ALGEMEEN NiEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN De spoedeischende wetsontwerpen in verband met de positie van den gulden. HEEFT U AL GRATIS RADION BADHANDDOEKEN EN THEEDOEKEN? De Tweelingzusters. PUROL No. 9511 VRIJDAG 2 OCTOBER 1936 76e Jaargang Feuilleton EERSTE BLAD EERSTE KAMER. Bieten rooien jrwirszix** i ,vr*>w.. rivyvpyj:' nnvr MPtaeBWWWMB NEUZENSCHE ABONNEMENTSPRIJS: Bilmen Ter Neuzen 1.25 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen r. per post f 1,55 per 3 maanden Bjj vooruitbetaling fr. per post 5,60 per jaar ttoor Belgie en Amerika 2,overige lan den 2,35 per 3 maanden fr. per post Abonnementen voor bet buitenland alleen bij vooruittetaling. tlitgeefster: Finna P. J. VAN DE SANDE GIRO 38150 TELEFOON No. 25. ADVERTENTIeNVan 1 tot 4 regels 0,80 Voor elken regel meer 0.20 KT.F.TNF ADVERTENTIeN: per 5 regels 50 cent bij vooruitbetaling. Grootere letters en clidb6's worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertcntien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgbaar is. Inzending van advertentien liefst e6n dag voor de uitgave. DIT BLAD VERSCHIJNT IEDEREN MA AN BAG- VVOENSDAG- EN VRIJDAGAVOND. Vergadering van Dinsdagavond. Aanwezig zijn alle Ministers, behalve Jhr. Mr. De Graeff. De Voorzitter deelt mede, dat het, over- eenkomstig den wensch der regeering, de be- doeltng is, de drie wetsontwerpen nog denzelf- den avond nadat het afdeelingsonderzoek zal zrjn gebouden in openbare vergadering af te doen. De Minister-President, Dr. Colijn, legt de- zelfde verklaring af welke hij des middags in de Tweede Kamer heeft uitgesproken. De Voorzitter schorst daarop te ruim 8.40 uur de vergadering. De vergadering wordt te 11 uur heropend. De griffier doet voorlezing van het ver- slag van het afdeelingsonderzoek van het wetsontwerp inzake verbod van uitvoer van gouden munt en goudmuntmateriaal. Minister Oud acht het onnoodig, naar aan- leiding van desbetreffende opmerkingen, nog eens uitvoerig uiteen te zetten, waarom de regeering haar houding wijzigde, toen Zwit- serland het Fransche voorbeeld volgde. Spr. verwrjst voorts naar de deskundige adviezen van den president der Nederlandsche Bank. De houding der regeering is gelijk aan die der Nederlandsche Bank, welke eveneens Vrijdag den gouden standaard niet wilde verlaten; Zaterdag echter was dit reeds onverantwoord geworden. De regeering heeft het vraagstuk van den gouden standaard altijd gezien in het licht der oeconomische omstandigheden. De regee ring heeft altijd gezegd, te zullen volhouden tot het uiterste. Ze kon echter niet in de toe- komst zien en voor onverwachte gebeurtenis- sen moest ze wijken. Hier is niet gehandeld onder buitenlandschen invloed, evenmin als er in 1914 gemobiliseerd is onder buitenland schen invloed. Met terzijdestellinjg van persoonlijke gevoe- lens is er alleen in 's lands belang gehandeld. De regeering zal niet aarzelen, zoo noodig verdere maatregelen te nemen. Hoofdzaak is thans, dat goedgekeurd wordt het verbod van gouduitvoer, in 's lands be lang. In de toekomst komt daar nu de straf- baarstelling der poging naast. De heer Van Efnbden (v.d.) is evenals de regeering tegen devaluatie. Bij het in ver- keer brengen van een muntstuk neemt men een moreele verantwoordelijkheid op zich. Deze regeering is tegen formeele berooving van zijn crediteuren. De gouden standaard echter is intematio- naal. Dien door 6en land te willen hand- haven, is ondenkbaar. Moederziel alleen te willen doen, wat alleen een geheele kring kan verrichten, is absurd. Dat de regeering Vrijdag nog niet het standpunt van Zaterdag heeft ingenomen, strekt haar tot eer. De heer Van Vessem (n.s.b.) wijst op de toegenomen werkloosheid, een fiasco, voor de regeering echter geen reden tot heengaan. 