T H.WEGELING Vraag en Jïanbod BZ §4 De Gevangene van If DRUKKERIJ DRUKKERIJEN WEEKBLAD VOOR WALCHEREN EERSTE BLAD Agentschap Arnemuiden ROBERT DE NOOIJER WEEK-OVERZICHT 32e JAARGANG VRIJDAG 9 APRIL 1926 No. 14 EEN DER BESTE DRUKKERIJ H. WEGEL1NG Noordstraat 44 Tel. 1» Vusswom povtrbkemnq na 54407 DRUKKERIJ DE LANOE JAN Lanqe Delft B 144 Midoclburo ABONNEMENTSPRIJS 40 CENT PER 3 MAANDEN, c FRANCO PER POST 55 CENT LOSSE NUMMERS 5 CENT is beschikbaar voor Advertentie f 6.- per plaatsing. Bij meerdere plaatsing, speciaal tarief. DOET UW SCHOENEN GOED_ taéaJd wordt oepadt c/iyroote doa oatë/t dty'dé daaróriYidcteja/ éyons opyestaye/i, cdoone/zs xext ortyxc/uériedoercoesdt ascedt.Soenal dywyn, wordtde dwodtéecé oon tcc éa/c DOOR HET LANGE LIGGEN NOG BETER ddette ódeyendcidn/czoofidtdd onxxe dzdsded?cp-ee/t dpwndenè* -tzd/zxC', xxtZec/i xxcwde /trends LOUIS DOBBELIVIANN émmdtot /oor/etspecóxte deretdviysproces wordteen jcumyename,pduycsruzad aan deprcudiza/a/yeyeven,dcc door geen ezidete andere sooddenxzdcrdtoordi IN HET GEBRUIK DE GOEDKOOPSTE, omddtxe dcinyertndeyi mond tuHidt da/txtetdere soorten yts^oecucoc/^ VAN DE DIE GOED WERK LEVEREN,IS NOORDSTRAAT 44 TELEFOON No. 130 VLISSINGEN Wegeiing's Hieuwsblad Bureaux var Uitgave Advertentieprijs Van 1—4 regels 60 cent, iedere reoel meer 15 cent. INGEZONDEN MEDEDEF.LINGEN 60 CENT PER REGEL (dubbele kolom) BIJ CONTRACT AANMERKELIJK VERMINDERD TARIEF Met ingang van heden is door ons als Agent benoemd de heer Westdl|kstraat B 65 A 1 c o h ol-„v r ijr' A m e r i k a. Te Brooklyn (New- York) is een groote geheime stokerij van sterken drank ontdekt. De politie heeft hierrhee de bron van de whiskev afgesneden, die Brooklyn volop van den verboden drank voorzag. Vier personen werden gearresteerd. Een groote dis- tileerketel werd in beslag genomen, alsmede 100 vaten alcohol en mout. Het is gebleken, dat dë alcoholstokers in den waan verkeerden, dat de politie omgekocht was om hen met rust te laten. Inbrekersbende gevat. In Wiener- Neustadt is een uit tien leden bestaande inbrekersbende gearre steerd die daar in de omgeving sinds zeven jaren ge huisd had en 'waartoe ook vermogende zakenlieden en een vrouw als aanvoerder behoorden. De gearresteerden hebben reeds een bekententis af gelegd. Tot nu toe zijn 70 inbraken en diefstallen en 5 brand stichtingen ten laste gelegd en twee pogingen tot moord De misdadigers waren steeds tot de tanden gewapend en maakten bij iedere gelegenheid van hun schietwapens gebruik. Behalve tegen hen, is nog tegen 25 personen een klacht ingediend wegens vervoer van de diefstallen. Bobby-haar. Zestig pleegzusters in het Holy Cross Hospitaal te Calgary (Alberta) hadden onlangs besloten de reglementen ter zijde te schuiven en heur haar te bobben. Zij voerden haar besluit uit en hebben thans de aanzegging gekregen, dat zij op straffe van ontslag drie maanden lang het ziekenhuis niet uit mogen, den tijd, die noodig* geacht wordt voor het aangroeien van de lokken. Eendreigendegriepepidemie. De nfluenza- epidemie welke in Rusland heeft geheerscht, komt thans in hevige mate in de Baltische landen voor. De epidemie doet zich in een nieuwen vorm voor. De doctoren maken studies van de ziekte. Meer dan 200 gevallen worden per dag in Finland gemeld. De dranksmokkelaars maken een dankbaar gebruik van deze ziekte om alcoholhou dende dranken binnen te smokkelen z.g. voor de genezing. Ze vertrouwde 't zaakje niet!! Een 40-jarige' juffrouw uit Amersfoort had reeds herhaalde malen over belastingzaken enz. gerequestreerd. Echter