ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN DE INTERNATIONALE TOESTAND. Luchtbeschermingsdienst Terneuzen. Marion's groote avontuur No. 9817 WOENSDAG 28 SEPTEMBER 1938 78e Jaargang Binnenland Feuilleton EERSTE BLAD lanmiMMH amljjbh" A A. A -. a._a. a .i- t n on Vrvnr plkpn rfi2"e ABONNEMENTSPRIJS: Binnen Ter Neuzen 1,25 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen tr oer post 1,55 per 3 maanden Bg vooruitbetaling fr. per post 5,60 per jaar Voor Belgie en Amerika 2,-, overige landen 2,35 per 3 maanden fr. per post - Aoonnementen voor net buitenland alleen bjj vooruitbetaling. t ltgeefster: Flrma P. J. VAN DE SANDE GIRO 38150 TELEFOON No. 25. ADVERTENTIeNVan 1 tot 4 regels /0,80 Voor elken regel meer 0, KLEINE ADVERTENTIeNper 5 regels 50 cent bij vooruittoetaling. Grootere letters en clichd's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgtaar is. Inzending van advertentien liefst een dag voor de mtgave. DIT BEAD VERSOlilJNT IEDEREN MAANDAG-, WOENSDAG- EN VRIJDAGAV OND. Destijds werd door mij aan ieder gezins- hoofd in deze gemeente verstrekt een exem- plaar „Aanwi}zingeii voor de bevolking van Terneuzen". Door wisseling der bevolking zullen er zijn, die zoo'n exemplaar nog niet hebben. Deze kunnen dat bekomen aan het politie- bureau alhier. De Burgemeester van Terneuzen, P. TELLEGEN. NIET H AIM STEREN Onmaatschappelijk en onnoodig. Onder dit kopje scbrijft bet Vaderland, en wij nemen bet met volkomen instemming over: De laatste veertien dagen kan men in de verschillende groote steden weer het ver- schijnsel constateeren, dat zich altijd voor- doet, wanneer oorlogsgevaar dreigt: bezorgde huisvrouwen gaan voorraden inslaan. 'Uit de gegevens, die grossier, kruideniers, inkoopvereenigingen e.d. in Den Haag ons verstrekten, is ons gebleken, dat vooral naar koffie, thee, olien, vetten, peulvruchten, zeep andere waschmiddelen, groote vraag be- Weekomzetten, die 20 b 25 pet. hooger zijn dan verleden jaar in den zelfden tijd, behoo- ren niet tot de zeld'zaambeden. De ervaring van de laatste veertien dagen heeft geleerd, dat er nauwelijk een ongunstig bericht komt of onmiddellijk nemen de bestel- lingen toe. Is er op een oogenblik weer wat meer licht, dan worden de huisvrouwen da- delijk geruster en de leveranties kunnen wor den verminderd. Hoewel het verschijnsel van het ,,hamsteren" nog ''geen verontrustende af- metingen heeft aangenomen, meenen wij goed te doen, toch reeds een waarschuwend woord te laten hooren en den huisvrouwen op het hart te drukken, dat voorraden inslaan te staken. Immers, het is in de eerste plaats onmaatschappelijk. Door de voorraden weg te koopen, zou men menschen,.die geen geld heb ben om hetzelfde te doen, later in geval van oorlog te kort laten komen. Bovendien zijn de meeste huizen niet inge- richt op bet doelmatig bewaren van voor raden, zoodat er groote kans bestaat, dat over eenige tijd de ingeslagen waar geheel of gedeeltelijk is bedorven. Vertrouwen in de regeering, die in tijden van nood de voedselvoorziening van het land ongetwijfeld zoo goed mogelijk zal regelen, is noodig en men verzwaart haar taak door thans te gaan „hamsteren". De rede van Hitler. Zij, die Maandagavond naar de rede van het Duitsche staatshoofd hebben geluisterd, zullen scbrijft de N. R. Crt. in de eerste plaats bun ooren gespitst bebben op eendgerlei uit- lating, welke een gaatje zou kunnen open laten voor overeenstemming en vrede. Helaas hebben wij niets substantieels van dien aard opgevangen. Wat, naar het zeggen van den spreker zelf, twintig jaren lang als een smaad was onider- vonden, kon thans ook het korte uitstel van bet Engelsch-Fransche voorstel niet meer lijden en moest op 1 October worden