Vrijzinnig Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen, Gemeentebegroting. Opgave Suiker. Prijsopgaaf Brandstof. Prijsopgaaf Brandstof. lefenswiddelenVoorzietiing. 50000 K.G. grove GietcoKes, Van het Westelijk oorlogstooneel. No. 2705. Zaterdag 2 September 1916. 27e Jaargang. REGEERIÜTGSEIEEEN 3000 K.G. Schaaldier}, 30 H.L. geflopte Col^es, 8000 K.G. gezeefde Aqfhracief. ABONNEMENTSPRIJS: Per B maanden 76 cent voor binnen en buiten Ter Neuzen. Voor België 95 oent bij vooruitbetaling. Abonnementen worden aangenomen by alle Boekhandelaren, Brievengaarders en den Uitgever. Telef. latere. No 15. ADVERTENTIEPRIJS: Van 1 tot en met 6 regels 60 oent; elke regel meer 10 oent. Bjj abonnement aanmerkelijk ver minderd tarief. Grootere letters naar plaatsruimte- Redactie-adres: Noordstraat 10, Ter Neuzen Deze Courant verschijnt eiken ffoen 8 d a JJ - en Zaterdagmorgen bij den Uitgever M- DE JONGE, te Ter Neuzeji. De PRIJS der is deze week 14l/2 cent per 2 stuks. De Burgemeester van Ter Neuzen. De Burgemeester van Ter Neuzen maakt ingevol ge de aanschrijving van ^ijne Excellentie den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel an dermaal bekend, dat ingevolge artikel 5 van de Distributiewet 1916, een ieder, die suiker anders dan voor gebruik voor hem zelf of zijn gezin in voor raad heeft daarvan alsnog opgave moet doen ter Gemeente Secretarie voor Zaterdag 2 September des middags 12 ure. Deze opgave moet bevatten de hoeveelheid en de soort van de suiker alsmede de plaats waar de suiker zich bevindt. De aandacht wordt er op gevestigd dat het na laten van het doen der vereischte opgave of het doen van onjuiste opgaven overeenkomstig artikel 10 van de Distributiewet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie duizend gulden met mogelijke verbeurverklaring der goederen. Aan deze strafbepaling zal streng de hand gehouden worden. Ter Neuzen, den l September, 1916. De Burgemeester van Ter Neuzen, J. HUIZINGA. Burgemeester er Wethouders van TÉR NEUZEN vragen prijsopgaaf' van ongeveer Te leveren bij gedeelten, gedurende 1917 ten behoeve van bet Raadhuis en van de Politiewacht. Aanbiedigen worden ingewacht tot en met Maandag II September a.s., des namiddags 3 uur. Ter Neuzen, 28 Augustus 1916. Burgemeester en Wethouders voornoemd, J. HUIZINGA, Burgemeester. L. WABEKE, Secretaris. Burgemeester en Wethouders van TER NEUZEN vragen prijsopgaaf van ongeveer te leveren bij gedeelten, in de verwarmings kelder van de hoogere burgerschool, gedurende den winter 1916/1917. Aanbiedingen per 10000 K.G. worden in gewacht tot en met Maandag II Sep tember a.S., des namiddags 3 uur. Ter Neuzen, 28 Augustus 1916. Burgemeester en Wethouders voornoemd, J. HUIZINGA, Burgemeester. L. WABEKE, Secretaris. Het oordeeL in Het Volk (soc.-dem.) over Minister Posthuma klinkt werkelijk welwillend. Het schijnt, dat ook daar beseft wordt, dat de macht der omstandigheden niet geheel te niet kan gedaan worden. Ook begrijpt men, dat heel wat maatregelen zeer goed bedoeld zijn, maar dat niet iedere maatregel tot zijn recht kwam, omdat de onmisbare medewerking vaak ontbrak. Het kan bekend zijn, dat ook ons oordeel steeds was, dat vele maatregelen doeltreffender zouden gewerkt hebben, als bij de uitvoering ieder ten volle zijn plicht begrepen had. Ook meenen wij, dat verschillende adviseurs niet deden, wat met het oog op de omstan digheden onafwijsbare plicht was. Wij meenen, dat naast en behalve den minister van landbouw eene hoogstaande, on afhankelijke persoonlijkheid zou noodig zijn, die zich alleen had bezig te houden met de vraag, genoegzaam levensmiddelen in ons land te houden en die beschikbaar te stellen tegen prijzen, die binnen ieders bereik liggen. De komende tijd zal het gebrek op velerlei gebied doen toenemen. Aanzienlijke voorraden dienen ter beschik king te zjjn. Anders dreigt spoedig een tekort. Wat de aardappelen betrett, daarvan is de hoeveelheid b. v. heel wat minder dan ver leden jaar. Men spreekt van 60 a, 65 °/0 van den voor raad van het vorige jaar. Uitvoer is verboden en de aardappelmeel fabrieken zullen slechts eene bepaalde hoe veelheid mogen verwerken. Er schijnen er genoeg voor de volksvoeding, zelfs nog meer dan genoeg te zijn. Eén ding is noodig. Dat geen uitvoer in uitzicht gesteld wordt. Anders maken zich speculanten van de voorraden meester. En dan zal toch te groote duurte niet uit blijven. Het besef moet