Vrijzinnig Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen. provinciale Statcn-Virljiezing. Bctwjwwcp. Sc» XoninijlijH opschrift. PROVINCIALE STATEN. No. 2677. Woensdag 24 Mei 1916. 27e Jaargang. ABONNEMENTSPRIJS: Per 3 maanden 7 6 cent voor binnen en buiteD Ter NeuzeD. Voor België 95 cent bij Yooruitbetaling. Abonnementen worden aangenomen bij alle Boekbandelaren, Brievengaardere en den Uitgever. Telef. Intere. No 15. ADVERTENTIEPRIJS: Van 1 tot en met 5 regels 50 cent; elke regel meer 10 cent. Bij abonnement aanmerkelijk ver minderd tarief. Grootere letters naar plaatsruimte Redactie-adres: Noordstraat 10, Ter Neuzen Deze Courant verschijnt eiken Woensdag- en Zaterdagmorgen by den Uitgever M. DE JONGE, te Ter Neuzen. Y ERKIEZING VOOR DE De Burgemeester der gemeente TER NEUZEN brengt biermede ter openbare kennis, dat op Dinsdag den 6en Juni aanstaande, zal plaats hebben de verkiezing van vier leden van de Provinciale- Staten van Zeeland, in het kiesdistrict HULST, waartoe deze gemeente be hoort dat op dien dag, van des voormiddags negen tot des namiddags vier uren. ter Secretarie bij den Burgemeester der gemeente Hulst (Hoofdplaats van het Kiesdistrict) kunnen worden ingeleverd opgaven van candldaten als bedoeld in artikel 51 der Kieswet en artikel 8 der Provinciale wet. Deze opgaven moeten inhouden den naam, de voorletters en de woonplaats van den candid.;at en onderteekend zijn door ten minste veertig kiezers bevoegd tot deelneming aan deze verkiezing. De inlevering dezer opgaven moet geschieden persoonlijk door één of meer personen, die de op gave hebben onderteekend. De candidaat kan daarbij tegenwoordig zfjn. Van de inlevering wordt een bew(js van ontvangst afgegeven. Formulieren, voor de opgaven bovenvermeld, zijn ter Secretarie dezer gemeente kosteloos verkrijgbaar van heden tot en met den dag der verkiezing. De Burgemeester brengt hierbij in herinnering artikel 151 der Kieswet, luidende als volgt: Hy, die eene opgave, als bedoeld in artikel 51 inlevert, wetende dat zij is voorzien van handtee- keningen van personen, die niet bevoegd zijn tot deelneming aan de verkiezing, waarvoor de inleve ring geschiedt, terwijl zonder die handteekeningen geen voldoend aantal voor eene wettige opgave zou overblijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of eene geldboete van ten hoogste honderd tivintig gulden. Met gelijke straf wordt gestraft hij, die wetende dat hij niet bevoegd is, tot deelneming aan de ver kiezing, eene voor die verkiezing ter inlevering be stemde opgave bedoeld bij art. 51, heeft onderteekend. Ter Neuzen, den 22 Mei 1916. De Burgemeester voornoemd, J. HÜIZINGA. 6 Juni wordt de verkiezing gehouden voor de Provinciale Staten. Dan worden de candidaten lijsten ingediend. Over het algemeen ziet men het belang van eene verkiezing voor de Provinciale Staten niet voldoende in. Bij eene stemming voor Tweede Kamer en Gemeenteraad zit er gewoonlijk meer geest drift in. De politieke beteekenis van een lichaam als de Provinciale Staten wordt minder gevoeld. En wat de zaken betreft, door zoo'n college behandeld, is dit ook wel begrijpelijk. Men vergeet evenwel, dat de Provinciale Staten de leden der Eerste Kamer benoemen. En zoo de Provinciale Staten rechts zijn, zijn na verloop van tijd ook alle leden der Eerste Kamer voor zoo'n provincie rechts. Dan wordt de stem van linksen gesmoord. Dit jaar zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten van meer dan gewoon belang. Men weet hoe de Eerste Kamer, die rechts is, van 1913 het werk der Tweede Kam bemoeilijkt heeft. In