Francisca Duran zorgt voor alles zelf Jacob al 25 Barendregt „prof is jaar DE NATUUR IKAPPIE en hei geheim van de oude prentbriefkaarten „Hilversum" in Wassenaar se jeugdkerkdienst in en om uw huis Doetinchemse huzaar vrijgesproken 1 wmmm OTTO en de zoon van SIGURD Vrijdag 25 augustus 1961 ZEEUWSCH DAGBLAD Pag. 2 De wieg van de heer Ramon Garcia stond 32 jaar geleden in het Spaanse Andalusië en zijn ouders vonden, dat hij maar kolenhandelaar moest worden. Wel, dat is hij gewor den en gebleven tot zijn zes en twintigste en toen had hij er genoeg van met zakjes te zeu len. Hij was inmiddels ge trouwd en besloot van beroep te veranderen. Andalusië is een streek van zang en dans en daarom was de keuze voor Ramon Garcia niet moeilijk: Hij werd danser en nog geen jaar later trad hij samen met zijn vrouw op. Zij toonden zich hun danslustige Spaanse afkomst waar dig en deden weldra van zich spre ken. Nu danst hij zelf niet meer, maar hij begeleidt zijn vrouw samen met drie andere danseressen op de gitaar en zijn zoete stem laat Spaanse verzen horen. Nooit in Spanje „Vier jaar geleden kwam er in Bar celona een impresario, bij mij", ver telde de heer Garcia ons in het Frans, omdat wij soms moeilijkheden hebben met Spaans. ,,Of ik er niets voor voelde om een groepje te vormen." 9 Nu, daar behoefde niet lang over ge praat te worden, want nog geen maand later was de Spaanse dans groep Fiesta Brava" geboren. Ra- faela Codina werkte in een cafetaria, Francisca Saloda (22), op 'n confectie- Op een paar vierkante meter parket werd ons gisteravond door „Fiesta Brava" getoond hoe men in Spanje kan dansen. Zodra gitarist Ramon Garcia de eerste akkoorden tokkelt worden Francisca, Rafaela, Manuela en Francisca andere mensen en met volle overgave dansen zij met fel rytme de dansen van hun land. twee jaar heeft men al kontrakten lo pen. Van de groep heeft mevrouw Garcia, die de dansnaam Francisca Duran (27) draagt, het ongetwijfeld het drukst, want zij danst, zorgt voor haar vijfjarig zoontje, dat meereist en maakt alle kostuums zelf. 0 Inmiddels staat mejuffrouw Codina naast ons en haar stem ratelde een groot aantal woorden in het Spaans. Haar woordenstroom bleek er op neer te komen, dat de mannen in Neder land correct waren en dat het bijzon der koud was hier. O ja en ze zei ook nog, dat de Nederlanders bijzonder sympathiek waren, maar een andere uitspraak hadden we van een buiten landse niet verwacht. Vier van de groep verdwenen al tus sen de coulissen om zich te gaan ver kleden voor hun optreden en gitarist zanger Garcia had nog net even tijd om uns toe te vertrouwen, dat ze zelf kookten, want met het Nederlarfdsè' eten konden ze niet al te best overweg. 58 Het was gevaarlijk terrein en de grootste stilte diende in acht geno men te worden. Aan het front ste gen regelmatig lichtkogels omhoog, spookachtig werd het land hierdoor verlicht een luguber landschap werd de Biesbosch voor hun ogen en de stedelingen begonnen zich hier al onbehaaglijk te voelen. Waanzin nig leek hun de tocht en alleen hun plichtsbesef dwong hen tot volhou den. De boten werden bereikt en in gereedheid gebracht. Fluisterend werden de passagiers hun plaatsen gewezen en fluisterend werden hun de laatste instructies gegeven. Zij mochten geen woord spreken, zelfs niet stommelen, want in de nacht dragen de geluiden ver. De dame werd onder de huik ge plaatst waar zij zich in het stro kon neerleggen. Zo was zij beschermd tegen regen en kou. De roeiriemen waren omwikkeld, zodat geruisloos gevaren kon worden. Afgesproken werd dat de boten bij elkaar zou den blijven. De corjaal zou voorop varen, omdat die het snelst was in het wenden. Alleen als zij ontdekt zouden worden kon ieder een eigen weg zoeken. Door een nauwe riet- sloot gleden de boten voort. Het was aardedonker en geen geluid werd gehoord. Soms verscheurde de