uitge- wisoht. Duitschland zou niet langer kimnen wacbten. Wannieer bet 'Sudetenduitsche ge- bied dan niet aan bet Duitsche rijk werd over- gegeven, zou bet worden gehaald. Het Duit sche memorandum werd gehandhaafd. De tegenstander Benesj werd voorgesteld als te verkeeren in de positie, dat bij de beslissing over oorlog of vrede in de band bad, maar boe die beslissing ook zou* uitvallen, Benesj zou en moest ditmaal een echec lijden. A1 mag ook nu nog niet alle hoop worden opgegeven, zoolang de gestelde termijn niet is verstreken, de stroobalm, waaraan de vrede hangt, leek weer wat brozer te zijn geworiden. Voorts zal men met spanning ultgezien bebben naar een motiveering van de verder gaande eiscben <van bet Duitsche memoran dum, d.w.z. naar een antwoord op de vraag, waarom Duitscbland niet liever zonder oorlog ontvangt, wat bet met oorlog en de daaraan voor dat rijk verbonden geweldige risico's zou moeten veroveren. Wij bebben op dit punt uit den mond van den Duitschen dictator vernomen, dat z.i. bet tegenwoordige lot der Su/detenduitschers, meer dan oodt getroffen door den terreur van bet Tsjecboslowaakscbe staatshoofd en in steeds talrijker scbaren over de grens vlucb- tende, het geduld van Duitscbland bad uitge- put. Daarbij moet echter de gedacbte bij ons zijn opgekomen, dat afgescheiden van de politiek dej- Tsjecben in bet verleden, waar- over in het'aigemeen geen gunstig oordeel kan worden gevedd, evemnin als over de scbepping van den kunstmatigen staat op den grondslag, dien deze nationaliteiten-agglomeratie beeft gekregen de toestand der Sudetenduitsche Roman van I. F. J. Grootbedde. Nadruk vertooden. (Vervolg.) bevolking op dit oogenblik tocb niet uitgelokt is door Tsjechische onderdrukkingsmaatrege- len, al mag bier of daar door de Tsjechische overheid op onjuiste wijze zijn opgetreden. Het was immers de rede van Hitler te Neu- renberg, die op de stemming der Sudeten duitscbers beeft gewerkt als een brandende lont in een kruitvat, zoodat zij op verschei- dene plaatsen tot min of meer openlijk verzet overgingen, wat begrijpelijkerwijs weer tot tegenmaatregelen aanleiding gaf, omdat bet gezag moesit worden gehandhaafdBovendien heeft de mobilisatie van bet Tsjecboslowaak scbe leger en de daarmede samenhangende op- roeping van de dienstpliohtigen, vele Sudeten duitscbers, die niet de wapenen wilden ricbten tegen hun Dudtscbe stamgenooten, de wijk doen nemen naar het Duitsche rijk, zonder dat een terroriseering door ide Tsjechische autoriteiten ben daartoe dwong. De regeering van Tsjechoslowakije had slechts ibelang bij handhaving van rust en orde ook in Sudeten- land. Het zou een buitengewoon groot politiek onverstand zijn geweest, indien zij anders had- de gehandeld, hoeveed moeite ide Duitsche pro paganda ook beeft gedaan om bet Duitscbe volk dag aan dag lin den waan te wiegen, dat de regeering van Benesj deze zeifmoordpolitiek voerde en zij zelve een chaos ontketende. Met deze rede is de door Engeland en Frankrijk Maandag opnieuw toegestoken hand niet gegrepen, of bet zou al op zeer bedekte wijze moeten zijn geschied in verband met Chamberlain's mondeling overgebracbte, per- soonlijke boodschap van dien dag, waarop slechts terloops werd gezinspeeld met een concessie ten aanzien van een ondergeschikte kwestie (ordehandhaving 'door bet Brdtsche legioen van oud-strijders in enkele streken met onzekere bevolkingssamenstelling, waar nog een volksstemming zou worden gehouden, en welke streken vallen buiten bet hoofdge- bied der Sudetenduitscbers, dat reeds dadelijk door bet Duitscbe leger zou moeten worden bezet.) Tegenover Tsjechoslowakije bleef het bij de gepantserde vuist, die echter, naar te verwachten valt, ook