Wibo van de Linde: Kerstnummer van De Stom 72 „Vroeger waren vluchtelingen voor mij een item; nu zijn het mensen voor me geworden". Topfiguren Opnieuw beginnen Kale kak Niet over de balk Pers-chef Voor journaals Opbouwen OP 17 april van dit {aar nam Wibo van de Linde aan het einde van AVRO'a Televfzier (der de jaargang, aflevering 29) afscheid van de Ne derlandse kijkers. Vrij overhaast ruilde hij de veel besproken actuali teitenwinkel voor een dik betaalde baan in Ge- nève. De een sprak er schande van, de ander gaf 'm groot gelijk. Wim Wennekes bezocht de pers-chef van de Ho ge Commissaris voor de vluchtelingen in zijn vil la te Chavannes des Bois en keek rond op diens kantoor. NIET OM DE CENTEN -f- HOOG boven duister Ne derland schiet Wibo van de Linde uit zijn schoenen. Flinke bruine stappers van een niet zo gangbare maat. Nuttigt op kousevoeten een broodje met diverse soorten vlees. Laat een drillerig puddinkje onaangeroerd. We zjjn op weg van Amster dam-Schiphol naar zijn hui dige woonplaats Genève. Ik had gedacht hem daar, in het Zwitserse, bq de uitgang van het vliegveld aan te treffen. Zo luidde tenminste de afspraak die we na de nodige telefoontjes gemaakt hadden. Wibo echter had de loop der gebeurtenissen een andere wending gegeven. Bij de ingang van sluis C45 op onze vaderlandse luchtha ven had ik al zo'n donker bruin vermoeden, dat de rijzi ge, in ribfluweel gestoken ge stalte niemand anders kon zijn dan de ex-chef van AVRO's- Televisier. Maar met de ge maakte afspraak in het achter hoofd werd dat vermoeden aanvankelijk als „te mal" ver worpen. Eenmaal aan boord bleken de gelaatstrekken van de passagier echter dermate overeen te komen met die van Wibo van de Linde, dat ik het er maar op waagde. Verdomd, hij was het. Wibo: „Ja, ik ben op rond reis geweest door Europa. Links en rechts wat contacten gelegd. In Bonn was ik snel klaar en toen dacht ik: plak er nog maar een dag achteraan, dan ga je even door naar Ne derland. Wat vrienden bezoe ken en zo. Nou, zodoende". Of ik wat wil drinken. Bij een vriendelijke stewardesse van Swiss Air wordt in rap Frans een order geplaatst voor twee mini-flesjes rode wijn. Met een stralende glimlach worden ze geserveerd en door Wibo in dank aanvaard (duim omhoog) „Zulke meiden, die van Swiss Air. Gedienstig tot en met en altijd even aardig. Heel wat anders dan die van de KLM. Die vragen meestal nog niet eens of je koffie wilt. Zetten gewoon een kopje voor je neus en dan kwakken ze het er ongevraagd in. Zonder ook maar iets te zeggen. Nou ja, dan houdt alles op natuur lijk". De eerste Indruk die ik van 'm heb: een wat stuurse man. Niet bepaald iemand met wie je ruzie moet maken. Duide lijk gewend om de baas te spelen en te zeggen wat hem voor de lippen komt. Maar Wibo van de Linde draait snel bij. Eenmaal bij hem thuis (aardige villa nabij Genève, gehuurd voor rond de 1700 gulden per maand!) is van stuursheid al geen sprake meer. Nog later slaat de stem ming om in een wonderlijke openhartigheid, die soms zover gaat dat ik pen en papier meer dan eens met rust laat Wat hèm er overigens niet van weerhoudt om regelmatig erop te wijzen, dat bepaalde uitla tingen „off the record" zijn, niet voor publikatie be stemd. Echtgenote Trix haalt ons met de glanzende, metaalblau- we grote VW af. Reissouvenirs van Wibo voor haar: een slof echte Nederlandse Caballero's, een fles drank en een LP met oude opnamen van Gene Kru- pa. Trix over dat laatste ge schenk: „Wat moet ik daèr nou mee. Ik ken die hele vent niet. Gene. .wat? Nooit van gehoord. Zeg nou maar, dat je jezelf een pleziertje hebt ge daan". Wibo, lachend, zoge naamd verwonderd: „Wat maak je me nou. Meid, dat swingt de pan uit. 