Zestien dagen op 2360 meter in de sneeuw MARTINEZ HUTJE WAS EEN HOTEL VEILIGHEIDSINSPECTIE GEEFT WEL GARANTIE HET HARDE GESLACHT jKyw KAPPIE EN DE DIEPZEEDUIKERS I P. W. RUSSEL'S Pag. S Ajax-F eij enoord Pad weg Niet praten Plus storm Een rijke inhoud BABYSET Zelf aan de slag DOOR DIGNATE ROBBERTZ Uit de kerken y raven lill!tt««!!!!l!Hl!l!ll!lll DE TINTELS Jack Dunkley lUlllllllllliliSHI Zaterdag 18 februari 19*61 ZEEUWSCH DAGBLAD LIA DE KEIZER is weer terug in Rotterdam. Dat mag u op het eerste gezicht weinig zeggen, maar het wordt wel anders wan neer u weet, dat diezelfde Lia de Keizer zestien dagen lang heeft ingesneeuwd gezeten in een hut op de 2360 meter hoge Alp Trida in Zwifserland. Langs de Maas in haar woonplaats sprak ik haar gisteren. Ze is bruin. Zo bruin, dat iedereen vraagt: Net terug van de wintersport? Dat deed ik dan ook en toen kwam het verhaal. O, wie Lia de Keizer is, wilde V! we ten? Ze is assistent-penschef van een groot bedrijf, dat bijvoorbeeld marga rine en zeep maakt. U kunt ook zeggen: van de Unilever, maar dat laat ik ver der aan u over, want we zitten tenslot te niet voor een microfoon in Hilver sum. „Het was mijn vakantie", vertelde Lia de Keizer. „En die Alpenhut moet u zich wel voorstellen met comfort, koud en warm water, helemaal boven in de bergen, twee uur lopen om er te komen en je koffers volgen d'an latei- per slee, waar een paard voor loopt. Dat is de enige manier om er te komen. We waren er met ongeveer dertig gas ten. Ja, ook Nederlanders, zes in to taal". mensen zaten al veel langer boven dan hun bedoeling was en hadden er dus niet op gerekend om voor zolang geld mee te nemen." Deze week dinsdag knapte alles in eens op. De zon scheen, iedereen liep weer in de ganzenmars sneeuw te trap pen en van het dorp uit werden uren en uren lang grote karren met sneeuw weggereden. Van twee kanten uit maakte men het pad weer begaanbaar en in de late middag kwam het eerste eten in rugzakken op de ruggen van skileraren en twee meisjes naar boven. „Woensdag konden we naar beneden toe", vertelde Lia de Keizer. „Het had wat gevroren, het pad was nu hard ge noeg voor de paarden en dus ook de bagage kon weer zakken en stagen via die slee. Van Larete zyn we per auto naar Landeck in Oostenrijk gereden en daar de trein in". Eergisteren arriveerde Lia de Keizer weer in Nederland. Blij dat het alle maal zo is afgelopen. Ergens wel een beetje verheugd om het nu allemaal als een spannend avontuur te kunnen navertellen. „En wat vroeg ze me het allereerste toen ze na aankomst hier opbelde?", zei haar chef die erbij zat. „Hoe is het met AjaxFeijenoord? Dat zei ze." ja, zo is Lia de Keizer wel. LIA DE KEIZER terug aan de Maas *#*-«- Op dinsdag 31 januari begon het te sneeuwen. Niet zo even, maar echt sneeuwen. „Er was geen zicht meer en afdalen naar beneden, naar het dorp Larete, zou levensgevaarlijk zijn ge weest", vertelde Lia de Keizer. ,,De volgende oc'htend! kon de paardenslee niet naar boven komen en dat was het begin". ,,Het pad van onze Alpenhut naar beneden was helemaal weg. Hier en daar stak nog een puntje van een van de stokken, die het pad markeren, ho ven de sneeuw uit. Niemand mocht de but uit en eerst ging de skileraar erop uit om te zien of en waar er gevaar voor lawines was. De telefoon was onze enige verbinding met beneden". Wel, dat gevaar van lawines was er en Zwitserse militairen brachten hun kanonnen in gereedheid. Daar werd imee geschoten en door de trillingen kwamen de lawines naar beneden. „De volgende dag werden we alle- maaL gerecruteerd om te helpen bij het begaanbaar maken van het pad' naar het dorp", ging Lia de Keizer verder. ,,We moesten achter elkaar lopen op vijf en twintig meter afstand van je voorganger. Praten mochten we niet, want ook geluidstrillingen kunnen nog lawines veroorzaken. Een paar