Lj IÉ FEUILLETON. on- H. RABBI SAMI I L. V A RIA. Lezing Anti-Rev. Kiesvereeniging. III. Het vertrek van Koudenburg. (Slot volgt.) Een voorbeeldig huisgezin. II. i om nit I K< mi ge’ ze$ WÏ on 15 de] daj Sc' ve Y et hi at zuimi en sc en v Wan het behoi te zjj bloei voor telijk over schoi tussc Luth Wor V* kel 1 hun niet zjjn aller aang baar W der wedi Her op lette dros "en 1 onze en bee] kin< heb D dez* en vail der: hoo vori eer ove gez lev* tig* op gel vrjj din dat vra Hei het one l\jd en be* we mjj uw uit sie ,G of Jo zo Ik gi’ te he da zu all hÜ be ge Eene geschiedenis uit het laatst der vorige eeuw D00B P E K A H. van Rabbi Samuël ge- aan dezen vriend alles, „NahLevi zal er niets van wetenIk ben immers aan ’t huis van Rabbi Samuël ge weest” hernam Levi„en heb ik zelfs niet met zjjn vrouw gesproken En nu zal Uwes zeggen, as ik er niets van weet? Ja, as Levi ook zoo dom was, as Uwes Doch nu opende de heer Abrahams de deur, opdat Levi heengaan zou. Maar Levi scheen nog weinig lust te hebben om heen te gaan, vóór hjj de heer Abrahams overtuigd had dat hjj ’t wel wist en dus in zjjne bewering ge ljjk had. De heer Abrahams daarentegen scheen weinig lust meer te hebben nog langer naar Levi te luisteren en trachtte daarom Levi buiten de deur te zetten. Hierbjj ontstond echter eenig tumult, dat ook op de straat waargenomen werd, tengevolge waarvan eemge personen, waaronder ook twee Joden voor het huis van den heer Abrahams bleven staan, welke nu ook, toen Levi werkelijk buiten de deur gezet werd, alles vernamen, wat daar binnen voor- -gevallen was. Hierdoor werd voor ’t eerst de geschiedenis van Rabbi Samuël te Koudenburg bekend, en bekend ook onder de Joden, die nu ook van Levi vernamen wat hij gezien had, en hoe hjj over de geschiedenis dacht. En nu was er nog geen uur verloopen of velen der Joden van Koudenburg waren de woning van Rabbi Samuël lyk zóó was, zou gewoon laat uur brengen? Zou hjj het dan niet evengoed op den dag durven doen Nahmjjnheer Abra hams hoe kan Uwes zóó dom zjjn, om dat te geloovenNeen, neen, zoo waar als ik Levi de koopman ben, er zal iets gebeuren met Rabbi Samuël. Geloof nou toch wat Levi Uwes zegt: Rabbi Samuël zal zich laten doopen.” „En ik geloof er niets van Levi” beet de heer Abrahams hem toe, weinig gesticht er over dat Levi hem voor „dom” had aan gezien. En hjj vervolgde„ik heb nu ook liever Levi dat je maar vertrekt. Wat heb ik aan al jou praatjes Je weet er immers niet van Wjjl onze voorzitter wilde, dat onze winter- samenkomsten ter voorbereiding van de a.s. belangrjjke campagne, door mjj zouden inge leid worden, zoo beloofde ik hem, D.V. een woord te zullen spreken, dat wellicht hen, wier zaak en tjjd niet toelaat naar de begeerte mee te leven, nog tot opwekking en leering kan zjjn. De voorzitter stelde mjj voor te spreken over: den algemeenen staatkundigen toestand. Ik accepteerde dat. Nu heeft, zeide ik Woensdagavond verder, Vinet, die regelen voor de predikkunde schreef, gezegd, dat de sprekers niet met de deur in huis moeten vallen. Om dat te voorkomen, zeide hjj, onder meer, dat wjj van het alge meens tot het bijzondere konden komen. Welnu, daaraan gedachtig, veroorloof ik mij te zeggen, dat de oorlog in het Oosten, die meer dan eens dreigde een algemeenen te zullen worden, uit vierderlei oogpunt kan worden bezien. Ten le. Uit het oogpunt van het rechtten 2de. Uit het oogpunt der belangen van het Christendomten 3e. Uit het oogpunt van het Europeesch belang; ten 4e. Uit het oogpunt