DE VEERMAN VAN STAVENISSE ZIET GEEN UITKOMST MEER WÊÊÊÊKÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊÊf^ BOOMSLUITER KAN HEKKESLUITER WORDEN 1 KAPPIE EN DE DIEPZEEDUIKERS En de storm En dan wereldreis als weddenschap ^§§1^ Land of industrie Telefoonpalen Eigen kosten j= FLITS GORDON JU in het heelal 1 door Ü1 Dan Barry Bi ■«■IB1II9E gin!IWSl!l!i!litllBQl SJAANTJE ly ~jÉÉpÉ|' Hl Ernie Bushmiiler ïim fiif i §j i ■■HMI DE TINTELS door Jack Dunkley IHillilffiWUlillllI» Vraagteken Met PRACHTBIJTS, Ja, dat weet ik thansx krijgt al het hout zó'n milde glans. Zelf aan de slag Zaterdag 22 april 1961 ZEEUWSCH DAGBLAD rag. a STAVENISSE. Bent u wel eens op Tholen geweest of kent u het eiland alleen maar uit de kranten sinds de waters nood? Wij waren er gisteren. In dat vlakke land van Tholen, waar u vanuit ieder willekeurig punt bijna het hele eiland kunt overzien. Waar, als de zon schijnt, groepjes in een zwart lakens pak gestoken mannen fietsen. Waar wij ergens langs de weg een stenen vis op een voetstuk zagen staan. Een vage herinnering aan de dagen van februari '53. Zonder dat we het eigenlijk merk ten waren we van het vasteland op het eiland gekomen en een kwartier later zagen we aan onze rechterhand de Oosterschelde. Toen stonden wij in Stavenisse en in de verte lag de kust lijn van Schouwe,n-Duiveland voor ons. Met links de stompe toren van Zie- rikzee en rechts die van Ouwerkerk. Met het tij mee is het twintig minu ten varen van Stavenisse naar Ou werkerk. Varen over het Keeten, dat er gisteren glanzend en vredig uitzag, .maar waar het ook te keêr kan-gaan, zo vertélde ons eefi man met een ver- weerd gezicht. ,,En als ik daar wil aanleggen, dan moet het nog hoog water zijn," ver volgt veerman Boomsluiter somber. Wat doet u dan bij laag water? ,,0, dan vaar ik naar die punt en laat ik de boot gewoon tegen de stenen drijven. Dat wil zeggen bij rustig weer." Onder die omstandigheden moet hij werken en zijn veerdienst is nu af hankelijk van het water en het weer. Onlangs nog moest hij mensen terug sturen: Hij kon ze niet eerder dan de volgende avond overzetten. „Na de watersnood is het dus begon nen, want voor die tijd liep alles goed. Er was een klein haventje voor Ouwerkerk en daar kon ik altijd me ren. In '53 hebben ze dat haventje dichtgegooid en tegelijk ook een stei gertje, als ik het zo nu nog mag noe men. gebouwd. Dat was voor de werk schepen, die betrokken waren bij de bouw van de dijk. U kunt wel nagaan wat die palen en planken te lijden heb ben gehad van die zware schepert. Er lagen ook schepen van de visserijpoli- tie en rijkswaterstaat aan gemeerd. Uren lang lagen ze daar te rijen en de storm deed de rest." Nu veerman Boomsluiter eenmaal op dreef is, is hij niet meer te stuiten in zijn woordenstroom. Want het zit hem allemaal hoog, heel hoog. ,,Een keer was het zelfs zo erg, dat een politieboot de voorkant van de steiger scheef trpk," vertelt hij ver der, terwijl hij hét ene sigaretje na Foto boven: Zoals het er nu uitziet zal Jan Cornells Boomsluiter de laatste van de Boomsluiters zijn, die de mensen overzet van Stave nisse naar Ouwerkerk. Waarom? Wel, deze twee foto's, links en rechts van de veerman tonen het duidelijk aan: Hij moet zijn veer boot of meren aan een van de wrakke palen van de steiger, die voor Ouwerkerk ligt het is alle maal zo wankel, dat de mensen nauwelijks aan wal durven gaan of hij laat zijn boot tegen de stenen punt drijven en dan komt men op die manier