Weekblad voor :n jen irp- de Gereformeerde Kerken in Zeeland. Onder Redactie vanDs. L. BOUMA, Os. J. HULSEBOS en Os. A. LITTOOIJ. ker r., I?. zn. No. 4. Vrijdag 22 Juli 1904. 2 Jaargang. MM S Drukker-Uitgever UIT HET WOORD. A. loone VARIA. Referaat D. V. ent ga- 3. LIE JGTSE Hllsebos. 70 cent. 3 cent. rbonden lord” ie lyk zijn. Met medewerking van onderscheidene Predikanten. rland a van IYPO- ngen ■kt. ABONNEMENTSPRIJS per half jaar franco per post Enkele nummers 1 ge- SRIN- LEN-, iöEN. PRIJS DER ADVERTENT! EN van 15 regels 30 cent, iedere regel meer 5 cent. FAMILIEBERICHTEN van I5 regels 50 cent, iedere regel meer 10 cent. gelden ■t 4%. ttooij .eerr, .'amp rolen Veen sema Berg Los rsum Lamp ^v. ibetr. D. LITTOOIJ Az. middelbu dering en dankzegging mogen aanschouwen. De groote, wereldberoemde Paul Kruger, insgeljjks een man van innige godsvrucht, is niet weggenomen vóór den dag des kwaads. Naar Gods vrjjmaeht, wys, heilig,(maar ondoor grondelijk bestel, heeft deze gewezen Staats president, na wij zouden haast zeggen, de hoogste hoogte te hebben bereikt de rouwe, de smart, en den smaad van een banneling, verre verwijderd van het volk, dat zoo diep vernederd is geworden, en hem zoo lief was, dit jammerdal verwisseld met het Vaderland der eeuwige ruste. Hoe uiteenloopend zijn dus de wegen Gods, die Hij met zijne kinderen, ook wel vóór het ingaan in de ruste, houdtLittooij. P.S. Het vervolg van ons de volgende week. Het boek der Riebtereu. Want de kinderen van Juda hadden tegen Jeruzalem gestreden, en hadden haar ingenomen, en met de scherpte des zwaards geslagenen zij hadden de stad in het vuur gezet. En daarna waren ds kinderen van Juda af getogen, om te krijgen tegen de Kanaa- nieten, wonen le in het gebergte, en in het zuiden en in de laagte. En Juda was heengetogen tegen de Kanaa- nieren, die te Hebron woonden, (de naam nu van Hebron was te voren Kirjath- Arba) en zy sloegen Sésai, en Ahtman, en Thalmai. En van daar was hy heengetogen tegen de inwoners van Debir de naam nu van Debir was te voren Kirjath-Sefer. En Kaleb zeide Wie Kirjath-Sefer zal slaan, en haar innemen, dien zal ik ook mijne dochter Achsa tot eene vrouw geven. Toen nam Othniël haar in, de zoon van Kenaz, broeder van Kaleb, die jonger was dan hijen Kaleb gaf hem Achsa, zijne dochter, tot eene vrouw. En het geschiedde, als zij tot hem kwam, dat zy hem aanporde, om van haren vader een veld te begeeren en zy sprong van den ezel aftoen zeide Kaleb tot haar W at is u 1 En zij zeide tot hem Geef mii een^n zegen dewijl gij my een dor land gegeven hebt, geef my ook waterwellingen. Toen gaf haar Kaleb booge wellingen en lage wellingen. Richtbren 1 815. By vs. 8 begint volgens de Staten-Vertaling het verhaal van wat reeds vroeger gebeurd was. Het boek van Jozua toch bevat reeds in hoofdstuk 13 eene breedvoerige beschrijving van den strijd tegen den koning van Jeruzalem met zijne bondgenooten. Het einde was dat zy na hun vlucht in de spelonk, worden uit gebracht, vernederd en gedood. Met het oog op wat daar gemeld wordt, gaat de Staten-Vertaling hier plotseling van den onvolmaakt-verleden tijd over in den meer dan volmaakt-verleden tijd. In vs. 7 heette het nogEn zy brachten hem te Jeruzalem vs. 8 zegtzij hadden gestreden. Nu is taal kundig deze omzetting wel mogelyk, indien het verband dit eischt. Maar dit juist schijnt mjj zeer twjjfelachtig. Wat toch is ’t geval. Jozua heeft den stryd aangebonden tegen den koning van Jeruzalem, en hy viel. Maar daarmede is de stad zelve nog niet in Jozua’s macht. En nu wordt ons hier