ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN Stuclie-hoof dpi|n Feuilleton No. 9626 MAANDAG 5 JUU '1937 77e Jaargang Buitenland Binnenland Om een kind. EERSTE BLAD HET REGLEMENT AUTOVERVOER ABONNEMENTSPRIJSBinnen Ter Neuzen 1,25 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen fr. per post f 1,55 per 3 maanden Bij vooruitbetaling fr. per post f 5,60 per jaar Voor Belgie en Amerika 2,—overige lan den 2,35 per 3 maanden fr. per post Abonnementen voor bet buitenland alleen bij vooruitbetaling. Uitgeefster: Firma P. J. VAN DE SANDE GIKO 38150 TELEFOON No. 25. ADVERTENTIeN: Van 1 tot 4 regels /0,80 Voor elken regel meer 0,20. KLEINE ADVERTENTIeN: per 5 regels 50 cent bij vooruitbetaling. Grootere letters en clichd's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgbaar is. Inzending van advertentien liefst een dag voor de uitgave. DIT BLAD VERSCHIJNT IEDEREN MAANDAG- WOENSDAG- EN VRIJDAGAVOND. vallen vrachtauto's, die worden gebezigd voor het vervoer van meer dan 6 personen zonder voor personenvervoer te zijn ingericbt. Het wordt mogelijk gemaakt, dat er auto- busdiensten komen voor vervoer van bepaalde categorieen van personen. Die categoric moet dan in de vergusnning worden omscbre- ven. Volgens de oude bepaling van art. 18 waren B. en W. verplicbt, iedere aanvrage voor de exploitatie van huurtauto's toe te staan. Deze bepaling is thans zoodanig gewijzigd, dat B. en W. op dergelijke aanvragen vrijelijk kunnen beschikken. Voor taxi's was eenzelfde rege- ling reeds in art. 17 opgenomen. Voorts is de bepaling ten aanzien van het vervoer van kinderen gewijizigd. Onder meer komt thans te gelden de bepaling, dat het aan- tal kinderen, dat met een autobus kan worden vervoerd, wanneer dit aantal groot is, per geval kan worden vastgesteld door dengeen, die de vergunning verleent. Ontheffing wordt mogelijk gemaakt voor de bepaling inzake bet afgeven van plaats- kaartjes voor elken rit, voorts van de ver- plicbting tot bet verwarmen van bussen gedu- rende den winter. In art. 40 wordt de bepaling ingevoegd, dat het reglement niet van toepassing is op bet vervoer van zieken of gewonden met daarvoor ingerichte motorrijtuigen, dan wel door ge- neeskundigen met personenauto's. Verscbillende bepalingen van het reglement, met name die betreffende de keuring van autobussen zijn hierbij niet toepasselijk ver- klaard op autobussen, voorzien van een bui- tenlandsche nummerplaat en gebezigd voor de uitvoering van toerwagen-ritten. De Sarkani is vervolgens geladen onder toezicht van de douane. Het schip vertrok, als geizegd op 8 April, met bestemming naar Alicante. Op den 15den April, voordat men de Straat van Gibraltar bereikte, werd op de Sarkani een oproep van de Java ontfvangen, bestemd voor schepen die convooi wenschten. Toen is geantwoord, dat men tot Gibraltar convooi verzocht, terwijl ook de lading en de bestem ming werd opgegeven. De bedoeling was, dat in Gibraltar een offi- cier van de niet-inmengingsoommissie aan boord zou komen. De Java seinde terug, dat geen convooi kon worden gegeven. Op de vraag, waarom, kwam ten antwoord, dat de weigering geschiedde vol gens bevel van het ministerie van defensie. Den volgenden morgen is de Sarkani door een kanonneerboot van de partij van Franco aangebouden. Een officier kwam aan boord, die naar de lading en de bestemming kwam informeeren. Toen deze officier weer naar zijn oorlogsschip terug was, telegrafeerde de Sar kani aan de Java om assistentie. De officier van de kanonneerboot kwam spoedig aan boord van de Sarkani terug en gaf order naar Ceuta te stoomen, waar men de lading wilde visiteeren. Intusschen was de Java, die twee schepen