'Hertiaaldelrjk heeft de minister-president toe- gezegd, den gouden standaard te handhaven. En Zaterdagnacht is daarvan toch afgewekerf. Kort geleden nog zei de president der Neder landsche bank, dat we geen muntvervalschers zijn. Spr. herinnert aan de critiek van den minister-president op zekere personen, die hij met vaderlandlooze schdbbers vergeleek. Spr. is van cordeel, dat de president van de Nederlandsche Bank eerder op de hoogte moest zijn van wat er in Frankrijk gaande was. Er is gezegd, dat Nederland met Zwit- serland wel, zonder Zwitserland niet weer- j stand had kunnen bieden. Spr. zou wel eens willen weten, welke invloeden van buiten Zaterdag op de regeering hebben ingewerkt. Het is niet te aanvaarden, dat Nederland zijn j houding moest wijzigen door Zwitserland. Nu i komt de regeering met devaluatie, en het volk jarenlang opgevoed te hebben in de meening, dat dit uitgesloten was. Voor sommige politTeke opvatting is de devaluatie een schijnoverwinning. Doch de werkloozen, de kleine man, de middenstanders, de menschen met vaste inkomens, worden de dupe. Minister Oud zegt, dat de regeering zal cverwegen, maatregelen als uitvoerverbod van goud, dadelijk een wettelijken grondslag te geven, als in het begin van Augustus 1914. Wlaanvoor dient de schriftelijke voorberei- ding van een wetsontwerp, als de heer Van Vessem niet ingaat op wat spreker op het ver- slag antwoordde en eenvoudig dit gedeeltelijk aanhaalde ,,De heer Van Vessem" zoo sprak de minister „heeft in zijn redevoering datgene vertolkt wat in het verslag voorkomt als een uiting van die leden, die hun bevreemding over de politiek van de regeering hebben geuit. Nu treft mij vooral dit, dat de geachte afgevaar- de nu toch een schoone gelegenheid heeft laten voorbijgaan, om het antwoord, dat ik reeds gegeven heb op de beschouwingen in het ver slag te gaan weerleggen. In plaats dat de geachte afgevaardigde dat doet, leest hij een betoog voor, dat wat uitvoeriger is, ik erken het, maar in het wezen van de zaak niet an- ders is dan een herhajing van hetgeen in het verslag voorkomt, zonder dat hij met een' woord treedt in hetgeen ik tegen die opmer kingen in het verslag heb aangevoerd. Ik vraag mij af: waarvoor dient dan eigen lijk de voorbereiding van de openbare beraad- slaging in deze vergadering. Deze had dan even goed achterwege kunnen blijVen. De geachte afgevaardigde heeft gezegd: ,,Dit kabinet is opgetreden als een kabinet ter verdediiging van den gaven gulden". Zeker, mijnheer de voorzitter, als zoodanig is het kabinet opgetreden en ik ben er trotsch op, dat het kabinet als zoodanig opgetreden is. En ik meen dit te mogen zeggen, zonder dat de Kamer mij van onbescheidenheid zal wil len verdenken, dat ik voor mij dat opeisch, dat, zoo er ooit een kabinet in Nederland is geweest, dat op de bres heeft gestaan voor den gaven gulden, het dit kabinet is geweest. Want wat heeft dit kabinet niet gedaan om den gaven gulden te handhaven! En hebben wij ooit eenigen steun van den geachten af gevaardigde en zijn geestverwanten onder- vonden? Hebben wij in de periode van 3 V2 jaar, die nu achter ons ligt, en waarin wij strijd hebben gevoerd, zooals geen kabinet te voren in Nederland ooit heeft behoeven te voeren, ooit steun gekregen van deze heeren, die thans optreden als propagandisten voor den gaven gulden? Is het toen geweest, dat zij achter ons hebben gestaan De Kamer weet, dat daarvan geen sprake is geweest. Het kabinet is verguisd door deze heeren, zoolang het zijn uiterste best deed om den gaven gulden te handhaven en het kabinet Naar het Engelsch van PATRICIA WENTHWORTH. (Nadruk verboden.) 