Engeland, Frankrijk en Rusland tegenover zich zou vinden, indien niet in de enkele dagen, welke ons van 1 October scheiden, nog een wijziging in de omstandig- heden zal intreden. Inmiddels is Mlaandagnacht om half een te Londen nog een communique van den Brit- schen minister-president uitgegeven, waarin de pogingen tot het bebcud van den vrede opnieuw worden voortgezet. Daarin is aan Duitscbland de verzekering gegeven, dat En geland zich moreel verantwoordelijk acbt om er op toe te zien, dat «le door Hitler gewan- trouwde beloften met betrekking tot de af- scheidingsprocedure voor Sudetenland op eer- lijke wijze en in vollen omvang worden ten uiitvoer gelegd. Duitschland zou echter van zijn kant moeten instemmen met dd opstelling van voorwaarden, welke door discussies en niet door geweld worden vastgelegd. In Ber- lijnscbe politieke kringen zou men nu al spre- ken over de kans op verlenging van den door Hitler gestelden termijn. Maandagnacbt is de volgende verklaring van den Britscben minister-president gepubli- ceerd: ,,Ik beb de rede van den Duitschen rijks- kanselier gelezen en ik waardeer heitgeen bij gezegd beeft over de pogingen, die ik gedaan heb om den vrede te redden. ,,Ik kan deze pogingen niet opgeven, aan- gezien bet mij ongelooflijk voorkomt, dat de Europeesche volken, die geen oorlog met el- kaar willen, in een bloedigen strijd zouden worden gewikkeld, over een kwestie, waarom- trent reeds in aanzienlijke mate overeenstem ming is bereikt. ,,Het is duidelijk, dat de rijkskanselier er geen vertrouwen op beeft, dat de gedane be loften zullen worden nagekomen. Deze belof ten werden niet rechtstreeks aan de Duitscbe regeering gedaan, doch in de eerste instantie aan de Britsche en de Fransche regeering. „Uit naam van de Britsche regeering ver- klaar ik, dat wij ons moreel verplicbt acbten te zorgen, dat de beloften eerlijk en volledig worden nagekomen, en wij zijn bereid op ons te nemen, dat zij aldus zullen worden uitge- voerd met alien fedelijken spoed, mits de Duit scbe regeering toestemt in een regeling van de bepalingen en voorwaarden der gebiiedsover- dracht door onderhandeling en niet door ge weld. ,,Ik vertrouw, dat de rijkskanselier dit voor stel niet zal verwerpen, dat gedaan wordt in denzelfden geest van vriendschap, als waarin ik in Duitschland werd ontvangen, en dat, in dien bet aanvaard worth, zal voldoen aan den Duitschen wensch tot aansiuiting van de Su- deten-duitscbers bij bet Duitscbe rijk, zonder dat in eenig c^eel van Europa bloed wordt vergoten. den ,,terugkeer in het derde rijk van de Duit sche breeders" geheel laten vallen. Chamberlain is dan ook zonder eenige illu- sie over de ware ambities van den Fiihrer te Londen teruggekeerd. Hij heeft bet Duitsche memorandum slechts aan Praag doorgegeven om zicb niet in de positie te laten manoeu- vreeren, waarin Hitler hem zou kunnen ver- wijten, dat bij Duitschland's laatste vredes- aanbod had afgewezen. Druk op Praag heeft bij niet uitgeoefend. In plaats daarvan zjjn onmiddellijke besprekingen met de Fransche ministers en den chef van den Franschen generalen staf aangeknoopt om de houding te bepalen tegenover den nieuwen toestand, die gerezen is door Hitler's onaannemelijke eischen, waaruit duidelijk bleek, dat bet hem om een volledige liquidatie van den Tsjechi- schen staat was te doen. Het resultaat van deze besprekingen is te vinden in de officieele Britsche verklaring van Maandagavond, waarin uitdrukkelijk wordt gezegd, dat Frankrijk in geval van een Duitschen aanval op Tsjechoslowakije onmid dellijk zijn verdragsverpliehtingen zal nako- men en dat Engeland en Rusland zonder eeni- gen twijfel achter Frankrijk zullen staan. Deze verklaring