van het particulier Nederlandseh belang. Omdat wjj, wanneer ik deze gezichtspun ten ging ontwikkelen, een kind met een wa terhoofd konden krjjgen en de vestibule ge proportioneerd moet zjjn aan de woning in zjjn geheel, zoo zeg ik alleen wat het eerste gezichtspunt aangaatwie eigenljjk dezen oor log op zijne rekening heeft, weet ik niet. Willen de liberale Overjjselsche Statenleden het gaan onderzoeken en ons rapporteeren wie de schuldige is, het zal mjj aangenaam zjjn. Welken afloop meest gewenscht is, met het oog op de uitbreiding van het Christendom, weet ik evenmin. Van den jjskouden vorm- dienst der Russen, die amuletten meenemen teneinde den zege te verkrijgen is in dezen ook niet veel te verwachten. Het Europeesch belang kan geschaad wor- binnengedrongen, om te vernemen wat er eigenljjk aan de hand was. Zij konden daar echter niets anders vernemen, dan dat Rabbi Samuël naar Ystad was gegaan, om, met het oog op hunne vestiging aldaar, een en ander in gereedheid te brengen. En geen wonder want Rabbi Samuëls vrouw wist ook van de geschiedenis niets. Nu was echter onder degenen die zich bjj het tumult tusschen Levi en de heer Abrahams voor de woning van dezen laatste bevonden, ook een vriend van Ds. Gelderman. Deze had ook enkele woorden van Levi gehoord, en was kort daarna bjj Ds. Gelderman gekomen, en had hem dit meegedeeld. Ds. Gelderman, die tot nog toe alles stipt geheim gehouden had, en zelfs aan zjjn ver trouwdste vrienden nog nooit één enkel woord over de geschiedenis sproken had, vertelde wat wjj reeds weten, van hunne eerste ont moeting af, tot op het bezoek van den vorigen avond. Doch hij verzocht hem van dit alles nog maar niets aan anderen te vertellen, maar eens nauwlettend acht te geven, of hjj ook iets verdachts in of bjj de woning van Rabbi Samuël bespeuren kon. Den volgenden morgen kreeg Ds. Gelderman van dezen vriend een briefje van den volgen den inhoud: „Geachte Dominé! Gisteren avond niets bizonders meer opge merkt. Ik ben dezen morgen al driemaal langst de woning van Rabbi Samuël gegaan, maar zag in de vertrekken noch vrouw, noch kin deren. Dit komt mjj verdacht voor, daar de. kinderen anders altjjd aan de deur of voor de' glazen zjjn. Ik kon het woonvertrek goed doorzien. De bedden lagen afgehaald op stoelen. Verder is er niets te zien. Levi, de koopman, zag ik dien kant weer uitgaan. Ik zou U raden naar Ystad te schrjjven of te telegrafeeren, Groetend, Uw Vriend den, wanneer Japan zegeviert en het dienten gevolge wordt: Azië voor de Aziaten. Is en wordt dat het geval, dan loopt Neder land gevaar zjjne Aziatische bezittingen te verliezen. Maar, wjjl wij het niet kwalijk zou den genomen hebben, zoo het onlangs aller- wege ware gewordenAfrika voor de Afrika nen, zouden wij het dan nu zoo kwaljjk mogen nemen, als het, ook tot onze schade werd Azië voor de Aziaten? Werd dit zoo alge meen, ’t is zoo, dan zou niet alleen ons stof felijk particulier belang, maar veel hoogere belangen groote schade kunnen Ijjden. Maar laten we den staatkundigen toestand in het binnenland bespreken. Ik doe het aan de hand van de volgende stellingen I. De financieels toestand is niet voordeelig. II. De staatkundige, geografische ligging van ons land is niet eene beklagenswaar- dige, gerekend met de evolutieleer, die de imperialisten de consciëntie stilt. Zijne ligging heeft overeenkomst met die van Palestina, toen Gods bondsvolk het nog bewoonde. III. Uit het oogpunt van ons Christelijk belijden en streven