Van den strijd tegen de schoolwet novelle begrijpt professor zeer weinig. De millioenen aan de Roomsehe kerk worden als volgt, verdedigd: „Katholieke scholen kosten weinig, de subsidies komen aan de kerk, (dat wil zeggen: de nonnetjes en paters staan hun salaris aan de kerk af.) De liberale „gentlemen" willen, dat zij het aan hen zullen afstaan in den vorm van minder te betalen belasting." Een professor, die een dergelijke ver dediging der millioenenschenkerij aan durft, vindt natuurlijk de schoolwet novelle heelemaal niet erg. In den ganschen strijd der liberalen ziet hij slechts één ding: haat tegen dr. Kuvper. De hooggeleerde vergeet er bij te zeggen, dat die haat werd voortge bracht door: ie) de bedekte aanslag op de Open bare school, 2e) de dreigende Tariefwet, de aanslag op de arbeidet'szakken, 3e) de plagerige, slappe Drankwet, 4e) de magere Pensioenwetten, 5e) de treurige minderwaardige- en partij benoemingen, de) de bevoorrechting der Vrije Uni versiteit, „de kroon op het werk der doleantie." 7e) dr. Kuyper's gezagsaanmatiging. 8e) de vrijheidsbedreiging der ambte naren, getuige het Standaard-artikel aan 't adres van Mr. Patijn. 9e) het ingediende Postwetje met zijn censuur op drukwerken. 10e) de opdrijving der militaire uit gaven, waarbij kwam de averechtsche uitvoering der Legerwetten. l ie) de houding der regeering tegen over de spoorwegmaatschappijen en het personeel. Het recht der arbeiders be perkt, de spoorwegmaatschappijen geen stroobreed in den weg gelegd. 12e) de heillooze scheiding van ons volk in geloovigen en ongeloovigen. 13e) het dienstbaarmaken van den godsdienst voor politieke doeleinden. 14e) de volkomen afhankelijkheid van de kleine Kuyper-groep van de Room- schen en 15e) het wegbergen van alle demo cratie als oude plunje. Wellicht vindt professor Holwerda in dat lijstje voldoende verklaring van wat hij noemthaat tegen dr. Kuyper. De brochure is een onbeteekenend ding.Doch waar een Hooggeleerde, die het liberale vaandel verlaat, de schrijver er van is, zouden menschen, die zich niet dagelijks op de hoogte van de politiek stellen, er al licht eenig waarde aan hechten. Daarom zij er aan herinnerd, dat het boekske het best als motto tegen den schrijver zelf kan dragen, wat prof. Holwerda zonder be wijs de liberale partij aan tracht te wrijven „Herhaaldelijk meent professor Holwerda wandaden van de liberale par tij te ontdekken, die blijken zullen niet te bestaan of althans volkomen onbe wijsbaar zijn." Stembusvuil. In ons vorig nummer hebben wij gewezen op den onbeschaamden las ter, dien de Standaard den dag voor de herstemming durfde opnemen tot bestrij ding der vrijzinnige partijen. Hoe af schuwelijk dit blad zijn kolommen durft vol kladden met liederlijkheden tegen de vrijzinnige partijen, blijke onzen lezers een keer te meer uit het volgende. Terecht zet Het Volk boven deze schun nigheid uit dr. Kuyper's orgaan De Farizeër uit de Warmoesstraat (of te wel-: de Standaard.) „Het is van Liberaal-Socialistische zijde een actie geweest voor vrijheid van handel en voor vrijheid van wandel. Liederlijkheid, gemeenheid, Neo-Mal- thusianisme, Vrije Liefde, Concubinaat, Sodom's zonde, drinken naar hartelust, en zooveel meer, keurt men wel af, maar het moet vrij blijven. Wie zich aan zulke inhumaniteit wil overgeven, zal men wel niet toejuichen, maar ieder moet zelf weten, of hij er zich aan over wil geven. De wet van den Staat moet dit alles vrij laten. Geheel vrij. Er mag aan wie aan zulke dingen zich wil overgeven, geen stroospier in den weg worden gelegd. Dit is de theoretische vrijheid, waar voor de heeren van de theorie