werd gedaan nog voor het einde van Hitler's rede. De onmiddel- lijke aanleiding was een bericht van Sir Horace Wilson uit Berlijn over het ongun- stige beloop van zijn bespreking met Hitler. De drie mogendbeden hebben dus eindelijk him kaarten op tafel gelegd. Voor bet eerst in deze lange crisis hebben zij de Duitsche uitdaging onomwonden aanvaard. .Chamber lain blijft streven naar een vreedzame rege ling en bij beeft Hitler Maandag bij monde van Sir Horace Wilson te verstaan gegeven, dat hij bereid is hem op enkele punten van het memorandum van Godesberg tegemoet te komen. De deur voor verdere onderbande- lingen is dus nog niet toegeslagen. Tegelij- kertijd ecbter heeft Chamberlain er geen twijfel meer aan gelaten, dat Duitschland, in geval het zijn ultimatum ten uitvoer brengt en op 1 October Tsjechoslowakije binnenrukt, de vereenigde rnacht van Frankrijk, Engeland en. Rusland tegenover zich krijgt. Engeland zal ditmaal niet terugkrabbelen. De correspondent der N. R. Crt te Londen telefoneerde Dinsdagochtend: iNa den bewogen dag van gisteren, die be- kroond werd door Hitler's rede en de offi cieele Engelsche verklaring, dat Frankrijk, Rusland en Engeland Tsjechoslowakije in ge val van een Duitsche invasie onmiddellijk te hulp zullen komen, is de positie nu eindelijk volkomen duidelijk geworden. Sommige details ontbreken nog, maar in groote trek- ken is het beeld als volgt: Chamberlain heeft Hitler te Godesberg voorgesteld de Sudetenduitsche kwestie op te lossen door het Engelsch-Fransche plan als een basis van vreedzame diplomatieke onder- handelingen te aanvaarden. Hitler heeft dit voorstel verworpen; hij heeft niet alleen op een onmiddel'lijken afstand van de Sudeten duitsche gebieden aangedrongen, maar boven dien den afstand van gebieden geeischt, die volgens het Engelsch-Fransche plan in den Tsjechisehen staat zouden blijven. De nieuwe grenzen, die hij eischt, zijn geen ethnografi- sche grenzen, maar economische en strategi- sche grenzen. Op een oogenblik heeft hij zelfs een grens geeischt, die een van Tsjechoslo- wakije's grootste steden onder Duitsche sou- vereiniteit zou brengen. Hij heeft dus de pre- tentie, dat het hem alleen te doen was om Engeland is klaar. De eenige hoop voor het hehoud van den vrede ligt dus in de mogelgkheid, dat de on omwonden waarschuwing van Maandagavond Hitler er nog toe zou bewegen eieren voor zijn geld te kiezen. Blijft hij echter vasthou- den aan het memorandum van Godesberg dan schijnt een wereldoorlog onvermijdelijk. Dat Londen en Parijs op het laatste oogen blik nogmaals rechtsomkeert zouden maken en den vrede zouden trachten af te koopen door Praag tot een aanvaarding van het Duitsche ultimatum te dwingen, is niet meer denkbaar. Chamberlain en Daladier zijn, zooals ge zegd, bereid zekere tegemoetkomingen aan het Duitsche standpunt aan te bevelen en een garantie te geven, dat de beloften van de Tsjechische regeering, binnen een redelijken tijd zullen worden uitgevoerd. Maar dat is dan ook alles. Hernieuwde capitulatie voor de Duitsche dreigementen is nu niet meer mo gelijk. Het is nu er op of er onder. Wederom zijn dus aller oogen gevestigd op Hitler. De Engelsche bladen staan thans eens- gezind en vastberaden achter Chamberlain. De verontwaardiging en de critiek van de vorige week zijn vergeten. Van links tot rechts roepen alle bladen het Engelsche volk op, de bittere noodzaak van een oorlog, als het door Hitlers handbaving van zijn ultima tum een noodzaak wordt, te aanvaarden. Zelfs bladen zooals de Daily Express en de Daily Mail, die tot het laatst toe afzijdigheid hebben bepleit, hebben zich nu bij de gelede- ren aangesloten. Er is geen twijfel meer mogelijk; het En gelsche