begeleidde, in zicht ge- komen. Nog eens werd naar de Java geseind, waarop deze antwoordde, dat wel de reederij convooi had aangevraagd, maar dat het mi nisterie dit had geweigerd, zoodat de Java dus niet tusschenbeide kon komen. Toen de Sarkani te Ceuta kwam, ge'beurde er de eerste maand weinig of niets. Daarna is de lading gelosfc De reederij heeft over de in beslagneming van de lading een claim inge- diend, maar hierop is nog niets vernomen. De kapitein zeide, dat de behandeling te Ceuta goed was. De eerste dagen mochten de leden van de bemanning hun hutten niet ver- laten, terwijl er een gewapende Wacht aan boord bleef. Daarna volgden drie weken, dat men niet van boord mocht. En ten slotte mocht men zich overdag en's avonds vrij aan den wal begeven. Wel bleef het schip natuurlijk steeds onder bewaking. Bij ondervragingen, die door autoriteiten te Ceuta geschiedden, informeerde de kapitein wel naar de reden van de inbeslagneming van lading en sohip, maar op zijn vragen werd geen antiwoord gegeven. De bemanning mocht wel naar haar familieleden schrijven. Ook mocht er met de reederij gecorrespondeerd worden. Antwoorden uit het vaderland bleven door- gaans lang uit. De Nederlandsche gezant te Tanger, de heer Gerth van Wijck, is een keer aan boord van de Sarkani gekomen, waar hij naar de behan deling informeerde. Meer kon de gezant op dat oogenblik niet doen. Drie weken geleden kreeg men aan boord de mededeeling, dat het schip zou worden vrij- gegeven. Het schip is, toen het weg mocht varen, eerst naar Tanger gegaan, omdat de papieren niet waren teruggegeven. Ook ontbrak een be- langrijk onderdeel van de radio. Op het ge- zantschap te Tanger kreeg men het journaal terug en ook het onderdeel van de radio, ter wijl voorts werd medegedeeld, dat het schip zonder verdere papieren naar Nederland kon stoomen. De leden van de bemanning zijn in goeden welstand hier aangekomen. Het zijn 22 Ne- derlanders, een Pool en een Wit-Rus. Gedurende het verblijf te Ceuta kreeg men per man en per dag 3.25 peseta, waarvoor Ievensmiddelen werden gekocht. De kapitein verklaarde ons nog, dat hij op de uitreis van Rotterdam naar Spanje geen tusschenhaven had aangedaan. Namens de reederij zeide men, dat men nog in onderhandeling was met de regeering over het geweigerde convooi, omdat men de reden daarvan niet begreep. Zoo'n „AKKERTJE" maakl U weer frisch, ruslig en kalm. Maakt dat Ge een goed examen zult doen. Zorg dus in dezen examen-tijd zoo'n metalen zakdoosje met 3 „AKKERTJES" bij U te hebben. Ze zijn overal verkrijgbaar voor slechls 20 cent. (Ingez. Meu. LEOPOLD III WIJST OUD-STRIJDERS EISCHEN AF. Koning Leopold, wien de Vuurkruisers ter gelegenheid van hun onlangs te Brussel geihouden betooging een verzoekschrift hadden overhandigd, waarin gevraagd werd de regee ring te doen aftreden, het parlement te ont- binden en een referendum over de amnestie te organiseeren, heeft Vrijdag de leidende per- soonlijkheden van alle oudstrijdersvereenigin- gen in het paleis te Brussel ontvangen. Zoowel de Nationale Oudstrijders bond als het Vlaamsch Oudstrijdersverbond, zoowel de Fratenellers als de Vuurkruisers, waren aldus zonder onderscheid voor de eerste maal ver- eenigd. Opgemerkt dient te worden, dat, terwijl de Vuurkruisers zich heftig tegen amnestie keerden, het Vlaamsch Oudstrijders verbond zich steeds krachtig voor amnestie heeft uitgesproken. Koning Leopold legde tegenover de afge- vaardigden van de oudstrijders in het Fransch en in het Nederlandsch de navolgende verkla- ring af: Ik was er op gesteld u te ontvangen in uw hoedanigheid van gekozen en verantwoorde- lijke leiders der oudstrijdersbonden. Op Woens- dag 23 