Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Zeeland 32e Jaargang. Vrijdag 7 Juni 1918. No 23 UIT HET WOORD. Redacteuren Ds. L. BOUMA te Middelburg en Ds. G. F. EEREHOF te Oost-Souburg. Vasts Medewerkers0.0. R. J. I. t VEER, J. 0. fflELEIGA, B. MEIJER, F. J. v. i EBDE, L V v. SCHELVEN, H P. M. 6. 0E WALLE in F. ff. J. ffOLF. PERSVERBBN1G1NG ZEEÜWSCHB KERKBODE. Adres van de Administratie Firma LITTOOIJ OLTHOFF, Middelburg. Berichten, Opgaven Predikbeurten en Advertentiën tot u i t r 1 g k Vrijdagmorgen te zenden aan de Drukkere LITTOOIJ OLTHOFF, Middelburg. IN DEN DOOD IS UWER GEEN GEDACHTENIS. Dat David, toen hij dezen psalm dichtte in grooten nood verkeerde, ziet ge, zoodra ge maar een enkelen blik werpt in de verzen, die aan de hierboven afgedrukte voorafgaan en er op volgen. Straf mij niet in uwen toorn, bidt hij kastijd mij niet in uwe grimmigheid. Ik ben verzwakt, mijn ziel is verschriktverlos mij, want mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud wegens al mijn tegenpartijders. Het is dus wel een klaagzang, een psalm uit de diepte, dien hij hier opzendt. Met al den aandrang van zijn benauwd gemoed loopt hij den Heere aan om uitredding. Maar wat en daarop komt het nu juist bij het bezien van het vijfde.en zesde vers van den psalm aan maar wat is nu de beweegreden, waarom hij verhooring op zijn gebed van God hoopt te ontvangen Als het ware zegt hij tot Godals ik, Heere, onder den druk bezwijk en wegsterf wat moet er dan menschelijker wijs ge sproken van uw werk terechtkomen Als een middel in uw hand heb ook ik voor de volbrenging van dat uw werk beteekenis. En hoe zal dat nu gaan als ik er niet meer ben Ik zal dan aan uw werk niet meer kunnen gedenken om het op het hart te dragen. Want in den dood is uwer geen gedachtenis. Ik zal uw naam geen lof meer kunnen toebrengen want wie zal U loven in het graf Immers niemand David wijst hier dus op de beteekenis van den mensch in het werk Gods. Ge vindt dat misschien wel heel hoogmoedig van hem. Maar toch moogt ge hem zoo niet be- en veroordeelen. Het is werkelijk waar wat hij zegt. Zeker, recht bezien doet God zijn werk zelf. Naar de hoogheid van zijn almacht en de onbeperktheid van zijn wil. Maar dat verhindert toch niet dat Hij het in den gewonen regel doet door middel van menscben. En in dat opzicht hebben die menscben waarde. Als er iemand te water viel en gij schiet toe, gij grijpt een stok, steekt hem die op het rechte moment tusschen de handen en zijt daar door zoo gelukkig den drenkeling weer behouden op het droge te brengen, zeker, dan is het uw daad, en dan moet de g« redde u den dank van zijn hart betalen, maar dat neemt toch de waarde van den stok niet weg. Weet ge hoeveel waarde die zelfs heeft Als ge hem niet hadt gehad, was de drenkeling voor uw oogen verdron ken, en thans is hg gered Welnu 1 in dien zin mag nu ook gesproken van de waarde van den mensch en zijn werk in den dienst des Heeren. Zooals gij dien stok gebruiktet om dien drenkeling te helpen, zoo gebruikt God den mensch om Zijn raad uit te voeren en zijn Konink rijk te doen komen. Dat is de waarde geweest van David, dat hij door den Heere is bestemd geweest een uitverkoren vat te zijn om zijn naam op aarde heerlijk te maken. Dat was de beteekenis van allen, die we als grooten in het Koninkrijk Gods gedenken, dankbaar voor wat ons in hen is geschonken. En zoo is ten slotte ook elk lid van de Kerk van Christus, hoewel zich kennend als een onwaardige, toch niet waardeloos. Ook een ieder van ons heeft zijn plaats en omdat God door ons werken wil zijn beteekenis in het werk