volk is bereid tot alle opofferingen. Een nieuw beroep in den trant van Nelson's befaamde „England expects that every man this day will do his duty", zal niet voor doovemans ooren gezegd zijn. Engeland is klaar. Nog een kleine hoop. Inmiddels bestaat er nog immer een kleine hoop, dat het onheil vermeden zal kunnen worden en dat Hitler op het laatste oogenblik terug zal schrikken voor den waanzin van een wereldoorlog. De rede van Maandag wordt niet geheel zonder lichtpunten geacht. Hitler heeft weliswaar een bijzonder uitdagende houding aangenomen en zijn ultimatum ge handhaafd, maar hij heeft in ieder geval nog vier dagen tijd gelaten. Een opvatting, die men Maandagavond hoorde verkondigen, is, dat Hitler hoopt met dit uitstel den Wester- schen democratieen tijd en gelegenheid te geven om bang te worden en nogmaals voor de Duitsche dreigementen terug te wijken. Als dit inderdaad zijn opzet is, zal hij dezen keer echter bedrogen uitkomen en acht men het niet ondenkbaar dat hij, zijn ®misrekening eenmaal ingezien hebbende, alsnog terug zal krabbelen. iBenige hoop wordt ook geput uit de duide- lijke teekenen in de rede van Maandag, dat Hitler zich alle moeite geeft om den steun van Polen en Italie te verkrijgen en tegelrjker- tijd Frankrijk en Engeland te bewegen tot af zijdigheid. Hij schijnt nog stfeeds te hopen op een localisatie van het conflict. Het is der- halve niet onmogelijk, dat hij zijn houding nog zal wijzigen, nu hem zoo overduidelrjk is gemaakt, dat er van een gelocaliseerd con flict geen sprake kan zijn. Aan den anderen kant moet worden toe- gegeven, dat Hitler naar alle waarschijnlijk- heid reeds voor hij zijn rede uitsprak, door Sir Horace Wilson in kennis was gesteld van den inhoud van de waarschuwing, die Londen om half tien wereldkundig heeft gemaakt. Dat hij zich daardoor niet heeft laten weer- houden zijn ultimatum te herhalen, is een on gunstig voorteeken. De eenige hoop derhalve schijnt te liggen in de mogelijkheid, dat hij de waarschuwing nog steeds als bluf beschouwt en dat de demon- stratieve voorbereidingsmaatregelen, die En geland en Frankrijk genomen hebben en in de volgende drie dagen nog zullen nemen, hem er nog van zullen kunnen overtuigen, dat hrj een fatale vergissing dreigt te begaan. Bewijzen, dat het Londen en Parijs dezen keer ernst is, zijn er genoeg. Generaal Ga- melin's bezoek aan Londen, de bijeenroeping van het parlement, de koortsachtige voorbe- reidingen tegen een luchtaanval, de unanimi- teit en de vastheradenheid van de pers, enz. enz. kunnen niet nalaten indruk te maken. PRO 28*0419 6) Ze zweeg en ook Hall sprak niet. Peinzend staarde hij in de suizende olielamp en over- woog, wat het meisje er toe bracht, om zoo- veel moeite voor hem te doen. Was het louter nieuwsgierigheid Opziende ontmoette zijn blik den hare. Een oogenblik keken ze elkaar aan. Las zij de vraag in zijn oogen? Ze sloeg haar lange wimpers neer en bloosde. Haar slanke vingers trokken grillige figuren op de tafel. Dan verbrak ze de pijnlijke stilte, door bijna fluisterend te zeggen: ,,U zou me Aog wat vertelien van de onderwereld". ,,Dat zou ik", antwoordde Hall, ,,maar het lijkt me zoo erg onbelangrijk. De eigenlijke onderwereld ken ik net zoo min als u, al heb ik er misschien midden tusschen gewoond. Wil ik u mrjn levensgesehiedenis vertelien, voorzoover ik die ken? Dan hoort u vanzelf iets van New-York'". Marion sloeg haar armen om haar knieen en knikte. Hall keek naar het aantrekke- lijke gelaat, dat half naar hem was opge geven en waarvoor het vage licht wonderlijke glansen wierp, kucbte een paar malen en begon met zachte stem te spreken: „Ik ben geboren op het land, in den staat Kentucky. Mijn moeder heb ik