Vrijzinnig Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. Gebruik Rijkswegen. S)c invloed der dynastie. Ons Dropte larweschip. No. 2717. Zaterdag 14 October 1916. 27e Jaargang. ABONNEMENTSPRIJS: Por 8 maanden 75 cent voor binnen en buiteD Ter Neuzen. Voor België 95 cent bij vooruitbetaling. Abonnementen worden aangenomen bij alle Boekhandelaren. Brievengaarders en den Uitgever. Telef. Interc. No 15. ADVERTENTIEPRIJS: Van 1 tot en met 6 regels 50 aent; elke regel meer 10 oent. Bij abonnement aanmerkelijk ver minderd tarief, öroofcere tetters naar plaatsruimte- Redactie-adres: Noordstraat 10, Ter Neuzen Deze Courant verschijnt eiker. Woensdag- en Zaterdagmorgen bij den Uitgever M DS JONGE, te Ter Neuzen. De Burgemeester der gemeente TER NEUZEN brengt ter openbare kennis de volgende Ministerieels beschikking De Minister van Landbouw, Nijverheid en Huilde), GEEFT GOEDGEVONDEN TE BEPALEN met intrekking van het ter zake bepaalde in zijne circulaire dd. 28 September jl. No. 76917. afdeeiing Handel I. dat zeevisch, door hem ingevolge artikel 1 der Distributiewet 1916 bij zijne beschikking van 9 Sep tember 1916, No. 72235, .afdeeiing Handel, aange wezen, tot nadere aankondiging aan den verbruiker mag worden te koop aangeboden of verkocht tegen ten hoogste de navolgende prijzen a. kleine scbelviscb 0.28 per K.G. c. kleine gul0.28 d. poon en pieterman 0 26 e. horsmakreel 022 makreel0 32 g. kleine schol 0.28 h. gerookte kleine scbelvisch 0.34 i. Engelscbe bokking (zon der staart)0.05 stuk. j. gezouten maatjes of volle baring (zonder staart) 0.04 k. gemarineerde baring (zon der kop)0.06 II. Ingevolge art. 8, lid 3 der Distributiewet 1916, dat tot nadere aankondiging zeevisch tegen ten hoogste de navolgende prijzen in den groothandel, den tusscbenhandel en in het klein mag te koop worden aangeboden of verkocht T usschenbnndelprijzen f. Kleinhandelprijzen. 0.28 per K.G. n 0 27 0.28 026 0 34 stuk. 's-Gravenhage, 6 October 1916 De Minister voornoemd, POSTHUMA. Ter Neuzen, den 9 October 1916. De Burgemeester voornoemd, J. HUIZINGA. Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Roemenië en Griekenland zagen wij deze dagen de zeer juiste opmerking gemaakt, dat de invloed der dynastie bijna nog even sterk is als in vroegere tijden. Dat in Roemenië de oude koning en ook later de tegenwoordige heerscker zijn land buiten den oorlog hield, kwam door den in vloed van het verwante Keizerlijke hof te Berlijn. En in Griekenland ziet men duidelijk dien- zelfden invloed. In verband daarmede wordt gewezen op de gevaren, die ons van zoodanige verwantschap in de toekomst kunnen bedreigen, als b. v. het Oranjehuis eens onverhoopt mocht uit sterven en een onbekende Duitsche prins hier krachtens de huidige artikelen der Grondwet aan de regeering kwam. Er werd op aangedrongen, dat reeds thans bij de a. s. grondwetsherziening dit punt aan de orde komt, om deze gevaren zooveel mo gelijk te ondervangen. Ons komt het het voor, dat deze raad ge geven wordt in het waarachtig belang van ons vaderland. Men versta den schrijver goed. Hij spreekt er niet over, of het verstandig is, dat Roemenië ten oorlog ging of dat Grie kenland zou doen. Hij wijst er slechts op, dat in beide landen eene breede klove gaapte tusschen de gezind heid des volks en den wil van het regeerend vorstenhuis en wel als gevolg van den invloed op het laatste van een vorst uit een vreemd land. In strijd dus met de democratie, die in West-Europa