des Heeren. Een zeer veel geriDgere waarde dan een man als David heeft gehad, maar toch we hebben ieder onze waarde in het werk Gods. De een nog wat meer, en de ander nog wat minder, maar toch allen wat. Als gij een machine bekijkt, dan merkt gij daaraan op het groote vliegwiel dat in suizende vaart het geheel in beweging zet, maar ook het kleine rad dat in den een of anderen uithoek van het geheel, op een haast vergeten plaatsje ronddraait. Een groot verschildat vliegwiel kunnen mis schien tal van gespierde mannen met ver eende kracht niet eens van zijn plaats bewegen dat kleine rad is van dien aard, dat gij het met één hand gemakkelijk optilt. Maar dat verhindert toch niet dat zoowel het een als het ander voor het goed loopen van het geheel onmisbaar is. Eq daarom nog eensook ieder van ons heeft zijn waarde in het werk Gods. Het is een groot voorrecht dat te weten. Daardoor dat God ons in zijn werk eenige waarde geeft, want we hebben ook die geringste beteekenis niet uit kracht van onze eigen verdiensten, maar als een ge nadegave ontvangen, daardoor mogen we verzekerd zijn, dat Hij op ons let; dat Hij dan ook als onze ziel verschrikt is, de stem van ons geween wil hooren en ons gebed dat tot Hem opstijgt in goedertieren heid wil aannemen. Dat Hij met zijn werk ook ons in bescherming zal nemen. Wie smaad moet lijden om des Heeren naam, weet dat God dien smaad niet vergeet. Al de tranen der Zijnen vergadert Hij, om eenmaal daarvoor vergelding te geven, alle smart te bannen, voor treurnis vreugde in de plaats te geven en de zijnen te bekleeden met sieraad voor asch. Maar het is behalve een groot voorrecht ook een dure roeping, een zeer dure roe ping. Als gij naar den wil Gods in zijn werk eenige waarde hebt, hebt gij ook een niet geringe verantwoordelijkheid of gij in volbrenging van wat gij dan doen moet wel trouw genoeg zult bevonden worden Als gij als geloovigen in uw eigen leven, in den kring van uw gezin, op ker kelijk en burgerlijk terrein een middel in Gods hand kunt en moet zijn om de eer van uw Koning groot te maken en om het heil van uw naaste te dienen door voor hem een wegwijzer te zijn naar het pad ten leven, is het niet onverschillig in hoever en op welke wijze gij daarin uw plicht doet. Sterker dan het pleegt te zijn moet in ons worden het begeeren om groot te doen zijn de lof en de aanbidding des Heerenvan Hem, die als de potten bakker over het leem over alle ding beschikt en alle menschenkinderen gebruikt voor de verwerkelijking van zijn Godde lijke gedachten. Bekend is het woord van Calvijn, in zijn brief aan de Koningin van Navarre, die ontstemd was over een be risping, die hij de getrouwe zielzorger haar had meenen te moeten toedienen een hond blaft als hij zijn meester aan gevallen zietwat zou ik dan laf zijn, als ik ziende de waarheid Gods bestreden zou durven zwijgen. En daarin heeft hij ook voor ons de gedragslijn aangegeven, die wij volgen moeten dat wij onze roe ping niet verzaken zullen in het werk Gods. Die ook daarin Hem eeren, die zal Hijeeren; die met al de daaraan zeker verbonden smart in dit opzicht getrouw bevonden zullen worden, die ge hoorzaam zijn geweest, van hen zal ook eenmaal kunnen worden geschreven, wat van dienzelfden GeneeLchen Hervormer na zijn verscheiden werd opgeteekend hij is tot God gegaan. Moge het, lezer, ook na zulk een toegewijd leven uw grafschrift eens kunnen wezen. Viissingen. van Schelven. Wie was Jezus Christus Pastorale Conferentie. Zeenwsche Abonnementsprijsper kwartaal bfc vooruitbetaling 50 cent. Afzonderlijke nummers 5 eent. Advertentieprijs10 cent