30) Vervolg. XXIH. Het eerste echte gesprek. Ajnne had van den man bij de brievenbus nauwelijks notitie genomen, tot hij zich op- richtte en haar aankeek. Toen herkende ze den gast van den vorigen avond en ze begreep er niets van, waarom hij zich zoo vreemd ge- droeg. Hij zag er heelemaal niet uit als de soorf mannen, die je op straat aanspreekt. Plotseling voelde ze zich trillen van drift, want hij sprak haar toch aan. Ze had juist tijd om boos te worden en langs hem heen te kjjken, alsof hij niet bestond, v66r ze besefte, dat hij ,,Anne Belinda" tegen haar gezegd had. Het bewustzijn daarvan joeg een vuurroode bios naar haar wangen. Even richtten haar oogen zich op den brief, in haar hand en ze zei: ,J_aat u me astublieft door." ,,Anne." ,4k ken u niet." ,,Ik moet je spreken." Annp draaide zich woedend om en begon snel den heuvel af te dalen. Maar met een paar groote passen was John bij haar. „Ik lijk warempel wel mal. Natuurlijk weet je niet, wie ik ben. Maar luister nu eens even. Ik ben John Waveney John Maurice Waveney. Je eigen neef." Arme bleef stil staan. Daarop, zonder een woord te zeggen, keerde ze zich om en liep terug naar de brievenbus. (Haar neef, John Waveney hij*had haar Anne Belinda genoemd hij was John Mau rice Waveney; maar zij was nu niet meer Anne Wlaveney. Ze was nu Annie Jones, die in de gevangenis gezeten had wegens diefstal en die nu een nieuwe kans had gekregen als binnenmeisje^bij Mrs. Fossick Yates. Zij liet den brief in de bus glijden en stond een oogenblik stil. Ze voelde zich duizelig; er dansten sterretjes voor haar oogen. „Ik heb me werkelijk als een idioot aan- gesteld, ik heb je asm het schrikken gemaakt het spijt me verschrikkelijk. Maar ik wist heusch niet meer, hoe ik je anders te pakken moest krijgen. Ik was bang, dat als ik je zoo liet ontsnappen maar zeg, voel je je niet goed?" „tO, het gaat alweer over," fluisterde Anne. Haar woorden klonken onzeker; de grond onder haar voeten scheen te golven. Maar dat trok voorbij. Ze had de oogen gesloten om die sterretjes voor haar oogen niet te zien; nu opende ze ze weer en er was alleen maar heldere, zonnige lucht tusschen haar en John. Hij keek haar zoo bezorgd aan, dat ze glimlachte. „Ik ben weer in orde. Ik moet naar huis. .Maar ik wil je absoluut even spreken." „HierHet lijkt me toe..." ,,Neen, niet hier natuurlijk. Maar ik moet je heusch spreken. Mrs. Fossick Yates is uit... ik heb haar zien weggaan. Is de kleine baas thuis?" „Ja." ,,Ga dan vragen of je een half uurtje uit mag. Ik zal verderop bij de winkels op je wachten." Anne boog het hoofd en ging terug naar huis. Haar hoofd duizelde. John Maurice Waveney! hoe was het mogelijk! Ze had ge- hoord, dat ze hem gisieravond „Sir John" noemden. Hoe had hij haar gevonden en waarom had hij getracht haar te vinden? En hoeiveel menschen hier in de buurt hadden haar in haar schort en muts, daar bij die brie venbus met een man zien praten? John liep eveneens den heuvel af en keek op zijn horloge. Als ze binnen een kwartier niet op de afgesproken plaats was, dan zou hij naar het dichtstbijzijnde postkantoor gaan om haar op te bellen. Het moest nu maar uit zijn met dat verstoppertje spelen. Hij had haar gevonden en hij zou haar spreken, ter- wijl de kust veilig was. Het duurde lang, maar Anne kwam, in een grqs mantelpak met een zwart hoedje op, pre wordt thans verguisd, nu het door de omstan digheden gedwongen is geweest, den gouden standaard prijs te geven. Zoo zijn de feiten. Ik acht het volstrekt niet uitgesloten, dat de positie van het kabi net heel wat gemakkelijker was geweest, wan- neer men van die zijde een andere politiek tegenover het kabinet had gevoerd. De president van de Nederlandsche Bank heeft gezegd de heer van Vessem heeft dat woord hier aangehaald dat wij geen munt vervalschers waren. Inderdaad, Wij zijn op het oogenblik nog geen