ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN Geboorten en doop in het Huis van Oranje. DE BOEREN-BARON Feuilleton No. 9706 VRIJDAG 7 JANUARI 1938 78e Jaargang Binnenland EERSTE BLAD HD BEGINT HET JAAR GOED... vvaNTH'J Hat iS rupe Ster TabaM va3*t: fv.-nwwiiw ■-'*cw3cwiB?wi'r^'r,fiv ''flSRVra- •T'NjTWUSWiMww -i-rrr'f >r rniTirrmn m ma mm inn ■■-swHrtm.sxmtae?- <- TER NEUZENSCHE COURANT \BONNEMENTSPRXIS: Binnen Ter Neuzen 1,25 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen post .1 1,56 per 3 maanden Bg vooruitbetaling fr. per post f 5,60 per jaar \'oor Belgie en Amerika f 2,—, overige landen 2,35 per 3 maanden fr. per post j».i n.'nienten voor het buitenland alleen bij vooruitbetaling. ilUgeefster: Firmn P. J. VAN DE SANDF, GIRO 38150 TFJLKFOON No. 25. ADVERTENTIeNVan 1 tot 4 regels f 0,80 Voor elken regel meer 0,20. KLEINE ADVERTENTIeN: per 5 regels 50 cent bij vooruitbetaling. Grootere letters en clichd's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgbaar is. Inzending van advertentien liefst 66n dag voor de uitgave. DIT BLAD VERSCHIJNT EEDEREN MAANDAG- WOENSDAG- EN VRIJDAGAVOND. Indien de steenen van bet aloude Binnenhof spreken konden, wat zouden zij niet al kunnen veriaalen! Van pracht en praal van de graven uit de liuizen van Holland, Henegouwen, Beieren en Oostenrijk, en van vemedering in de eerste periode van den vrijheidsstrijd tegen Spanje, toen het geheel open 's-Gravenhage geen voldoende veiligheid bood voor het stad houder lijk gezin. Werd Prins Maurits in de dagen van vrijwillige ballingschap van zijn grooten vader en gelijk deze, op den voor- vaderlijken buroht te Dillenburg geboren Frederik Hendrik, de zoon uit des Zwijgers laatste buwelijk met Louise de Coligny zag in het versterkte Delft, in den aanvang van het rampzalig jaar 1584, het leVenslicht. Hij bleef er niet lang, want hij volgde nog in het- zelfde jaar zijne moeder naar Middelburg en betrok later met haar het door de Staten te harer beschikking gestelde ,,Huis van Brand- wijk" in het Haagsche Noordeinde, dat in zijn leven een belangrijke plaats is blijven innemen en in den loop der 19e en 20e eeuw als Koninklijk Paleis een rol in de geschiedenis van Nederland heeft gespeeld. Al was Prins Maurits ongehuwd, hij vestig- de te 's-Gravenhage een hof, dat onder zijn jongeren broeder tot een der weelderigste van Euro pa opbloeide. Met Frederik Hendrik be- gint dan ook de lange rij van Oranje-geboor- ten, die zich te 's-Gravenhage afispeelde; ge- hoorten, gevolgd door doopplechtigheden, die telken keer opnieuw blijk gaven van den rijk- dom van het geslacht Oranje en de weelde, die de snel opkomende Repu'bliek der Ver- eenigde Nederlanden zich kon veroorloven. Niet lang voor het sterven van Maurits was Frederik Hendrik, die neiging had gevoeld het voorbeeld van zijn broeder te volgen, met de schoone hofdame Amalia van Solms in den echt vereenigd. Maurits beleefde niet meer, dat uit dien echt, gelijk hij dien ter voort- zetting van de Oranje-traditie wenschte, op- volgers voor de sta'dhouderlijke waardigheid voortkwamen. Groot was de vreugde, niet slechts in Den Haag, maar in het grootste deel der Neder landen, dat de eerstgeborene, die op 27 Mei 1626 het levenslioht aanschouwde, een zoon was. Op dezen, Willem H, volgde, ruim ander- half jaar