per regel bg jaarabonnement van minstens 500 regels belangrijke reductie. UITGAVE VAN DE Keer weder, Heerered mijn ziel, verlos mij om uwer goedertierenheid wilwant in den dood is uwer geen gedachteniswie zal U loven in het graf. Psalm 6 5 en 6. KfiBKEIlJK LEVEN. Nog niet zoolang geleden waren de mannen van stadie, die zich bezig hielden met de Theologische wetenschap er op uit om duide lijk te maken, dat de boeken van het N. Tes tament niet geschreven waren door mannen, wier namen er boven stonden. Wat een arbeid is er besteed om aan te toonen, dat de boeken niet echt waren en dat de traditie het glad mis had. Het lust ons niet om al de veron derstellingen te noemen, welke zoo al geopperd werdeD, en waarvan menigeen dacht, dat zij volkomen gegrond waren. Uitgemaakt was in elk geval, dat men in 't geheel niet aan kon op wat er in de evangeliën en de brieven der Apostelen over Jezus geschreven was. Wat er dan overbleef was niet veel. De oude school, schreef iemand, legde eigen theorie vaak aan de historie op, modelleerde den Jezus „der historie" vaak naar modernen smaak en trachtte wat met de moderne opvatting niet strookte als legendarisch of als bijkomstig te elimineeren men hield dan een ideale Jezusfiguur over, ideaal dan naar mo derne smaak of liever om dat resultaat te ver kregen, had men de spaarzame „historisch- vaststa'mde" gegevens met behulp der fan tasie aangevuld. Zoo ontstond het „liberale Jezusbild", dat in den laatsten tijd zoo heftige kritiek te verduren had. De kritiek was niet altfjd billijk, maar bet was waar, dat het 't paradoxale, boven-menschen-maat-uitgaande in Jezus' persoonlijkheid en woord, nivelleerde tot er een min of meer gemoedelijk leeraar van min of meer zoetvoerige zedelijkheid en godsdienst overschoot en het kruis als een tragische samenloop van omstandigheden be treurd werd". (Onze Eeuw Aflevering Dec. '17). Deze periode is thans voorbij. Er waait weer een heel andere wind over het leven. Aan theoriën hechten de meesten niet veel waarde meer. Men tracht de werkelijkheid van het Christendom in den eersten tjjd weer te be naderen en onderzoekt Ijverig alle bronnen om de mannen te kennen, die het evangelie heb ben verkondigd aan Jood en Heiden. Al wat licht verspreiden kan over dien eersten tgd, wordt gewaardeerd en men luistert zelfs met een gretig oor naar wat de traditie ons ver baalt. Heel wat arbeid is er reeds verricht om te weten, hoe het er eigenlijk uitzag in die wereld, waarin het Evangelie van Christus als een zuurdeesem heeft gewerkt. Merkwaardige boeken zjjn reeds geschreven over wat tot dusver aan 't licht is gebracht. Zonder de resultaten te overschatten kunnen we wel zeg gen, dat die vroegere tijden weer voor ons beginnen te leven. Aan de beschouwing, welke er van liever lede in de scholen ontstaan was over den ont wikkelingsgang van het oudste Christendom, stoort niemand zich meer, want nu hebben reeds de onderzoekingen geleerd dat dergelijke beschouwingen wel blijk geven van zeldzame scherpzinnigheid, maar in strijd zijn met de werkelijkheid. Als een zeepbel zijn zij gebar sten en hebben niets nagelaten. Zoo is men weer uitgekomen bij de oude vraag, welke aan de Pharizeën gedaan werdWat dunkt u van den Christus? Men meende klaar te zijn men oordeelde, dat hot juiste antwoord gegeven was, doch het is gebleken, dat men niet Van Hem af was. Z\jn Persoon houdt de geesten weer bezig en er zyn velen, die het ronduit verklaren, dat zij zich niet bevredigd gevoelen met wat in breeden kring voor een uitgemaakte zaak gold. Al wat de evangeliën, al wat de brieven der