ijveren, die zelf al zulke onvoegzaamheid ver- oordeelen. En het is de practische vrijheid, waar voor de minnaars van het gemeene en liederlijke te hoop liepen. En zoo werkten brave theoretici en liederlijke practici samen om aan het Christelijke regiment een einde te maken. Vooral de practici waren het, die bij de overwinning het hebben uitgegild van pret." Meer en meer wordt duidelijk, dat aan de Standaard blijkbaar een „geheim bu reel' is werkzaam geweest, waaraan ze kere beruchte circulaires waarschijnlijk zijn ontleend. Voor de Standaard is het intusschen maar gelukkig, dat het beruchte post wetje van minister Oijens van de baan is, want zonder twijfel zou, ook indien dr. Kuyper aan ware gebleven, de Stan daard het eerste drukwerk zijn geweest, dat gevaar hadde geloopen onder censuur te worden gesteld. En zeer zeker zou men kunnen vragen of uit dergelijke vieze stukjes nu juist de blijmoedige berusting spreekt,waar van de Standaard na de nederlaag een toonbeeld moest zijn. Ministerieele levensduur. Met ophef hebben zoo nu en dan zoo genaamde statistici (makers van over zichten) den levensduur van 't kabinet- Ivuyper vergeleken met dien van liberale ministerie's. Thans kan een nieuwe sta tisticus constateeren, dat dr. Kuyper evenmin langer heeft kunnen zitten dan mr. Borgesius. Maar als zoo iemand dan tevens eens vergelijkt, wat tot stand kwam onder Borgesius en onder Kuyper, zal de oogst bij den laatste al bijzonder schraal blijken. En om dien schralen oogst te vergoelijken, kan nooit aange voerd worden, dat dr. Kuyper slechts vier jaar zat. Want van de 26 ministers van binnenlandsche zaken sinds '1848 zijn er vier langer dan drie jaar gezeten n.l. Thorbecke, Heemskerk, Borgesius en Kuyper. Bij die vergelijking van levensduur valt '1 schrale van den laat- sten parlementairen oogst des te meer in 't oog. Dominee Wagenaar over de antithese. In de Volksbode schrijft ds. Wagenaar een artikel over dr. Kuyper's beruchte tegenstelling tusschen geloof en ongeloof (de zoogenaamde „antithese"): Zijn Eer waarde verdedigt daarin zijn houding en die der Frieseh Christelijk-Historischen tegenover de coalitie. Mr. Patijn noemde eenmaal de H. O. wet de kroon op het werk der doleantie. Op Staatkundig gebied komt ds. Wage naar tot hetzelfde inzicht omtrent dr. Kuyper's drijven. Men leze slechts: „Ik heb van lieverlede leeren inzien, dat minister Kuyper in 1904 op politiek terrein precies hetzelfde ideaal heelt ge steld, dat in 1886 op kerkelijk terrein in de Ilerv. Kerk tot de doleantie heeft geleid. Natuurlijk neemt dit niets weg van de groote verdienste van Dr. Kuyper. Ik zeg dit dan ook allerminst uit Kuyper- haat. De vergadering der Gereformeerden onder de door hem opgeheven banier van 't neo-Calvinisme als de feitelijke Kerk van Christus in Nederland met prijsgave van de Kerk, zooals zij zich historisch ontwikkeld heeft en met af snijding van al wat in de historische kerk, om welke reden dan ook, zich niet inlijven liet in het nieuwe kerkelijk verbandditzelfde ideaal komt in de ministerieele antithese om den hoek gluren, waarbij nu niet de kerk, maar de natie wordt verdeeld in een christelijk en een niet christelijk volksdeel. Deze antithese als veronderstelling van de politieke partijgroepeering, waarbij christenen en liberalen als tegenoverge stelde deelen onzer natie komen te staan, is als 't ware de banier, waaromheen de christenheid nu niet alleen de gerefor meerde, maar ook de roomsehe en „her vormde" zich als de partij van den levenden God te scharen heeft, terwijl evenzoo als in de kerkelijke beweging van 1886, al wat zich niet in deze