uur heb ben we gelopen in de richting van het donp en toen weer terug. De bedoeling was om de sneeuw aan te stampen en als het dan 's nachts wat wilde gaan vriezen zoa'at alles weer een beetje hard was, dan. zou de vozende dag de weg begaanbaar zijn". Beneden in Larete werd intussen hard met schoppen aan het opruimen van de sneeuw gewerkt, maar alles was voor niks. Want diezelfde nacht. Ja, diezelfde nacht viel er weer een geweldig pak sneeuw en de dertig men sen in de Alpenhut zaten weer geïso leerd. „Als we buitenkwamen zakte je tot aan je middel weg in de losse sneeuw. Er was geen beginnen aan. Dat was ook de volgende vier en twintig uur zo en er stak een storm op. Tot vorige week vrydag; toen knapte het weer iets op". Intussen was er nog iemand! die een acute blindedarmaanval kreeg en on der bijzonder hachelijke omstandighe den zijn twee skileraren met de patiën te vastgebonden op een reddingsslee tussen zich in, naar beneden gezakt en behouden aangekomen. „In onze Alpenhut raakte het brood op en het werd' vervangen door zelfge maakte cake. Ook het water werd ge rantsoeneerd. De directie van de hut, die dus half hotel was, was fantastisch. Onder deze omstandigheden kon ieder een crediet krijgen want de meeste TWEE dagen geleden vertelde ik u over een uit Duitsland geïmporteerde volkswagen, mèt kentekenbewijs, die na een veiligheidsinspectie in Rotterdam werd veroordeeld als een gevaar op de weg. Ik vroeg me af hoe dat al lemaal kon en ik zei: het zou me interesseren een antwoord te krij gen. „Dat kan", zei gisteren de heer J. C. van Senden, voorzitter van de Commissie Veiligheidsinspecties van de Vereniging voor Veilig Verkeer te Rotterdam. Kneusjes? Weg! Het is een nogal ingewikkelde ge schiedenis, vond de heer Van Senden en hij zei: „Waarom niet in elke pro vincie een plaats waar. „bijzondere im porten" gekeurd kunnen worden? Maar zo'n regeling zou een wettelijke achter grond moeten hebben. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (die dus de ken tekenbewijzen verstrektR) keurt hoofdzakelijk op typen. De individuele wagen wordt wel bekeken, maar men kan nooit verder gaan dan de wette lijke voorschriften. Een volledige keu ring als bij een veiligheidsinspectie is het dus niet". Als dat zo is, dan geef ik dus om die „keuringen" die vooraf gaan aan het verschaffen van een kentekenbewijs weinig of niets. Dat is dus niet de me ning van de heer Van Senden die niet op andermans stoel wil gaan zit ten maar de mijne. Wanneer we allemaal weten, dat er kneusjes en meer dan dat uit Duitsland worden geïmporteerd en hier als „auto" verkocht, dan moet wagen voor wagen aan een individuele keu ring onderhevig zijn. En blijkt de auto een, wat ik noem „voddenbaal" te zyn, dan vernietiging by een fatsoenlijke sloper en niet oplappen en weer de weg op. Wat zegt mij een type-keuring, die dus volkomen „half" kan zijn? Kijk, die lijst van ongelukken en doden per Advertentie Bus poeder met rammelaar in de deksel, doos zalf, flacon olie, stuk zeep, flacon shampoo, plastic zeep- doos, piastic speldenbakje, meetlint, Doktersboek. Dit alles in een super o f 5.95 Dezea/tikelenookafzonderlijkverkrijgbaar- J. C. VAN SENDEN laat inspecteren jaar, die zegt me wat. En als iedereen nu vindt dat „daar iets aan gedaan moet worden", dan moet er eens iemand iets doen. Eén rijksdaalder „Ja, die veiligheidsinspecties van de auto's, die in Rotterdam begonnen op basis van vrijwilligheid dus die dringen nu zo langzaam aan ook ver der door", aldus de heer Van Senden. „In Brabant beginnen ze de volgende week, in Friesland wordt gekeurd, in Zuid-Holland en elders. Wie zijn wa gen een zogenaamde tienduizend-beurt laat geven, betaalt maar een rijks daalder meer om die veiligheidsinspec tie te laten uitvoeren. Iedereen vindt het inderdaad reuze nodig dat er iets aan die