ZER1ZEESC COURANT. 11°. 65. Woensdag 15 Augustus. 1849. I DER Woensdag en Z<aturdag. abonbjeihents-prijs: Per drie maanden f 2,00. Franco -per post f 2.15. Inzending der A dvert daags te voren,'s namiddvóór I ure vibiobust: prijs der advertentie!!: Gewone 15 cents de regel. Geboorte-, Huwelijks- en Doodberiglen van 1-6 regels d f 1 behalve hel Zegelregt. Volgens de overleveringen en lietgene in de oude hollandsche kronijkén vermeld wordtzoude de stad Zierikzee in den jare 849 gesticht zijn en tot stichter gehad hebben Ziringus of Zierik, de zoon van Zaxlandus, uit Pannonie overgekomen, die zijne handnering, zijnde het vervaardigen van zout uit de asch van derriemoer, alhier heeft uitgeoefend en ingevoerd. Deze aloude oorsprong en de naam des stich ters zijn der vergetelheid ontrukt, door eenige dichtregelendoor den kroniekschrijver Reigers bergh aangehaald en in de Kronijk van Zierikzee van wijlen den heer Johannes de Kanter, I'hilz. overgenomenwelke dichtregelen in vroeger tijd op francijn geschreven, in eene lijst gevat, in de Kleine- of Gasthuis-Kerk dezer stad plegen op te hangen. Indien men aan dit een en ander geloof mag hechten, zoude deze stad,zooals die dichtregelen vermelden, gesticht zijn «toen men de octave van Onze Vrouwe's Hemelvaart" in gezegd jaar 849 begon te houden, en dus op den 15 Augustus 1849 haar duizendjarig eeuwfeest vieren. Zeker is hét, dat de regering en de burgerij I m 1649 het achthonderdjarig jubilé der stad I tPlegtig gevierd hebbenen er toen ten stadhuize een maaltijd plaats had. waarbij de regerings leden en de voornaamstetoen bestaande col- legiën zich vereenigd hebben, om dit belangrijk tijdstip te gedenken. In 1749 schijnt dit niet geschied te zijn, en vindt men in de notulen van den raad aangeteo- kend, dat de ongunstige staat der stedelijke financiën niet gedoogdeeenige kosten voor zoo danige feestviering te besteden; maar is toch dit belangrijk tijdstip niet ongedacht voorbij ge gaan daar een voormalig ingezeten dezer stad met name: Cornelis Rootjes, destijds te Medein- blik oonachtig, aan de regering een gedicht inzondwaarin hij het tijdstip van het negen- honderdjarig bestaan der stad in herinnering brengt. Heeft men dit vroeger gedaanhet ware wel vraardig geweest, het nu vervulde Duizendjarig heu'wfeest op eene eenigzins plegtige en voor de geheele burgerij welgevallige en aangename wijze lc gedenken; doch, wij' vermoedendat de druk der tijden, die waarlijk niet zeer geschikt is, om inet vrolijke opgeruimdheid zoodanig feest te vieren, de regering weerhouden heeft, daarin voor te gaan en de ingezetenen er toe op te wek ken. De onzekerheid der toekomst ten aanzien van de staatkundige gesteldheid van Europade vermindering der algemeene welvaartdaardoor teweeg gebragt; maar vooral de, schier overal in ons vaderland en naburige rijken heerschende ziekte, die zoo velen ten grave sleept;die zooveel rouw en jammer aanbrengt, zullen haar zeker bewogen hebben, de viering van ditvoor deze stad zoo belangrijkfeest tot een meer gunstig tijdstip te verschuiven. Gaarne eerbiedigen wij deze beweegreden doch kunnen niet afzijn, bij deze gelegenheid stil te staan, om te betoogen, dat er geschiedkundige grond genoeg voorhanden schijnt, oin het er voor te houden: «dat deze stad in den jare 849 »het eerst in den vorm eener stad is begonnen «gebouwd te wordenen vervolgens met dank- «baarheid terug te zien op hare tegenwoordige «omstandigheden, en het vele goede op tc nier- »kendat haar op dit merkwaardig tijdstip nog »mag ten deel vallen." Van oude tijden af heeft men het opgegeven tijdstip als dat van de stichting dezer stad, en dat Ziringus of Zierik voor haren stichter te hou den zijop grond der aloude aanteekeningen en overleveringen eri van de voren vermelde versjes algemeen geloofd. Dit een en ander was door den kroiiijkschrijver Reigersbergh wiens kronijk in 1541 het licht zag, als eene, op voldoende gronden rustende, daadzaak te boek gesteld; doch het eerst door den kronijkschrijver Boxiiorn die de kronijk van Reigersbergh met verbeteringen en bijvoegingen in 1644 uitgaf, als fabelachtig verworpen. Dochals men in bedenking neemt dat Reigersbergh dit en vehyandere punten heeft overgenomen uit <ie oude hollandsche kronijkén die zooals bekend is uit de aanteekeningen van verschillende, destijds bekende, schrijvers zijn zamengestcld en veel vroeger door onze zeeuw- sche kronijkén zijn in het licht gegeven; - dat de alleroudste geschiedenissen der wereld geenen anderen oorsprong hebbendan de mondelinge overleveringen van den vader op den zoon, en van dezen weder op zijne nakomelingen over ge bragt dan zijn er, dunkt ons, gecnc bepaalde redenenom eerie daadzaak voor fabelachtig te houden, alleenomdat de kennis daarvan slechts op overleveringen en de aanteekeningen van oude schrijvers berust. Volgens opgave van gezegden Boxhorn zou deze stad van veel ouder oorsprong zijn dan het ge zegde jaar 849, en schijnt men bij de regering dezer stad vroeger dezelfde meening te hebben gekoesterddaar in een octrooi van koning Philips, van 30 November 1564, wordt gezegd: dat de regering in haar verzoekschrift vertoond had, dat Zierikzee toen reeds over negen honderd en meer jaren was gefundeerd, mits die schoove diepte en zonderlinge bequaame kavene"dus om trent het jaar 660. Doch dit een en ander kan zeer wel worden overeengebragtals men aan neemt dat reeds een geruimen tijd vdór het jaar 849 aan den oever der toenmalige Gouwe wo ningen zijn gestichten een vlek of dorp zijn oorsprong genomen liebbe; doch, dat deze plaats iu het jaar 849 het eerst als slad is gebouwd en aangelegd geworden. Deze iiiecniiig wordt bevestigd door den be roemden Levinus Lemnius in 1505 hier geboren, en in 1568 overleden die in zijn werk; de mi- ra culls Occultis n/tluiw (Lib. IV cap. 2 pag. 342), waar hij handelt over de zecuwsche eilanden, de zeden en oorsprong der volkenen het voor- en nadeel, dat de vruchtbaarheid des bodems aan vreemden' aanbrengen, de naamoorsprong van haren hekenden stichter als eene zekere daadzaak vermeldt, en daaibij voegt: dat deze stad ten »jare 849 het eerst iu den vorm eener slad begon «gebouwd en met muren omringd te worden." Na deze beschouwing blijft ons nog overig, in dankbare herinnering te brengen vele lichtende punten, die zich, ten aanzien van de aangelegen heden dezer stadin den nevel der tijden opdoen op het oogenblik, dat hare burgers haar duizend jarig eeuwfeest gedenken. Wel moge de kwijning van vele beroepen en bedrijven velen ter nederdrukkenwel deelen de ingezetenen dezer stad in den druk der tijden wanneer men zich echter een twaalftal jaren terugdenkt en zich voor den geest brengtwat de

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Courant | 1849 | | pagina 1