nooit gekend, ze was niet sterk en stierf bij mijn geboorte. Mijn vader was knecht op een groote farm aan de oevers van de Ohio. De vrouw van een der andere knechts, die pas een kind verloren had, bracht mij groot. Natuurlijk hoorde ik later pas, dat zij mijn moeder niet was. Voor mij was ze dat wel en ik denk nog dikwijls met groote dankbaarheid aan haar terug. Ik groeide op in de vrije natuur en leefde zoo vrij als een vogeltje in de lucht. Maar bij bet grooter worden merkte, dat het toch niet alles blijdschap was om me heen. Mijn vader was stug en in zich zelf gekeerd man, die zelden een vriendelijk woord voor me over had. Al leen ging hij af en toe met me wandelen en die tochtjes eindigden altijd op dezelfde plaats, namelijk bij een afgebrande boerderij, een verkoolde, troostelooze mine. Daar stond hij soms uren te kijken en prevelde dan onsamen- hangende zinnen, balde zijn vuisten en uitte hedreigingen aan het adres van een man, die hem blijkbaar groot onrecht had aangedaan. Nia zoo'n wandeling was hij dagenlang onge- nietbaar en deed hij zijn werk slecht, wat hem natuurlijk de noodige aanmerkingen van den farmer bezorgde. Het kwam bij die gelegen- heden meestal tot de heftigste woordenwisse- lingen, waarbij de farmer hem dreigde te ont- slaan. Of hij zich aan zijn woord gebouden heeft, weet ik niet, maar op zekeren dag was mjjn vader spoorloos verdwenen, zonder dat hij van mij of iemand anders afscheid geno men had". Hall zweeg en staarde somber voor zich uit. Marion schoof onrustig haar kist wat achteruit en zei zacht: „Nu stond je geheel alleen op de wereld". „Geheel alleen", beaamde Hall. „Ofschoon hij nooit erg vriendelijk voor me geweest was, voelde ik een leegte in mijn hart. Ik werd stil en afgetrokken en dwaalde eenzaam door het veld. Net als vroeger eindigde ik mijn zwerf- tochten bij de ruine en daar vroeg ik me steeds af, welke treurige geschiedenis daaraan verbonden was. Ik vroeg er mijn pleegouders naar, maar ze wilden me niets ervan vertelien. Er gingen enkele jaren voorbij. De ruine, werd opgeruimd. Ik moest gaan helpen op de farm en deed dat met veel plezier. Aan mijn vader dacht ik zooveel niet meer. Och ik was jong en dan vergeet je je verdriet heel spoedig. Ik ging me steeds meer aan mijn pleegouders hechten en ik geloof, dat zij veel van mij hielden. Ik hield van het boeren- bedrijf, van het land- en van de menschen om me been, ik was tevreden met mijn lot en ik hoopte, dat het nooit veranderen zou. Toen, ik kan misschien een jaar of vijftien geweest zijn, stond plotseling mijn vader voor me, nog met hetzelfde sombere gezicht van vroe ger, maar veel beter gekleed, in mijn oogen zelfs deftig, zoodat ik met ontzag naar hem opkeek! Hij begroette me hartelijk en ik vrees, dat die begroeting van mijn kant wel stug geweest zal zijn. Door die kleeding en door zijn lange afwezigheid was hij volkomen een vreemde voor me geworden. Hoe het ook zij, hij praatte een oogenblik met den farmer, kwam dan weer naar me toe en zei kortaf: ,,Pak je spullen in, je gaat mee naar de stad". Wat ik toen gezegd heb, weet ik niet meer, maar veel fraais zal het wel niet geweest zijn. Ik gilde en huilde, ik schopte en trapte, maar het eind van alles was tocb, dat ik na een hartroerend afscheid van mijn pleegouders mijn schamele bezittingen bij elkaar zocht en met hem mee ging. Hij was in ieder geval mijn vader en ik moest hem gehoorzamen, al deed het mij veel pijn, de plaats te moeten verlaten, waar ik, naar omstandigheden, zulke gelukkige jaren had doorgebracht en waar ik zoo langzamerhand mee vergroeid was. Gedurende de lange voetreis naar Louis ville, spraken we bijna geen woord. In die stad stapten we in den trein. Dat