coalitie laat inlijven, buiten het christelijk- politiek erf wordt geplaatst. Zooals echter in 1886 de historische christelijke kerk tengevolge van dit Kuyperiaansche ideaal in twee kerken is gescheurd, zoo rijt de politieke antithese ons historischchristelijk Nederland in twee volksdeelen in tweeërlei natie uiteen. En omdat ik dit heb leeren inzien, heb ik het Ministerie, inzoover het als Ministerie van de antithese optrad, be streden. Niet in de laatste dagen, maar sinds ik het inzag. Steeds dieper heb ik gevoeld, dat het onderscheid tusschen antirevolutionair en Christelijk-histo- risch daar ligt. Misschien vindt professor Holwerda in deze verklaring van ds. Wagenaar aanleiding om een nieuw boekske te schrijven, ten betooge, dat hij zich in zijn laatste brochure leelijk vergist heeft. Buiteiilaiidsch Overzicht. Tot Russisch gevolmachtigde ter vredes conferentie te Washington was het oog gevallen op Moerawjof. Deze wilde dit las tige baantje wel op zich nemen, onder voorwaarde dat hij 100,000 roebel en zjjn zoon den post van secretaris krijgen zou. Die eisch was wei wat hoog, te meer omdat president Roosevelt volstrekt niet met Moerawjof ingenomen was, omdat de zen ding van dien Rus in Japan een zeer slechten indruk zou maken, ten deele daar Moerawjof een betrekkelijk geringe ambtelijke stelling bekleedde, ten deele omdat hij bekend staat als een bitter vijand van alles wat Japansch is. Er is dan ook verder maar geen moeite gedaan om Moerawjof te bewegen zijn eisch te verminderen, doch tot eersten Russi- schen gevolmachtigde ter vredesconferentie is officieel benoemd de oud-minister van financien Witte. Over het algemeen laat de pers zich over die benoeming zeer gunstig uit. Het No woje Wremja gelooft,dat hoewel Witte een beslist tegenstander is geweest van den oorlog, een groot voorstander ook van een vergelijk met Japan, hjj toch niet te vinden zal zijn voor het sluiten van een vernederenden vrede met afstand van grond gebied en betaling van een oorlogsschatting. Japan moet wel weten, zoo waarschuwt het blad, indien het vernederende voorwaar den stelt aan een man als Witte, dat dit gelijk staat met voortzetting van den oorlog wat hjj ook moge kosten. De New-Yorksche correspondent van de Standard zegt dat Witte zich geen al te gunstige voorstelling zal maken ten aanzien van de uitkomst der onderhandelingen. Eenige maanden geleden had hij een gesprek met een medewerker van een Amerikaansch blad; hij zeide hem, dat er maar één middel was waardoor de Russische overheid in staat gesteld kan worden, de maatschappe lijke en economische vraagstukken in Rus land zelf behoorlijk op te lossenvrede. Er is dus wel reden om aan te nemen dat Witte geneigd zal zjjn, als het moet, een hoogen prijs voor den vrede te betalen. Ook Witte's vijanden zijn met zijn benoe ming ingenomen, omdat zij hopen dat hij tegen Japan's onverzettelijkheid niets zal kunnen uitrichten en met 'de kous op den kop naar huis zal moeten terugkeeren, of den vrede koopen door offers die Witte's naam voor altijd te schande zullen maken. Witte wist dit alles, maar hij vertrouwt op zijn kennis van zaken, die ook door de Ja panners erkend wordt. Een medewerker van de Neue Freie Presse heeft te Kustendje een gesprek ge voerd met drie leden der bemanning van de Potenkim. Dezen vertelden hem bezon- derheden over de muiterij en den afloop daarvan. Het geval met de Potemkin stond niet op zich zelf, en de socialisten propagranda was aan boord van dat schip zelfs niet het sterkst geweest. Wij rekenden veel meer op twee andere oorlogsschepen (welker namen na tuurlijk niet genoemd werden). Dat