ia het landsbestuur domineert. De >Van Dag tot Dag"-schrijver van het Handelsblad schrijft het volgende naar aan leiding van het torpedeeren van het Ned. stoomschip Blommersdijk Duitschlaud acht zich diep verongelijkt doordien zijn vijanden toevoer van levensmid delen pogen af te snijden van het land door hen belegerd, juist gelijk Duitschlaud zelf dit deed van het belegerde Parijs. Maar om een geheel volk dus te doen lijden acht het ongeoorloofd, onrechtvaardig en wreed. Is het niet dubbel ongeoorloofd, onrecht vaardig en wreed om in zee te werpen de groote lading tarwe, welke de Nederlandsche Regeering in een Nederlandsch schip deed vervoeren naar een Nederlandsche haven om ods volk te voeden, waarmede Duitschland niet in oorlog is en waarvan het zooveel mogelijk voedsel voor zich zelf trekt Het is gruwelijk om in een tijd van groote scnaarschteen dat terwijl de winter nadert, moedwillig het groote schip te doen zinken dat geladen was met het graan voor het dage- lijksche brood van een welwillend, charitabel volk, dat vol medelijden Duitsche kindertjes over de grenzen voert om hen te voeden. Indien de blokkade van Duitschland door de Engelschen wreed en onrechtvaardig wordt genoemd door de Duitschers, hoe noemen ze dan wel deze vernieling van het groote tarwe- schip van het Nederlandsche volk Geen wet of bepaling was geschonden door den gezagvoerder, geen waarschuwing was ge geven, maar al die tarwe moest in zee ver zinken en het groote schip werd vernield. Hoe wreed is dit misbruik van macht, dit misbruik van het nieuwe wapen der onder zeebooten De Duitsche regeering is wel zoo goed de handelschepen van onzijdige volken niet met man en muis in den grond te boren, zooals zij het de »Lusitania" liet doen. Zij poogt levens te redden en de gezag voerders van haar duikbooten geven beman ning en passagiers van schepen, die vernield moeten worden eenige minuten tijds om met achterlating van alles in roeibooten het ge doemde schip te verlaten. Wat het zeggen wil voor schipbreukelingen op een winterzee in sloepen rond te zwerven, kan iedereen zich voorstellen onder ons vanouds zeevarend volk, dat van de zee leeft. En de Noren zien zelfs de bemanning hunner schepen in kleine boo ten op de IJszee aan hun lot overgelaten. Vele levens gaan dan ook verloren en telkens gevoelt men dieper welke bedreiging van die handelsvrijheid op zee, waardoor Europa ge voed wordt, het misbruik is dat van onder- zeebooten gemaakt wordt. Na dezen oorlog, waarin de wreedheid overtroffen wordt van alle vorige oorlogen te zamen, zal zeker ge poogd worden het gebruik van duikbooten op rechtvaardtge en menschlievende wijze te re gelen. Maar terwijl wij wachten op dien dageraad eener nieuwe beschaving, moeten wij niet nalaten telkens aandacht te vestigen op de gruwelijke wreedheid van het misbruik, dat er nu van gemaakt wordt. De regeering van Noorwegen heeft de aandacht der Duit sche regeering gevestigd op de stemming bij het Noorsche volk, ontstaan door de wijze, waarop de Duitsche duikbooten te werk gaan. Op de stemming bjj ons volk, ontstaan door de moedwillige vernietiging van ons groote tarweschip, wensch ik de aandacht te vestigen der Duitsche journalisten, opdat ze hun plicht mogen doen en hun volk daarvan kennis geven. Ik ben oud en ouderdom en levenservaring brengen gematigdheid en bezadigheid En toch dringen woorden van verontwaardiging en toorn over de beleediging en het onrecht ons aangedaan mij