megedeeld hoe de kinderen van Juda eene poging deden om te voltooien wat door Juda was begonnen. Wy hebben niet te doen met eene herhaling van dezelfde gebeurtenis, maar met eene nieuwe verovering. Trouwens, Jozua 10 zegt wat Jozua deed, terwijl hier sprake is van een daad, verricht door de kinderen van Juda. Gezamenlijk zetten dan de broederstammen eerr. indy dflkef ■in ga m. eerr. ONTVLIEDEN EN NAJAGEN. Maar vlied de begeerlijkheden der jonk heid; en jaag na rechtvaardigheid, ge loof, liefde, vrede met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart. 2 Timotheüs 2 22. Paulus schrijft dezen brief uit Rom erin zijne gevangenschap, die zal eindigen in zijnen mar teldood. Het is een schrijven vol teederheid en ernst aan zijnen geestelijken zoon Timotheüs, te Efeze, aldaar, hoewel nog zeer jeugdig, door den apostel tot opziener gesteld. Calvijn zegt deze brief is niet met inkt, maar met bloed geschrevenen hij bedoelt hiermede, hoe de apostel hier schrijft met den marteldood voor pogen. Het is des apostels testament. Paulus bindt Timotheüs nog eens zijne dure roeping en verplichting op het harte en moedigt hem aan tot den goeden strijd des geloofs. Hy zal hebben te strijden tegen allerlei dwaalleer en afwijking en tegen de zonde, waardoor de vorst der duisternis zal beproeven Gods werk ^te niet te doen. En nu is de grond van des t apostels hope de trouwe Gods, het volbrachte I werk van Christus. Het vaste fundament Gods staat. De Heere kent degenen, die de zynen zijn. Maar nu moeten ook de kinderen Gods, nu moet ook Timotheüs bijzonder als opziener der gemeente, worden vermaand, om sterk te zijn in den Heere, te strijden in zijne mogend heid en ook de zonde, die nog in eigen hart woont, te dooden. Ja, bijzonder ook op het laatste vestigt de apostel de aandacht. Ook een uitnemend discipel als Timotheüs heeft ANS. het nog noodig, vermaand te worden, dat hij de zonde vliede, dat hij jage naar gerechtig heid, dan zal hjj ook met een vrjje en goede consciëntie tegen de dwaalleeraren kunnen optreden en bljjken een vat ter eere, ja een zilveren of gouden vat in het groote huis zjjns Gods te zijn hier op aarde. In de strijdende kerk hier op aarde zullen zich telkens weer de on- reinen mengen. De apostel noemt zede vaten ter oneere. Maar zegt hy Indien dan iemand zich zei ven van deze reinigt, die zal een vat zyn ter eere, geheiligd en bekwaam tot ge bruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid. En nu komt dan de vermaningMaar vlied de begeerlijkheden der jonkheid. Bestrijding van de dwaalleer en van de zonden in ande ren is niet genoeg op zich zelve, ja kan niet in de ware kracht, met de ware vrijmoedig heid geschieden, indien niet de zonden van het eigen hart krachtiglyk worden bestreden en uitgeroeid, in de mogendheid des Heiligen Geestes. Ook de godzalige Timotheüs heeft deze vermaning noodig. En omdat hy nog jong is, daarom spreekt de apostel van de begeerlijkheid der jonkheid. Hoewel de strijd in den grond voor ouden en jongeren van ja- ren onder Gods kinderen dezelfde is, zoo heeft iedere leeftijd ook weder zyn bijzondere geva ren en zijne bijzondere vijanden. De jeugd vooral is de leeftyd van de licht ontvlambare hartstochten. En nu is onder begeerlijkheden volstrekt niet alleen te verstaan genotzucht en wellust, o neen, maar ook eergierigheid, overmoedigheid, ongestadigheid en jagen naar andere dingen, ijdele eer en hoogheid, over dadigheid en hebzucht, ook prikkelbaarheid tot toorn en gramschap. Al deze zonden be hoeven niet te worden opgezocht, maar zij doen