muntvervalschers, en als wij op het oogenblik kunnen waamemen, dat in den monetairen storm van deze dagen op het oogenlblik onze gulden staat, zooals eigenlijk geen enkele andere van de valuta staat, dan hebben wij dat, geloof ik, mede te danken aan de politiek, die dit kabinet ge voerd heeft. Zoo is de zaak. Die kroon zal de geachte afgevaardigde ons met al zijn be- toogen niet van het hoofd halen. De geachte afgevaardigde is slecht op de hoogte van hetgeen zich hier in Nederland in de afgeloopen jaren heeft afgespeeld, want hij komt hier tot den voorzitter van den raad van ministers met het verwijt, dat deze hen, die een andere monetaire politiek bepleitten, dan dit kabinet in de achter ons liggende jaren de juiste achtte, zal hebben gescholden voor ,,on- vaderlandlievende schobbers". De geachte af gevaardigde had dat niet mogen zeggen, om- dat men mag verwachten van iemand, die hier in deze vergadering een plaats inneemt als de geachte afgevaardigde, en die tegen over de regeering meent te mogen optreden als de geachte afgevaardigde, dat hij op de hoogte is van hetgeen in het verleden in het parlement is gezegd en in de stukken is ge- schreven; dat hij weet, dat verleden jaar bij de algemeene beschouwingen over de Staats- begrooting scbriftelijk en mondeling er van de regeeringstafel op is gewezen, dat zij, die beweerden, dat de minister-presidenthen, die volkomen te goeder trouw en opreeht een an dere monetaire politiek bepleitten dan de regeering, voor „onvaderlandlievende schob bers" had uitgemaakt, zich hebben schuldig gemaakt aan een volkomen onjuiste weergave van de woorden van den voorzitter van den raad van ministers. Wat heeft de voorzitter van den raad van ministers gezegd? Hij zeide: ,,Ik noem „on- vaderlandlievende schobbers" hen, wien het op zich zelf koud laat welke monetaire poli tiek Nederland voert, maar die op de een of andere manier geld willen verdienen in een periode, waarin de regeering moeilijkheden ondervond om den gouden standaard te hand haven, die gebruik maakten van een zekere onrust, die onder het volk heerschte, die met circulates en in him financieele blaadjes van den zooveelsten rang de menschen opzetten, en tegen de menschen zeiden: Je moet vluc i- ten uit de Nederlandsche staatsfondsen, want de gulden is niet veilig meer; je moet aan- deelen koopen en vreemde valuta. Lieden, die zich aan het belang van Nederland en aan het belang van hun cliente.i niets ge'.egen lie- ten liggen, maar wien het er alleen om ging om eigen voordeel te behalen, ieden, die de oorzaak er van zijn, dat de andere menschen door hen zijn opgejaagd van de eene valuta in de andere, met gevolg: schade voor het alge- meen belang en schade voor henzelf. Deze lieden heeft de voorzitter van den Raad van ministers ,,onvaderlandlievende schobbers" ge noemd. Mijnheer de voorzitter. Ik heb hier voor mij een strooihiljet„Het Nederlandsche volk slachtoffer", met aan den achterkant een aan- beveling, om „Volk en Vaderland" van Vrij dag a.s. te koopen. Ik weet niet, wie dit strooi- biljet geschreven heeft, maar dien schrijver cies zooals hij haar beschreven had aan Mes sing. Anne zelf kon je eigenlijk niet beschrijven; alleen haar kleeren. De manier, waarop zij haar mondhoeken optrok en waarop haar oog- leden zich over haar oogen legden, waarop ze keek als ze boos was en wanneer ze verdriet had neen, dat was allemaal niet te beschrij ven. Niemand kon dat. Het was alsof hij dat altijd van haar gekend had en het verborg een mysterie, dat hij met al zijn kracht verlangde ontsluierd te zien. Dit alles met elkaar was Anne Belinda. Ze kwam naar hem toe met een kleur op de wangen. „Ik hoefde het niet te vragen hij vroeg of ik een pakje voor hem naar het postkan toor wilde brengen; hij