de Tweede Kamer is thans de wet op de Ouderdomsrente aangenomen met delinksche stemmen tegen de rechtsche. Wat zal de Eerste Kamer doen Moet ze ook deze wet tegenhouden, moet ze later de Grondwetsherziening afstemmen, moet ze het vele goede werk, door dit minis terie voorbereid, ongedaan maken Niet Dan dienen de kiezers te zorgen, dat de Provinciale Staten linksch worden. Vooral in Zuid-Holland moet flink gewerkt worden. Maar onze Provincie dient eveneens haar uiterste best te doen. Ons district is zeker het moeilijkst te be werken. Toch zie men ook hier, wat er gedaan kan worden. Hoe zwaarder de strijd, hoe schooner de overwinning. Dat Dr. Kuyper zich niet zou kunnen be dwingen om zich te beklagen over de houding van de mannen van Rechts, die in de Eerste Kamer hunne stem aan het eedsontwerp gaven, heeft niets verwonderlijks. Dat de Roomschen zich niet stoorden aan de adviezen van den leider der anti-revolutionaire partij, dat ze weigerden hem in de Eerste Kamer als leider der Coalitie te erkennen, was reeds hard. Maar oneindig harder was het, dat drie van eigen partij, en nog wel van de meest vooraanstaan den, Bavinck, Colijn en Woltjer, hunne stem aan het ontwerp gaven. Het was zoo'n schril contrast met de getrouwheid, door de anti revolutionaire fractie in de Tweede Kamer betoond. Toch komt het ons voor, dat Dr. Kuyper beter gedaan had in deze te zwijgen. Wie buitenaf gaat om eigen nederlaag niet te be hoeven aanschouwen in plaats van tot het laatste toe te bestrijden wat bij noemt »den triomf der revolutionaire gedachte*, pleite ook niet na. Dr. Kuyper beeft bij het eerste eedsontwerp getriomfeerdhij slaagde erin daarbij zijne welbekende anti-thesepolitiek te doen zegevieren, en het leek wel, of hij de Coalitie weer vaster aaneengesmeed had dan ooit. Maar het is ge bleken eene Phyrrhus-overwinning te zijn het spel was te hoog opgezet, en de schoone vondst van den heer Van Wjjnbergen van de achter uitzetting van de geloovigen bij de niet-ge- loovigen, met groote blijdschap als echt goud overgenomen, bleek achteraf zoo waardeloos als oud blik. Ze had toch ten doel voor de oogen der natie te verbergen hoe hopeloos verdeeld de mannen zijn, die op denzelfdeD wortel des geloofs heeten te stoelen, zoodra als het om vraagstukken gaat, die met de religie in verband staan, en wat is het einde van het lied .J De Coalitie viel zoowel in de Tweede als in de Eerste Kamer uit elkaar, en het op treden van de heeren Kuyper en Van Wijnber gen heeft haar ten slotte genoodzaakt een eeds ontwerp te aanvaarden, dat in haar oogen minder aannemelijk is dan wat oorspronkelijk werd aangeboden. Toen minister Cort van der Linden zijn 70en verjaardag vierde en eene hulde in ont vangst had te nemen overal uit den lande, zooals zeldzaam een staatsman ten deel viel, ontving hij van H. M. de Koningin haar portret, waarop H. M. de latijnsche woorden geschreven had »Nunc aut nunquam", wat beteekent »Nu of nooit." Deze woorden hebben de aandacht getrok ken in ons geheele land. Was het wensch, een wenk, eene opdracht, die H. M. hierin legde En waarop sloegen die woorden, wat was er de diepe beteekenis van De bladen hebben hunne beschouwingen eraan gewijd, verschillende ingezonden stukken hebben op deze merkwaardige Koninklijke woorden gewezen. Het betrekken van ons in den oorlog, dat begreep ieder, kon de bedoeling niet zijn. Maar wel schijnt bij velen het besef leven- dig te zijn, dat misschien het oogenblik gun stig is, om van ons land een woord te spreken, eene daad te doen uitgaan, die een' weldadigen invloed op het