Juni heb ik gehoor gegeven aan eenige burgers, die het aan elken Belg verleende grondwettelijke recht van petitie wenschten uit te oefenen. Ik heb beloofd, als grondwet- telijk vorst him request te bezien. In dat request krwam o.a. het verzoek voor tot het uitvaardigen van een volksreferendum over de kwestie, die bij de wet van 11 Juni werd geregeld. Een dergelijk verzoek kan niet worden inge- willigd. Het beginsel van het referendum wordt niet door de grondwet erkend en bij den huidigen stand van onze wetgeving is het den koning dan ook niet mogelijk iets van dien aard te ondernemen. Er kan, aldus ging koning Leopold verder, in soortgelijke gevallen dus geen sprake zijn van kamerontbinding, noch van een ontslag der regeering. In die uitoefening van zijn ambt mag- een grondwettelijk vorst alleen tusschenbeide komen uit bezorgdheid om steeds de heiligste belangen van het land te dienen. De beroering, welke thans in het land heerscht, kan niet worden ontkend, doch zij dient ordelijk en op wettige wijze tot uiting te komen. Oudstrijders, die de belangen der natie ten koste van de hoogste persoonlijke offers heb ben verdedigd, zijn evenals alle burgers, gerechtigd, hun gevoelens te betuigen. Het is naar mijn oordeel ten onrechte, dat men de amnestiewet het karakter heeft gegeven van een aamslag op de waardigheid van het land en de eer van onze oorlogshelden. Hoe men ook over de amnestie denken moge, de waardigheid en de eer van het land blijven ongerept, dat kan ik u beslist verklaren. Aan den anideren kant wil ik u spreken over wat met een verkeerd woord de admini- stratieve amnestie wordt genoemd. Wanneer even voor zijn dood mijn betreurde vader in antwoord op 'n verzoek van de oud-strijders de regeering verzocht, de betwiste gevallen door een college van hooge rechters te doen be- rechten, dan deed hij izulks in de overtuiging, NIEUW TWEEDE KAMERLID. De voorzitter van het centraal stembureau heeft in de vacature, ontstaan door het be- danken van mr. Steenberghe, benoemd ver- klaard tot lid van de Tweede Kamer den heer J. C. M. Sweens te Gilze-Rijen. EEN BEDRIJFSRAAD VOOR HET BOUWBEDRIJF Naar Het Volk vemeemt, heeft de minis ter van sociale zaken thans aan de werk- nemers- en werkgeVereorganisaties in het bouwbedrijf een schrijven gezonden, waarin hij mededeelt, dat hij overweegt over te gaan tot instelling van een bedrijfsraad voor het bouw- bedrijf. De bewindsman heeft de organisaties ver zocht hem te berichten, wie harerzijds als lid en plaatsvervangend lid in de raad kunnen worden benoemd. DE BEHANDELING VAN G. AALDERS IN DUITSOHILAND. Het Tweede Kamerlid Albarda heeft aan den minister van buitenlandsche zaken a. i. de volgende vragen gesteld: 1. Heeft de minister kennis genomen van de mededeelingen van den Nederlandschen res.-luitenant G. Aalders betreffende ernstige mishandelingen, die men hem in Duitschland heeft doen ondergaan ten einde hem tot be- kentenissen in een strafproces te dwingen? 2. Heeft de minister reeds aanleiding ge- vonden of is hij alsnog bereid omtrent de in de eerste vraag bedoelde feiten inlichtingen in te winnen bij de Duitsche regeering? 