via een zes meter lange plank aan land. Maar hoelang zal het nog gaan? gesloten. Maar de toekomst van de veerman van Stavenisse Jan Cornells Boomsluiter is nog onzekerder: Zal hij na dit seizoen nog kunnen varen? Zo niet, wat moet hij dan gaan doen? Op het land gaan werken of naar Rot terdam pendelen? De toekomst van de heer Boomsluiter is één groot vraag teken. Tenzij, ja tenzij er toch nog een nieuwe steiger komt. 31 Mare en Abel hoorden hoe ze met elkaar fluisterden, en hun blikken voorspelden niet veel goeds. De rei zigers waren blij dat die bewakers machinegeweren bij zich hadden. Abel wou een praatje beginnen met de buren. ,,Zeg, ben jij helemaal gek?" in formeerde Mare fluisterend. Straks slaan ze je je hersens in met die ket tingen! Eindelijk kwam de fotograaf dan toch opdagen. De lampjes flitsten de deur ging open leve de vrij heid! Mare en Abel overstelpten de. di recteur met dank en lachten tot de tranen hun over de wangen liepen. „Nu, dit is wel de eerste keer dat ik zo uitbundig ben bedankt voor een ontslagbewijs!" zei de directeur. ,,0 genade, ik had me voorgenomen niet weer daarover te beginnen!" Terwijl ze naar het hotel terugre den, zei Abel: „We verdienen toch zeker wel een half punt voor alle moeite die we hebben gedaan? Ik zie niet in waarom wij ook niet een paar voorwaarden zouden kunnen stellen. We zullen zelf ook nog wel wat verzinnen, en als we daarin sla gen eisen we dat dat wordt be schouwd ais een vergoeding voor dat ene punt dat we hebben verloren!" „Ik vind het allang best", zei Mare. „Maar hoe zal Dino daaroyer denken?" „We kunnen het in elk geval pro beren." Maar waar was Bertrand geble ven? „De stakkerd", zei Abel. „Hij heeft zich misschien bezorgd gemaakt om dat we zo lang zijn weggebleven en nu is hij de autoriteiten gaan waar schuwen." „Laten we eens in de bar gaan kij ken Géén Bertrand. O, Bertrand, waar zit je in 's hemelsnaam? „Zeg er zal toch niets met hem gebeurd zijn, terwijl hij ging probe ren ons te redden?" „Ik bel eerst de ambassade even op", besloot Mare „en dan de minis ter van justitie!" Mare ging naar boven om te tele foneren. Bertrand lag op bed. Hij sliep als twee rozen. Ze namen afscheid van Thailand, dat land waar ze zo hartelijk wel kom waren geheten. Hoe zouden ze dat ooit kunnen vergeten en hoe A zou Thailand ook het bezoek van de drie malloten kunnen vergeten? 11 TOT 13 OKTOBER PUNTEN: 10. De kristallen knop van een 'mandarijnenmuts 12. Een levende Chinese kikker 13. Een dwangbuis van het krankzinnigengesticht van Hongkong. Er bestaat geen grotere vijand van de logica dan een reis rond de we reld. Op het ogenblik dat iemand met een rekenkundige knobbel ziet dat het volgens zijn horloge zes uur is, komt er een charmante luchtstewardess naar hem toe om hem op zijn dwa ling attent te maken. „O neen, mijnheer, het is pas vier uur!" Of misschien ook négen uur Dié tijdverschuivingen brengen ook de maaltijden in de war. Het is volstrekt niet vreemds als iemand uitgebreid dineert in Bangkok om laten we zeggen elf uur 's avonds, om dan boven de Pacific wéér zo'n diner te nuttigen nog steeds om elf uur 's avonds. Even. gewoon is het als er uit de cockpit wordt aan gekondigd dat het ontbijt geserveerd zal worden dan ,is het opeens 's- morgens zes uur. Dat geknoei met de tijd verklaart zonder een op lossing voor aan de hand te doen, waarom het onbegonnen werk is te proberen een behoorlijke nachtrust te genieten. Vijf uur achtereen^ is wel het