verontschuldigde zich wel een keer of drie omdat hij me ook al met dien brief had weggestuurd." ,,Waar zullen we heen gaan?" „I k moet naar het postkantoor." John fronste de wenkbrtiuwen. „Ik kan straks dat ding wel afgeven. Laten we een rustige lunchroom opzoeken, waar we kunnen praten." ,,Neen," verzette Anne zich. ,,Ik heb maar een half uurtje tijd en moet het pakje zelf versturen." „Onzin". „Ik heb geczegd, dat ik het zelf zou doen. Waarom wil je me eigenlijk spreken?" ,,Ik heb je gezocht van het oogenblik af, dat ik terug ben." De smartelrjke schaduw, die over haar oogen trok, deed hem pijn. „Waarom?" ,,Nu, in de eerste plaats omdat ik je wilde vinden; ten tweede och, ik heb nu eenmaal een obstinate natuur. Het scheen alsof ze al lemaal samenspanden om mij niet te vertel- len, waar je was..." IHij brak abrupt den zin af, een beetje ver- legen. Dit was eigenlijk heelemaal niet wat hij had willen zeggen. Anne's helderen blik bleef een oogenblik op hem rusten toen zei ze met een stem, vol weemoed, maar toch ook met een gedecideerde klank er in; ,,Ze hadden groot gelijk. Ik wilde ook niet gevonden worden. Je moet me beloven aan niemand te zullen vertellen, dat je mijn schuil- Knip het op onderstaande afbeelding aangewezen stukje van de zijkant van het Radion pak uit, waarop staat: „Radion .'n top-prestatie"; maar denk er om alleen uitknipsels „top-prestatie" en beslist geen andere. Voor 8 dezer uitknip- sels „top-prestatie" kunt U een prima, sterke badhanddoek bekomen en voor 5 „top-prestaties" 2 flinke theedoeken. Inzenden aan Lever's Zeep Mij. n.v., Afd. Spec. Cadeaux, Vlaardingen. Is in Uw woonplaats een Sunlight Geschenkendepot, of een tijdelijk inwisseladres, dan kunt U de artikelen aldaar persoonlijk afhalen. De bekende Radion geschenkenbons blijven bovendien hun waarde behouden, zodat U behalve bovengenoemde verrassingen nog een keuze kunt maken uit de geschenkenlijst. Een reden te meer om uitsluitend Radion te gebruiken. Alleen het krachtige Radion sop geeft volmaakte helderheid aan al Uw wasgoed, zonder het teerste weefsel aan te tasten en maakt het zware waswerk gemakkelijk, want zoals U bekendRadion wast alleen! RAD. G.A.S-092H INWISSELADRES VOOR ..RADION TOP-PRESTATIlES" BTJ MEVR. A.V.DOORN v.TAfENHOVE, BROUWERIJSTR. 9, TERNEUZEN V (De extra geschenken kunnen alleen een dtt edre* worden efgekeeld en worden dui niet toegezondcn) (Ingez. Med.) noem ik een ,,onvaderlandslievende schobber!" Zoo is de waarheid. Nu heb ik geen behoefte, mijnheer de voor zitter, om datgene, dat de regeering heeft iheenen te moeten doen in dien nacht van Zaterdag op Zondag breedvoerig voor de Ka mer te verdedigen, maar ik wil wel dit verkla- ren. De beslissing, die wij hebben moeten ne men in dien nacht van Zaterdag op Zondag, is ons ontzaggelijk zwaar gevallen, ontzagge- lijk zwaar, omdat wij stonden voor die bange vraag: wat eischt het belang van ons volk? lets anders heeft bij ons niet gewogen. 'En nu vraag ik mij af: hoe moet men zelf, hoe moet het eigen karakter zijn, wanneer men in deze vergadering hier durft te veronderstel- len, dat de regeering zou hebben gehandeld onder andere, onedele invloeden van buiten! Hoe moet het eigen karakter zijn, wanneer plaats ontdekt hebt. Je moet me heusch met rust laten." Een oogenblik liepen ze zwijgend verder. Dit gedeelte van Malmesbury Terrace was heel stil een rij deftige, oude huizen met zware igordijnen voor de hooge ramen. Daar- na kwam de drukke High Street waar in beide richtingen trams met luid belgerinkel en schu- rend metaalgeluid voorbij gleden, en auto's en vrachtwagens benevens een onophoudelijke wedren van fietsen, die de rest van den rijweg vulden. „Ik kan je niet met rust laten." weerstreef- de John norsch. ,,Och, alsjeblieft!" Het