onveiligheid wordt gedaan, maar die rijksdaalder hebben maar weinigen er voor over om te weten of ze zelf in een veilige wagen rijden. En mijn vraag is: wat maakt twee en een halve gulden per half jaar uit op de kosten van een auto? Overigens: tegen alle kopers van een tweede hands auto zou ik willen zeggen: laat die wagen, voor u koopt, tenminste onderwerpen aan een veiliaheidsin- soectie." Drang van publiek Er is wel eens gezegd dat de Bovag achter die inspecties staat omdat de garages kunnen zeggen: dat en dat on derdeel moet dringend vernieuwd wor den en zodoende zou er dus „lekker verdiend" worden. „Bepaald onjuist", alduis de heer Van Senden. „De drang voor een vei ligheidsinspectie moet van het publiek uitgaan, want de garages zijn er niet eens zo happig op omdat ze het ai druk genoeg hebben. Moch die „beschuldi ging" op waarheid berusten, dan zou men een aandrang van de kant van de garagebedrijven moeten merken en die is bepaald niet te bespeuren." U weet nog wel dat er onlangs bij controles door de politie in Rotterdam een paar honderd gladde banden in beslag genomen zijn. Bij uitspraak van de rechter is de vernietiging van die banden bevolen, zodat men dus de garantie heeft dat ze niet opnieuw op de weg komen, onder wat voor voer tuig dan ook. „Bij die gladde banden zat er niet één onder een wagen die het kenteken G van een veiligheids inspectie droeg", aldus de heer Van Senden. Niet onsportief Hy had nog een slotopmerking ook. „Er zijn stemmen geweest die zeiden, dat zo'n plotselinge controle van de politie niet sportief is. Dat is een vol komen misvatting. Die controle is be paald niet onsportief. Men weet, dat er eteen zijn waaraan handen moeten voldoen, men weet dat een gladde band de rijder in de auto en anderen In gevaar kan brengen, men is beslist wel uitgebreid gewaarschuwd. En dan nu ineens gaan schreeuwen over die controles, dat is niet juist. O ja, mocht er iemand zijn die denkt, na zo'n veiligheidsinspectie van zijn auto, echte klachten te hebben, daar staan wij uiteraard gaarne voor open. Hij kan zich melden bij het secretariaat van de Vereniging voor Veilig Ver keer of bjj de Verkeerspolitie." Ik heb het gevoel, dat ik uit de mond van de heer Van Senden woorden op tekende, die hout snijden. Dat is een tevreden gevoel. D£ NATUUR IN EN OM UW HUIS Adu ertentte de sigaar die uw klanten In de goede stemming brengt.,. zoals PROMINENT, kloek maar licht 27 cent. 126 Op een avond in de voorzomer toen een zwaar onweer over Bergen trok kwam Claes eindelijk thuis van zijn reis. Aan zijn gezicht zag Arjen dat hij geen goed nieuws meebracht. Hij was zeer vermoeid. Over Joos had hij niets kunnen vernemen. Vrienden van de jonker wisten dat hij enige tijd bij de troepen van Christiaen van Denemarken was geweest. Maar hij was niet onder de mannen gezien die met de Deen in de schepen ge gaan waren om naar diens land te rug te varen en te trachten de troon van de verbannen koning te herwin nen. Claes was ook in Gelre geweest en in 's Hage had hij alle taveernen en huizen afgelopen, waar Joos had kunnen zijn. Hij vertelde veel bijzon derheden om zijn verhaal niet te triestig te maken, maar over Joos hoorden ze niets. Adriaen zat er stil bij met gefronst' voorhoofd. Af en toe dronk hij een slok uit een zilveren beker die naast hem stond. Berta suste de kleine Nicola.es, die op haar schoot zat, kraaiend van plezier over het weer zien van zijn vader. Arjen durfde bijna niet meer ademen. Het was of een ontzaglijk, loodzwaar ge wicht op hen allen dreigde neer te vallen. Tot Joanna de stilte na het ver haal van Claes verbrak. Ik zou graag missen voor hem willen laten opdragen. Wil jij daar over met een priester praten, Adri aen? Ze schoof twee gouden rin gen met kostbare stenen van haar vingers. Nooit tevoren had ze die af gelegd. Doe deze