3. Indien uit die inlichtingen of op andere wijze blijkt, dat de mededeelingen van den heer Aalders juist zijn, vindt de minister dan daarin aanleiding tot verdere stappen en zoo ja, tot welke DE PRIJZEN VAN VLEESOH EN BROOD. B. en W. van Amsterdam hebben de aan- dacht van den minister van Landbouw en Vis- scherij gevestigd op de sterke stijging van de prijzen van rund- en andcr vleesch en de daar- mede verband houdende sterke daling van het vleeschverbruik daar ter suede. Met aandrang hebben zij den minister ver zocht tot afschaffing of verlaging van de hef- fingen op het rundvleesch over te gaan. De minister heeft hierop geantwoord, dat terzake een onderzoek wordt" ingesteld. B. en W. hebben den minister tevens ver zocht, te willen bevorderen, dat maatregelen worden genomen, welke or toe leiden, dat, bij invoer van Deensch vleesch, de lagere kost- prijs van dit vleesch voornamslijk aan den consument ten goede komt. Voorts hebben B. en W. verzocht maatrege len te wdllen nemen, welke leiden tot het ver- vallen van heffingen, waardoor de federatie van Amsterdamsche bakkerspatroons gevolg kan geven aan haar uitgesproken voomemen den broodprijs te verlagen. VRIJWILLIGERS VOOR SPANJE. De Bredasche Courant meldt: Naar wij uit zeer wel ingelichte en vol- komen betrouwbare bron vernemen, haalt de Internationale Roode Hulp nog steeds Neder landsche jongelui over om dienst te nemen in het Spaansdhe regeeringsleger. Zoo vertrok- ken op 1 Juni j.l. niet minder dan 60 jonge mannen uit ons land in groepjes van drie of vier naar Parijs. Vandaar werden zij door- gezonden naar Avignon en vervolgens naar Beziers, waar zij in ontvangst werden geno men door een bureau, waaraan eenige uitge- weken Italianen verbonden zijn. Van Beziers ging het op 5 Juni naar een kleine haven in Zuid-Frankrijk, waar de gemnselden in het ROMAN VAN NORBERT GARAI. (Nadruk verboden.) 11) Vervolg. Danny antwoordt mechanisch, dat hij er wel eens iets over gehoord heeft. Met de juiste toedracht is hij echter niet op de hoogte. ,,Ja, die Coverley", zoo vervolgt Benett zijn verhaal, ,,is een slimme vos. Maar eens zullen we hem tocto wel vangen. Wij hebben bepaalde redenen om aan te nemen, dat hij zich op het oogenblik in Engeland ophoudt..." Hij zwijgt plotseling en zifet Kaynes aan. ,,Wat is er aan de hand?" Kaynes luistert ingespannen en wendt het hoofd in de richting van den tuin. ,,Het was net, of ik buiten voetstappen hoorde, inspecteur!" Allen zijn zij nu een en al aandacht. ,,Misschien is het onze patrouille", fluistert Benett. ,,Maar de jongens hebben toch de op- dracht zich bij ons te melden. Eigenaardig, dat zij dat tot dusver nog niet gedaan heb ben!" Hij wendt zich tot de beide meisjes. ,,<3chrikt u alstublieft niet, dames, als ik u zeg, dat dit huisje hier sinds gisteravond onder politietoezicht staat. U hebt er zeker nog niets van bemerkt, wel? Ja, onze machi- nerie werkt geruischloos. Wij nemen name'lijk aan, dat Coverley zich in de omgeving op houdt en mocht dat niet het geval zijn, dan meenen we er toch op te moeten rekenen, hem binnenkort hier buiten aan de Theems te zul len ontmoeten, want deze, door de politic ge- geheim verscheept werden op een Grieksch stoomschip met bestemming naar Spanje. Tot in voile zee werden de 60 mannen verborgen gehouden, in de ruimen, die leeg waren. DE MINISTERS GOSELING EN ROMME NEMEN AFSCHEID VAN KATHOLIEK AMSTERDAM. De bereddverklaring van de ministers van Justitie en Sociale Zaken, mr. C. M. J. F. Goseling en prof. mr. C. P. M. Romme, op verzoek van het bestuur van den Rijkskies- kring Amsterdam van de R. K. Staatspartij, den Amsterdamschen Katholieken gelegenheid te geven, afscheid van hen te nemen, heeft tot gevolg gehad, dat Vrijdagavond de groote zaal van ,,Krasnapolsky" geheel gevuld was met belangstellenden. Toen te ruim half negen de beide bewinds- lieden met hun echtgenooten, wien een bloe- menhulde was aangeboden, de zaal betraden en, van het kieskringbestuur vergezeld, het podium bestegen, werden zij, terwijl men zich van zijn plaatsen verhief, met een hartelijk applaus begroet. Gesproken is door den voorzitter van het kringbestuur, den heer J. C. Berger, J. W. Smit, nestor van de Katholieke arbeiders- beweging in Nederland, E. Pauw namens de R. K. propagandaclub, en wethouder mr. G. C. J. D. Kropman. De beide ministers hebben de sprekers beantwoord. NEDERLAND EN BELGlB. De jaarlijksche maaltijd van de Cercle Royale Africaine te Brussel waaraan, behalve minister Rubbens, graaf Lippens en tal van andere vooraanstaande persoonlijkheden uit Belgie ook onze gezant mr. J. A. N. Patijn en andere heeren van het gezantschap aanzaten, stond ditmaal geheel in het teeken van de Nederl.