werd op smeeken- den toom nog bedroefder dan zooeven gezegd. ,,Neen, i'k kan het niet." Een lajnge pauze. Toen: ,,Wiaarom niet?" John bleef het antwoord schuldig; hjj wist niet wat hij zeggen moest. Dit was wel de manier om haar te prikkelen; vrouwen vin den nu eenmaal niets verschrikkelijker dan hun eigen woorden in een lang zwijgen te hooren bezinken. „!Hoe heb je me gevonden?" viel ze onge- duldig uit. .Niemand wist het en ik ben pas twee dagen bij Mrs. Fossick Yates." „Ik heb al den tijd, dat ik in Londen ben, mijn best gedaan om je te vinden. Ik ben on- gerust over je geweest. Ik wilde weten of je het goed maakte." ,,Hoe ben je er achter gekomen, waar ik was?" De klank van haar stem werd steeds scherper. Tot haar groote verbazing begon hij plotse ling te lachen. „Dat was puur toeval! Ik heb alles in het werk gesteld om je te vinden! heb Jan en alle- man aan het hoofd gezeurd om wat over je te weten te komen. Maar zonder succes! En toen ik ten slotte begon te vreezen, dat rk voor een blinden muur stond wel, toen zag ik je on- verwacht. De kleine Fossick Yates hield net zoo lang aan, tot ik eindelijk beloofde bij hem te komen, om zijn collectie te zien. Het was niet bepaald een amusement, zooals je be- grijpt. En opeens vond ik jou." ,,Maar hoe wist je ik begrijp niet hoe wist je dan hoe kon je weten, dat ik het was?" men een dergelijke veronderstelling de regee ring in de schoenen durft te schuiven. Ik werp dat dan ook met de grootste ver- achting van mij af. Ik zeg het nog eens: De beslissing is ons ontzaggelijk zwaar gevallen. Die beslissing is mij zwaar gevailen, maar ik zal bet de Kamer niet behceven te zeggen: als er 56n is, wien deze beslissing onnoemelijk zwaar is gevallen, dan is het wel de voorzitter van het kabinet, met wien ik op dien avond van laatstleden Zaterdag telkens en telkens weer de vraag heb besproken: is het nu wel tegen kloven in de handen Doos 30, Tube 45 ct. Bij Apoth. en Drogisten (Ingez. Med.) ,,Ik zag het aan je hand." ,,Aan mijn hand?" „Ja, toen die langs mijn schcuder reikte en je zei: ,,Gerstewater"." ,,Maar hoe is het mogelijk, dat je mijn hand kende? Je hebt die nooit gezien je hebt mij nooit gezien." ,,Toch wel, eens." Ze waren nu aan het eind van Malmesbury Terrace. Het drukke verkeer van High Street golfde voorbij als een bewegelijke, snelststroo- mende rivier. Bij het laatste der deftige huizen bleef Anne staan. „Wanneer?" vroeg ze nieuwsgierig. .Wan neer heb je me gezien?" Ik ben vreeselijk be- nieuwd." John voelde een eigenaardige tegenzin om het te vertellen. Hij bloosde licht; toen schit- terde er iets in zijn oogem. „Je hebt me beloofd, te zullen huilen, als ik sneuveide." ,,Heb ik dat gezegd?" „Negen jaar geleden, op Waveney." „Maar voor vandaag had ik je nog nooit ge zien." „Je vergeet gisteren en nog egn keer en dan voor negen jaar op Waveney, toen je zoo plechtig beloofde te zullen schreien." "Ik Beloofde ik dat? Oh..." Verre heuge- nis begon in haar geest te schemeren. „Was je was je gewond?" John knikte. „Ik liep nog moeilijk. Ik had een verwonding gehad. Het was in 1917. Ik moest binnen een week weer naar het front terug maar eerst wilde ik Waveney eens zien; ik was er nog nooit geweest. We raakten aan het praten en je vroeg of ik geen familie had en toen ik ,,neen" zei, deed je erg in je nopjes en be- weerde, dat het schitterend was, want dan hinderde het ook niet als ik zou sneuvelen." „Dat kan ik toch niet gezegd hebben." „Ja zeker, dat heb je heusch. Je zei het in voile emst. En toen was je toch wel een beetje bang, dat je mij verdriet met js woorden ge daan had en je beloofde, dat je het erg naar zou vinden, als ik gedood werd." (Wlordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1936 | | pagina 1