de mui terij het eerst aan boord van de Potemkin uitbrak, was een toeval, en wel een onge lukkig toeval. De bedoeling was de geheele Zwarte Zeevloot tegelijk naar de revoluti onairen te laten overgaan. Op de Potemkim waren de revolutionaren feitelijk in de minderheid. Wij beschikten daar óver 200 besliste aanhangers, 200 on- zekeren, terwijl er nog een kleine 400 on verschilligen aan boord waren. Een ander schip had het sein tot den opstand moeten geven; daarna zouden alle officieren in arrest genomen, ontwapend en aan land gezet zijn. Maar men weet dat het protest over den slechten scheepskost, waarbij luite nant Giloronski den matroos Omelsjoek doodschoot, het uitbreken van de troebelen aan boord van de Potemkin verhaast heeft. Dientengevolge werd echter het geheele plan der revolutionairen in de war gestuurd. Over de poging van admiraal Krieger om de Potemkin tot onderwerping te brengen wilde de woordvoerder niets mededeelen. Hij vertelde echter dat de bemanning van de Pobjedonostsef, toen zij zag dat de Potem kin de revolutionaire vlag voerde, wilde meedoen, maar niet van harte. Een der aan voerders ging toen van de Potemkin naar de Pobjedonostsef en wist de bemanning te bepraten. De officieren konden er niets aan doen, zij werden ontwapend. Men be ging toen echter de groote fout, de onder officieren niet onschadelijk te maken. Spoe dig daarop hadden dezen de matrozen weer bang gemaakt en de Pobjedonostsef zou al dadelijk uit eigen beweging naar Sevasto pol zijn terug gekeerd, als de Potemkinners niet hadden gedreigd te zullen schieten. Aan boord van de Potemkin begreep men toen dat voorloopig alles mislukt was. Er werd echter besloten, het plan om overige schepen tot aansluiting te bewegen, niet geheel op te geven. Maar eerst had men kolen en levensmiddelen en ook berichten noodig. Er liepen geruchten over woelingen op al de andere oorlogsschepen. Er werd echter van andere schepen geen medewerking verkregen en door gebrek ge dwongen moest de Potemkin zich eindelijk overgeven. Alle gevaar voor een botsing tusschen Frankrijk en Duitschland naar aanleiding van de Marokkaansche kwestie schijnt ge weken en de Figaro, een blad dat volstrekt geen vriend is van de tegenwoordige regee ring, roemt ten zeerste het gedrag van den minister Rouvier. Het schrijft: „De Minister Rouvier heeft recht op onze gelukwenschen dat hij ons den vrede, en wel een vrede wat eere, bewaard heeft. Hij heeft aan de edele zaak des vredes belangrijke offers ge bracht, dat was niet te vermijdenwaar het op aankwam, dat heeft hij geredde schik kingen met Engeland en Spanje blijven on geschonden. Thans is aan de conferentie de taak in bijzonderheden de Marokkaansche kwestiete regelen. Frankrijk kan met opgeheven hoofd onder de andere mogendheden verschijnen. Europa zal ons dankbaar zijn voor ons ver trouwen in haar rechtvaardigheid en voor wat wij gedaan hebben om het oude vas teland de vreeselijke ramp van een algemee- nen oorlog te besparen, wij gaan naar de conferentie terwijl onze vriendschapsbe trekkingen ongeschonden zijn gebleven, onze verbintenissen zijn geëerbiedigd en terwijl onze rechten duidelijk blijken en door een voorloopig onderzoek slechts hebben kunnen winnen. De toestand is dus bevre digend, wanneer wij er ons voordeel mee weten te doen. Aan Duitschland de taak voortaan te bewijzen dat het geen bijbedoe lingen had en dat het even oprecht is als wij." Natuurlijk zijn er ook velen, die het kalme verloop der kwestie bejammeren en hetliever tot een oorlog hadden zien komen, omdat het dikwijls in troebel water goed visschen is, doch als hier werkelijk de