later, Louise Henriette, die zich als gemalin van den Grooten Keurvorst van Bran denburg historisehe vermaardheid zou ver- werven. En op deze volgde, doch eerst vijf jaren later, Albertine Agnes, voorbestemd om door haar Friesche huwelijk de takken, uit Willem den Zfwijger en Jan den Oude voort- gekomen, te vereenigen. Voor haar waren drie geboorten gegaan, die tot slechts kort levende kinderen hadden geleid; op haar volg- den Henriette Catharine, die te Dessau zou resideeren, en Maria, die een minder aanzien- Igk huwelijk zou doen. En tusschen hen in stond het eenige broertje, dat Stadhouder, Willem n een korten tijd heeft gekend, de jonge Hendrik Lodewijk, overleden in het jaar van zijn geboorte. Alle deze kinderen zijn, ge lijk blijkt uit een eigenhandig manuscript van Frederik Hendrik, door zijn dochter Henriette Catharine zorgvuldig bewaard, in zijn paleis te 's-Gravenhage, gelijk hij van het Binnenhof spreekt, geboren, en te 's-Gravenhage, in de kapel van het Binnenhof, gedoopt. Bij alle deze doopplechtigheden waren aanzienlijke personen aanwezig, gevolg van de vorstelijke omgeving, die Den Haag destijds vormde. De Staten-Generaal ontbraken zoo min als de Staten van de gewesten, waarover de Prins Stadhouder was, en die het in die voorspoe- dige jaren niet al te zwaar aan den lijve zul- len hebben gevoeld, dat zij tot aanzienlijke „pillegiften" telkenmale min of meer zedelijk waren verplicht. Plet spreekt wel vanzelf, dat de feesten het luisterrij'kst waren bij de geboorte van den 2) Vervolg. „Het verheugt mij, u te zien," zei Sir John. „Het Spijt mij, dat u moet nemen, wat de pot schaft, als wij geweten hadden, dat u kwam, zouden wij beter voor u gezorgd hebhen." Hij sprak zoo hartelijk, alsof Jefferies een oude kennis was, zonder de minste nieuwsgie- righeid te laten blijken naar wat de gast nu eigenlijk kwam doen. Jefferies was hem hier heel dankbaar voor, want hij wilde niet gaarne zijn boffelijken gastheer beleedigen. En al kwam hij met de beste bedoelingen, toch vreesde hij, dat zijn verzoek den ouden heer niet aangenaam zou zijn. ,,Ik dtenk, dat het eten wel zoowat op tafel staat," ging Sir John voort. ,,We eten precies om twaalf uur," viel Roger hem in de rede. ,,Kijk 'ns naar m'n schoenen, Opa. Heh ik zelf gepcetst." ,,Kranig, mijn jongen," zei Sir John goed- keurend. ,,Ga nu gauw je harden wasschen, zorg, dat die smeer er af komt. Ik zal het ook even gaan doen, mijnheer, als u mij even wilt verontschuldiigen. Er zijn hier geen leeg- loopers, een man kan niet werken en toch zijn handen schoon houden. Goddank maakte geen Beck ooit zijn handen vuil, behalve met eer- lijken arbeid." „Zeker niet," zei Jefferies. Een ietsje twij- fel klonk in zijn stem door, wat de oude man dadelijk opmerkte. Hij was al bij de deur, maar nu keer.de hij zich om en keek zijn gast half boos, half vragend aan. „Geen Beck maakte ooit zijn handen vuil, tenzij met eeriijk werk," zei hij nog eens. „Als het zou geheuren, dat een van ons zich met eerste, Prins Willem II. Vondel's woorden echter: Het wichtje lacht, en s-y word nimmer tlachens moe, Soo kleene soete knaep, soo Willem, [ga vrij toe, Versacht met lach op lach de sorgen uwer [moeder, Terwijl uiw vader leyd te velde, als ['s lands behoeder, werden niet bewaarheid. Wie kon dat denken, toen de