bezien, geeft ons de staatkundige toestand rijke stoff‘e van dank erkentenis. IV. De strijd, die gestreden wordt, is naar de profetie der H. S. en behoort tot de voorteekenen van den Zoon des men- schen. V. Onder en door Gods voorzienig be stuur is het eisch des tijds, dat, tegenover de concentratie de coalitie blijft. VI. Blijft zij, èn in het land, èn in de Kamers, èn in het Ministerie dan zingen wij, trots den feilen tegenstand, vóór en in het midden van den a. s. stembusstrijd: vZij zullen ons niet hebben”, enz. en na dien strijd: »God heeft bij ons wat groots verricht,” enz. I. De finaneieele toestand is niet onvoor- deelig. Hiermee is niet gezegd, dat de Minis ter van financiën zich in het geld baden kan, en dat verhooging der invoerrechten voor de toepassing der ingediende wetten, en afgedacht van deze wetten ter bevordering van den Ne- derlandschen arbeid, niet noodig zjjn. Het te gendeel is door mjj op de zaal in de Bogard- 8traat een en andermaal reeds vóór jaren be weerd, en ook staande gehouden. Maar niet onvoordeelig acht ik den finan- cieelen toestand a. omdat hier, geljjk in vele andere landen wèl het geval was, trots den jammerljjken oor log in Atjeh geen nieuwe leeningen behoefden gesloten te worden. b. Niet onvoordeelighoewel de baten van de overzeesche bezittingen, naar de beginselen en het staatsbeleid van Groen, Keuchenius en andere onzer voormannen niet meer vloeien in de Ned. schatkist, maar besteed worden voor de volkeren dier landen zelven, teneinde hen op te heffen. c. Niet onvoordeeligwjjl Nederland geleerd en getoond heeft, zonder die Indische millioenen te kunnen leven. d. Niet onvoordeeligomreden de eigene inkomsten, ook in het ongeveer vierjarig tjjd- perk van dit Ministerieel leven, zoo toenamen, dat in de behoeften kon worden voorzienen dat, niettegenstaande de uitvoering van Bor- gesius-schoolwet en van de ongevallenwet, de „Ja, ja,” hernam Levi, „dat weet ik wel. Maar Rabbi Samuël die nog maar zoo kort hier is, en nog nooit dien zoon van Ds. Gel derman gezien heeft, zal daar wel niets van weten. En daarenboven als dit nu werke- onze Rabbi dan op zoo’n on- bij Ds. Gelderman'een bezoek Gaarne voldoen wjj bij dezen aan het ver zoek, de aandacht te vestigen op de achter staande advertentie, waarbjj de samenko® ten behoeve der Weezen van Neerbosch wori bekend gemaakt. Het programma is rjjk, ei de bezoekers zullen dus wel velen zjjn. Littoou, T.” Door den inhoud van dit briefje werd Ds. Gelderman ongerust gemaakt omtrent het lot van Rabbi Samuël. Hjj schreef daarom dan ook dadeljjk aan Ds. Volzeling te Ystad den volgenden brief „Waarde Broeder. Ik ben zeer ongerust. Gisteren tot laat in den avond waren er Joden ten zjjnen huize. Volgens heden morgen ingewonnen information waren de bedden afgehaald. Ik vrees dat men iets vermoedt. Er zjjn voor de Joden veel gegevens. Vooreerstzjj weten dat hjj bjj mjj geweest» Ten tweedehet nemen van ontslag. Vervolgens: Vrjjdag en Zaterdag was hj)I niet in de Synagoge. rijksverzekenngsbank enz. (waaraan met alleen liberalisten, maar ook velen der onzen goede betrekkingen verkregen) aanzienlijke uitgaven vraagden. Hde. De staatkundige, geographisehe ligging van ons land is niet een beklagenswaardige, gerekend met de evolutieleer, die de imperia listen de consciëntie stilt. Zjjne ligging heeft overeenkomst met die van Palestina, toen Gods bondsvolk het nog bewoonde. Zooals wij weten, bestaat volgens de leer der evolutie het kleine ter wille van het groote, en is