meeste wat iemand kan verwach ten. Op de vlucht van Bangkok naar Hongkong maakten ze in volle om vang kennis met dit probleem. Daar óm voelden de drie reizigers zich ver re van fris zo zagen ze er ook uit toen het toestel om tien uur 's- morgens landde op het vliegveld van de Engelse kolonie. Ondanks de kringen onder hun ogen en hun stijve spieren raakten ze toch onder de indruk van het ge zicht op Hongkong toen ze over de stad cirkelden. In de diepte zagen ze op de glinsterende rivier tussen de jade-groene eilandjes een merk waardige vloot: duizenden jonken en sampans, meestal met z'n tweeën, zeilden naar de visgronden of kwa men terug. Ze slipten tussen de gro te lijn- en vrachtboten door als dan seressen in een ingewikkelde ballet- figuur. Hongkong is het grootste van de eilanden, die zonder orde of regel maat in de oceaan verspreid liggen. Plet wordt beheerst door de hoge berg, die men de Piek noemt. De stad is gebouwd rond een prachtige haven, tegenover het schiereiland Kowloon. (Wordt vervolgd) L.T.S.-feestavond MIDDELBURG. De L.T.S.-school- club belegde in het City-theater een ont spanningsavond. De heer J. Huisman, directeur van de school, sprak een wel komstwoord. Hierna brachten de „Me lodie Mixers" wat vrolijke noten om de stemming er in te brengen. Voor de pauze werd een gevarieerd program ma afgewerkt van goochelen en gym nastiek. Na de pauze brachten de he ten S. Sanders en P. I. Verhage het hobo-concert van Corelli-Barbirolli. Een aantal leerlingen voerde het blijspel in drie bedrijven „De Dubbelganger" op. De heer W. J. de Bruijn sprak een slot woord. Materiële seliade TERNSUZEN Een personen auto, bestuurd door N. B. ter H. te Breda, die over de Markt reed in de richting Zandstraat kwam in botsing met een bromfiets, bereden door E. P. M. M. uit Terneuzen. De bromfietser reed van uit de Burgemeester Geillstraat in de richting van de De Jongestraat. Beide voertuigen werden beschadigd. Maar blijft het zijn dagelijkse boter ham? Zeker, dit seizoen kan hij nog v,aren, zo goed en zo kwaad als het gaat. Dat het kwaad kan gaan bewe zen twee nieuwe platen aan de neus van de „Marjan", het schip dat zijn vader twaalf jaar geleden kocht voor veertigduizend gulden. Speciaal voor de veerdienst. - „Ik -heb zelfs maar de- minister ge schreven, maar ik kreeg als antwoord, dai. geen enkele instantie verplicht is ïrmmti&ji^<voor een steiger,*' "aridefs de heer Boomsluiter Een van de ruim vijftienhonderd mensen, die in Stavenisse wonen heet Boomsluiter: Jan Cornells Boomslui ter, die 38 jaar is en van beroep veer man. Zoals voor hem zijn vader dat was en zijn grootvader enenfin, gaat u zo maar een kleine honderd vijftig jaar terug in de geschiedenis van de Boomsluiters. 0 „En wat dan? Wat moet ik dan gaan doen?" Dat is de vraag waar de veerman van Stavenisse mee op staat en mee naar bed gaat. Hij ziet geen uitkomst meer. „Na de watersnoodramp in '53 is de ellende begonnen," verzuchtte de heer Boomsluiter en onder onze voe ten bonkte de dieselmotor van het vijftien meter lange veerbootje „Mar jan" (Marinus en Jan.) Wij waren op weg naar Ouwerkerk. „Wij hebben altijd een vaste veer dienst gehad," gaat hij verder, wij zend op een vergeeld kaartje, dat er gens in de stuurhut hangt. „Drie maal op een dag voer ik van Stave nisse naar Ouwerkerk, weer of geen weer. Maar ik denk, dat ik dit jaar voor het laatst vaar." De steiger in Stavenisse, waar de „Marjan" aan meert met touwen en kettingen is stevig en