schitterende doopplechtigheil, dezen keer in de Groote Kerk en niet in de Paleis- kapel plaats 'had, waarbij de Koningin van Bohemen, door geboorte een Engelscbe piin- ses en door haar huwelijk nauw aan hat Huis (van Oranje verwant, als meter ojftrad. Aan- getast door een plotseling hefrige ziekte, daalde Willem Il^'jong ten grave. Z.jn ge malin, Mary Stuart, droeg een kind onder het hart, dat niet veel meer dan een week later, op 14 November 1650, het levenslicnt aan schouwde. Terwijl het stoffeLjk overschot van den vader nog boven aarde stond, Ijad op 15 Januari 1651 de doop van het wicht, be- stemd als Willem III zulk een belangrijke rol te spelen, plaats. Geen klokken beieiden over de stad, en voorzoover zij het deaea, klonk het somber, meer voor den overlec.en vaaer dan voor den jonggeboren zoon. Geen dich- ters streelden de harpen van bun vernuft, (gelijk igebruikelijk in die tijden. Zwart was de stoet, die het Prinsje naar de Groote Kerk geleidde; aan weerskanten gingen de heile- baardiers, met groote rouwstrikken om; zco- wel de kerk als het omliggende kerkhof wtaren met zwart laken bekleed. Een dochter van den Heer van Brederode, in die dagen een bij uitstek aanzienlijk geslacbt, droeg de jonge prins, en het doopkleed van wit bont, weid door zwarte stippen onderbroken. Achter haar volgde de Grootmoeder Amalia van Solms, het hoofd recht op, wel gebogen, niet vernie- tigd onder den slag, die haar zoo plotseling had getroffen. En .achter haar kwamen de Kohingin van Bohemen, tal van vorstelijke personen, de voliedige Algemeene .Staten, de Staten van Holland en da afgevaardigden zoowel van Amsterdam als van fDeift en Leiden. Tot op het orgel waren de menschen geklommen om maar iets te kunnen zien en zoo hinderlijk was het dringen, dat de predi- kanten meer dan eens om stilte moesten ver- zoeken. Willem III liet uit zijn .gelukkige echt met een andere Mary Stuart geen kinderen na. De rechte lijn van den grooten Zwijger stierf 'met hem uit. Zijn politieke nalatenschap ging naar de iFriesche neven-stadhouders over, die van ouds bun paleis op den Vijver- berg te 's-Gravenhage hadden. Niet daar, niet te Leeuwarden, doch bij een tijdelijk verhiijf van zijne moeder te Dessau werd Jan Willem Friso geboren. De vreugde te Leeuwarden was er niet minder om. Miaar ook Jan Wil lem Friso was geen lang leven beschoi en. Toen hij bij het dorpje Moerdijk op noodlottige wijze in het Hollandsch Diep omkwam, was hij reeas vader van een dochtertje, en droeg zijn gemalin, het eenvoudige prinsesje uit Hessen- Cassel, dat de Friezen kennen als Maryken Meu, den jongen Willem Karel Hendrik Friso onder het hart, die op 1 September 1711. zes ,weken na dien noodiottigen dag, werd ge boren. Ook bij zijn .geboorte zwegen ds klok ken, en was er, te midden van de rouw, waarin het Hof verkeerde, geen feestelijkheid. De Staten-Generaal echter hadden het pet-erschap sanvaard en zij schonken, gelijk de 'Staten van ,Friesland deden en ook de Staten van Holland, groote pillegiften. Deze zoon van Jan Willem Friso, die Prinses Anna van Engeland uit het Hannoveraansche Huis (tot gemalin zou kie- zen, bracht het grootste 'deel van zijn leven in de noordelijke provincien door. Wel ver- vuile zaken inliet, dan zou hij gten Beck meer zijn." Hij had luider gesproken en Lady