Apostelen ons over Hem beriehten, al wat de oudste historie ons meldt, wordt weer over wogen om een afdoend antwoord te vinden op de vraag: Wie was Christus? Wij kunnen dankbaar gebruik maken van al wat ons meegedeeld wordt en met belang stelling uitzien, waarop heel onze beweging zal uit'oopen. Intusschen blijkt zeer helder, dat de basis, waarop ons geloof in den Zalig maker rust, zeer betrouwbaar is en zoo beves tigt zich de waarheid, dat wie gelooft niet bouwt op een zandgrond. De kerk aller eeuwen heeft een gelijkluidend antwoord gegeven op de vraag: Wie was Jezns Christus en gij doet wel, wanneer ge het met volle bewustheid met haar uitspreekt. De meeste predikanten in ons gewest Btel- len het op prijs, dat er elk jaar een Conferentie gehouden wordt, waarop zij elkander ontmoe ten en met elkander van gedachten kannen wisselen. Wie gewoon is, haar bij te wonen, komt dan ook als het eenigszins kan, steeds weer. Een der trouwe bezoekers ds. v. d. Hoorn, vroeger te Domburg, zal er thans wel niet zijn, wijl hij ver uit de buurt woont. Enkele ande ren zullen we missen, wijl zg onze provincie hebben verlaten. Dit doet o s leed, maar er valt niets aan te veranderen. De een gaat en een andere komt. Er zijn echter altijd enkelen, die nooit ko men en hen zou ik ditmaal zeer dringend wil len vragen, om toch eens te komen. Voor sommigen is het, ik erken het, niet zoo ge makkelijk, omdat de reisgelegenheid niet bizon der gunstig is. Maar zg mogen er toch ook wel aan denken, dat zg een gedeelte hunner kosten vergoed krggen. In den regel komen er steeds b\jna dertig, doch laten we eens nagaan, hoe veel predikanten er op dit oogenblik in Zeeland zgn en dan zal ieder verstaan, hoe noodighet is, dat ieder aanwezig is. Juist, omdat ons aantal zoo klein is en het werk dus vermeer dert, hebben we er te meer behoefte aan om elkander te zien en elkander te bemoedigen. Bovendien belooft het een aangename en leerz.ame samenkomst te worden. Ds. Doekeg van Nieuwdorp houdt een referaat over Israels toekomst, een onderwerp geheel actueel, nu het oog van alle joden gericht is op het oude KanaaD, nadat de geallieerden de Turken uit Jeruzalem verjaagd hebben en de onver getelijke stad in de handen van Christenvolken gekomen is. Allerwege dringt zich de vraag op; zullen de nakomelingen van Jacob nog eens als volk in de oude erve als volk wonen. We kunnen er daarenboven op rekenen, dat het referaat degelijk zal zgn, wgl ds. Doekes zoo thuis is in die hoofdstukken van den brief aan de Romeinen, waar o. a. zulke merkwaar dige uitspraken over deze stof in voorkomen. We verwachten dan ook een levendige dis- cussie. Ook het onderwerp, dat ds. Nieboer van Krabbendgke behandelt, past geheel in dezen tgd. Het zal dit jaar drie eeuwen geleden zgn, dat de groote nationale Synode te Dordtrecht saamgekomen is, waarop zeer ingrijpende vraagstukken tot beslissing werden gebracht, en waar zelfs vele vrijzinnigen nu reeds laten uitkomen, hoe gewenscht het ia, dat deze Synode herdacht wordt, daar zullen wg, die de geestelijke zonen dier vaderen zgn, zeker haar gedenkeü. De vraag is gedaanwaar is een Schotsman, die een eerezuil opricht voor deze Synode, we zgn erkentelijk, dat er in de honderd jaren, welke er verloopen zgn, in elke Geref. Kerk een eerezuil verrezen is en dat er buiten haar nog zoovelen in ons klein land zgn, die evenals wg den arbeid der vaderen waardeeren en den zegen Gods, welke daarop rust, erkennen. Het zal wel blijken, dat ds. Nieboer en het onderwerp bg elkander passen.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1918 | | pagina 1