schrikkeljjk wereld gebeuren rondom ons zou kunnen uitoefenen. Het lij kt ons belangrijk genoeg toe een stuk over te nemen, dat het N. v. d. D. ont ving en waaraan de redactie van dit blad zelf eenige beschouwingen vastknoopte, niet, om dat we het er geheel mede eens zijn, maar omdat het genoeg stof bevat, eene overdenking van ieder eenigszins ontwikkeld mensch ten volle waard. Wij laten stuk en redactioneele beschouwing hier onveranderd volgen. NUNC? „H. M. de Koningin heeft aan minister Cort van der Linden op diens 70en verjaar dag haar portret geschonken met het eigen handige opschrift„Nunc aut nunquam." »Er zijn oogenblikken in het leven van een Staat, waarin geldt het »Nunc aut nunquam* nu of nooit. »Met vrouwelijk intuïtie vermogen heeft Hare Majesteit dit erkend en uitgesproken bij ge legenheid van den zeventigsten verjaardag van haren eersten dienaar. »M. i. is het oogenblik aangebroken om de vraag te stellen, die, in het latijn reeds kort, in het Nederlandsch nog korter kan gevat wordennu »Aanleiding daartoe levert Grey's uiting, dat, indien men van bevriende zijde tot hem komen wil om den vrede te bevorderen, men zeggen moet aan welke zijde men staat. Wat daar mede wordt bedoeld is door hem gepreciseerd, met te zeggen dat het Engeland's doel is het verkrijgen van herstel der onafhankelijkheid van België en Servië en het instellen van rechtsverhoudingen tusschen de Staten in plaats van machtsverhoudingen. »Ten onrechte is m.i. in deze preciseering Servië's herstel opgenomen, hoewel ik daar mede geeuszins mij in de Servische quaestie partij wil stellen, maar het geval Servië is een gewoon oorlogsgeval, waarover gesproken kan worden tusschen belanghebbende partijen. »Dat het herstel van de onafhankelijkheid van België een conditio sine qua non voor de opening van vredesonderhandelingen is, ziet natuurlijk een ieder in, zelfs de Duitsche regeering kan daartegen geen bezwaar hebben, daar zij bij monde van v. Bethmann Hollweg zelf heeft verklaard met den inval in België onrecht te hebben gepleegd en beloofd heeft, als eenmaal het oorlogsdoel zou zijn bereikt, dit onrecht te herstellen. »lndien dus H. M. het oogenblik gekomen zou achten, om goede diensten aan de oor logvoerenden aan te bieden, ter verkrijging van geordende rechtstoestanden tusschen de staten als vergoeding voor de ontzagelijke verliezen aan bloed en goed, die beide partijen geleden hebben, dan zou niemand daarin iets anders dan een prijzenswaardige daad kunnen zien. Wij willen niet zeggen, dat dit oogenblik gekomen is, ons ontbreekt daartoe voldoende inzicht in den toestand, wij stellen slechts de vraag nunc? en zouden H. M. de verzeke ring willen geven, dat indien zjj het oogen blik gekomen mocht achten, het geheele Ne- derlandsche Volk aan hare zijde zal staan en millioenen vrouwen in alle landen de Hooge Vrouwe zouden zegenen, die vredesonderhan delingen mogelijk maakte en daarmede een einde aan het noodeloos en nutteloos dooden en verminken van zoo vele gezonde mannen." Wij ontvingen bovenstaand stuk met ver zoek om plaatsing, voldoen gaarne aan dat verlangen en willen er nog iets aan toevoe gen. Ons land loopt in dezen tjjd een groot ge vaar op geestelijk, op zedelijk gebied. Een gevaar, dat eerst in volle duidelijkheid aan het licht zal komen wanneer (gelijk ook wij hopen) straks de vrede gesloten zal worden, zonder dat Nederland in de botsing der vol keren zal zijn gemengd. Wij zullen ons dan bevinden te midden van natiën die het vreeselijkste verdragen hebben ter wille van hun ideaal of dat idealisme verkeerd of goed was, doet