was voor mij zoo'n opwinnende gebeurtenis, dat ik er rnijn verdriet door vergat. Ik kreeg niet ge noeg van /de steeds wisselende landschappen en ofschoon de reis ontzettend lang geduurd moet hebben, voor mij ging het nog veel te snel. Dat mijn vader dit alles heel gewoon scheen te vinden, vervulde mij met ontzag en j ik ging hem met heel andere oogen bekijken. i Den eersten indruk, dien ik van New-York ontving, zal ik nooit vergeten. De reusach- tige wolkenkrabbers en het daverende ver- keer sloegen me met ontzetting en ik klemde me stevig vast aan mijn vader, die zonder aarzelen zijn weg vond langs de huizen- massa's en door die wirwar van straten en steegjes. Wat leek het leven op de eenzame boer derij me nu klein toe. Ik geloof, dat als mijn vader me gevraagd zou hebben of ik terug wilde, ik geweigerd zou hebben. We arriveerden in een tamelijk nette woning, waar ik, vermoeid van de doorge- stane emoties, me spoedig ter ruste legde en alles om me heen vergat. Den volgenden ochtend werd ik vroeg ge- wekt. We ontbeten en gingen de straat op. Ik vroeg, wat het doel van onzen tocht was, maar ik kreeg geen antwoord. Dat maakte me ongerust, maar ik begreep, dat tegenstand me toch niet zou baten en daarom volgde ik gewillig. We traden een groot huis binnen, dat in een stille buurt gelegen was, waar we ontvangen werden door een man met een strak, vierkant gezicht, waarin een paar staalharde oogen stonden, die me als het ware trachtten te doorboren. Hallo, old chap, wat breng je me daar?" ,,Mijn zoon", antwoordde mijn vader, ,,hij zit stevig in zijn vleesch, er ontbreekt hem alleen wat lenigheid. Hoeveel?" De man trad op me toe, betastte me aan alle kanten en zei: „Honderd dollar, geen kwart cent meer." ,,Top", was het eenige, wat mijn vader zei. 'Hij ontving een bundeltje banknoten en zich tot mij wendend sprak hij: ,,Geef mijnheer Walter een hand. Voortaan is hij je meester en je hebt hem dus te ge hoorzamen. Doe goed je best, ik kom je ge- regeld opzoeken en ik wil geen klachten hoo ren." Hij reikte me de hand, mijnheer Walter eveneens en pas toen de deur achter hem dichtsloeg, begreep ik, dat ik verkocht was als een stuk vee. Ik rende naar de deur, maar Walter was met twee sprongen bij me, pakte me zoodanig vast, dat ik me niet verweren kon en sloot me, ondanks mijn brullend pro test, in een kelderachtige ruimte op." ,,iQntzettend", prevelde Marion. Hall keek op en zag een diep medelijden in haar wijdgeopende oogen. ,,'Dat was het", vervolgde hij, ,,het was laag en gemeen! Ik ging te keer ale een razende, maar dat hielp me niets. Den geheelen dag bleef ik opgesloten zonder voedsel en drank en ook den nacht die er op volgde. Toen den anderen .ochtend de deur van mijn gevange- nis geopend werd, was ik zoo mak als een lammetje en had ik besloten, me in den on- vermijdelijkten toestand te schikken. Ik werd ontvangen door een kring van jongens, die op het zien van mijn kleeding, in daverend gelach uitbarstten. Een lange. roodharige lummel blerde: ,,Een driedubbel overgehaalde boer!" Ik stoof op hem af, maar hij bukte zich bliksemsnel, stootte zijn hoofd vooruit en slingerde me achter hem neer. Meteen zat hij boven op me en zou me ongetwijfeld genadig afgerost hebben, als Walter niet tusschen- beide was gekomen. ,;Goed gedaan, Collins', prees hij en tot mij: „Je bent uit het goede hout gesneden, alleen wat driftig. Zelfbeheersching is het voor- naamste wat een mensch noodig heeft. Geef je kameraden een hand." Ik voldeed aarzelend aan dat bevel en hij vervolgde ,,[Ziezoo, nu ben je een van de Walterboys. Onderlinge vriendschap is hier geboden, denk er aan." (Wordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1938 | | pagina 1