-Belgische vriendschap, zoo meldt het Handelsblad. De tafelpresident de heer Fdrier, bracht nadat hij had gedronken op de gezondheid van Koning Leopold hulde aan het kolonisatorische werk van Nederland. De Belgische minister van kolonien, de heer Rubbens, bracht een dronk uit op Koningin Wilhelmina en wees op de overeenkomst, die tusschen de kolonisatie-nooden van Belgie en Nederland valt op te merken. De heer Patijn, die vervolgens het woord nam, verklaarde, dat aan deze bijeenkomst meer dan gewone beteekenis dient te worden toegeschreven, omidat naar zijn meening, de nauwe samenwerking tusschen Nederland en Belgie een kwestie van het hoogste belang is. Spreker zeide er zich over te verheugen, dat de netelige kanalenkwestie door de uitspraak van het Internationale Gerechtshof te 's-Gra- venhage is opgelost, zoodat de weg thans openligt voor een wenkelijke toenadering tus schen de beide volken. De gezant sprak de hoop uit, dat de pole- misten in het vervolg geen roet meer in het eten zullen gooien en dat alles in het, werk zal worden gesteld om zoo spoedig mogelijk tot een vruchtbare samenwerking tusschen beide landen te komen. PERSONEN. De aangebrachte wijzigingen. Uitgegeven is Staatsblad no. 57, houdende besluit van 23 Juni, tot nadere wijziging van het Reglement Autovervoer personen. De wij ziging, waarvan hier sprake is, bepaalt, dat de bepalingen in het Reglement autovervoer per sonen omtrent taxi's en huurauto's in werking zullen treden 1 September 1937, in plaats van 1 Juli. Het thans uitgegeven besluit brengt ver- schillende wijzigingen van belang aan. In de eerste piaats zullen onder het reglement ook zochte Conrad Coverley, is niemand anders dan de eigenlijke vader van de kleine Maud. Wij twijfelen er dan ook niet aan, of hij zal een poging doen om zijn kind te zien, mis- schien zelfs wel om het te ontvoeren." ,/Dat begrijp ik toch niet goed", zegt Kitty verwonderd. ,,Ik heb toch vandaag een brief van mr. Gordon gekregen, waarin hij de wensch te kenneh geeft, dat zijn dochtertje hier blijft. Wie is nu eigenlijk de vader?" .Gordon heeft de kleine Maud geadop- teerd ,jEen oogenblik"', interrumpeert Danny. „Nu gaat mij een licht op, Gordon, mr. Gordon... Is dat misschien de directeur-generaal van de Estna-fabrieken, inspecteur?" ,,Inderdaad ,,Bewaar me!" Danny laat zich weer op zijn emmer ivallen. De wetenschap dat het kind van den almachtige der Estna-fabrieken zich hier in zijn weekend-huisje bevindt, is hem in de beenen geschoten. Richard Kaynes maakt plotseling een waar- schuwende beweging en legt dan vermanend zijn vinger op de lippen, daarmee alien gebie- dend te zwijgen. Onverwacht staat hij op om dan geruisch loos als een schaduw uit de veranda te glij- den. Danny wil hem volgen, maar Bennett fluistert bevelend: „Hier blijven r Gehoorzaam gaat Danny weer op zijn emmer zitten. Op de veranda heerscht thans een diepe stilte; vanuit den tuin klinken af en toe voet stappen en het gedempt geluid van stemmen drihgt tot hier door., 'Eindelijk komt Kaynes weer uit de duister- •nis te voorschijn. ,,De patrouille, inspecteur'", meldt hij. Inspecteur..." Kaynes kijkt de beide meis jes een oogenblik