diplomatie een oorlog voorkomen heeft, kunnen we haar in het belang der menschheid niet anders dan dankbaar zijn. Binnenlandsch Nieuws. Wetenschappelijk onderzoek bij misdaden De Nieuwe Koerier vermeldt een in teressant staaltje van wetenschappelijk on derzoek in dienst van de gerechtigheid, waardoor met allen schijn van overtuiging mogelijk geworden is, een misdaad tot klaarheid te brengen en den bedrijver aan te wijzen. Op 8 September werd in de buurt van Venlo het ljjk gevonden eener vrouw met een strik om den hals. Zekere Ittenbach werd voor den moordenaar gehouden, maar de man ontkende. Doch nu had de officier van justitie te Roermond op den dag na den moord doen in beslag nemen de kleeren van het ljjk, den strik, waarmede de vrouw gewurgd was, haren, welke zich op den mantel der vrouw bevonden en het vuil uit haar nagels. Uit het chemisch en microscopisch onder zoek bleek, dat in het vuil der nagels van beide lieden draadjes van een der kleeding- stukken van de vermoorde en vezels van den strik aanwezig waren, terwijl haren van den bekl. op de kleeren der vermoorde en haren der vermoorde op de kleederen van Ittenbach gevonden werden. De deskundige had de draadjes en de pluisjes touw fotografisch eenige duizenden malen vergroot, zoodat ook een leek zien kon, dat de mededeelingen van den des kundige volkomen juist waren. Tusschen de in beslag genomen voorwer pen bestond over en weer de meest volle dige overeenstemming. Door dit deskundig onderzoek vooral werd het bewijs van It- tenbach's schuld geleverd. In Maas en Waal is de kersenpluk af- geloopen en de uitkomsten zijn op de meeste plaatsen boven verwachting. De Londensche markt viel wel direct te gen, doch Amsterdam en Rotterdam vroe gen zooveel te meer en besteedden hooge prijzen. De nog niet goed rijpe of z.g. En- gelsche kersen konden tegen billijke prijzen geleverd worden aan de fabrieken van ge conserveerde vruchten en likeuren. In som mige boomgaarden was de pluk zoo groot, dat de kersen den pachters nog geen cent per K.G. op het hout kosten. Er waren hoo rnen die meer dan 300 pond droegen en waarvan die takken dan ook door stutten geschoord moesten worden. Wel een schoone uitkomst na zoo'n treu rig vooruitzicht in de Aprilmaand. Een jongeling uit Friesland, die in het krankzinnigengesticht „Dennenoord" te Zuidlaren verpleegd werd, wist te ontvluch ten. Toen hij voor een kanaal kwam zwom ht; er door, kwam bij de stad Groningen en begaf zich van daar op reis naar Friesland' Doornat en met doorgeloopen voeten klop te hjj des nacht aan bjj zijn oom te S., in Friesland, die hem in zjjn huis opnamzjjn tante echter, meenende dat men een ont vluchten krankzinnige niet mag herbergen wist te bewerken, dat haar man, die oor deelde, dat de jongeling niet meer krank zinnig was, met hem opreis ging naar B., waar zjjn moeder woont. Halverwege keer de oom terug, waarop de jongeling de reis naar B. voortzette. Aldaar aangekomen, werd hij door zijn moeder vriendeljjk ontvangen, doch weten de, dat er bij den burgemeester reeds een aanschrijving tot opzenden was ingekomen, stelde zjj dezen met den komst van haren zoon in kennis, waarna hij in verzekerde bewaring werd genomen en vervolgens naar „Dennenoord" teruggezonden. Om zjjn vlucht te doen gelukken moet naar ons gemeld wordt een waschmeisje uit het. gesticht hem van kleeren hebben voorzien, die zjj met zijn voorkennis in een boschje had gestopt. Automobiel-ongeluk. Woensdagavond is de heer P., wonende Singel te Amsterdam, op

Krantenbank Zeeland

“Vooruit!”Officieel Nieuws- en Advertentieblad voor Overflakkee en Goedereede | 1905 | | pagina 2