steeds tever geefs. Teneinde zekërheid te hebben, dat haar adres in landen der Koningin kwam, reisde ze van Ter Schuur -nar Den Haag. Zij ontdekte de Koningin op een wan deling lan<n het strand in gezelschap van den ^Prins. MeJ. S. uit Amersfooort stapte bedeesd op H. M. toe en overhandigde haar adres, dat door de Koningin onder dankzegging werd aanvaard. Oen tweetal agenten, die het geval zag, zegt de „Tel." geleidde daarop mej. S. naa' het hoofdbureau van politie, vanwaar ze de terugreis aanvaardde. Weer'een overval op Atjeh. Een nieuwe kle- wangaanval op de patrouille onder den kapitein der in fanterie J. Paris had plaats nabij kampong Sape, Boven- Kandang, in' het landschap Kloeët, orderafJeeling Tapa- toean (Westkust van Atjeh.) Gesneuveld zijn kapitein Paris en vijf marechaussees, zwaar gew nd werden vijf marechaussees, één ziekenverpleger en twee dwangar beiders, lichtgewond werden zes marechaussees. De vijand had negentien dooden. Er zijn geen ka abijnen verloren geraakt. Het stoffelijk overschot van kapit n Paris is te Tapatoean begraven. De thans gesneuvelde officier was in October j. 1. te velde gewond, inmiddels genezen van de bekomen kwet suren, en na in den overval van weinige weken geleden wederom op patrouille gezonden. Kap:tein Paris, geboren in 1889, werd in Augustus 1910 tweede luitenant, terwijl hij op 10-Mei 1913 tot eersten luitenant werd benoemd. Den kapiteinsrang be haalde hij in Januari 1921. Het blijkt, dat onze zware verliezen niet het gevolg waren van gebrek aan waakzaamheid. Er werden nabij de plaats van het bivak twee lijken van Atjehers aan getroffen, die naar thans vaststaat motten hebben be hoord tot de kwaadwilligen, een zelfs de leider was, Teungkoe Mauloed, en doqr de schildwacht van de bri gade werd neergelegd. LOUtS DOBBGLfT-AJ^N - ROTTERDAM. Droevig. De salonboot van de Holland-Erieslandlijn was Maandagavond om 12 uur met passagiers van Am sterdam naar Lemmer vtrtrokken. Toen men omstreeks 1 uur bij Marken was, bemerkte men, dat plotseling een 9. Al ware he dat hem de kans openstond om te ont vluchten, hij had er geen gebruik van gemaakt; hij had den ouden man in zijn hulpenloozen toestand n et ver laten. Maar'ook die martelende toestand, zoo vol twijfel en angst, zou niet langer duren In een der daarop vol gende nachten méende Dantes dat hij met een zwakke, klagende stem bij zijn naam werd geroepen, en onver wijld pain hij den steen uit den gang en hij kroop in den kferker van den ouden man, dien hij door een vierden en nog sterker aanval zijner ziekte vond aangetast. Nauwe lijks waren tusschen hen beiden eenige woorden van herkenning én troost gewisseld of de oude abt viel in eene nieuwe vreeselijke crisis en na verloop van een kwartjer uurs was hij een misvormd lijkgezwollene oogleden en verdraaide gelaatstrekken waren al yvat van den vernuftigen, wakkeren grijsaard waren overgebleven Een half uur, een uur, zeifs nog twee of drie u en, bleef Dantes bij zijn vriend tot de aanbrekende dag hem het gebroken oog en de verstijfde handen van het lijk liet aanschouwen. Eene huivering overviel hem en hij week in zijn eigen cel terug. Maar dien dag luisterde Dantes alles af, wat in de cel van den dooie voorviel. Hij hoorde den cipier om hulp roepen en toen het gerucht ophield van heen en weer loopende cipiers en soldaten, volgde er een hezoek van den gouverneur en den geneesheer der citadel. Beiden vergenoegden zich niet met de gewone merkteekenen des doods, maar zij lieten den doode gloeiend ijzer tegen de voetzooien leggen, en van