ZIERIKZEESCHE N.° 92. VRIJDAG A.o 1844. COURANT. 15 NOVEMBER. Besturen en Administratiën. Nieuwstijdingen INSPECTIE ee de VLOEDPLANKEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS der Stad ZIERIKZEE. Gezien art. 40 van liet Reglement van Policie in verhand tot de art. 8 en 9 van dat op de Vloedplanken voor deze Stad. Hebben goedgevonden te bepalen: Dat op aanstaanden Woensdag den 20 dezer maanddes middags eene algemeene Schouwing zal plaats hebben zoo op de Vloedplanken der Stad als van de Ingezetenen. Wordende een ieder bij deze aan zijne vorpligting herinnerd om de vloedplan-ken alsdan gereed en in orde gesteld te houden op straf van de bepaalde boete door de nalatigen te verbeuren. En opdat niemand hiervan onwetend zij zal deze in de Stads Courant worden geplaatst en omgeroepen terwijl zulks aan den Stads Architect en den Commissaris van Policie tot handhaving zal worden medegedeeld. Gedaan ten Raadhuize der Stad Zierikzeeden 13 November 1844-. Burgemeester en Wethouders voornoemd DE CRANE vt. Ter ordonnantie De Stads Secretaris W. J. P. KRÜEE. NEDERLAN DEN. 's GRAVENHAGEden 12 November. Z. M. heeft den 6 dezer het navolgende besluit genomen «Wij WILLEM II enz. »Op hel rapport van onzen minister van koloniën van den 4 dezer n.° 14, ons daarbij overleggende een exemplaar van het proces verbaal eener op den 1 Julij 1844 te Paramaribo gehoudene com paritie van eigenaren en administrateuren van plantagiën en onze aandacht vestigende zoowel op den verregaonden onbetamelijken inhoud van dat stuk waarhij aan de regering het bepaalde voorne men lot een stelselmatige depreciatie van het surinaamsche bankpa pier wordt toegeschreven ais op de door den gouverneur-generaal vermelde omstandigheid dat het voornoemde proces-verbaal de onder- teekeningen draagt van al de honoritieke leden van den kolonialen raad en van drie leden of plaatsvervangende leden van het koloniaal geregishof «Willende op eene ondubbelzinnige wijze doen blijken van onze booge afkeuring van deze handeling en van ons bepaald voornemen om in de koloniën van den staat zonder aanzien van personen orde en ondergeschiktheid te handhaven «Gelet op ons besluit van den 5 October 1843, n.° 62, «Hebben besloten en besluiten te ontslaan gelijk worden ont slagen bij deze al de honorifieke leden van den kolonialen raad der kolonie Suriname en voortsF. P. Pennrdlid van het geregtshof aldaar; F. G, Pichot L' Espinasseen II. G. Roux, plaatsvervangende leden van dat hof. «Onze minister van koloniën is belast met de uilvoering dezes." Bij een ander besluit van dezelfde dagteekening is de kolonialen raad van Suriname voorloopig zamengesteld als volgt de inspecteur van nijverheid en cultures de procureur-generaal de administrateur van financiën de kommanderende officier van het garnizoen en de gouvernements-secretarjs. In de zitting van de tweede kamer der staten-generaal van gisteren heeft de voorzitter kennis gegeven dat hij zoowel als da voorzitter der eerste kamer eene missive heeft ontvangen van zijne exc. den minister van binnenlandsche zaken die daarop tot weg neming van alle onzekerheid, namens den koning kennis geeft, dat, bijaldien eene der kamers van oordeel mogt zijn om afzonderlijk een adres aan hoogstdenzelven aan te bieden Z. M. niet voornemens was de commissie daartoe te ontvangen daar dit eene afwijking zou zijn van den sedert 30 jaren gevolgden weg. Trouwens wordt in de missive gezegd wanneer elke kamer op zichzelve handelt zou zulks noodwendig