rau we kreet van een nachtvogel de drukkende stilte. De eerste Duitse wachtpost was nabij nu werd het gevaarlijker Zeer voorzichtig werd gevaren, zelfs het zacht plassende geluid van de roeiriemen wekte angstige gevoe lens. Op het kritieke punt werd de adem ingehouden Er werd geen alarm gegeven en de eerste post werd gepasseerd. Nu kwamen zij op breder water. Hier gaf het water licht op en hun aan het donker gewende ogen kon den alles goed waarnemen. In de verte naderde motorgeronk een Duitse patrouilleboot De twee boten schoten naar de wal onder het afhangende riet en over boord hangend luisterden zij scherp naar de richting welke de Duitse boot voer. Het geluid werd sterker de corjaat gaf een sein en verdween in een rietslootde roeiboot volgde. Niemand durfde ademhalen Wat zou die boot doen zou hier het einde van de reis al zijn? De Duitsers waren vlakbij wat zouden zij doen? Een hoorbare zucht steeg op toen de Duitsers op vijf tien meter afstand rustig passeer den. De tocht werd voortgezetbij een bocht in de vaarweg werd de wal weer opgezocht en dicht onder de rietzoom gleden de boten geruis loos verder'. Opeens liet Aaike de peddel rusten hij boog zich voor over om te luisteren. „Een roei boot", fluisterde hij en hij liet de corjaal langszij de volgboot zakken. ,,Maak de stengun klaar beval Aaike, „maar wacht tot ik het eer ste schot gelost heb". De vreemde roeiboot kwam na derbij, het gestoot van de riemen in de doftgaten was nu duidelijk hoor baar en er werd luid gesproken. Het moesten Duitsers zijn, alleen zij zouden zo onvoorzichtig varen. Stil lagen de boten van de crossers tegen het riet.... zouden zij weer betrapt worden? De Duitsers in de roeiboot waren argeloos, zij maakten herrie met elkaar en lachten luid. Op eens wees een der Duitsers naar de walkant, hij had iets ontdekt. „Was ist das da?" vroeg hij op schreeuwerige toon. Onmiddellijk antwoordde Aaike met een salvo uit zijn stengun. Zijn vrienden volgden zijn voorbeeld en vier lopen spoten vuur. np Duitser? «nror^pp on en schreeuwden luid. Toen werd het gecü .even was mee. in ae boot te bespeuren. Verbluft zagen de crossers elkaar aan. Wat nu? Het antwoord op deze vraag kwam van de Duitsers. Aan alle zijden ste gen van de Duitse posten lichtkogels omhoog, bevelen klonken door de nacht en ergens in de nabijheid sloeg een motor aan. De crossers grepen de riemen en roeiden voor hun leven. Even verder wisten zij een smal le doch diepe zijsloot die moeilijk te vinden was. Voor en achter overal hoorden zij het geluid van naderende boten. Seconden telden nude dreigende geluiden kwamen steeds naderbij Zij wonnen de race en gleden de sloot binnen. Zo diep mogelijk dron gen zij de kreek in en zij voelden zich alweer veilig. Aan weerszijden was ondoordringbaar riet en de in gang was bijna onzichtbaar. door C. Baardman iMiiKiiiiiiiiniiiiiiiMimmilHiiiiiiiiimiiiiiimiiiiiiimiiiiii^Niiittiiijiiitinilln» Dadenloos afwachten was het eni ge wat zij doen konden. Nog steeds gingen lichtkogels omhoog Aan een voortzetting van de tocht was voorlopig niet te denken. De passagiers waren ontdaan, zo hadden zij zich het niet voorgesteld. In Den Haag werd gedaan alsof het een pleziervaart door een mooi nachtelijk landschap gold. De piloot was echter geestdriftig. „Very well boys.... very well", fluisterde hij. Het was inmiddels drie uur in de morgen geworden.. als binnen het uur de reis niet voortgezet kon wor den moest men de poging voor deze nacht opgeven. (Wordt vervolgd.) HILVERSUM. Hoewel niet uitge zonden zal de jeugddienst die zondag avond gehouden wordt in de Dorpskerk van Wassenaar, toch iets hebben van een „radiodienst". Voorganger is de heer A. J. van Duist, plv. programma leider bij de NCRV, tevens wordt muzi kale medewerking verleend door de trompettist Frans Mijts. De heer Mijts is de jongste dirigent bij de