Beck kwam haastig de keuken uit. ,,Wat is er aan die hand?" vroeg zij. „Ik zeg dezen heer, dat geen Beck ooit zijn handen vuil maakte met smerig werk," riep Sir John met een steim, die beefde van emotie. De oude vrouw keek van den een naar den ander. ,,'Niemandi, die de Becks kent, kan er an- ders over denken", izeide zij. ,,Ga nu je banden maar wasschen, want het eten staat op tafel. U wilt misschien met mij meegaan, mijn heer?" Haar stem was minder vriendelijk dan eerst en Jefferies meende, dat er een verontwaar- digde hli'k in haar oogen was geweest, toen zij hem aanzag. Nu leidde zij hem naar de keuken, met dezelfde rustige hoffelijkheid als eerst. „U moet hier maar zitten, mijnheer, aan mijn rechterhand', niet te d'icht bij bet vuur. Dit is mijn nicht Jane, ook een Beck, zooals wij allemaal. Ik ben tweemaal een Beck, an- ders zou ik niet getrouwd zijn, ik kon den naarn er niet aan geven." Mejuffrouw Jane Beck, was een vale, niet meer jonge dame, met een tamelijk onnoozel gezicht, zij antwoordde op deze woorden' met een gegiechel. ,,Ik zou mijn naam er graag genoeg aan ge- geven hebben, a'fe iehiand het mij maar ge- vraagd had," zeide zij. De keuken was een lang, laag vertrek, ge- zellig met de boogvensters, al zagen die dan ook op het erf uit; de lichthruine muren waren een beetje berookt. Maar er lag geen vuiltje op den vloer, die met zand bestrooid was, de eiken tafel en stoelen waren melkwit geboend en de .koperen en tinnen voorwerpen blonken prachtig. Molly zette een dampenden schotel aan het toefde hij op de hem persoonlijk toebehoorende paleizen in 't Haagsche Bosch en op het Loo, maar waardigheden had hij vooreerst in Hol land en GeMerland nrit. Toch is de eerst geborene uit dit huwelijk, een dochter, op 19 pecember 1736 te 's-Gravenhage ter wereld gekomen; het lijkje van het prinsesje, dat bijna onmiddellijk na de geboorte overleed, werd tentoon gelegd, en de toevloed der men schen om het te zien, was zeer groot. Een tweede dochter, op den noodiottigen herinne- ringsdag in 1739 geboren, leefde temauwer- nooa een half uur. Maar op 28 Februari 1743 werd, te Leeuwarden, prinses Wilhelmina Caroline geboren, d'ie haar jongeren broeder Willem V zulk een goede zuster is geweest en wier nagedachtenis nog voortleeft in den Koninkiijken iScbouwburg te 's-Gravenhage die zij zich, na haar huwelijk met den vorst van passau-Weilburg, deed bouwen. Haar doop- pleclitigheid had op den 10 Maart d.a.v. in de Groote Kerk te Leeuwarden met veel statie plaats; de Koning van Engeland was peter; c e Koningin van Pruisen en de Prinses- Douairiere, zijde Maryken Meu, waren meters. De statiekoets werd door Leeuwarden getrok- ken door zes grij'ze paarden; in de oonsisto- riekam-er was op een rood fluweelen kussen, met goud omzoomd, de jonggeborene. Een groote toeloop van menschen was aanwezig om dit alles te zien, en met veel statie werd het jon.ge prinsesje naar de kerk geleid. De eenige zoon uit dit huwelijk had als het ware gewacht op de herstelling van zijn vader in de waardigheden van het Oranjegeslacht. In 1747 werd de Friesche Willem geroepen om, voortaain erfelijk, de stadhouderlijke macht over alle zev.n gewesten uit te oefe- nen. Op 8 Maart 1748 begonnen door geheel 's Gravenhage de klokken te luiden en de ka- nonnen te schieten. En men mag