Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Zeeland 32e Jaargang. Vrijdag 31 Mei 1918. DIT HET WOORD. No» 22 Redacteuren Ds. L. BOUMA te Middelburg en Ds. Q. F. KERKHOF te Oost-Souburg. Vasts Medewerkers0.0. R. J. v. d. VEEI, J. 0. WIELEIfiü, B. MEIJER, F. J. v. d. EMOE, A. A. v. SCHELVEN, H. P. M. 6. DE WALLE m F. W. J. WOLF. Abonnementsprijsperkwartaal bij vooruitbetaling 50 cent. Afzonderlijke nummers 5 cent. Advertentieprijs10 cent per regel bij jaarabonnement van minstens 500 regels belangrijke reductie. UITGA YB TAN BE Adres van de Administratie Firma LITTOOIJ OLTHOFF, Middelbar*. Berichten, Opgaven Predikbeurten en Advertentiên tot uiterlijk Vr ij dagmorgen te zenden aan de Drukken LITTOOIJ OLTHOFF, Middelburg. ZIJNE KUDDE WEIDEN GELIJK EEN HERDER Herders zijn zeldzaam in ons land. Hoe rijk de veeteelt ook zij, men vindt het vee niet veel saam in groote kudden. Daarvoor moest men in het Oosten zijn, waar men kudden zag van duizenden en tiendui zenden. Denkt aan een Job wiens veestapel aldus opgelezen wordtzevenduizend scha pen, drieduizend kemelen, vijfhonderd j uk- ossen en vijfhonderd ezelinnen. Wat na zijne redding uit de ellende door God nog werd verdubbeld. De herder was daarom in het Oosten eene bekende verschijning. Vooral ook onder Israel was het herders leven bekend, 't Is dus niet te verwon deren, dat dichters en profeten telkens aan dat herdersleven allerlei beeld ont- leenen. En daarin sprak niet enkel dichterlijk vernuft. Neen, de Heere heeft vooral onder dat volk, aan en door hetwelk Hij Zijne openbaring ons schonk, dat herders leven zoo naar alle zijden doen uitkomen om daarin als in een spiegel te laten zien, wie Hij voor hen was. Want zooals de herder voor zijne kudden, zoo was de Heere voor Zijn volk. 't Is God zelf, die het Israël leert en door hun profeten en dichters zijn volk van alle eeuw laat toeroepen Hij zal Zijne kudde weiden gelijk een herder.a Zoo wordt het volk des Heeren verge leken bij eene kudde, vooral een kudde schapen, 't Is een beeld, dat wel getrouw den toestand van Gods volk schetst en waarbij wel heerlijk het beeld van den herder gevoegd wordt als haren God en Heiland voorstellende. Eene kudde schapen is een in zichzelven weerlooze groep, die zonder trouwe leiding niets vermogendie aan allerlei gevaar van aanval zijn blootgesteld. Een ellendig en een arm volk, bloode en vertsaagd tegenover de grijpende wolven tot dwalen geneigd. Eene kudde bestaat uit velerlei soort: klein en groot, zwak en sterk, jong en oud. En is 't zoo niet met des Heeren volk En de herder is het beeld van onzen God en Heiland. Niet minder schoon beeld. Het doet ons zien hoe Hij de Zijnen leidt en regeert. Het herdersambt moge in onze westelijke streken gering geacht zijn, zoo was het niet in het Oosten. Koning en herder was eertijds één. Men sprak van herdersvorsten, zooals Egypte een dyaastie gehad heeft. Koningen hebben zich niet geschaamd het herdersambt te bedienen. En figuurlijk zijn vorsten ook wel, gelijk Cyrus ook heet, »een herder der volken" genoemd. Een herder weidt zijne kudde, d.i. hij leidt, regeert en verzorgt haar. Volgt zoo 'n herder maar eens en ziet wat hij doet. Aanhoudend draagt hij zorg voor de scha pen. Hij ziet er niet slechts nu en dan naar om, maar steeds laat hij het oog er over gaan, heel den lieven lieven langen dag. Hij verliest ze nooit uit het gezicht. Hun honger wordt gestild, hun dorst wordt gelescht en hun leven beschermd zooveel hij dit vermag. En dwalen er soms al hij zoekt ze op en brengt ze terug. En als de dag gedaald is, bij 't grauwen van den nacht voert hij ze naar de kooi en sluit de deur achter hen toe, zoodat ze dag noch nacht van zorg verstoken zijD. En zoo wordt nu van den Heere gezegd Hij zal zijne kudde weiden gelijk een herder. Wat de herder voor de kudde is is de Heere voor de Zijnen. Hij weidt ze. Immers dat is allereerst de trouwe ver zorging. Hij voedt en onderhoudt ze. Hij vervult al hunnen nooddruft. Doet onze Heere dat niet in