's Even luisteren". De stereo-installatie jn de kalm ingerichte woonka mer wordt in werking gesteld. Trix: „Maar niet te hard". Jazz van even na de oorlog vult de ruimte. Over zijn voorliefde voor dit soort mu ziek: „Ik sterf van de banden en platen. Vooral banden. Noem de grootheden maar op. Ik heb ze allemaal. Daar gaat zó'n rust van uit! Ik speel trouwens ook zelf. Op die vleugel daar. En in de kelder, in m'n werkruimte, heb ik nog een xylofoon". Ik informeer of de begin-melodie van Televi- zier met al dat trompetgeschal soms ook vanuit die jazz-ma- nie te verklaren is: „Zeker te weten van wel. Thema van Count Basie. Omgewerkt na tuurlijk, zodat we die pro gramma-onderdelen er tussen door konden spreken, maar het thema is van Count Ba sie". Wanneer Gene Krupa's prestaties van weleer op een geringer volume gedraaid zijn, praten we over de uitslag van de dag tevoren in Nederland gehouden verkiezingen. Wibo, aan de Campari, terwijl echt genote Trix een knoopje zet aan een van Wibo's diploma- tenvesten: „Nu ik werk bij de Verenigde Naties mag ik er eigenlijk geen politieke me ning op na houden, maar ik denk dat ik dit keer voor Wiegel gekozen had". En in reactie op mijn verwonderde blik: „Ja luister, zeker weten doe ik het niet. Maar ik nijg echt naar Wiegel. Niet vanwe ge groot-kapitalistische ge dachte of zo, maar ik vind wel dat je mensen die prestaties leveren ook goed moet belo nen. Zonder topsalarissen red je het niet in deze maatschap pij. Het prikkelt de werklust. Mensen worden erdoor gesti muleerd om initiatieven te ontwikkelen. Je mag niet ver langen, dat topfiguren in ruil voor een habbekrats ver schrikkelijke risico's nemen. Het is een afgezaagd cliché natuurlijk, maar topfunctiona rissen leven onder een enorme druk. Ze hebben enorme ver antwoordelijkheden. Daar moet iets tegenover staan. An ders houden ze dat niet vol". Ik citeer uit een weekblad artikel, dat rond zijn afscheid gepubliceerd werd. „De geld- jacht van een aardige jongen" stond daar boven. Wibo, toch wel boos reagerend op mijn vraag of hij de hele boel in Nederland heeft laten stikken vanwege het dikke salaris dat in Genève lokte: „Godalle machtig nee. Maar laten we de zaken even duidelijk stellen, ja? Ik ben uit Nederland nogal overhaast vertrokken. De ma nier waarop, daar kun je kri tiek op hebben. Ik heb 't mis schien inderdaad allemaal niet zo fijn gespeeld. Aan de ene kant roepen: Jongens, ik blijf en aan de andere kant zeggen: Jongens ik kom naar Genève. Dat was fout. Goed, daar zijn we het over eens. Maar 't is echt geen pure centenkwestie geweest. Wan neer ik bij Televisier was ge bleven, zou ik op free-lance basis ongeveer het dubbele zijn gaan verdienen. Maar daar heb je het: 't was geen pure centenkwestie. M'n voor naamste punt was grote bloed armoede. Ik had Televisier op poten gezet en 't liep, maar op een gegeven moment ga je wennen aan de formule. Je gaat de krachten missen om nieuw bloed in het programma te pompen. Dan kun je twee dingen doen: blijven en de boel verwatert of weggaan en je op iets nieuws storten. Daar kwam nog bij, dat ik privé moeilijk zat in die tijd. Ik was bij m'n vrouw weg en zo. Allemaal moeilijke toestanden. Op 'n kamertje, alleen, flink de beest uithangen, achter de vrouwen aan. Die toer. Nou goed, dan doet zich de omstan digheid voor, dat je elders he lemaal opnieuw kunt begin nen. Een nieuwe baan, die nog leuk betaalt ook. Wat moet je dan? Je grijpt Je kans. Je maakt het weer in orde met je