aannemen, dat de Hagenaars, onder wie het Oranje- gez'inde deel altijd heeft overheerscht, nauw- lettend heibben geluisterd hoeveei scho'ten er zouden worden afgevuurd. Voor het eerst maakt de geschiedenis melding van een soort Bulletin, dat vertetde, dat in den vroegen och- tend even voor 4 uur de Prinses van Oranje van een zoon was bevallen. De Prins deed on middellijk aan den Raadpensionnaris, aan verdere hooge staatsambtenaren van de ge boorte kennis gevon en ging denzelfden mid- dag in persoon naar de colleges der Algemeene Staten en den Raad van State om van de ge boorte mededeeling te doen. Reeds dienzelfden avond was de Hofvijver verlicht; op regel- matige afstanden waren flambouwen ge- plaatst, en op bet mid'dengedeelte, waar het ijs sterk was, had men pektonnen opgestapeld. Klokgelui gaf het sein tot het ontsteken van dit reusachtige vreugdevuur. En dit was nog maar de inzet tot de zoo goed als algemeene verlichting, die men bijna spontaan had aan- gestoken. Op 11 April had in de Groote Kerk de doop plaats. Prins. W'illem IV kwam van het Binnenhof naar de Groote Kerk door stra- ten, die geheel door ten reusachtige volks- menigte waren bezet en door troepen werden vrijgehouden. Vier koetsen, elk bespannen met zes paarden, droegen zijn gevolg; hijzelf zat in de statiekoets', getrokken door acht moor- koppige hengsten; hij was gekleed in licht hemelsblauw gehloemd fluw:el, een costuum geheel van binnenlandsch maaksel. Nauwe- lijks was hij in de kerk aangekomen en met psalmgezang welkom geheeten, of de afzon- derlijke stoet, die den jonggeborene bege- leidde, trad binnen. Willem IV hield zijn zoon persoonlijk ten doop. Des avonds werd in het Mauritshuis een groot feest aangericht; de Prins verliet het cm een groote rijtoer door de stad te maken, die nogmaals prachtig was geillumineerd en versierd. En Amsterdam en andere plaatsen bleven in vreugdebetoon hij Den Haag niet achter. Met regelmatige tusschenpoozen herhaal- eene einde en een schaal aardappelen aan het andere einde, ging daarna aan een zijtafel zitten met drie of vier knechts, die precies hetzelfde menu hadden als de Becks zelf. We kunnen niet beginntn zonder Sir John," zei Lady Beck, rondziende. ,,Is Opa bijna klaar, Roger?" Roger, wiens stevi.ge hand.jes nog vochtig waren van zijn schoonmaak, knikte en glee<d in een stoel naast nicht Jane, eh even later kwam de heer des huizes binnen, met zijn langzarruen stap, en blijkhaar verdiept in som- bere gedachten. Hij kl.opte vinnig op de tafel en onmiddellijk stonden alien, ook de knechts op. Hij bad voor, heel langzaam en devoot. ,,Ik moet me nogmaals verontschuldigen over het uiterst eenvoudig maal, dat we u voorzetten," zei hij daarna. „In vroeger tijden plachten de Becks hun gasten andbrs te ont- halen. Doch u weet misschien hoe, buiten onze schuld, ongeluk en tegenslag ons geslacht schijnt te vervolgen. Dat is in het grifze ver- leden al begonnen met verlies en verbeurdver- klaring om politieke redenen... en de voor- spoed is nooit meer teruggekeerd... Kijk eens, het landgoed was eens zoo groot, het liep van de Mersey tot de Rihhle... en wat is er van over? Een vervallen, oud huis, een paar s.tuk- ken houwland en ds naam." ,,Nu, dat is genoeg," zei Lady Beck, terwijl zij even ophield met het opscheppen van het