besluiteloos aan voor hij verder spreekt. „Inspecteur, de mannen heb ben, net als ik, het gevoel, of er iemand om het huis heen sluipt. Daarom wilden zij hun schuilplaats ook niet verlaten. Misschien sla- MIDDENSTANDSCONGRES TE ZWOLLE De A.V.R.O. zal de opening van het 34ste Nationaal Middenstandscongres, dat op 6 en 7 Juli te Zwolle wordt gehouden, te 10.30 uur voormiddags uitzenden. Het openingswoord zal worden gesproken door den heer J. C. Elemans, voorzitter van de afdeeling Zwolle en den heer Ed. G. Schiir- mann, voorzitter van het hoofdbestuur van den Koninklijken Nederlandschen Midden- standsbond. DE VERZEKEPTNG VAN DEN TINBAGGERMOLEN „KANTOENG". De Minister van Kolonien heeft Donderdag een cheque van de fa. Hudig en Co. te Rotter dam ontvangen, ten bedrage van ruim 1.4 millioen gulden, tot voldoening van de assu- rantie van den in het Kanaal verganen tin- baggermolen ,,Kantoeng". Een bedrag van ruim 100.000 was reeds eerder afgerekend, zoodat thans het totale bedrag is uitgekeerd. HET STOOMSCHIP SARKANI IN DE ROTTERDAMSCHE HAVEN. De kapitein van het s.s. Sarkani, van het Ned. Bevrachtingskantoor, dat door een schip van de partij van Franco was .opgebracht en geruimen tijd te Ceuta is vastgehouden, en thans weer te Rotterdam is teruggekeerd, ver- telde, dat hij op 8 April uit de Rotterdamsche haven was vertrokken, geladen met Ievens middelen, zooals erwten, booren. tarwe, visch- conserven en koffie. Voor dat met het inladen te Rotterdam was begonneu, had de kapitein zich naar het ministerie van defensie te's Gra- venhage begeven om voir zijn schip convooi aan te vragen. Daarbij deelde hij mede, dat het schip met Ievensmiddelen zou worden ge laden. Op het ministerie werd gezegd, aldus de ka pitein, dat het convooi virmoedelijk wel In orde zou komen. De lading moest onder toe zicht van de douane geladen worden en de reederij moest bewijzen overleggen, wat gela den werd. gen zij er in den man te verrassen". ,,Die heele geschiedenis bevalt me niet"", zegt Benett. ,,Dat kind moet hier weer van daan. De ligging van het huis, de geheele situatie hier past niet in ons plan''. Merkwaardig is de blik, welke Kaynes na deze woorden van zijn chef Kitty toewerpt. Het is, of hij van haar bijstand verwaeht, of hij verwaeht, dat zij zich tegen Benett's plan het kind hiervandaan te nemen, zal verzetten. ,,Wat zou het kind eigenlijk kunnen over- komen, inspecteur?" vraagt Kitty, eenigszins opgewonden. ,,De man die Maud ontvoerde, heeft haar toch bij ons, gelbracht. Het ligt dus voor de hand, dat zij bij ons het veiligst is. Ongetwijfeld is het de wensch van den man, dat het kind bij ons blijft. Voor het overige scbijnt trouwens mr. Gordon, van wie wij vandaag een brief hebben ontvangen, dezelf- de meening te zijn toegedaan". Het ontgaat haar niet, dat over Kaynes' emstig gelaat een' tevreden lachje glijdt en dat geeft haar den moed voort te gaan. „Wij zijn niet bang, jnspecteur! Nietwaar Nicolle Danny?" Deze suggestieve vraag doet Kitty's beide kameraden, mechanisch als pagaden het hoofd schudden. Bovendien zei u toch zooeven, inspecteur" Kitty's stem klinkt nu zeer beslist ,,dat wij onder bescherming van de politie staan? Welnu, dan hebben we toch niets te yreezen... Neen, inspecteur, ik geef u Maud niet mee! Benett kijkt Kitty goedmoedig glimlachend aan. „U schijnt nogal aan het kind gehecht te zijn". „Ja, inspecteur, het meisje is mij in die paar dagen zeer lief geworden. En het is aan mij al heelemaal gewend. Een scheiding zou haar zeker ontzettend verdriet doen." ,,Nu, in ieder geval moet ik toegeven, dat het u niet aan durf ontbreekt, juffrouw De- vine. Maar wij zullen desondanks eens