We ge ling s 71 ie uwsblad Bi|bfad van SNUFFELGRAAG EN KNAGELIJNTJE VOOR SCHAKERS. SCHAAKPROBLEEM No. 51. 0 VAN ALLES WAT. Optimist en pessimist, of de volhouder wint Een raak antwoord. De treurige geschiedenis van domme Hansje. VEILIGHEIDS- EN VOLKSGEZONDHEIDS-HOEKJE 32e JAARGANG VRIJDAG 9 APRIL 1926 No. 14 WEGELING's NIEUWSBLAD VAN 9 APRIL 1926. Oplossing van probleem no. 48 uit ons vorig num mer: Dg 1. van D. Booth )r. Deaf Times, 1912 Zwart (4) v.v Wit (9) Tweezet. Wit: Kf 6, De 3, Pd 5 en c7, Rf 8 en c8, pionnen b4, e4 en e5.. Zwart_Kc 6, Da 5, Ra 8 en Pa 4. (Oplossing volgende week) Twee kikvorscben vallen in een emmer met melk. Beiden doen hun uiterste best er weer uit te komen, zwemmen den emmerwand rond en worden zeer ver moeid. De een geeft het tenslotte opde laatste blik ge vestigd op den hoogen bovenrand van de ijzeren ge vangenis, waaruit geen ontkoming mogelijk schijnt, wordt zij stil, zinkt en sterft. De ander spant tot het uiterste haar krachten en zwemt door, den ganschen nacht. Tot hare verbazing bevindt zij zich des morgens op een kluit boter, vindt daardoor een steunpunt voor een sprong en komt weer in 't geliefde weiland terecht Zij is gered. (Opera inedita, van La fontaine.) De zeden aan de Duitsche hoogescholen zijn, zooals men weet, verschillend van de onze: Hiervan geeft een Beiersch blad'het volgende staaltje Onlangs werd een proffessor van de polytechnische school uitgenoodigd op een studentenfeest Men wist, dat hij een joviale kerel was, en tegen middernacht meende een student te bemerken, dat de professor niet zeer vast meer op de beenen stond. Hij naderde hem en vroeg: Kunt gij mij zeggen, mijnheer de proffessor, hoe het komt, dat bij personen van zekeren ouderdom de drank inwerkt op de teenen, terwijl bij ons, jongelui, naar het hoofd gaatf Zieker, antwoordde de professor glimlachend, dat komt, omdat de drank bij den mensch altijd de zwakste plaats zoekt. D« student vroeg niet verder. Kastenmaker wil hij worden, Maar hij haat het schaven Schoorsteenveger dan, 't is zonde 1 Hij heeft beet're gaven Maar is bang van bukken. Berg- en mijnwqrk wil hij leeren, Molenaar zou beter wezen, Maar de zakken drukken. Wever, dat za gladder vlotten, Maar hij breekt de draden. led're meester jaagt hem henen, Om zijn domme daden, Hansje, Hansje denk er aan, Of 't u zoo wel goed kan gaan 1 Smid, dat zou hij willen worden, Maar, die heete kolen I Laarzenmaker wil hij wezen, Maar, die harde zolen I Kleerenmaker dan nog liever, Maar de naalden steken. Glazenmaker zal bij worden, Maar de ruiten breken, Boekenbinder moet hij wezen, Maar dat plaksel ruiken Geen der bazen, die hij uitkiest, Kan den knaap gebruiken. Veel heeft Hansje nog begonnen Zonder voort te streven, En terwijl de tijd voorbijging Nu is Hansje, Hans geworden, Is 't een kruk gebleven. En hij zit vol zorgen. Hongert, bedelt, kermt en jammert, Gis'tren, heden, morgen „Waarom was ik al die jaren Toch zoo dom Wat deed ik Wat ik aanvrage of beproeve, Hans*de domme heet ik; Ach 1 dit heb ik nu er van, Dat van mij niets worden kan." LET OP, dat gij de KOPEREN DEELEN van een electrische lamp of leiding niet aanraakt. Wees dubbel voorzichtig buitenshuis, in vochtigè kelders op onbedekte vloeren, en overal, waar gij direct met de aarde verbonden zijt. MOEDERS, BESCHERM UW KIND VERKOUDHEID, voor volwassenen een BEZWAAR Vormt voor zuigelingen en kleuters een GROOT GEVAAR! Van elke 100 kinderen, die beneden het (aar sterven, gaan ongeveer 20 dood aan long aandoeningen. Houdt zooveel mogelijk verkouden hoestende personen uit de buurt van uw kinderen. VANDAAG EEN SCHRAM, morgen bloedvergifti ging, INDIEN gij niet elke wond doeltreffend laat verzorgen. Voor Song en Oud 89 „Net goed", zei oom streng. Joagm die niet .wachten kannen, moeten maar pijn lijden." Tante deed een doekje met lijnolie om bet spitse neusje van Smulgraag. En daarna noest hij voor straf in den hoek staan. 90 Het was een grappig gezicht, Smulgraag daar te zien staan met zijn ingepakte neus. We hadden allemaal moeite om niet te lachen, maar oom Grijsbaard keek zoo streng, dat we niet durfden. Oelnkkig mocht Smulgraag weer ganw aan tafel komen zitten. 91 De regenwormensoep smaakte allerheerlijkst. We smnlden allemaal, behalve én am, onge duldige Smulgraag, die maar nd moeite de soep onder rijn verbrande ncna door wist te werken. Oom en tante gllmlsi htm na tijd tot tijd, ato ze naar rijn ungrhdhlg geziekt keken 92 Na de soep kwam tante met een pudding van gemalen rnais en bessensap. Toen we dat heerlijks zagen, zwaaiden we alten met onze armen ca riepen: „Hoeralang leve de pudding". Maar we Keten ze toch niet lang leven boor.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch Nieuwsblad/Wegeling’s Nieuwsblad | 1926 | | pagina 9