zoo naar de lippen, dat ik niet verder kan schrijven. DE OORLOG. De algemeene toestand. Twee belangrijke openbare besprekingen van den toestand werden Woensdag gehouden, twee besprekingen, in het Britscbe Lagerhuis en in den Duitschen Rijksdag, die naast el kander gelegd een denkbeeld geven van den zonderling verwarden toestand, waarin Europa verkeert. In beide landen wenscht men den vrede, als hoogste uiting van toekomstig wel zijn, maar men verwacht dien vrede slechts, als gevolg van vernietiging van den vijand. In het Lagerhuis zeide Aspuith «De last dien de oorlog ons en onzen bondgeDOoten oplegt, de moeilijkheden die ook dengenen veroorzaakt worden, die Diet rechtstreeks bij den strijd betrokken zijn, de verstoring van den handel, de verwoesting van grondgebied, het verlies van niet te vervangen menschenlevens, de lange sombere opeenvolging van wreedheid en lijden, soms verhelderd door onsterfelijke daden van heldenmoed en ridderlijkheid mogen niet eindigen met een opgelapt, onzeker, onteerend rompromis, dat ten onrechte den naam van crede zou dragen.» En in den rijksdag zeide Bassermann «Het Duitsche volk is overtuigd, dat Engeland onze voornaamste vijand is. Wij hebben met genoe gen de verklaring van den Rijkskanselier ver- norneD, dat ter bekorting van den oorlog elk deugelijk middel moet worden aangewend. Dit moet ook tegen Engeland geschieden. Want vrede is slechts te verwachten van een over wonnen vijand Zoo wordt Europa dus geplaatst tusschtn de keus van een «Pax Brittaniea» of een «Pax Germanica». Tertium non datur. Geen compromis, en ook geen vrede vóór de volkomen overwinning, wijl thans een vrede, zooals Lloyd George dat noemde, «gelijk zou staan met een overwinning van Duitschland en een ramp voor Engeland.» De vraag waar Europa moet blijven, bestaat voor al deze heeren niet. Ia den strijd om de wereldheerschappij kent men geen kleine be langen meer. Slechts het eigen belang geldt, en de leus is «een van ons beiden moet onder gaan, maar ik zal overwinnen,* In beide huizen werd die overwinning dan ook als een zekerheid verkondigd. In Duitsch land is men overtuigd de overwinning behaald te hebben en het woord van Lloyd George is wel geschikt om die overtuiging in Duitschland te versterken. In Engeland is men overtuigd de overwinning te zullen behalen, met behulp van de bondgenooten en den tijd. En inmiddels ziet men Europa daarbjj ten ondergaan. Asquith heeft den toestand juist geschetst, maar van een Engelsch standpunt hij wees op de verstoring van den handel, de verwoesting van grondgebied, het verlies van menschenlevens, het lijden en de wreedheid. Maar de troost, dien hij de wereld gaf was slechts dezedat dit alles zal moeten voort duren, totdat of Duitschland óf Engeland over wonnen zullen zijn. En de twee jaren, die deze oorlog nu reeds duurt, hebben wel doen zien, dat het eene even moeilijk wezen zal als het andere dat daarvan de vernietiging vaD Europa het gevolg wezen zal, de terugkeer tot een toestand vau piaehistorisehe barbaarschheid. Maar wat doet dat er toe: «Vivent les principes, périsse le monde En inmiddels wordt de strijd op de fronten voortgezet. Met groote hevigheid wordt de slag aan de Somme gevoerd, dag in dag uit ten koste van millioenen schats en van dui zenden menschenlevens, doch zonder dat de groote doorbraak, sinds drie maanden gewenscht en verwacht, kan tot stand komen. Dagelijks brokkelt het Duitsche front af, dagelijks wor den