zich zelve op, en zy overrompelen en overmannen den zorgelooze, die niet waakt en bidt. Een leger, dat geen wachten uitzet, wordt door den vijand onverhoeds overvallen en over- i wonnen. Daarom moet op die begeerlijkheden I der jonkheid worden gelet. Zy moeten worden tegengestaan in hare beginselen. Zy moeten worden ontvloden. Ontvloden dus ook in hare uitwendige aanlokselen. Neen, wij kunnen de wereld niet uitgaan het genieten van de goede gaven Gods in dit tijdelyk leven, mag niet worden verboden, maar de aanlokselen tot de begeerlijkheid der jonkheid moeten worden gemeden, ontvloden. Welke zijn die dan De grenzen zijn niet altijd nauwkeurig te bepa len. Maar dan zy men liever wat te gestreng, dan dat men de grenslijn verflauwt en uit- wischt. By ernstig biddend overdenken van den weg, dan zal het geweten wel getuigen en ons de aanlokselen der begeerlijkheden aantoonen. En wat den tijd des jaars aangaat, dien wy beleven, zoo herhalen wij het hier met vollen ernstVlied het kermisvermaak niet al den aankleve van dien Doch Gods gebod is niet alleen negatief, maar ook positief. Het Christelijk leven bestaat niet slechts in laten, maar ook in doen. De jongeling, in wiens harte de vreeze Gods is, wordt niet geroepen tot niets doen, tot stil zitten, maar tot een leven in den dienst des Heeren. De krachten, aan Satan onttrokken, moeten worden gebracht in den dienst Gods. Weest daarop ook altijd bedacht, ouders en voorgangersdie dat ontvlieden van de be geerlijkheden der jonkheid aan de kinderen voorhoudt en inprent, en die hen terughoudt van Satans aanlokselen. Zoekt hun ook den weg te wijzen tot een naarstig betrachten van ’s Heeren wil, een komen en werkzaam zyn in zynen dienst, in al wat goed en aangenaam is voor Hem, in werken van godsvrucht, barm hartigheid, liefde en oefening in de kennis van Zijn Woord, Zyn Koninkrijk. Het is niet goed te meenen, dat het Chris telijk leven alleen zou bestaan in mijden en vlieden. Zoo zou het een treurig Christendom worden, zonder geur en zonder kracht en zon der troost. En daarom vermaant de apostel Timotheüs ook En jaag na rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart. Met hartstocht, maar nu met geheiligde hartstocht moeten worden gezocht de dingen van het Koninkrijk Godsde heilschatten in Christus. Zie, hoemeer daarnaar gevraagd wordt, hoe rykelyker ze ook ons deel zullen zyn. Maar ook moet worden gestaan naar de vruchten in dit tydelyk leven. Al wat liefelyk is en wèl luidt voor de Heere. Het recht in alle sferen des menschelyken levens. En de vruchten van een godzalig verkeer met allen, by wie ook door genade dezelfde levenskeuze is gewerkt. Want, haat Gods kind den raad der godde- loozen, het geslacht der spotters, hy blyftniet op zich zelven, maar hy is een metgezel van allen, die God vreezen. En ziet, in dat leven, in dien omgang moet men voortdurend ge oefend worden. Hieraan moeten dienstbaar zyn in de eerste plaats de huisgezinnen, daarna onze knapen-, jongedochters- en Jongelings- vereenigingen. Zoo worden we door Gods ge nade sterk in den stryd tegen de zonde rondom ons en in ons. Maar zoo zal ook de dienst Gods door onzen Heere Jezus Christus in des- zelfs dierbaarheid meer en meer worden gekend en gesmaakt. En is er ook in dat najagen van rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede nog me nige struikeling, is in het samengaan met ge lijkgezinden nog menig gebrek, in dien weg zegent de Heere toch zyn volk, verzoening doende over hunne betreurde afwijkingen, en bereidt Hij hen voor tot de ongestoorde vreugde voor zynen troon Is dat ontvlieden en dat najagen ook Uw deel, lezer?