eten. Ah, het is genoeg, dat geloof ik wel," ant- woordds haar man. ,,Het was genoeg voor mij en het zal ook genoeg zijn voor Roger. Roger is de laatste Beck van Beckford." ,,Niet de laatste," zei zijn grootmoeder. ,,Neen, niet de laatste, ho,pen we," zei Sir John peinzend. ,,Maar je kunt het nooit weten. Wij hadden maar een zoon, Sophie, en hij stierf jong... vergeet dat niet. Ik was ook de eenige zoon. De familie sterft uit, zooals ook het land ons ontglipt." den zich de geboortefeesten te 'sGravenhage. De latere Koningen Willem I en Willem II zagen er, hoe verschillend politieke omstandig- heden ook heerschten, met gelijke feestvreug- de het levenslicbt. Uit het, op jeugdigen leef- tijd gesloten, huwelijk van Prins Willem V met Wilhelmina van Pruisen kwam in 1770 Prinses ,Louise; op 24 Augustus 1772 een zoon, Willem geheeten als zijn vader, voort. De troepen, d'ien dag in de Maliebaan voor wapenoefening verzameld, gaven door een drievoudig salvo te kennen, dat de blijde boodschap van bet Huis 'ten Boscb was ontvangen; het geschut nam de vreugdetonen over; de klokken begonnen te luiden en te spelen; de Oranjevlaggen Wer den uitgestoken. En ook ditmaal was de be- volking gereed om van haar vreugdebetoon te doen blijken. Dit vooral op den dag der tiooy plechtigbeid, die reeds spoedig, op 17 Septem ber, volgde. De doop was rijk, gelijk de dagen rijk waren. Jagers, valkeniers, lakeien en pages te paard 'gingen iaan de statiekoets van den Prins vooraf; daarop volgde een deel zijner Zwitsers en der stadhouderlijke lijf- wacht. Vele koetsen volgden, waarin de hooge magistraten van het kleine, maar rijke land, waren gezeten. En ev-enals bij de doopplech- tigheid van Willem V zelf, trok destijds een tweede stoet met den jong geboren erfprins in het midden naar de kerk. In de met zes paar den bespannen statiekoets der prinses waakte Freule Dankelman, de Pruisische gouvernante, over de veiligheid van het kind. Naar het vorstelijk gebruik van die dagen trad deze Erfprins, die naar men verwachtte eens Wil lem VI zou ;zijn, jong in het huwelijk. Ook hij: met een Pruisische Prinses. En op 6 Decehaher 1792 kon een hof benefit worden uitgegeven, waaruit bleek, dat des ochtends te 8 uur hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Erfprinses was verlost van een welge- schapen en. alle teekenen van gezondiheid medebrengende Prins, en zicb wel bevond. pienzelfden dag was ,er parade, waar zoowel de grootvader Prins Willem V als zijn beide zoons aanwezig waren om er gelukwenscben te ontvangen. De Erfprins begaf zich daarop naar's Lands vergaderingen om er in persoon de heugelijke gebeurtenis mede te deelen. De klokken speelden en luiddeni; 21 stukken ge schut, die op het toenmalig Nagtegaalenpad, thans de .Parkstraat, waren opgesteld, vuur- den salvo's af, en weer toonde Den Haag zijn blijd'schap. Bllderdijk heeft zic,h hij, die ge- legenheid laten hooren, en met het oog op het Jfeit, dat deze Prins is geworden onze Koning Willem II, is het merkwaardig om deze woor den aan te hal-en: Uw dierbre Grootvader staat aan, ['t schuddend Staatsroer pal. En op zijn zorg gerust ducht Neerland [schok noch val! Ja, moet dan 't onweer ook opnieuw in [onze streken Den Staatshulk zeil en treil en mast [en roer verbreken, Brengt de onverbidbre wil van Gods [besluit