natuur en in genade? Zorgt Hij niet voor de Zijnen in dit leven o Wat is die zorgende hand Gods liefelijk over ons. Geen dag, dat we niet leven uit Zijne hand. En verzorgt Hij ons tijdelijk leven, veel meer nog het leven onzer ziele. In grazige weiden voert Hij. Spijze geeft Hij naar elks behoefte, melk voor de kinderkens en vaste spijze voor de volmaakten. Hij laat het aan niets ontbreken. Zijne belofte vervult HijZij zullen op de wegen weiden en op alle hooge plaatsen zal hunne weide wezen. Zij zullen niet hongeren noch dorsten en de hitte en de zon zal ze niet steken. Want hun Ontfermcr zal ze leiden. Hij zal ze aan de springaders der wateren zachtjes leiden. Hoe spreekt die belofte ons hart troost vol, bemoedigend en geruststellend toe. Is het wonder dat David bij de juichtoon »De Heere is mijn Herder," ook deze taal des betrouwens volgde»mij zal niets ont breken." Wie kan en zal zorgen als onze God? Wie kan en wil vervullen als onze Heiland? Wie is een herder als Hij, die eens uitriep »Ik stel mijn leven voor mijne schapen en niemand zal ze uit Mijne hand rukken." o Die teedere zorg, die bewaring en bescherming ze konden niet treffender en vertroosten der worden voorgesteld dan onder het beeld van een herder. Troost u dit woord niet? Bemoedigt het u niet? Laat het u koud? Hoe komt dat Is het soms omdat gij nog geen schaap van Jezus zijt? Smaakt daarom het voed sel Zijner weide niet en het water Zijner beken Want gewis, wie niet tot Zijne schapen behoort, graast ergens anders om voedsel te vindenzoekt elders Zijne vreugde en veiligheid. Onderzoekt u eens of ge wel een schaap Zijner kudde zijt. Of go als een der Zijnen geteekend zijt, niet slechts uiterlijk met den doop, maar ook innerlijk door de heiligmaking des Geestes. Niemand vleie zich met eene ijdele hope, zoo deze Herder zijn herder r.iet is, en bij niet een schaap Zijner kudde. Zij die 't buiten dien eenigen Herder zoeken weiden zich met wind en jagen den Oos tenwind na als Efraïm om ijdelheid te baren. Zoekt Hem, die u zoekt en gij zult van Hem gevonden worden. En wie tot Zijne kudde behoort zal ervaren, dat Hij Zijne schapen weide en overvloed, bewaring en rustplaats geeft. Alleen onder Jezus hoede is ons harte veilig. Het is een groot voorrecht voor de kudde des Heeren, dat zij zulk een Leidsman en trouwe Verzorger heeft, die in ontferming ze steeds gedenkt. Of is Hij niet een Ont- fermer van Wien gezegd wordt»Hij zal do lammerkens in Zijne armen vergaderen en in Zijne schoot dragen" Ia eene kudden vindt men niet alleen het groote en sterke, maar ook het kleine en zwakke. Daar zijn zelfs lammerkens, die zoo pas geworpen zijn, die toeder moe ten behandeld worden. Die eischen wel een bijzondere zorge. En die ontferming en zorge bewijst Hij, want het heet van Hem: Hij zal de lammerkens in Zijne armen vergaderen en in Zijn schoot dra gen". Wat teeder herderswerk. Over al wat klein en teeder is, zwak en gering ontfermt zich onze groote goede Herder. Heeft Hij 't niet getoond hoe Hij liefheeft de kinderen van Zijn volk, die lammerkens der kudde, toen Hij ze in Zijne armen nam en zegende. Heeft Hij 't niet getoond, toen Hij aan Petrus de opdracht gaf»Weid mijne lammeren Nog vóór Hij de zorg voor de schapen a&ébeval, deed Hg 't voor de lammeren. 0 Onze Herder ziet zoo nauw toe, wat er met die kinderen der Gemeente geschiedt. Zij zijn Zijne. Hij wil er Zich over ont fermen. De gedoopte kinderen wil Hij straks ook aan Zijn disch zien. En Hij roept ouders, leeraars, onderwijzers, ambts dragers op om voor de lammeren der kudde eene teedere zorg te dragen. En diezelfde zorg betoont Hij ook voor hen, die als lammerkens zijn in figuurlij ken zin, de nieuwgeborenen in de genade. Zij, die niet nog zoo lang tot geloof en be keering kwameD. Zij, die nog kortgeleden den weg de3 geloofs, welbewust leerden betreden. Zulken, die nog bij de melk des Woords moeten leven, in wie nog weinig kennis der geloofservaring is, en die klein van geloof, zwak van moed licht wankelen en