loopgraven genomen, maar na meer dan honderd dagen is de tegenstand nog niet ge broken, is er van een terugslag der Duitschers nog geen sprake. Aan het oostelijke front is de offensieve beweging der Russen, waarvan zooveel ver wacht werd, geleidelijk tot staan gekomen. Sedert weken worden ten westen van Loezk pogingen gedaan om door te breken door de llusseu, doch zonder resultaat, en als er ge vochten wordt is het steeds op het zelfde plaats, tusschen Kiselin en Swinjoechi, aau de Stochod, en bij Brzezony, zonder dat de plannen konden worden uitgevoerd, die reeds maanden geleden werden aangekondigd Kowel, het spoorwegknooppunt, VVladimir Wolinski, Halitsj of Lemberg te bezetteu. In Zevenburgen, waar een zeer beweeglijke strijd wordt gevoerd, wordt de terugtocht der Roemeniërs voortgezethier eu daar bieden de Roemeensche troepen krachtigen tegenstand, maar dit belet niet, dat hun plan, om zich in Zevenburgen vast te zetten mislukt is, en dat zij met groote snelheid de bergpassen pogen te bereiken, waarin zij zich wellicht met succes zullen kunnen verdedigen tegen de vijandelijke pogingen, om in Roemenië binnen te dringen. De strijd ia de Dobroedsja bepaalt zich thans tot wederzijdsche beschieting en ge vechten tusschen verkenningsafdeelingen. En in Macedonië, waar de Serviërs in het westen, de Engelschen in het oosten eenigen vooruitgang kunnen boeken, is nog nergens, ondanks ke sterkte van Sarrail's leger, dat nu weder met Russische troepen werd aange vuld, de Bulgaarsche troepenmacht van het Macedonische gebied verdreven. Wil er aan den strijd een einde komen, dan dient toch de Entente op eenig punt een zoo krachtige actie te ondernemen, dat daardoor een zichbaar gevolg, een belangrijk resultaat kan worden, verkregen. De toestand in Griekenland is nog steeds zoo verward, dat men wel de verschijnselen ziet, maar de oorzaken, die tot deze verschyu- selen leidden, niet kan nagaan. Het ministerie Kalerogopoulos trad af, en nadat eenige po gingen om een kabinet te vormen mislukt zyn, is nu een ministerie-Lambros opgetreden, een kabinet onder leiding van een professor ia de archaeologie, die op publiek gebied b. wijting0 27 a. Kleine scbelvisch 8.— per 50 K.G. f 10— per 50 K.G. b. wfjting 7 50 50 If 9.50 50 If c. kleine gul V 8.- 50 ff 10.- 50 ff d. kleine poon en pieterman ff V- 50 ff 9.- 50 V e. horsmakreel n 5.- 50 n n 50 V makreel n 10— 50 ff 12— 50 ft 9- kleine schol n 8.50 n 10— 50 h. gerookte kleine schelvisch n 12— 50 n n 50 ff i. Engelsche bokking (zonder staart) 0.037, per stuk V j- volle haring (zonder staart) n 20 25 per ton (850 st). t) k. Maatjes haring (zonder staart) n 21.50 per ton (900 st). if 1. gemarineerde haring (zonder kop) ff 0.041/, per stuk rt 0.047, n 0.22 0.32 028 0.05 0.04 ti 0.04 006 De Burgemeester van TER NEUZEN brengt de gebruikers van Rijkswegen in herinnering dat aan de voorschriften, vervat in art. 14 van het ijkswegenregle- ment speciaal wat betreft het voorschift sub b, waar in verboden wordt over een Rijksweg te rijden met een voertuig indien daarvan de wielen niet van klei en modder zijn ontdaan g' durende de bietencampagne, stipt de hand zal worden gehouden. Ter Neuzen, den 11 October 1916. De Burgemeester voornoemd, J. HUIZINGA.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensch Volksblad. Vrijzinnig nieuws- en advertentieblad voor Zeeuwsch- Vlaanderen / Zeeuwsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Zeeland | 1916 | | pagina 1