hier niet ter zake die op 's werelds dingen een anderen kijk hebben gekregen dan vóór den oorlog alles minder subjectief, minder zelfzuchtig, minder enghartig, maar impulsiever en hartstochtelijker zullen bezien en behandelen. Dan zal aan Nederland de vraag gesteld worden: »Wat deedt gij, behalve u angstval lig buiten den strijd houden, den strijd (b. i. voor beginselen, recht en beschaving Wat deedt gij anders dan, zooveel mogeljjk profi- teeren van de omstandigheden, en ons veel waren waarbij allerlei minderwaardigs! verkoopen voor grof geld? In welk opzicht hebt gij een ideaal in 't oog gehouden in dien grootschen tijd van beproevingen Het staat te vreezen dat Nederland dan het antwoord schuldjg zal moeten blijven, en dat ons dit bitter zwaar zal worden aangerekend. Het zal ons dan weinig baten, of wij aan de Engelsehen zeggen: »Wat gij als strijd voor de kuituur besehouwdet, was dat niet naar onze opvatting*. Aan de Belgen »Wii zijn u niet gewapenderhand te hulp gekomen, om dat géén staat dat van een anderen staat mag verlangen, maar wij hebben immers uw vluch telingen verpleegd Aan de Duitschers »In den handel gaat 'tnu eenmaal altijd zoo, dat men van iemands nood gebruik maakt om de hoogste prijzen te bediogen*. Er zal, met-dat-al, overal om ons heen, stille wrok tegen ons gevoeld worden. Als 't daarbij blijft. Tenzij. Tenzij wij (wat niemand ooit onze regeering kwalijk kan nemen, zie art. 3 der Haagsche Conventie van 1907) rechts en links de hand uitsteken en de moe-gestredenen tot elkaar trachten te brengen. Dat zal maar één goede opwelling kosten onzerzijds, één fiksche poging om ons te ontrukken aan de materieele beslommeringen en angstvalligheden van 't oogenblik, ten einde iets groots te doen, iets heel eenvoudigs toch, waarop de afgebeulde menschheid wacht. Is 't daartoe nu bet geschikte tijdstip Geen sterveling kan dat ooit met zekerheid zeggen. Dit echter neme men in acht: even tacteloos als het is, op een slecht moment tusschenbeide te willen komen, even verkeerd zou het ziju, het goede oogenblik te laten ontsnappen. En het oogenblik schjjnt nu inderdaad wel gunstig. De teekenen - wij hebben er hier al herhaaldelijk over geschreven wijzen in die richting. Houdt men zich daar in den Haag mede bezig met al de nauwlettende zorg die deze groote zaak vereischt Is men goed ingelicht Maakt men zich misschien reeds gereed tot het aanbieden van goede diensten Beseft men t gewicht van dien stap, ook voor ons land Het is onbekend al wat tegenwoordig in Den Haag gebeurt of niet gebeurt, men kan er slechts naar raden. Dit staat intusschen ook voor ons vast indien H. M. de Koningin, door hare raads lieden voorgelicht, mocht besluiten, de macht van haar koninklijk woord aan te wenden om een eind te maken aan dien gruwel, waaronder de wereld zucht de geheele natie zou haar toejuichen. En onsterfelijk zou de naam zijn dien zij zich dan verwierf, in de geschiedenis van alle eeuwen. Natuurlijk zou het, uit algemeen menscheljjk oogpunt, geen verschil maken of de bemid deling uitging van Denemarken, Spanje, Ame rika of van ons misschien van alle neutralen gezamenlijk. Mocht echter door Nederland de allereerste stap gedaan worden —'hoe zou deze dienst aan de menschheid een roemrijken weer slag hebben op ons eigen land en volk Het Vredespaleis wacht. TER MIZEASCH VOLKSBLAD. De bladen).

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensch Volksblad. Vrijzinnig nieuws- en advertentieblad voor Zeeuwsch- Vlaanderen / Zeeuwsch Nieuwsblad. Nieuws- en advertentieblad voor Zeeland | 1916 | | pagina 1