vreezen. Over zulken heeft de Heere eene tee dere ontferming. Hij neemt ze op in Zijne armen en drasgt ze, ze drukkend aan Zijn hart. Zulken draagt Hij eene bijzondere liefde toe. Evenals ook wij voor de kleine, voor de kinderijes vaak een gevoel van teederheid hebben, zoo heeft het ook de Herder in de hemelen voor de kleinen in de genade. Zooals eene moeder aanstonds baar kind, als het leed of ongeval draagt tot zich op haren schoot neemt, zoo drukt de Heere die kleinen aan het hart om ze Zijne liefde te openbaren. Als ze in een- 1 lamheid zuchten en weenen, in vreeze, dat ze van de kudde gescheiden zijn, dat ze geon deel hebben aan Zijne genade, trekt Hij ze tot Zich en leidt ze al dra gende tot de kudde om de volheid Zijner genade te doen genieten. De Heere doet met de nieuwelingen in de genade, wat er van Efraïm geschreven staat»Ik leerde Efraïm gaan Hij nam ze op Zijne armen". In al den strijd, de aanvechting, de verzoeking is Hij ze nabij. Is dat niet allerliefelijkst geteekend? En wederom, dat is niet maar eene dich terlijke voorstelling. Dat is de werkelijk heid. Getuig zelf, gij kinderen Gods, die roeds verder gevorderd zijt op den weg des levens. Hebt gij 't niet ondervonden, toen gij zelf nog als een nieuweling waart in de genade? Hebt gij niet ondervonden rijke, teedere, ontfermende bemoeienissen van uwen Heiland? Heeft Hij u niet laten gaan, vask wonderlijk geleid, liefelijk ver kwikt, gesterkt, vertroostopgericht als gij vielt, en als gedragen door al uw strijd en benauwing heen? En zoo doet Hij nog. Laat dat uw hart troosten. Gevoelt ge u als een hulpelocs roepend lam, o ziet op Hem. Uw Heiland wendt zich als een Herder vol ontferming tot u om u op te nemen in Zijne armen en in Zijn schoot te dragen. En bij de trouw en ontferming, die Hij Zijne kudde bewijst, voegt deze Herder nog de zachtmoedige wijsheid: »Hij zal ook de zoogenden zachtkens leiden". Toen Jacob zijn broeder Ezau had ontmoet en met hem was verzoend geworden, wilde deze, dat Jacob met al wat hij had tegelijk met hem zoude optrekken. Doch Jacob antwoordde: »Mijn heere weet, dat deze kinderen teeder zijn en dat ik zoogende schapen en koeien hebindien men ze maar één dag afdrijft, zoo zal de geheele kudde sterven. Mijn heer trekke toch voorbij voor het aangezicht zijns knechts en ik zal mij op mijn gemak als leidsman voegen naar den gang van het werk". Dat was een verstandig woord van Jacob. Daar sprak een herdershart in. Hij schikte zich naar de behoefte der kudde. Ilg re kent met de zwakken en kleinen. En zoo nu doet de Heere eveneens bij Zijn volk. Hg wil met onze zwakheden en gebreken geduld hebben. Hij weet dat we zwak van moed en klein van kracht zijn, dat we stof van jongs af zijn geweest. Hg kent elk der Zijnen in 't bizonder en rekent er mede. Is dat niut een onuitsprekelijk voorrecht Onze zwakheden en gebreken baren ons zooveel onrust en vreeze. Wij zijn zoo licht beducht, dat de Heere ons verwerpen zal dat we niet mee zullen kunnen optrekken met de kudde des Heeren. Daarom troost Hij hiermee »De zoogenden zal Hij zacht kens leiden." In zwakheid, in lijden, in dorheid en geestelijke kwijning gedenkt de Heere ons en gebruikt Hij zooveel lankmoedigheid. Moet niet elk kind van God, dat met heilige bewondering toestemmen, dat de Heere een eindeloos geduld gebruikt hoett met hen. Anders waren we op den weg al lang bezweken, zwak en krachteloos blijven liggen om hulpeloos te sterven. Maar nu leidt Zijne hand ons den ganschen dag onzes levens om straks met heel de kudde naar de veilige kooi te voeren. Niet één Zijner schapen wil Hij missen. Allen moeten ze in Kanaan komen. En eens zal zijne belofte waarheid blijken. »Geen klauw zal er achterblijven." F. Staal Pz. PERSVEREEN1G1NG ZEEUWSCHE KERKBODE. Hij zal Zijne kudde weiden gelijk een herderHij zal de lammeren in Zijne armen vergaderen en in Zijne schoot dragen dè zoogenden zal Hij zachtjes leiden. Jesaja 4.0: II.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1918 | | pagina 1