heerschen, dat op uitvoer in welken vorm ook, geene kans is. In dat opzicht is nog eene mogelijkheid open gelaten. Wat wij verkeerd achten. DE OORLOG. De algemeene toestand. De kabinetsorders van den Duitschen keizer, het schrijven aan Falkenhayn en de benoe mingen van Hindenburg en Ludendorf, die thans voor ons liggen, bevestigen wel den eersten indruk, dien de berichten maakten. Von Falkenhayn is, met behoud van tracte- ment, de trap afgevallen, Hindenburg en zijn onafscheidelijke adjudant Ludendorff'zijn thans met de geheele leiding van de operaties be last. En uit de Duitsche persstemmen blijkt wel, hoe zeer men in Duitschland met deze vervanging ingenomen is. De uitroep van majoor Moraht in het >Berliner Tageblatt" »Heeft onze Keizer den geheimen wensch van geheel het volk 'geraden Wij konden dezen roep om Hindenburg in het ambt van den grooten Moltke niet uiten maar de wensch bestond," spreekt voor zichzelf. En dat de Keizer dien wensch vervuld heeft, is, naar de »Frankf. Ztguiteenzet, slechts een consequentie van de benoeming van Hin denburg tot bevelhebber van alle troepen aan het oostelijk front. Meer en meer was het noodig gebleken de eenheid in de leiding der Duitsche en verbonden troepen te bevorderen. 1 wee mannen, beiden temperamentvol, beiden karakters, met verschillende opvattingen, kun nen niet onafhankelijk van elkaar, en vervan elkander, op het beslissende oogpnblik het bevel voeren. Dan hinderen deze krachten elkaar, in plaats van elkaar te steunen. Het was meer en meer noodig gebleken, om alle krachten te doen samenwerken. En Hinden burg—Ludendorff is de eenheid, die thans met de opperste leiding der operaties belast is Hieruit en uit verschillende andere kleine opmerkingen, kan men wel opmaken, dat er over de leiding en over de uitvoering tusschen Falkenhayn en Hindenburg wel eens verschil van meening bestaan heeft, en dat ten slotte die verschillen het noodig maakten, een dezer beiden met de geheele letding en met de ver antwoordelijkheid tevens te belasten. De dertigste oorlogsverklaring is gisteren gevallen; lurkije heeft aan Roemenië den oorlog verklaard. Van deze oorlogsverklaring kan men zeggen met het beroemde woord, dat Artois niet gesproken heeft, maar dat hem in het »Journal Officiële in den mond werd gelegd »II n'y a rien de change, il n'y qu'une declaration de guerre de pluslc Uit een tnededeeling van den Roemeenschen gezant te Parijs, Lahovary, in het »Journalc, blijkt dat de Roemeensche troepen, op het zelfde oogenblik, dat de Roemeensche gezant te W eenen de oorlogsverklaring overhandigde, een verrassenden aanval deden op de Oosten- rij ksch-Hongaarsche posten in de Transsyl- vanische Alpen, en dat Russische afdeelingen zich reeds op Roemeensch gebied bevinden. Waarschijnlijk is de bedoeling van deze Rus sische afdeelingen zich door Roemenië naar Bulgarije te begeven, en zoodoende den aanval van Sarrail uit het Zuiden te steunen door een aanval uit het noorden op de Bulgaarsche legers. Dan zal de een-en-dertigste oorlogs verklaring, die van Bulgarije aan Roemenië, wel niet lang meer kunnen uitblijven. Aan het westelijk front hebben hevige re gens de operaties bemoeilijkt. Het Fransche bericht bevat slechts een tne dedeeling over een kleine operatie bij Fleury, waardoor de Fransche troepen terrein wonnen het Duitsche bericht spreekt van aanvallen aan de Somme, en bij Fleury die werden af geslagen. Doch tusschen Ovillers en Poziéres drongen Engelsche afdeelingen in Duitsche loopgraven binnen, na een handgemeen werden zij er echter weder uit verdreven. Aan het oostelijke front is de oogst nog geringerer werd hier en daar gevochten, doch zonder veel resultaat. Slechts werd in de Galicische Woud-Karpathen door de Duit sche troepen de hoogte Koekoel, ten n. w. van Zabëi, in storm genomen. Aan de Roemeensche grens voorpostenge vechten de Oostenrijksche voorposten gingen terug, en waarschijnlijk hebben de Roemeniërs eenige plaatsen in Zevenburgen, Kronstadt (Braso), Potroseny en Kezdivaserholy bezet. Ten minste, dat zou uit het Oostenrijksche bericht zijn op te maken. Roemeensche Ieger- berichten werden nog niet ontvangen. Oorlogsellende. Zwervers. Krankzinnigen. Aan den draad. (Van Vlaamsche zijde). Te Vlissingen aanschouwen we bijna dage lijks oorlogsellende. Nog zijn de Fransche vrouwen niet allen vertrokken en zien we er nog dwalen door de straten, verlangend de reis voort te zetten, om „la bas dat is het vrije Frankrijk haar man terug te zien, al weten velen niet, of haar man nog wel leeft. En op menig ge laat wringt zich dan ook angst, want bij Verdun en aan de Somme sneuvelen er nu zoo veel. Een dame, die ik sprak, had reeds zeker heid. Zij en haar drie kinderen droegen rouw. De echtgenoot en vader was bij Maubeuge ge sneuveld, dus in 't begin van den oorlog al. Maanden later had ze het ontzettend nieuws op een eenvoudige biiefkaart gelezen. Toch wilde de weduwe naar Frankrijk, om van de overheersching der gehate Duitschers bevrijd te zijn. Daar zien we een meisje uit Douai. Zes maanden geleden reeds had ze getracht naar Nederland te wijken, om dan naar Frankrijk te reizen. De zoo moeielijke tocht door 't noorden en dwars door België was goed ge gaan. De moedige Francaise zag reeds de boomen op Nederlandsch gebied hun takken wuiven als om haar welkom toe te roepen. Een Duitsche patrouille verscheen eensklaps. Het meisje en de anderen werden meegeleid, verhoord en veroordeeld. Niet naar Holland dus, maar voor drie maanden naar de gevangenis van Turnhout, in de omgeving dier stad trachten immers zoovelen de' groote kooi te ontvluchten. Dan maar in de gendarmerie. Drie lange maanden van wachten.... Na de bevrijding vestigde het meisje zich te Antwerpen. Eindelijk kreeg ze verlof heen te gaan. Oorlogsellende. Hier ken ik een jong paar. De vrouw komt uit een dorp van Wallonië. Gisteren bracht de bode een briefkaart uit Brussel. Eindelijk weer eens wat nieuws. En ze las, dat drie maanden geleden haar vader gestorven was. Drie maanden geleden.... ginds heeft de tijd de rouw wat verzacht, voor haar begint deze pas. Hoeveel briefkaarten met het droevig nieuws zijn verloren gegaanEn dan durven de Duitschers nog op bijna geregelde tjjden in blufferige communique's de neutralen melden, hoe voortreffelijk of ze het postverkeer in België en met den vreemde hersteld hebben. Och zoo zijn er veel, zeer veel gevallen. Oorlogsellende. Zoo juist komt de mailboot binnen. Leden van de Vlissingsche Roode Kruis-kolonne wachten haar op. Ze halen weer krankzinnige Duitschers van 't schip. Eén is esn duikboot-commandant. Hij kijkt woest om zich heen. Tot den consul spreekt hij onver staanbare, blijkbaar dreigende woorden. Hjj wou over boord springen. Nu is hij met den trein vertrokkennaar huis. Welke ver schrikkingen heeft hij door dezen oorlog be leefd Zijn het misschien de ontzettende be velen, hem als duikboot-commandant, gegeven, die zijn brein verduisterden Vreeselijk ge zicht, die zinneloozen 't Is me steeds of ze een huivering meebrengen van 't slagveld, of een ademtocht van den gruwel langs u heen blaast. En er zijn zooveel krankzinnigen Ook aan de grens voelt ge de ellende van den tijd. In de laatste dagen wilden weer tal van deserteurs de hel van 't front ontvluchten. Drie bleven er aan den electrischen draad hangen twee bij Assenede en een bij Water vliet. Bjjna konden ze met den arm op 't vrij land reiken daar was veiligheid en rust, maar eensklaps sloeg de dood hun jong bven brandend het nog kloeke lijf zwarten zoo werden de ongelukkigen gevonden en de overheid mag fier zijn op die moordende bar ricade, welke de kampers *fürs Vaterlandc behoudt, want hoevelen durven dien tocht wagen De lijken lagen daar bij de ruischende boomen en 't gouden graan in 't heerlijk licht van de omkomende zon. Oorlogsellende, ook verder dan den draad, Een hongerlijdend volk, dat zich angstig af vraagt, wat de winter wel brengen moet en dap het front zelf. De honger staat als vree selijk spook achter de linie. A. HANS, TER MIZEMM VOLKSBLAD. Burgemeester en Wethouders der gemeente TER NEUZEN. Qelet op art. 203 der Gemeentewet Brengen bij deze ter kennis van de ingozetenen, dat de Beyrootiny van de plaatselijke inkomsten en uitya- ven dezer gemeente, voor het jaar 1917 op heden aan den Raad is aangeboden, en, voor een tijdvak van veertien dayen, voor een ieder ter lezing is nedergelegd op de Secretarie der gemeente, alwaar tegen betaling der kosten afschriften van dezelve kunnen worden verkregen- Ter Neuzen 31 Augustus. 1916, Burgemeester en Wethouders voornoemd, J. HUIZINGA, Burgemeester. L. WABEKE, Secretaris.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensch Volksblad. Vrijzinnig nieuws- en advertentieblad voor Zeeuwsch- Vlaanderen / Zeeuwsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Zeeland | 1916 | | pagina 1