vrouw, je ziet je kinderen, je koters weer terug, je komt in een nieuwe omgeving. Ander klimaat, ander werk, andere mensen, andere omstandighe den. Ik ben nu op het punt, dat ik zeg van God, wat zou er gebeurd zijn wanneer ik gebleven was. Was Televisier dan de soep in gedraaid? Waarschijnlijk niet, maar het was toch wel een produkt ge worden waar. ik niet mêer al les ingelegd had, wat ik heb, wat ik had. En vergis je daar niet in: toen ik Televisier op poten zette, toen was het eni ge dat voor mij bestond: TE LEVISIER. Het moest een pro gramma worden waarover ge praat werd. Zodat de mensen de dag erna op kantoor zei den: hoe ze het weer voor elkaar gekregen hebben mag joost weten, maar het was weer prima voor elkaar. Jezus joh, wat hebben we allemaal niet voor stunts gebakken? Maar denk maar niet, dat we dat zo wel even met een natte vinger deden. Ik kan je verha len vertellen over onderwer pen, die eigelijk pas een knal ler werden nadat ze twee, drie keer over gemaakt waren. Ik gooide meestal 20 tot 25% van onze produktie weg. Alleen het beste bleef bewaard en werd uitgezonden. Dat kon ik alleen voor elk aar krijgen wanneer ik het team als een soort dictator leidde. De dag voor de uitzen ding had niemand nog wat te zeggen. Ik besliste, ik zei wat er gebeurde en wie het er niet mee eens was kon opdonderen of de dag na de uitzending erover praten. Dat deden we altijd. De dag erna napraten. Kijken of ik foute beslissingen genomen had of dat ik 't mis schien toch bij het juiste eind had. Wès ik schuldig, dan be kende ik ook schuld. Zo ben ik nu ook wel weer". De volgende morgen. Wibo is naar z'n werk. Ik heb met 'm afgesproken hem in de middag te bezoeken op zijn kantoor. Echtgenote Trix aan het ontbijt: „Het is wel wen nen hoor, in Genève. Aardige mensen allemaal, maar je krijgt er moeilijk contact mee. Het gaat hier zeer for meel toe. Zeggen van: kom vanavond even een borrel drinken is er niet bij. Dat kennen ze hier niet. Je wordt wèl uitgenodigd om te komen dineren. Nou, om je te begil- len. Daar laten ze speciaal een kok voor uitrukken. En voor de bediening gebruiken ze een of ander au-pair-meisje dat onmiddellijk dient te reageren zodra madam met haar zilve ren tafelbelletje rinkelt. Bela chelijk hè? Wibo en ik zijn ook niet van plan om aan die onzin mee te doen. We zullen wel degelijk mensen gaan uit nodigen voor een etentje bij ons thuis, maar IK kook en IK bedien en voor mijn part rui men we mèt de gasten de tafel af. Al die kale kak is niks voor ons". En over het noodgedwongen afscheid van hun mooie huis in Amsterdam: „Het is jam mer van het huis, maar voor de rest zijn we er niet zo rouwig om. Wibo had allang gezegd dattie Amsterdam uit wilde. Vooral in verband met de kinderen en zo. De drukte is nog tot daaraan toe, maar we hadden eigenlijk veel meer angst voor kwalijke invloeds sferen die in Amsterdam je kinderen bedreigen. Op school, op straat. Die drugstoestanden bedoel ik. Wibo was als de dood dat ze daar op een gege ven moment mee geconfron teerd werden". Later die dag. Wanneer ik Wibo's kantoor binnen stap (schitterende nieuwbouw aan de rand van Genève) wijst hij ma op een pikant detail in het vertrek waarin hij samen met zijn medewerkers arbeidzaam is. Wibo: „Zoals je ziet heb ik fijne, zachte vloerbedekking, maar die houdt op daar waar mijn ondergeschikten hun bu reau hebben. Zo gaat dat hier in Genève. Ze zijn hier enorm statusgevoelig. Ik merk ook steeds weer, dat schoonmakers die het kantoor onderhouden op mijn helft aanmerkelijk onderdaniger en vriendelijker zijn, dan op het met linoleum belegde