in het offerblok, Adriaen, en dit ook. Ze legde er nog een halssnoer bij dat ze droeg en een met stenen bezette spang, die haar keurs sloot. Adriaen nam de sieraden niet op. Hij bleef verstard zitten kijken, maar Claes schoof ze terug naar zijn moeder. Die moet je blijven dragen, want Joos is niet dood. Ze keek zo hulpeloos naar hem op dat hij naar haar toeging om haar hoofd tegen zijn botst te drukken. Adriaen ging langzaam het vertrek uit, toen hij dat zag. Claes nam zijn plaats in, maar was dat niet zijn eigen schuld? Eens had Joanna hem verweten dat hij haar kinderen had afgenomen. Dat zou ze nu niet meer kunnen zeggenIn de herenka mer dronk hij ^oveel wijn, waarin verdovend poeder gemengd was, dat hij alle begrip voot wat er ge- beurde verloor. Maar slapen kon hij niet. De bruiloft werd in het midden van de zomer gevierd. Er waren niet veel verwanten meer die konden ko men. De gezondheid van Joanna was te wankel om de moeilijke reis van Bergen naar Cattendycke te ma ken en vrouw Anna van Voorhoute had zo'n last van de zomerhitte, dat ze onmogelijk op een paard kon zitten of op een bruiloft komen waar ze een statiekleed zou mo'eten dragen. Er waren ook geen jonkers die het paar konden begeleiden. De meeste vroegere vrienden waren te arm ge worden om op zo'n voornaam feest te komen. Bovendien was de bruide gom zelve weinig op feecten en bij eenkomsten verschenen, zodat hij niet veel bekenden had. Zijn vrien den waren poorters en onedel volk uit Romerswale. Zij hadden langs de weg kunnen staan, onder de dor pers van Cattendycke om de stoet van het kasteel naar de kerk te zien gaan. Arjen had geen van hen uitgeno digd. Later zouden ze in de Ruter- blóeme komen, waar ze zich beter thuis zouden voelen dan in het ge zelschap van edelen. Zelfs Merijn de Seeu had de stad niet willen verla ten om 'bruiloftsgast te zijn. Maar al reed er geen stoet jonkers om Arjen en al waren er geen jonk vrouwen om de bruid naar de kerk te volgen, gasten zaten er genoeg aan het bruiloftsmaal. Oude vrienden van heer Willem, de voorname he ren van Renesse en Haamstede en de rijke Philips van Valckenisse, die zijn hoeven in de Bevelanden tij dens de vloed verloor, maar die in Vlaanderen zulke grote bezittingen had dat hij nog als een vorst zou kunnen leven. Bouwen van Waarde was gekomen en heer Hector, de burggraaf, reed het slotplein op, ver gezeld van zijn vrouw en met vier knechten. De bruiloft was veel voornamer dan die van Claes en Berta. De gas ten spraken op een andere toon. Wel dronken ze veel wijn en ze schets ten en lachten met de vrouwen, maar het bleef hoofs en ingetogen. Claes voelde zich niet helemaal op zijn gemak. Het was goed dat hij een plaats naast zijn schoonzus ter gekregen had. Agniet en hij za gen elkaar voor de eerste keer. De jonge vrouw had nooit gedacht dat de wilde jonker er zo zou uitzien. (Wordt vervolgd) NED. HERV. KERK Beroepen te Achterberg (Utr.l: W. Chr. Hovius, kand. te Haarlem, te Den Andel (Gr.) (toez)C. W. Schlingemann te Nijeveen. Aangenomen naar Bodegraven: A. d. Hartogh te Amersfoort. Benoemd tot directeur van het confe rentie-oord van de Woodbrookers te Kortehemmen: D. S. J. Bijleveld te Boornbergum, tot secretaris van de Raad voor kerk en samenleving: dr. C. P. van Andel te 's-Gravenhage, GEREF (VRIJGEM) Tweetal te Bunschoten-Spakenburg (vac. J. Rijneveld) O. J. Douma te Sou- burg-Vlissingen en H. V. Ommen te Oud-Loosdrecht. Tweetal te Bunschoten- Spakenburg, vierde pred. plaats C. J. Smelik te Veenendaal en W. G. de Vries te Leiden. De kerkvoogdij van de Nederlandse Hervormde Kerk te Burgh deelde mee dat het resultaat van de actie „Liefde kent geen tekorten" zeer positief te noe men is. Het totaal toegezegde bedrag is 4824 gulden. In vergelijking met 1960 gaat de vrijwillige bijdrage met ruim 1800 gulden omhoog. DIE