dit mee, Hij-zelf verzekert ons van een behouden ree! Gij dierbre Vorstentelg, aan ons gebed [geschonken, In 't midden van d'orkaan dien we om [ons hooren ronken, Gij blijft ons 't onderpand, dat God ons [niet begeeft: Want Noerland kent geen nood, zoo [lang Oranje leeft: Voorloopig en voor langen tijd was dit de laatste Oranjeprins, die in Nederland ter wereld kwam. Want de broers en zusters van den lateren Koning Willem I zijn in de bal lingschap geboren. Zijn broeder Prins Frede rik zag in 1797, terwijl zijn vader te Berlijn vertoefde, het lavenslicht. Gelijk ook zijn beide zusters, Wilhelmina en Marianne, van wie de eerste stierf in de dagen, dat men voor Napoleon's leger de vlucht moest nemen naar Oost-Pruisen. De oudste zoon, die uit het huwelijk van Koning Willem II voort- kwam, nadat deze 'de band had gereikt aan de Russische Grootvorstin Anna Paulowna, werd ,,,Hemel, Johns wat ben je somber'" riep juf- frouw Jane uit. ,,De jongen is toch flink ge noeg en er wareh toch nog andere Becks be halve jij in mijn jonge jaren. Er was nog een Willfem, niet, Sophie? Je broer, die naar Amerika ging. Hij zal ook wel getrouwd zijn denk ik..." ,,Jane," zei Lady Beck, „eet." ,,Nou, ik weet wel, dat je dat niet hooren wilt," zei Jane. ,,Maar ik noem het niet har telijk. 'Het bloed kruipt, waar het niet gaan kan en alles hij elkaar, was het toch maar een kleine ruzie..." „Je weet niet, waar je over praat, Jane," zei Sir John. Al k.ek mijnheer Jefferies strak op zijn bord, toch had hij met gespannen aandacht geluisterd. Hij was evenwel de eerste om de ongezellige stilte, die hierop volgde. te ver breken. ,,Uw kleinzoon lijkt niet op u," hegon hij. „Hij lijkt zeker op zijn moeder." „Hij lijkt op haar, als twee druppels water!" riep de onverbeterlijke juffrouw Beck uit. ,,Ik heb hooren zeggen, dat alle Homocks blond zijn. ,,'Hornock, Hornock," herhaalde mijnheer Jefferies. ,,Die naam komt me bekend voor. Wonen zij niet in Preston? Daar zijn fabri- kanten die zoo heeten." ,,Dat kan wel," zei Lady Beck kort. ,,Ik geloof, dat zij heel rijk zijn," ging de bezoeker vriendelijk voort. ,,Erg gezien..." ..O ja," antwoordde de oude dame en daar- m;e was het afgeloopen. Aan het einde van het maal evenwel, toen Jefferies zijn gastheer en gastvrouw weer naar de eiken tafel was gevolgd, begon Lady Beck er z,rIf over: ,,Ik wiid'e er niet over spreken, waar het kind of de knechts bij waren, evenmin in tegenwoordigheid van juffrouw Beck, die,, zoo als u wel gemerkt zult hebben, wat simpel is. (Ingez. Med.) in Brussel, waar het prinselijk gezin destijds verhiijf hield geboren. Maar alle de broers en zusters van dezen, den lateren Koning Willem m, zagen in Soestdijk gelijk nu Willem Ill's achterkleinkind het levens licbt. Eerst nadat de aanstaande Erfprins in 1839 met zijne nicht prinses Sophie van Wur- tem'berg in .het huwelijk was getreden, ging de residentie ziich weer in Oranjezon baden. Prins Willem, in 1879 aan zijn land ont'vallen, werd in het tegenwoordig Ministerie van Buitenlandsche Zaken, eens ..logement" van de trotsche Amsterdammers, geboren. De prinsen Maurits en Alexander volgden. De Oranjeboom scheen sterke wortelen te hebben geseh'oten. Maar slag na slag volgde. Toch kon men op dien gedenkwaardigen 31 Augus tus 1880 niet bevroeden, dat reene