huivering, walging en afkeer klopte den armen Dantes het nart in het lichaam, toen de reuk van gebrand vleesch tot hem doordrong. Toen deze proef gedaan was verwijderde de gouver neur zich, nadat hij bevel had gegeven om den gevan gene nog in den nacht tusschen elf en twaalf uur te be graven. De cipier en zijne suppoosten bleven nog een oogenblik, en Edmond hoorde een eigenaardig gedruisch, gelijk aan het scheuren van grof linnen. Vervolgens werd het lijk weder met een zwaren slag op het bed geworpen en in het grove linnen genaaid. Bij de gedachte dat hij die gevangenis wel op geene andere wijze zou verlaten dan zijn vaderlijke vriend, was hij diep ter neder geslagen maar op dit oogenblik zelf voer hem eene ontzettende gedachte door het hoofd en deed zijn adem van bange aandoening stlsfaan. Twee of drie malen liep hij in onbeschrijfelijke vertwijfeling zijn kerker op en neder, en daarop sprak hij met de overtuiging van iemand die tot een vast besluit is gekomen„welaan, als alleen de dooden dit verblijf van schrik en jammer mogen ver laten, dan wil ik de plaats innemen van den doode De cipier en zijne gezellen waren vertrokken, en Dantes kroop nu in den kerker van zijp vriend. Met lijk van Faria lag, in een soort van zak genaai op zijne legerstede. Zonder lang te huiveren of te dralen sneed hij den zak van hoven open met het mes, dat de abt zelf had ge maakt, en toen hij er het lijk had u;tgenomen, sleepte hij het naar zijne cel en legde het daar op zijn eigen bed. Hij plaatste het met het hoofd tegen den muur, zette het zijne mu*s op en dekte het toe met zijne kleederen, zoodat hij den cipier daarmede in den waan bracht dat hij sliep. Toen hij daarmede gereed was, keerde hij terug naar de gevangencel van den abt, en nadat hij- den gang zorgvuldig achter zich had dicht gesloten, kroop hij o, huiveringwekkende gedachte met het mes in de hand in den zak en trok hem van binnen met de andere hand weer dicht. Hij had zelfs het wanhopige besluit opgevat om zich in geval van nood, met geweld tegen de doodgravers te verweren, bijaldien zij mochten ont dekken dat zij een levende droegen. Mochten zij hein echter begraven, zou hij, zoodra de doodgravers hein den rug hadden gekeerd, zich uit de mulle aarde trachten op te werken. Mocht hem echter ook dat niet gelukken, en hij verstikken in den grond, dan was dit lot toch nog verre te verkiezen boven dat van een levenden doode in denkeiker. Toen het uur kwam waarop de cipier gewoonlijk de ronde maakte bij de gevangene, klom zijne vrees van ontdekt te worden in geen geringe mate. Zijne eene hand drukte hij op 'zijn hart om er het schier hoorbare klop pen van te onderdrukken, en met dcandere hand wischte hij zich het angstzweet van 't gelaat. Maar dat vnese- lijk uur kwam en ging zonder dat er iets buitengewoons hem verried, dat zijne poging om te ontvluchten, ontdekt was geworden. Op den door den gouverneur bevolen tijd kwamen de beide doodgravers met een haar, bege leid door een derden persoon met een lantaarn. De beide mannen kwamen nader en namen den zak bij de beide einden. Dantes hield den adem in. „De kerel is zwaar genoeg voor een oud man," sprak de een, die den zak bij het hoofdeinde had aangepakt. „Maar men zegt dat met elk jaar de beenders een half pond zwaarder worden." hernam de andere, die hem aan het voeteneinde droeg. De gevangene werd nu op de baar gelegd en voelde weldra de scherpe, koude nachtlucht. (Slot volgt.)

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch Nieuwsblad/Wegeling’s Nieuwsblad | 1926 | | pagina 1