ernstig moeten overwegen, of het niet wenschelijker is alles te vermijden, wat deze idyllische wo- ning tot het tooneel van een getvecht tusschen de politie en een misdadiger kan maken. Ik mag niet verhelen, dat die Coverley, naar het zidh laat aianzien, zich tot een gevaarlijk desperado heeft ontwikkeld. Tenslotte heeft deze geschiedenis reeds een menschenleven geeischt. Op de heide bij Kensington..." ..Inspecteur"', valt Kaynes hem plotseling in de rede, „de bewaking is immers aan mij toe- vertrouwd! Ik geef u de verzekering, dat geen enkele bewoner van dit huis ook maar een haar zal worden gekrenkt". ,jBn als je pech hebt?" zucht Benett. Dan wordt er natuurlijk gezegd: „Benett is de schuld van alles!" Dan heb ik verzuimd alle voorzorgsmaatregelen in acht te nemen en had ik alles vooruit moeten voorzien". tEven zit hij in gepeins verzonken. „Een las- tige geschiedenis!" mompelt hij. ,,Een zeer lastig geschiedenis „Vertelt u me eens, inspecteur", mengt Ni colle zich in het gesprek, „wat gaf mr. Gordon eigenlijk aanleiding tot het besluit om zijn dochtertje voorloopig bij ons te laten?" Het schijnt, dat Benett om een of andere onnaspeurlijke reden het beantwoorden van deze vraag niet gemakkelijk valt. Hij wisselt een haastigen blik met Kaynes. Eindelijk deelt hij mede, dat Gordon een dreigbrief heeft ont vangen. Waarschijnlijk van den man, die het kind ontvoerd heeft. Deze man bedreigt Gordon met den dood, als hij Maud niet bij de beide studenten laat bij wie hij haar gebracht heeft Op dit oogenblik krijgt Danny een idee. Een idee, dat hem zoo fascineert, dat hij van den emmer opspringt, alsof hij door een wesp wordt gestoken. Hij is een handige jongen. Op het beslissen- de oogenblik weet hij met de situatie zijn voordeel te doen. Als mr. Gordon voor zijn leven vreest en daarom het kind voorloopig bij de beide meisjes wenscht te laten, dan zal deze schatrijke baas zich zeker niet laten ken- nen, maar integendeel alles willen doen om de veiligheid van het kind te waarborgen. Met een venbazingwekkende snelheid van gedachten combineert Danny, dat zich hier een nooit terugkeerende gelegenheid voor- doet Gordon om eenige weken vacantie te verzoeken, teneinde het kind in zijn huis te kunnen helpen bewaken. Bovendien als een veldheer overziet Danny thans de situatie maakt nij een goede kans op een behoorlijke salarisverhoo- ging. Bij Jupiter en alle Romeinsche Goden! Die kans moet onmiddellijk worden aangegrepen! Inspecteur", zegt hij, een en al mannelijke vastberadenheid, „nergens is Maud zoo goed opgeborgen als bij ons! Ik zou wel eens willen zien, wie het durfde wagen dit terrein zonder mijn toestemming te be treden Hij bemerkt de waardeerende blikken van de beide meisjes en constateert met voldoe ning, dat er eenige notitie van zijn moed wordt genomen. „U kunt u op ons iverlaten, inspecteur!" zegt hij nonchalant. ,,Laat iemand het maar eens probeeren hier ongeivraagd binnen te dringen." Benett kijkt hen een voor een aan, een verstolen glimlachje om de lippen. Zoo jong was hij ook eens „Nu, goed!" knikt hij. „Dan wil ik u ook in kennis stellen van het voorstel, dat mr. Gor don u aan de hand doet. Hij acht het bij de huidige omstandigheden niet onmogelijk, dat de door ons gezochte Coverley vandaag of morgen hier opduikt om te trachten zich met het kind in veribinding te stellen. Als. het ge- lukt bij die gelegenheid de hand op hem te leggen, dan ontvangt u, dames, tien procent van de som, w>elke dan nog gered kan worden. Dat kan, als het een beetje meeloopt, een be drag uitmaken van eenige duizenden pond sterling, dames (Wordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1937 | | pagina 1