tot moeijelijkhsden aanleiding geven hetwelk niet overeen zou te brengen zijn met de ware belangen des lands. Men spreekt stellig tegen dat er bij de regering hot voor nemen zou bestaan om het in de geschiedenis zoozeer bekende slot Loevestein af te breken. Er zijn alleenlijk eenige veranderingen en verbeteringen aan de verslerkingswerken gemaakt welke in geenen deele schade aan de historische herinneringen van het gebouw. Den 13. In de zitting van de tweede kamer der staten-generaal van heden is besloten om het ontwerp-adres van antwoord op de troonrede gewijzigd aan de eerste kamer terug te zenden. GEMENGDE BUITEN- EN BINNENLANDSCHE BERIGTEN. In het zwitsersch kanton Lucern neemt de oppositie tegen de onlangs door den grooten raad besloten beroeping van 7 lezuïten voor het aldaar op te riglen priester-seminarie dagelijks toe. Aan deze oppo sitie heeft zich het grootste deel der Kalholijke geestelijkheid aange sloten. Men meldt uit Konstantinopel van den 23 October dat de geruchten alsof de jongste brand in Pera het gevolg van moedwil was geweest nog meer grond gekregen hebben door de voortdurende po gingen orn aldaar op nieuw brand te slichten. In Frankrijk is weder van gouvernemenlswege eene leening van 200 millioen franken uitge schreven. De keizer van Rusland heeft bevolen om in de Mahome» daansche en Heidensche dorpen overal scholen op te rigten. In den verloopen zomer is de badplaats Baden door 30,188 vreemdelingen be zocht geworden dat is 6294 meer dan in 1843. In 18-34 was het aan tal der vreemdelingen 15.226; in 1824, 7279; in 1814 slechts 4000. Verscheiden ongelukken zijn dezer dagen in Engeland gebeurd. Het aan- merkelijkst en treurigst is de Ie OIJham bij Manchestergebeurde in storting van eene geheele fabrijk, die onlangs nevens eene andere was opgerigt. Het gebouw was 70 voethoog en bad 6 verdiepingen elke eene groote zaal vormende. Op het tijdstip van bet ongeval waren er 32 menschen bijeen, deels fabrijkwerkersdeels ambachtslieden. Van deze hebben 20 (12 mans en 8 vrouwen) het leven verloren verscheiden der overigen zijn op bijna wonderdadige wijs gered. Den 4 dezer zijn te Streefkerk 3 huizen en den 9 te Dongen de koorn- en schorsmolen alsmede 2 huisjes afgebrand. Jl. vrijdag avond, omstreeks 7 ure, is Pieter Herfst, veehande laar wonende onder Kralirjgen terwijl hij komende van Rotterdam op zijne tehuisreis was, tusschen de plantage en het tolhek op de hoogte van het Tocpad gewelddadig door 3 personen aangerand die hem gelastten, zijn geld over te geven. «Gij komt uil de stad," zeiden zij, «dus gij hebt zeker vee afgeleverd en zult geld bij u hebben en dit moeten wij hebben en anders maar bankpapier." Herfst bierdoor ontsteld trad eenige stappen terug waarop de aan vallers hem te lijf vielen en of met steenen of met andere werk tuigen eenige slagen en wonden aan liet hoofd loebragten. Herfst stelde zich Ie wéér, voornamelijk meteen stevigen stalen tabaksdoos, die hij in de hand had. Gelukkig echter, dat zijne zoons meteenen wagen hem achterop gereden waren bij hunne nadering namen de misdadigers de vlugt latende den ouden man zwaar bloedende en genoegzaam bewusteloos op den grond liggen de wonden zijn echter niet gevaarlijk en ook de aanvallers moeten hun deel gehad hebben, daar de tabaksdoos rr.et welke Herfst zich verweerd heeftvol bloed zat. De Amslerdamsche Courant behelst het volgende Men verneemt met genoegen dal de indijking van de Waard- en Groetgronden in Noord-Holland (zijnde 