nederland- se omroep en leidt het Ritmisch Koper- orkest, dat regelmatig optreedt voor de NCRV-mikrofoon. Hij voert deze week besprekingen met de BBC over enkele gastdirekties en komt zaterdag voor de Wassenaarse dienst terug uit Engeland. De heer Van Duist, die theologie .stu deerde en leervicaris was in Wassenaar, is toegelaten tot de Evangeliebediening in de Herv. Kerk. Voordat hij zich be roepbaar stelde, werd hij door de heer G. H. Hoek, programmaleider van de NCRV, benaderd voor een radiofunk- tie, die hij ook aanvaard heeft. atelier en Manuela Monferre (21) ver diende een Spaanse boterham in een fabriek. Het waren allemaal min of meer kennissen van mevrouw Garcia en zo heeft men elkaar in een groep gevonden. Terwijl wij soms wat moeite hebben met de danspassen schijnen Spaanse benen het rytme vanzelf aan te voelen en daarom had „Fiesta Brava" niet zo veel oefening nodig. „Aangezien er in Spanje zoveel mensen goed dansen kunnen begrijpt u dat het daar niet gemakkelijk is om goed geld te verdienen", hoorden wij van de heer Garcia vlak voor zijn op treden in de „La Bonanza"-nachtclub. „Men is dus automatisch op het bui tenland aangewezen en daarom zitten wij ook altijd buiten Spanje." Correct en koud Zo trekt de groep van het ene land naar het andere en voor de eerste ;StlWiSÉll Vandaag neemt G. en G. u even mee naar het Feijenoordstadion, waar de heer Jacob Barendregt 25 jaar gezorgd heeft voor een fraaie grasmat. Aspidistra is een ouderwetse kamer plant; ze wordt ook wel kwartjesplant of blarenplant genoemd. Bloeien doet ze ook nog. De meeste mensen weten dat niet; doch onder op de potgrond vormen zich bruine, rozetvormige bloemen. Het is overigens een echte blarenplant: ze kan wel tegen een stootje en ze kan ook op voor haar ongunstige plaatsen nog prima groeien. Wel zal men haar ook regelmatig moeten bemesten. Van onze correspondent ARNHEM. Vrijspraak vorderde de auditeur en tot vrijspraak kwam de krijgsraad in Arnhem in de zaak tegen de Doetinchemse huzaar G. W. J. B„ die op een avond in maart bij 't Harde op een colonne marcherende militairen was ingereden. Twee militairen kwa men die avond om het leven, negen an deren werden gewónd. De huzaar was, verblind dcor het licht van een andere auto, ingereden op militairen die op alarmoefening waren en het strikte consigne hadden achter elkaar in de berm te blijven lopen. Een aantal van hen had zich echter niet aan die order gehouden. De auditeur vroeg zich af, of het niet wenselijk zou zijn ook op alarmoefening zijnde colonnes verlichting met zich te laten voeren, zoals reeds voorgeschre ven voor normaal op mars zijnde colon nes. ROTTERDAM. Vanaf zijn vijftiende jaar zit de heer Jacob Barendregt in de voetballerij en nu is hij 57. Hij heeft zelf nooit gevoetbald, maar onder de voet ballers in binnen- en buitenland heeft hij enorm veel vrienden. Dit jaar kwam hij tijdens zijn vakantie in Zwitserland nog Nederlanders tegen die „Dag, oom Jaap" tegen hem zeiden. Vandaag over een week is het precies vijfentwintig jaar geleden, dat de heer Barendregt bij het Feijenoordstadion ging werken als terreinknecht en toen wij hem gis teren spraken was hij dat nog. Hij bemoeit zich met alles, wat direct met het voetballen te maken heeft en daar heeft hij meer dan dagwerk aan. „Ach, het was eigenlijk vanzelfspre kend, dat ik terreinknecht ben gewor den", aldus de heer Barendregt, „want mijn hele familie heeft altijd bij Feijenoord gewerkt. Toen ik vijftien was ben ik als jongmaatje mijn vader gaan helpen, omdat hij het niet meer alleen afkon. Dat was in 1920 bij de Vereniging Feijenoord." 