aanstaande Koningin werd geboren. Maar in 1884 over leed Prins Alexander; in 1891 Koning Willem III, zijn tienjarig dochtertje onder de zegen- rijke bescherming van Haar moeder, de kroon latend. Jong koningin, jong echtgenoote, heeft Nederland nooit warmer met Haar medegeleefd, dan toen op 30 April 1909, in den heel vroegen ochtend, de mare van prinses Juliana's geboorte door stad en land ging. Dat is geisch'iedenis geworden, maar voor velen leeft het nog als de dag van gisteren. Gelijk .het ,,sprookje" van Juliana's trouwdag van ruim een jaar geleden, het stralend paar in de gouden koets, als heden gebeurd schijnt! DE BLIJDE GEBEURTENIS. Omtrent de bekendmaking van de blijde gebeurtenis in het Prinselijke gezin meldt het A.N.P. het volgende: Het Alg-emeen Nederlandsch Persbureau heeft voor deze dagen een nieuw bijkantoor ingericht, dat tevens het hoofdkwartier der berichtgeving over de blijde gebeurtenis zal zijn en dat gevestigd is in het Bad'hotel te Baarn. Dft hotel is reeds jaren her zeer nauw verbonden geweest met het paleis Soestdijk en deszelfs bewoners. Steeds weer namen hofdignitarissen en autoriteiten, die voor kor ten of langeren tijd hun bezigheden in het paleis moesten verrichten, hun intrek in het Bad'hotel. Altijd was er in jiet hotel wel iets aan de hand, dat met het paleis te maken had en over en weer was er geregsld contact. Daar is nu het centrale punt, van waaruit straks het blijde beric.ht de wereld zal worden ingezortdsn. Behalve het A.N.P. hebben tal van dagblad- Maa.r hit is nu eenmaal zoo, dat noch Sir John, noch ik, het huwelijk van onzen zoon goedgekeurd hebben." ,,0, niet?" vroeg de ander verbaasd. ,,Neen," hernam zij. ,,Het trof ons als esn slag, omdat de Hornocks handelslui zijn." Jefferies keek van de een naar den ander en enderdrukte een aanvechting om te lachen. De naam Hornock was niet alleen door rtjk- dem bekend, maar ook door voomame con- necties. Een tak van de familie was uitste- kend door de groote wereld in Londen ontvan gen en geparenteerd aan geslachten, heel wat hooger in rang, dan de Becks van Beckford. Maar er viel niet aan te twijfelen, de oud- jes meenden het. „Ja, toentertijd vonden we het erg, heel erg," zei Sir John. ,,Er was nog nooit een dergelijk huwelijk in de familie geweest, maar ;r was ook nog nimmer een Beck geweest, die niet precies wist, wat hij wilde en onze zoon hield vol." ,,Kom, kom, laten we het arme ding de eer geven, die haar toekomt, John," kwam zijn vrouw tusschenbeidie. ,,Zij waren gelukkig zoolang hij leefde en zij bleef treuren na zijn docd. Dat mogen we niet vergeten. En nu hebben we natuurlijk niets meer met de Hor- nor'k"; u-'t te staan." Jefferies zweeg verbaasd. ..Maar de kleine jongen erf.t toch..." begon hij; toen ondertarak Sir John hem. Niets. van de Hornocks, mijnheer. Niets. D: oude Samuel Hornock onterfde zijn doch ter, omdat hij 6c k heftig tegen het huwelijk was, toen hij eenmaal begrepen had, dat wij haar niet goed gene eg vonden. Dat lie t ons koud; we voeTden er niets voor, het geld van een kocpman in de familie te hebben. Roger zal het best stellen, met wat we hem nalaten... het zal veel beter voor hem zijn, als hij moet werken, zooals ook ik altijd heb moeten doen." (Wordt v.ervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1938 | | pagina 1