1500 bunders kleiland, liggende in de Zuider- Zee voor Kolhorn) gelukkig is volbragtde landen zijn met een' zeer voldoenden dijk van de zee afgesloten en reeds voor een gedeelte begreppcld de molens zijn in aanbouw en weldra verneemt men zullen ook de overige werken worden aanbesteed om in het volgende jaar voltooid te worden. De hoedanigheid van den grond beantwoordt volkomen aan de verwachting, en men moet dus nu erkennen, dat de ontwerpers van dit belangrijke werk de zaak te voren wel onder zocht en de uitvoering met kennis van zaken geregeld hebben. Ook de heoren aannemers hebben getoond dat zij, niettegenstaande weder wind en water zich als tegen de uitvoering kantelden weten uit te voeren wat zij aannemen. Moge verder deze nuttige en prijzenswaar dige onderneming met eene goede uitkomst bekroond worden en moge dit voorbeeld gunstig werken op meerdere dergelijke werken welke voorbereid worden; dat de kapitalisten, terwijl hun een goede interest verbeidt, door hunne materiëele krachten de zoodariigen gaarne mogen ondersteunen die zich aangorden orn der zee vruchtbaar land te ontwoekeren I Hierdoor wordt aan duizende handen arbeid ver schaft en de kleine plek gronds die wij bewonen wordt op eene wijze vergroot die geen bloed kost door nienrand wordt gewraakt en duurzaam vruchten oplevert." Uit Zwolle meldt men van den 7 November Op 'gisteren en heden werd alhier voor het provinciaal geregtshof do zaak behandeld van Hendrik Bunshoelclandbouwer te Staphorstbeschuldigd van broedermoord. Uit de voorloopige instructie en uit bet verhoor der op gisteren door het hof gehoorde getuigen schijnt te blijken dat dé beschuldigde reeds lang met zijnen broeder Jan in verregaanda oneeniglieid leefde dezen reeds dikwijls had gedreigd en bijzonder Ook op den I Junij in den avond van welken dag hij nog gezegd had: «laat ik Jan maar eens onder vier oogen krijgen." Den vol genden morgen vroeg vond men het lijk van Jan Bunshoelc op den VvGK ligg'm zijnde hem de hals afgesneden. Toen men den beschul digde zulks berigtlewas hij nog te bed en bleef eerst liggen; doch later opgestaan zijnde, gaf hij het eerst als zijn vermoeden ie kennen, «dat Jan zichzelven wel te kort zoude hebben gedaan." Ten ge volge van liet openbare gerucht, hetwelk hein terstond als den dader van den moord aanwees wérd hij nog dietizelfden dag gearresteerd. In zijne opgaven hoe laat hij den vorigen avond te huis was ge komen, en waar hij zich voor en na dien tijd bevonden had, sprak hij bij verschillende verliooren zichzelven tegen. Bij al deze ver moedens kwam later eene omstandigheid aan het licht die van het hoogste gewigt was. De beschuldigde had namelijk voorgegeven nimmer een mes bezeten te hebben alsmede dat de kleederen dia bij op zondag den 2 Junij droeg, dezelfde waren, welke hij den vorigen dag had aan gehad hoewel verschillende personen het tegen deel verzekerden. Eenigen tijd daarna werden de kleederen die hij zaturdags had gedragen gevonden en aan dezelve bloedvlekken op hel kussen van het bed waarin hij den nacht 'van den moord had geslapen werden insgelijks bloedvlekken bespeurd terwijl onder in hel slroo van diezelfde bedstede een mes werd gevonden dat voor het zijne werd herkend terwijl volgens het rapport der deskundi gen niet alleen op dit mes bloedvlekken waren maar hetzelve vol maakt overeenkwam met het werktuig waarmede de verwonding aan den vermoorde moet zijn toegehragt.

Krantenbank Zeeland

Zierikzeesche Courant | 1844 | | pagina 1