0 Zestien jaar lang heeft de heer Barendregt er toen voor gezorgd, dat de terreinen piekfijn in orde waren en toen men tn 1936 een man nodig had bij het stadion was de keuze niet moei lijk: Jacob Barendregt. Er is in de loop der jaren veel ver anderd, maar zijn werk is hetzelfde gebleven en hoewel hij zelf nooit een voetbalschoen aan heeft gehad is hij voor Feijenoord even onmisbaar als de spelers. „Neen, ik mocht nooit voet ballen bij deze club, omdat ik via de voetballerij al mijn brood verdiende", legde de terreinman ons uit. „Een goede boterham overigens, want in '24 verdiende ik maar liefst dertig gulden per week en dat was voor die tijd beslist niet zo gek." Zes dagen Het leven van de heer Barendregt is zonder veel opwinding geweest en de enige rel, die hij zich kan her inneren was jaren geleden bij een wed strijd tussen Sparta en Feijenoord. „Ja zondag is voor mij natuurlijk een drukke dag", hoorden wij, „want dan heb ik veel te regelen; van 's morgens zeven tot 's avonds zeven ben ik dan in de weer. Of mijn vrouw dat niet vervelend vindt? Neen, want toen ik 25 jaar geleden trouwde heb ik haar gezegd, dat dat bij mijn werk hoorde. De andere dagen van de week ben ik natuurlijk ook de hele dagb ezig, be halve op maandag, en 's avonds ben ik bovendien meestal nog een paar uurtjes bij het trainen. Ik ben met nog vier man om de boel in orde te houden." 0 De beer Barendregt slaat uiteraard geen voetbalwedstrijd van zijn club over, maar desondanks waagt hij zich niet aan prognoses: „Met voetballen kan men nooit iets zeker zeggen, an ders had ik ook al lang eens de eerste prijs gehad met de voetbaltoto." |iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiijiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiijiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii!iiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiuiiiiniiiiiiiiiiii| 37. Het was voor de maat een hele opluchting, toen hij buiten de ambassa de Kappie zag en bovendien enkele flin ke agenten. „Wat nu?" fluisterde Trekker-Harry. „Schieten?" „Dit is vast een streek van tante Ca- to prevelde Makkertje Mes met dunne lippen. „Zal ik hem eens prik ken „N-neeHelp!! Kappie, help dan toch! Laat mij niet voor je ogen mo- „V-van alle kanten h-hulp nu kan er n-niets meer misgaan!" dacht hij. „G-gelukkigik dacht al dat er nooit een einde kwam aan deze ellen-molesteren!gierde de maat. ae I „Wis en waarachtig niet, jong!" riep Maar de gangsters keken lelijk op Kappie uit. „Maar ik dacht dat de po- hun neus. litie ook wel iets zou ondernemen Dat was ook zo. Toen Kappie wilde toespringen om de maat te bevrijden, werd hij door de agenten in een moei lijke greep genomen, waardoor zijn po gingen op niets uitliepen. „Hier blijven, meneer!" snauwden de wachtposten. „Geen hulp bieden, voor dat Buitenlandse Zaken beslist heeft. Voorlopig gaat deze zaak alleen deze vreemde mogendheid aan „Bedankt!" grijnsde Pets Domino, de bewaking passerend 22-43. Toen Ruth deze bijvalsbetuigin gen nad gehoord, maande ze de verga dering om stilte en hernam: „Om te beginnen moeten we ons, voor we de poging doen om Otto te bevrij den, niet in de buurt van de konings burcht laten zien. We mogen in geen ge val de kans lopen, dat rondzwervende mannen van Fenton ons ontdekken en argwaan krijgen. En dan moeten we in tussen maar eens overleggen wat we het beste kunnen doen. Moet je de vol gende week werkelijk vingerhoedskruid brengen. Olie?" „Ach!" zei de lange Olie lachend. „Magister Tifferoen zei dat ik even goed gehakte andijvie kon brengen. Het maakte niets uit en niemand zou het verschil zien!" „Lijkt de heelmeester jou iemand die die ontvluchting kan leiden?" vroeg Ruth. „Nee, vrouwe," zei Olie, „maar Ot to. als hij weer genezen is, wel." Ruth knikte en verviel in gepeins. Haar gedachten waren bij de konings burcht, waar intussen ook de ontvluch tingsplannen besproken werden! Advertentie Dèt móet u 'ns horen spelen! Het (miniatuur) fanfarekorps van MADURODAM Den Haag 'Scheveningen

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch Dagblad | 1961 | | pagina 2