het daarom eisch, dat het groote het kleine in zich opneemt. Dat nu is het juist wat de imperialisten willen. Deze leer stilt dus hunne consciëntie, wanneer zjj, die groot en machtig zjjn en naar steeds uitgebreider heerschappij dorsten, op anders ongehoorde wjjze, minder talrijke vol ken aan zich onderwerpen, gelijk dat in den laatsten tjjd Duitschland, Rusland en Enge land hebben gedaan. Palestina lag en ligt, gelijk Nederland aan de zee, het heette de sleutel van de landen in het Oosten, het werd bewoond door een volk, dat niet talrjjk was, maar eene roemrijke ge schiedenis had, het werd vaak begeerd, door de Oostelijk, Zuidelijk en Westelijk wonende imperialisten. Dit een en ander nu was en is ook in betrekking tot ons land en volk waar, ’t Is waar, dat wjj, geljjk Palestina, dienten gevolge vaak gevaar liepen in den strjjd dier volken te worden betrokken en ook wel be trokken zijn. Maar ’t is ook waar, dat wjj, sinds de evolutieleer de harten in beslag nam en de eonscientiën der zuchtenden naar we reldheerschappij stilde, leven en blijven leven, doordat ons land ligt en ons volk woont tusschen drie machtige en zeer begeerige mo gendheden in. Onafgesproken, waarborgen zjj, door haar najjver ons en België’s voortbestaan. Uit dat oogpunt de ligging van ons land bezien, is deze, vooral voor dezen onzen tjjd, niet beklagenswaardig. IHe. Uit het oogpunt van óns Christelijk beljjden en streven bezien, geeft ons de staat kundige toestand rijke stof van dankerkentenis. Toen God mij vóór ruim 37 jaren uit Fries land hierheen riep en eene plaats gaf, was er in Friesland reeds eenige actie en activiteit doch hier was het op staatkundig gebied nog tameljjk lauw en flauw. De oude heer Vader van Biezeliuge was zoo wat de eenige die uit Zeeland in de Tweede Kamer de Christelijke beginselen voorstond en bepleitte, en in Middelburg en op Walcheren was het Ds. Nonhebel, gesteund door de oude heeren Koole en van den Thoorn, die het licht des Woords deed uitgaan op allerlei le vensterrein. Vooral na 1869 deden Ds. Keule- mans, de ondergeteekende en steeds meerderen daaraan mede. Jhr. de Jonge van Zierikzee was de eerste die het ons, door gemeenschappeljjken arbeid gelukte, een zetel te bezorgen in de Tweede Kamer. Toen Ds. Nonhebel Middelburg ver liet, hielpen Ds. de Veer en gedurig meeran dere predikanten uit de Scheiding ons. Het spreken op onze dorpen in verschillende lo- calen hebben wjj daarop ook aangevangen. De bjjval was boven verwachting, hoe langer hoe meer kwam het uit, dat het Walchersehe volk, onder Gods zegen, wakker geschud, in zjjn grondtype Calvinistisch was. Het wilde met ons den Heere belijden op elk terrein van het leven. Het verrassende en bljjde gevolg daarvan was, dat wjj door en bjj de stembus overwinning op overwinning moch- De Grieksche Vertaling laat Barak zeggen indien gij met mjj trekken zult zoo zal ik heen trekken, want ik weet den dag niet waarin ik Sisera zal verslaan. Zoo deze gedachte juist is, heeft hij het gemis der profetische bezieling en daarmee ook behoefte aan duidelijke aan wijzing gevoeld aangaande den tjjd en de wjjze van zjjn arbeid. In de zwakheid van zjjn geloof, die in ’t besef van eigen onvatbaarheid niet durft hopen op de gaven des Geestes, verlangt hjj naar den bjjstand dier vrouwe, wier be zieling hem aanvuurt tot den strjjd. Vs. 9. De profetes twist niet maar aan vaardt zijn voorstel. Zjj zal nu optrekken, maar dan onder voorwaarde dal de eer niet uwe zal zijn op dezen weg dien