der laatste jaren gaan niet over onze kerken heen zonder ze aan te raken, zonder ze te beroeren. Onze jongeren dorsten naar kennis. Zij zijn aangeraakt door den geest van den tijd en ze vragen, bij zooveel waars hebben onze kerken de waarheid. Ze gevoelen zich vreemd tegenover de formuleering der dogma's. Ze erkennen niet de belijdenis der kerk langer als de uit spraak van hun geloof. De oude begrippen zijn niet de hunne. En buiten de kerk gevoelen ze de strooming van den tijd. Ze zien de gangen Gods in his torie en natuur, in de gansche cultuur, maar de strooming in het kerkelijke leven staat stil. Een uitgedroogde beek. En in de verschillende secten ritselt het. Het leger des heils is een aanklacht tegen onze kerken, dat is de algemeene bekentenis. Buiten de kerken om wordt strijd gevoerd over de dienstplicht-kwestie en den eed, over de soci ale kwestie en zooveel meer. Maar de kerken wierpen de deur op het nachtslot. En de dwaze maagden vielen in slaap en hooren niet het geroep als de Brui degom komt. De lampen gaan uit, omdat de olie der liefde ontbreekt. De lampen willen niet branden geen vuur, geen licht. De kerken slapen den slaap des gerusten. Er heerscht rust in het Gereformeerde Draken- heem." Met zulk een oordeel kunnen de Gerefor meerde kerken het doen. Niemand zal beweren, dat het malsch is. Er is blijkbaar niets goeds meer. Zij ljjden aan het meest verstokte con servatisme. De deur is op het nachtslot. Buiten haar vindt men de krachtige strooming van het leven daar zijn de vragen, waarop een antwoord moet volgen; daar zijn de kwes ties, welke een oplossing eischen. Bjj de secten is veel goeds, daar is een meeleven met den geest van den tijd daar is een strgd voor recht en waarheid. De kerk is geheel krachteloos. Ziehier wat er van gezegd wordt: „De kerk lijdt schip breuk in den chaos der wereldberoering. Ze weet geen weg in deze groote tijden. Men heeft dit ontkend, wat wel jammer is. Maar staat de kerk niet machteloos tegenover den volkerenmoord Staat ze niet verlamd tegen over den afval van de kerk De kerk doet er niets tegen en kan er niets tegen doen. Zelfs de uitgeschreven biddagen zgn een vorm. Dat gevoelt de gemeente, dat erkennen de leeraars, die voorgaau in 't gebed, 't Is of God de deuren des hemels sluit voor 't gebed der kerken. 't Is donker, ook binnen de maren onzer kerken. Maar van buiten komt een geestelijke strooming over haar heen. Of ze iets brengen zal? Zullen we de vensteren openen?" Niet waar, krasser kan het niet veel. De zwakte is onrustbarend. Zg is zoo groot, dat de kerk geen hand ter redding, meer kan uit strekken. Waarlijk het valt mee, als we dan verder lezen. „De grieven tegen de Gereformeerde Kerken beteekenen zoo weinig, als de prediking des Kruises weer tot haar recht is gekomen. Maar ze moeten besproken worden." Doch zoo in 't voorbijgaan wordt maar even vastgesteld, dat de prediking van 't Kruis thans niet tot haar recht komt. Inderdaad een sterke beschul diging zonder dat de schrijver zich de moeite getroost om haar met bewijzen te staven. Doch waartoe zou dit laatste noodig zgn, wgl hg blijkbaar veronderstelt, dat het ieder duidelgk kan zgn. Welke zgn de grieven Bezwaren tegen de belijdenisschriften Iemand zeide eens terecht: „de belijdenis schriften zgn de formuleering van het denken onzer Vaderen van voor drie eeuwen. Ze sloten een tijdperk af. En we doen, alsof ze een tijd perk openden." Zoo is het. De Heilige Geest leidt in alle waarheid. Jezus zeide eenmaal tot de discipelen: „Na dezen zult gij het verstaan." Jezus was de vervuiler der wet. Zgn Geest is de vervuiler der waarheid. Maar trapsgewijze, naar tijd ongelegenheid. Wie meent de waarheid gegrepen te hebben en ze wil vasthouden, bewijst, dat hg zelf niet door de waarheid gegrepen is. De kerken waken met een angstvalligheid voor de belijdenisschriften, alsof in haar de volle waarheid was neergelegd. Er zgn leringen, waarin ze hoven Gods Woord gesteld worden. Er zgn predikanten, die het Woord verklaren naar de Belijdenisschriften vandaar ook de klacht van altjjd denzelfden gang in de preek. Nooit iets nieuws. Gods Woord spreekt niet in de kerken. En preekt alleen. Dit is een zeer ernstige klacht. We zullen er geen enkel woord bg voegen. De taal is duidelgk en het vonnis is geveld. Zelfs zg, die een eind weegs met een dergelijke critiek meegaan, begrijpen niet wat er omgaat. Na een aanhaling uit de brochure van ds. Aalders toch staat er, dat deze niet begrijpt, waar 't bij de jongeren om gaat. Zg wenschen niet te strijden voor ees-> Cal vinistisch beginsel. En of ze gezond gerefor meerd zgn, kan hem weinig deren. Zg wenschen Gods Woord als richtsnoer. En als blgkt, dat de Calvinistische beginselen, de levende kracht der Gereformeerde belijdenis daarmee in strijd zgn, dan laten ze het Calvinistisch beginsel los, op gevaar af van verketterd en uitgeworpen te worden."

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1918 | | pagina 1