steunt op be tonnen palen. Goed, het mag er dan op het eerste gezicht allemaal wat .roestig uitzien, maar het kan, naar onze smaak, nog jaren mee. „Ja ze gaan misschien het haventje van.Stavenisse dempen, maar dan la ten ze honderd meter open, waar ik mijn boot neer kan leggen," vertelt Cornells Boomsluiter. „Dat ziet er dus niet zo somber uit." Twintig minuten zijn verstreken en. Ouwerkerk ligt voor ons. Tenmin ste de dijk, waar het achter ligt. „Kijk, meneer, daar moet ik mijn boot meren, ja, daar waar u die pa len ziet staan," Een verzameling pa len ter dikte van telefoonpalen hier en daar onderling verbonden met houten planken en meer konden we niet bespeuren. Veertigduizend gulden heeft de veerboot de Marjangekost. Wanneer er geen nieuwe steiger komt in Ouwerkerk dan kan veerman Boomsluiter alles nog met zijn bootje doen. Behalve de mensen overzetten. En dat is zijn broodwinning. En de gewraakte steiger lag weer ver achter ons. „Ik zie geen uitweg meer. Ik weet niet meer tot wie ik mij moet wenden en wat ik in de toekomst moet gaan doen. Of moet ik soms de veerdienst maar opdoeken en op het land gaan werken? Ik wil graag werken, maar het land, neen, dat is niets voor mij. Laat mij maar lopen met een verf kwast en een emmer. Industrie? Die hebben we hier niet in Stavenisse. Me neer, ik vind het allemaal zo droevig. We varen al zolang. Overal in de buurt is waterstaat bezig en zou er nu echt geen nieuw steigertje afkunnen? het andere draait met zijn eeltige han den. Toen heb ik ze opgebeld en weet u wat ik voor een antwoord kreeg? „Kan je het bewijzen?" „Notabene, ik had ze daar zelf zien liggen." De heer Boomsluiter schreef lange brieven naar de burgemeesters van Stavenisse en Ouwerkerk. Het hielp niet, want zij hebben geen belang bij mijn veerdienst, zo zegt hij. Brieven naar rijkswaterstaat en provinciale waterstaat hielpen al evenmin. Wil de veerman varen? Ons best, maar dan moet hij die steiger van Ouwerkerk op eigen kosten repareren. „ïk heb al voor drieduizend gul den vertimmerd, maar wil ik alles goed in orde hebben, dan zal er op nieuw geheid moeten worden en dat kost me zeker vijfduizend gulden als het niet meer is. Waar zou ik dat geld vandaan moeten halen?" Het zomerseizoen staat voor de deur en dan staan de toeristen voor de boot van veerman Boomsluiter. Dan willen ze naar de overkant, soms met vijftig tggelijk. Daar moet de veerman van leven, dat is zijn broodwinning. m j ~~aÉT^\ door T=Fr- wmmmmm nn JSt De toekomst van de Zeeuwse ei landen is nog onzeker: Wat wordt er wel en wat niet dichtgemaakt en af- Advertentie DE NATUUR IN EN OM UW HUIS De dahliaknollen kunnen nu gepoot worden: als men dat tenminste nog niet gedaan hééft. Zo moeten op een zondig plekje komen en het is nuttig de grond eerst goed los te spitten, stop er, dan ook' wat oude stalmest on der; als de grond echter voldoende hu- musrijk is, kan men ook heel goede resultaten bereiken met de bekende roze tuin- en gazonkorrelmest. Die strooit men na het spitten en voor het poten over de grond heen. Grootbloe- mige en hoogop groeiende soorten mo gen wel een onderlinge afstand van ze ker één meter hebben. Het is nu de goede tijd voor het zaaien van klaprozen; papavers moet men dan bestellen. Er zijn allerlei soorten; soorten met kleine en met grote bloemen. Sommige doen meer aan pioenrozen denken dan aan klap rozen. De enkelbloemige bloeien enorm rijk; de gevuldbloemige zijn echter ook neel mooi. Klaprozen moet