* Ontbinding-. Ten spijt van de liberalisten is door H. M. toestemming gegeven tot ontbinding van de Eerste Kamer. Dit verheugt ons. Want zy heeft, door dit te doen, niet de zijde van de heeren gekozen, die de Hooger-Onderwijs-wet verwierpen, maar die van hare Ministers, die deze wet indienden, bijname die van den Mi nister van Binn. Zaken, die haar zoo zaakrijk, krachtig en schoon verdedigd heeft. In den grond was het by den stryd over dit ontwerp van wet ook alweer de vraagmoet de volks eenheid van bovenaf gezocht en als opgelegd worden in den weg der zoo genaamde Vrij zinnigen d.i. in den weg van het moderne, Gode vijandige, neutrale Onderwijs, dus op den weg, waarop de volkseenheid hoe langer hoe meer verloren ging, of moet zy gezocht wor den op den weg, door de Regeering aange wezen, d.i. op den weg van de ware Christe lijke vrijheid Het laatste zal nu, naar wy vertrouwen, als by aanvang, gekozen worden ook op het terrein van het Hooger-Onderwys. In het begin van Augustus zullen de Prov. Staten in de verschillende provinciën nu moe ten .samenkomen, om de leden voor de nieuwe Eerste Kamer ie kiezen. '‘Iet ligt tamelyk voor de hand, dat in alle provinciën, behalve in Zuid-Holland, dezelfde leden voor de Eerste Kamer, indien deze ten minste niet bedanken, zullen gekozen worden. Bedanken er e ihter leden, dan zullen er andere gekozen worden, geheel in den geest van hen, die nu heengegaan zyn. Anders zal dit evenwel in Zuid-Holland zijn, om reden daar nog zes leden gekozen waren voor de Eerste Kamer, die tot de Vrijzinnigen behooren, en de Staten zóó zyn omgezet, dat hunne meerderheid beslist party kiest voor de Christelijke beginselen. Mitsdien zullen deze Staten de 23 leden der Eerste Kamer, die voor het Ministerie en zijne wet stemden met 6 vermeerderen, en dat getal dus tot 29 doen klimmen. De eerste Kamer bestaat uit 50 leden, allerwaarschijnlijkst zullen er dus in de nieuwe Kamer 29 voor en 21 tegen zyn. Dit is dan hetgeen de Liberalisten verdiend en noodzake- lyk gemaakt hebben vrucht van hunne on gehoorde actie. Littooij. KREULEN en KRUGER. Deze beide mannen zyn voor eenige dagen in hoogen ouderdom, na een leven van moeite, onrust en zegen, in den Heere ontslapen. Beiden hebben bange dagen van jammerlijken stryd, maar ook van heerlijke overwinning doorleefd. Ds. Kreulen, die zeer vele jaren Bedienaar des Woords in Friesland was, behoorde tot de eerste Afgescheidenen, die aan allerlei smaad, achteruitzetting en vervolging waren blootge steld maar ook tot hen, die van liefde blaakten voor den naam en de zaak des Heeren Heeren, en wiens arbeid veelvuldig en ryk is geweest. [Het voor die dagen belangrijke werk van Pieters en Kreulen, waarin de Afscheiding verdedigd werd, zal, vooral by onze oudere broederen, nog wel in gezegend aandenken zyn]. Zyne laatste jaren waren, helaas, ten gevolge van kerkelyke geschillen in eigen boezem, niet altyd aangenaam. De man van eenvoudig, kinderlijk geloof mag nu behooren tot de kerk die Boven, van zonden en kwestiën verlost, triomfeert. Gerekend met het begin van zyn kerkelyk leven heeft hy, die jaren aaneen vooraan stond in den stryd, de doorwerking onzer Christelijke begin selen op kerkelyk, staatkundig en maatschap pelijk gebied, zeker met aanbidding, bewon- Jï burg. r»« L III. Zeeuwsch Kerkbla

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsche kerkbode, weekblad gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken/ Zeeuwsch kerkblad | 1904 | | pagina 1