MAN HEEFT MIJN KOEKJES GESTO- i LEN. j-y jj en de drie door 1ÏC GELOOF ^iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiuiiiiiitiiiiiiiiHiiiiiiiitHiiiiii'iiiiiuiiiiiiiiiiiiiiuHiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiuuiiimiiuiuuiiiiiiiuiiiiiiiiuuiiiiiiiuiiiiiiHnHmiiiiiumiiiiiiiiiiuuiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiyi Bij het aanleggen van een tuin moet u rekening houden met de toekomst: plaatselijk lopen de verordeningen wel uiteen, doch over het algemeen is het toch wel zo dat men met grote bomen twee meter uit de scheidingslijn moet blijven. Als men ze er dichter op poot kan buurman hier later bezwaar tegen maken en dan zijn ze inmiddels zo groot geworden dat verplanten niet meer mogelijk is. Buurman mag dan ook alle overhangende takken wegne men; tenminste: hij dient u eerst te vragen of u het zelf wilt doen, doch als het niet gedaan wordt, mag hij dat zelf doen. Niet alleen grote bomen, doch ook een ligustrumhaag zal op een bepaalde afstand van de schelding moeten ko men; een halve meter geldt hiervoor de afstand: meestal houdt men zich niet aan die afstand, want beide par tijen zijn er mee gebaat dat er zo wei nig mogelijk grond van de tuin verlo ren gaat, doch het mag dan toch wel in goed overleg met elkaar gaan. Als men de haag later verzetten moet valt dat niet mee; dan zullen er ook grote veranderingen in de border aange bracht moeten worden. Vruchtbomen worden over het alge meen ook veel te dicht op de erfschei- ding gepoot en dat gaat goed als u het prima met buurman kunt vinden; buur man kan echter ook verhuizen en dan komen er misschien minder prettige bu ren en dan komen daarmee ook de moeilijkheden; afgevallen fruit aan buurmans kant is in ieder geval buur- mans eigendom en buurman kan ook eisen dat de takken die over zijn erf hangen er afgesnoeid worden en de bo men moeten ook weer twee meter van de erfafscheiding staan. 1. Het was een kleumerige dag in het najaar. Terwijl buiten langs de ramen de regen neerdruilde. zat Kappie met pantoffels aan in zijn leunstoel en las een dwangbevel. „Dat kon er ja net bij...." mopperde hij. „Sakkers nog an toe! Juist nu ik mijn laatste geld heb gestoken in het opknappen van de Kraak! Het wordt ja hoog tijd, dat ik weer een sleeporder binnenhaal, maar het schijnt dat tegen woordig niemand meer iets te vervoe ren heeft...." Daarin vergiste Kappie zich echter. Terwijl hij zo in zichzelf zat te prutte len stopte er namelijk voor zijn deur een vrachtauto waarop een krat lag van zeer forse afmetingen. „Ik heb een pakkie voor u... zei de chauffeur, toen Kappie even later de deur opende. „Het schijnt nogal een bijzonder vrachtje te zijn. Maar leest u eerst deze brief even...." 16. „Wie zijt ge!" herhaalde de vreemdeling, terwijl hij op Otto toe kwam. „Waarom hebt ge me hierheen laten komen? Gaat het over de burcht heer van Darcantri?" „Mijn naam is Otto van Irtin!" ant woordde Otto. „Mijn vriend en ik zijn op zoek naar een onderdak Wij zijn vreemd in deze streek. U sprak over Darcantri zouden wij daar wellicht ,,U hebt hier niemand gezien?" onder brak de vreemde Otto. „Nee!" sprak Otto kort. „Wie zijt gij?" „Mijn naam is Elar van Darcantri!" antwoordde de aangesprokene. „Ge zult welkom zijn op de burcht van mijn oom! Hij is zwaar ziek beschouw mij daarom als uw gastheer!" Nog voor Otto iets had kunnen zeg gen, kwam Distel tussenbeide. „Aan genomen!" riep hij. „Een goed bed in een verwarmd vertrek zal ons goed doen! Laat ons gaan!" Hoewel het uiterlijk van Elar Dar cantri Otto niet beviel, stemde hij toe en zo verlieten ze even later de stal, om hun paarden op te halen. „Ge hebt hier werkelijk niemand ge zien?" vroeg Elar nog eens met een gespannenheid in zijn stern die Ott» bevreemd deed omzien

Krantenbank Zeeland

Zeeuwsch Dagblad | 1961 | | pagina 2