deel van mijn mede werkers". Ik probeer voorzichtig: Bij zo'n organisatie als de VN gaat er natuurlijk heel wat geld over de balk. Wibo: „Ja, ik zou liegen als ik zei dat het niet zo was, maar ik probeer het in ieder geval zo veel mogelijk te voorkomen. Zeker omdat wij op de vluchtelingen- afdeling zitten. Dan krijg je al snel, dat er gezegd wordt dat wij over de ruggen van de vluchtelingen heen met geld smijten. Daarom geef ik zo min mogelijk dure drukwer ken uit. Daarom trakteer ik relaties zo min mogelijk op dure etentjes. Je hebt al moei te genoeg om in dit werk op rechte bedoelingen duidelijk te maken wanneer je vertelt wat voor een levensstijl je ge dwongen wordt er hier op na te houden. Hoe hoog de sala rissen en hoe hoog de huren hier zijn". Ik: Je had het over oprechte bedoelingen. Wibo: „Ja. Ik ga niemand zitten wijsmaken, dat ik aan dit werk begonnen ben met het brandende gevoel van ik moet die vluchtelingen hel pen, maar het is wel zo dat al doende dat vluchte lingenprobleem voor je gaat leven. In mijn Televisier- tijd was een gebied vol vluch telingen een item, een onder werp voor onze uitzending. Nu zijn het mensen voor me ge worden. Weet je, het is een soort gekke tweedeling. Enerzijds ben ik er op uit het voor die vluchtelingen zo goed moge lijk te maken, maar daarnaast realiseer ik me terdege dat het geen zuiver idealisme is. Ik zie dit werk eigenlijk meer als het opdoen van een enor me brok internationale erva ring. Je leert je talen spreken als nooit tevoren. Je krijgt in teressante contacten met be langrijke mensen. En wat meer is: je leert je verdiepen in bepaalde problemen. Ik kan nu gerust zeggen, dat ik in m'n Televiziertijd erg opper vlakkig aan het werk geweest ben. Je sprong op een onder werp en je sprong er weer af. Nu verdiep je je helemaal in een bepaald probleem. Je leert de diverse kanten die er aan een zaak zitten onderkennen. Dat is erg belangrijk wil je je werk goed doen. Ten aanzien van m'n toekomst hoop ik ge woon nog eens terecht te ko men in de internationale jour nalistiek, want het is echt niet zo dat ik deze job als mijn laatste ideaal beschouw". Pers-chef van de Hoge Com missaris voor vluchtelingen bij de Verenigde Naties. Wat houdt die functie nu precies in? Wibo: „Kijk, je hebt die Verenigde Naties, de United Nations, een internationale or ganisatie die op allerlei .terrei nen actief is. Een va'n de terreinen: de refugees, de vluchtelingen. Nou goed, er gens op deze wereld zijn vluchtelingen, die van huis en haard verdreven zijn. Dat zeg je heel makkelijk hè: van huis en haard verdreven. Maar nou moet je eens nagaan wat dat in feite zeggen wil. Die men sen zijn niet alleen hun huis kwijt, maar ook hun spullen. hun omgeving, hun tcbolao, hun werk. Wat doet nu de VN? Die zM die mensen opnieuw op het paard. Heel concreet: de VN maakt het mogelijk dat m voor die mensen scholen en ziekenhuizen worden gebouwd in hun nieuwe omgeving. Bo vendien zorgt de VN voor voedsel, voor medicijnen, voor noodzakelijke levensbehoeften. Niet als een soort goedheilig man, die tot in alle eeuwig heid goede gaven uitstort bo ven de hoofden der vluchtelin gen, want als we één ding willen voorkomen, dan 1» het wel dat ze beroeps-vluchtelin gen worden. Dat ze zich lek ker laten verzorgen op kosten van de mensheid. De VN helpt ze alleen om weer aan de slag te komen, om eerste moeilij ke maanden, eventueel jaren te overbruggen. En wat hl nu mijn taak in dat geheel? De wereldpers op de hoogte houden van onze projecten; van de problemen waarmee wij en de vluchtelingen zitten. Maar de ellende is, dat