men een zonnig plekje geven. De grond flink omspitten en gelijkmaken en daarna zaaien; het is voldoende als het zaad juist onder de oppervlakte zit. /•V N&&S& Prei kan nu wórden gezaaid; als men echte dikke winterprei wenst, dus alleen bestemd om als groente te nut tigen, moet ook vroeg gezaaid worden en dat kan men nu het best op een bedje doen. Later kunnen de prei- planten dan op de voor hen bestemde plaats worden gepoot. Prei verlangt een goed bemeste grondsoort, doch heeft een hekel aan verse stalmest; oude mest is wel nuttig en ook rae't de bekende korrelmest zijn goede resul taten te bereiken. iluwiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiijiiiiiiiiiiii'iuniiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiM^^^ 54 De dag waarop Arie de potvis in het watercircus zou optreden brak aan. Op de Kraak was iedereen vroeg uit de veren. „Wie gaan er allemaal kijken?" vroeg Kappie aan de ontbijttafel. „Hou er ja wel rekening mee, dat die spulle- baas ons geen vrijkaartjes zal geven! Van de andere kant beloof ik jullie een voorstelling, zoals je die maar zelden te zien krijgt!" Natuurlijk wilde niemand het schouw spel missen... Toen de zeelieden wat later de pier opwandelden, was het grootste gedeelte van de zitplaatsen al bezet met nieuws gierige toeschouwers. De maat, de mees ter en Okki wilden een goed plaatsje uitzoeken, maar Kappie hield hen tegen. „Niet zo dicht bij die waterbak, jongs!" waarschuwde hij. „En zo ver mogelijk uit de buurt van de zee, kom mee!" Verbaasd liepen de mannen achter hem aan. Kappie hield stil in het ui terste hoekje van het circus. „Gooi hier je anker maar uit," zei hij. „Vanaf deze plek kunnen we de gebeurtenissen ongestoord volgen;" Opeens dook daar ook Jonas Balein op. „Alles klaar voor de tewaterlating?" vroeg Kappie glimlachend. Balein knikte tevreden. „Op hét af gesproken teken," antwoordde hij ge heimzinnig. Op dat moment, klaterde het applaus van de toeschouwers op, want het zeil doek, dat Arie's verblijfplaats aan het oog onttrok, begon langzaam terug te schuiven. En daar werd ook de potvis zichtbaar... 21-4. Vluchten is niet altijd verstan dig en Otto overlegde snel wat hem te doen stond. De naderende ruiters waren niet veel in aantal, vier of vijf, en al naderden ze snel en al slaakten' ze op gewonden kreten, misschien waren kun bedoelingen niet al te zeer vijandig. Maar hun komst rustig afwachten was Otto s bedoeling ook niet. De andere helling van de heuvel was met hei en brem begroeid, waartussen paardespo- ren in het maanlicht bijna niet te zien zijn en verderop was de top van de heuvelkam met bomen begroeid. Otto zorgde ervoor, dat de naderende r .iter« hem achter de heuvel zagen verdndjn<fn alsof hij verschrikt wegvluchtte. Muar ji i,a.a^s daarvan zocht hij ongezien de dekking van het geboomte 'op ó.e ton, van waaruit hij de bewegingen van zj^i be lagers kon gadeslaan. Het waren er vier. Hun helmen blon ken in het maanlicht. Reeds joegen ze hun paarden de heuvel over en storm den aan de andere zijde het bos in. on der het geroep van: „Grijp hem!" en „Laat, hem niet ontkomen!" Maai* ze waren meteen het spoor bijster, Otto grinnikte toen hij hun verwarring be merkte. Na enig overleg gingen ze uiteen om afzonderlijk te zoeken. Een van hen suk kelde weldra de heuvel weer op, dom om zich heen kijkend. Otto maakte zich gereed om de man warm te ontvangen.

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch Dagblad | 1961 | | pagina 2