gij wandelt, want de Heere zal Sisera verkoopen in de hand eener vrouw. Het is de eer van den overwinnaar dat hjj den overste van ’t vjjandeljjke leger gevangen neme of met eigen hand dood. Die eer zal Barak niet te beurt vallen, ’t Is een kleine straf voor zjjne tegenkanting. En dewjjl hjj niet zonder eene vrouw wilde optrekken, zoo zal om den man te vernederen en hem te toonen dat God zicji ook van ’t zwakke be dienen kan, aan eene vrouw deze eer gegeven worde. Debora 'ziet hier te voren den afloop, zij denkt niet aan zichzelve, maar aan Jaël de huisvrouw van Heber den Keniet. Hoe voor treffelijk is toch de gave der profetie 1 Alzoo maakte Debora zich op en toog met Barak naar Kedes. H. ten behalen. Zoo zelfs, dat de meerderheid dg Tweede Kamerleden uit Zeeland onze begin- selen waren en zijn toegedaan en beleden. M? de Statenleden was dat insgeljjks het geval Het gevolg daarvan was, dat het gedeputeeri college der Staten werd omgezet en dat i leden der Eerste Kamer in onzen geest werdei gekozen. Bjj alles wat God ons gegeven heeft, hebbei wij nu al het tweede Christelijk Ministeri* Een Ministerie met den emiuenten leider aai het hoofd. Wjj, die zoovele jaren veracht eg als een nul in het cijfer niet meegerekenl werden, staan nu achter die nullen met eet'f eentje vooraan. Inderdaad uit het oogpunt va: ons beljjden en streven den huidigen toestan bezien, hebben wy reden om te zeggend Heere heeft groote dingen bjj ons gedaan dies zjjn wij verbljjd. Er is stoffe om Hem t loven en te prijzen. Aan Hem alleen de een Littoou. -- Het huisgezin van Luther was een reek gelukkig en hoogst gezegend gezin. Gods woort was er regel en richtsnoer voor grooten er kleinen, het gebed en het loflied wisselden ei dagelijks elkaar af; er woonde tevredenheii en bljjdschap, en steeds was er een open plaat en een liefderijke hand voor den arme. Om dit alles is het een treffende leerschool voor onze dagen. Want onder het zeer vele, dat zorgwekkend is en de ellende van onzer tjjd vermeerdert, is vooral ook de, over hel algemeen, treurige toestand van het huiselijke leven. Vele kinderen hebben geen eigenljjk tehuis, maar slechts een plaats, waar zjj dage lijks komen, om te eten en te slapen. En dill heeft vaak hierin zjjn oorzaak, dat de ouder: zich weinig of niets om hunne kinderen be-I kommeren. Men verwaarloost het huiselijk? leven en den huiseljjken omgang geheelhé ouderlijk dak wordt daardoor voor velen een zaam en ongezellig. Deze verachtering van het gezinsleven wordt nog door verschillende andere dingen in d* hand gewerkt. Er wordt al meer een eenzijdig streven openbaar naar vryheid van eiken uit' wendigen band of vorm. De geest des onge loots, die alle palen van het gezag loswoelt' neemt hand over hand toe. Er is allerlei af leiding, door uithuizigheid of overdrukke werk zaamheden. Daarby komt nog dat vele Chris telijke ouders geheel lijdelijk staan tegenover den geestelijken welstand hunner kinderen. Ze spreken dit openljjk uit„Als ze zalig zullen worden, dan moet de Heere het doen.' En dit is waarheid, doch men vergeet daarbjj. dat de Heere dit doet en dit gewoonljjk alleen doen wil in den weg der middelen. Luther zeide hieromtrent: „Wanneer ouders hunne kinderen goed opvoeden, dan is dit hun meest richtige weg naar den hemel.” Met Ijjdeljjke gedachten vervuld, laten vele ouders alle vermaan en waarschuwing na, de onderwijzing uit de Heilige Schrift wordt ver-

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1904 | | pagina 2