het gros van de persmensen nau welijks van het bestaan van de Vluchtelingen-tak van de VN op de hoogte ls. Ik heb nu pas een reisje door Europa ge maakt Langs de toplagen van de Europese journalistiek. Ik heb bijvoorbeeld gesproken met een redacteur van de Frankfurter Algemeina. Die man had nog nooit van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen gehoord! Dan vraèèèg Ik je! Hier bij de VN dachten ze dat iedereen alles wel wist Toen ik hier begon en voorstelde om link» en rechts in Europe wat Journa listieke contacten te leggen, zeiden ze: Reizen door Euro pa? Wat is dat nu voor onzin? Ze begrepen hier niet, dat de hele handel weliswaar al 20 Jaar bestaat, maar dat de we reld er nauwelijks weet van heeft. Dat ls dus één taak die ik heb: meer bekendheid ge ven aan het Hoge Commissari aat voor de Vluchtelingen Maar daarnaast reis Ik ook zelf veel naar vluchtelingenge- bieden. We zitten nu bijvoor beeld met een project in de Soedan. Met de kerstdagen ga ik daarheen om te filmen. Kij ken hoe de situatie is, wat er al bereikt is, wat er nog ge daan moet worden. Het film materiaal dat daaruit komt is bestemd voor journaals, voor actualiteitenprogramma's van zenders over de hele wereld. Ik geef je maar een simpel voorbeeld: Denemarken bouwt een brug in de Soedan. Nou, daar schieten wij beelden van die het Deense journaal kan uitzenden. Zo zit dat". Later die middag geeft Wibo een van zijn mensen opdracht mij mee te voeren naar de huisbioscoop om daar een van de door hem vervaardigde films te bekijken. Ik ben er niet kapot van. Ik zie hoe Wi bo's baas, prins Sadruddin Aga Khan onberispelijk ge kamd en gekleed arriveert in een vluchtelingengebied. Niet met een klein vliegtuigje, maar in een vier-motorig pri- vékist met op de romp in niet mis te verstane letters: „Uni ted Nations High Commissio ner for Refugees". Beelden dis niet wél de sfeer oproepen van de goedgeefse blanks hei- ligman. Wibo, duidelijk onge lukkig met de situatie: „Ja, luister, de film die jij gezien hebt was er niet een die be stemd is voor wereld-wijde verspeiding over allerlei zen ders, maar een interne publio- relations-film. De grote jon gens hier komen al klaar als ze die beelden zien en stellen op grond van die beelden nieuwe fondsen beschikbaar waarmee we kunnen werken. Daar moet je doorheen kun nen kijken. Dat hoort bij dit werk". In neem Wibo van de Linde vanhoofd tot voeten op. Zie z'n keurige driedelige pak, z'n gesoigneerde uiterlijk. Ik kijk vervolgens naar zijn mede werkers: eveneens goed in het pak. Niets op aan te merken. Wibo grijpt in: „Zeg 's eerlijk: ik zie je gewoon denken: hoe houdt die Wibo het uit in zo'n bureaucratisch wereldje. Tus sen al die ambtenaren. In zo'n omgeving waar alles ruikt maar status en aanzien, maak je om mij nu maar geen zor gen. Ik red me heus weL Ik ben meestal op reis en dan heb ik met die hele sfeer niets meer te maken. In feite ben ik hier gewoon weer aan het Te- levisieren aan het pionieren. Iets aan het opbouwen. Ik heb nu pas geleden een rapportje gemaakt voor de baas om te laten zien wat m'n eerste perscontacten voor resultaat hebben gehad. Ik heb 'm zo'n vijftig pagina's tekst kunnen laten zien. Daar stonden ze toch echt wel even van te kijken. Op zo'n moment geniet ik, weet éje dat. Dan vergeet ik alle minder prettige dingen die aan dit werk ziten en dan klop ik me even heel even maar hoor op de borst en dan zeg ik: goed gedaan jon gen, ga zo door". 'Avonds eten we bij hem thuis Sauerkraut met worstjes en spek. TekstWim Wennekes

Krantenbank Zeeland

de Vrije Zeeuw | 1972 | | pagina 27