ALGEMEEN HIEUWS- F.N ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN De Slapende Boeddha Eerste Blad. No. 8901 VRIJDAG 14 OCTOBER 1932 72e Jaargang. BINHENLAND FEUILLETON GENTSCHE AUT0SCH00L BUITENLAMD Autoschool van Gent hinderwet. YANVALKErmiKG'S-: •-.LEVERTR l -LEEU WARDEN - ABONNEMENTSPRIJS: Binnen Ter Neuzen 1,40 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen fr per post /180 per 3 maanden - Bij vooruitbetaling fr. per post 6,60 per jaar - Voor Belgie en Amerika /2,25, overige Ian den 2,60 per 3 maanden fr. per post - Abonnementen voor het buitenland alleen bij vooruitbetallng. Uitgeefster: Firma P. J- VAN DE SANDE. GIRO 88150 TELEFOON No. 25. ADVERTENTIeN: Van 1 tot 4 regels /0,80 Voor elken regel meer 0,20. Grootere letters en clichfi's worden naar plaatsruimte berekend Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgbaar is. Inzending van advertentien liefst een dag voor de ultgave. BIT BEAD VERSCHIJNT IEDEREN MAANDAG-, WOENSDAG- en VRIJDAGAVOND. HONDENBELASTING. Ondergeteekende brengt de betaling der hoodenbelasting, dienst 1932, in herinnering. Be Gemeente-Ontivanger van Ter Neuzen, J. OLIJSLAGER. ARBEIDSINSPECTIE. De Burgemeester der gemeente TER NEUZEN brengt ter openbare kennis, dat krachtens K. B. van 6/9 September 1932, no. 462 ihet lOe District der Arbeidsinspectie tegen 1 November 1932 zal worden opgeheven en de provincie Zeeland met ingang van dien datum deel uitmaken zal van het 2e District der Arbeidsinspectie, waarvan de gemeente BREDA als standplaats van het District shoofd is aangewezen. Ter Neuzen, 13 October 1932. De Burgemeester voomoemd, J. HUIZINGA. Burgemeester en Wethouders van TER NEUZEN, maken bekend, dat het verzoek van N.V. TBRNEUZENS VEEM- EN OVER- SLAGBEDRIJF i/o, voonheen Jansen en Wagner, te Ter Neuzen, om op het perceel kadastraal bekend gemeente Ter Neuzen, Sectie K nos. 231 en 76 een opslagloods voor kunstmeststoffen te mogen oprichten, door hen is ingewilligd. Ter Neuzen, den llden October 1932. Burgemeester en Wethouders voomoemd, J. HUIZINGA, Burgemeester. B. I. ZONNEVIJLLE, Secretaris. GEORGANISEERD OVERLEG IN AMBTENAARSZAKEN. Ddnsdag vergaderde de centrale commissie voor georganiseerd overleg in ambtenaars- zaken. In deze vergadering werd besproken het voomemen van de regeering tot verdere vermindering van de bezoldiging der gehuw- den met 5 en van de ongehuwden met 7 door wijziging van art. 10 van het bezoldi- gingsbesluit 1928 en van art. 36 van de pen- sioemwet 1922. Nadat onderscheidene organisatie-vertegen- woordigers die te voren in het bezit waren gesteld van een verslag van de commissie voor georganiseerd overleg in onderwijzers- zaken hun standpunt in meer algemeenen zin hadden uiteengezet, had nog een meer gede- tailleerde bespreking plaats. Mede naar aanleiding van de door den mi nister van Financien daarbij verstrekte in- lichtingen en de mededeeling van den minis ter, dat wanneer van de zijde der organisatie een afwijkend voorstel zou worden gedaan, nader overleg mogelijk zou zijn, zelfs al moest de vooropgestelde bezuiniging niet volledig worden bereikt, werd besloten de organisa- ties te verzoeken of zij met een dergelijken maatregel kunnen accoord gaan. Voorts kwam de vraag aan de orde, hoe de afVloeiing van loodspersoneel zou moeten plaats hebben. BE TWEEBE KAMER TEGEN BE VOOR- GESTELBE VERHOOGING VAN INVOERRECHTEN. Blijkens het voorloopig verslag der Tweede Kamer inzake het wetsontwerp tot tijdelijke heffing van opcenten op alle invoerrechten en op den accijns op bier, alsmede herziening van het tarief, verklaarden zeer vele leden tegen de voorgestelde verhooging zeer era- stige bezwaren te hebben. De zeer emstige toestand, waarin thans het economisch leven verkeert, is voor een niet gering deel te wij ten aan de handelspolitiek der Staten, die hun tolmuren voortdurend verhoogen. Aan die handelspolitiek meedoen is het kwaad verergeren. Ook met het oog op de intemationale po- sitie van ons land achtten deze leden de in het ontwerp vervatte tariefsverhooging aan zeer emstige bedenking onderhevig, daar zij ljjnrecht in gaat tegen het standpunt, inge- nomen door onze vertegenwoordigers te Ge- nSve. Eenige leden verklaarden te hebben ver- nomen, dat de Regeering tot de mogendheden met welke Nederland handelsverdragen op den voet van meestbegunstiging heeft geslo- ten, de vraag heeft gericht, of naar haar meening de voorgestelde regeling uit dien hoofde bedenking oplevert. Gaarne zouden zij vememen, of zulks juist is, en zoo ja, welke antwoorden dan op die vraag tot dusver zijn ingekomen. Een ander bezwaar is, dat de verhooging in haar uniformiteit alle gebreken, welke aan het bestaande tarief kleven verscherpt. Men meende, waar men hier een door de Regeering voorgestelde belasting afwees, niet te mogen nalaten, daartegenover aanstonds andere middelen te stellen. Als zoodanig noemden sommige leden in de eerste plaats een wijziging van het tarief in dien zin, dat behoudens handhaving van de specifieke rechten en van een enkel bijzon- der waarderecht alle goederen met een algemeen waarderecht worden belast, voor- zoover zij niet uitdrukkelijk van invoerrecht zijn vrijgesteld. Andere leden zouden ook tegen een wijzi ging van het tarief in beginsel geen bezwaar hebben mits slechts geen uniforme verhoo ging plaats vindt, doch integendeel met zorg tussc'nen de verschillende goederen worde onder scheiden Intusschen waren er ook leden, die verklaar den, het voorstel tot verhooging van het tarief wel te willen aanvaarden. Het in het ontwerp vervatte voorstel met betrekking tot het invoerrecht op automo- bielonderdeelen achtten verscheidene leden niet juist. Thans wordt door hetgeen in het ontwerp wordt voorgesteld, de Nederlandsche Ford- fabriek emstig bedreigd. Deze leden achtten dit om meer dan den reden, waaronder het motief der werkgelegenheid een groote rol speelt, ongewenscht. Zij drongen er daarom ,op aan, dat de Regeering de desbetreffende bepaling zou wijzigen. Emstige bezwaren werden gevoeld tegen het feit, dat ook het invoerrecht op geraffi- neerde en met deze in belastbaarheid gelijk gestelde suiker aan de voorgestelde verhoo ging is onderworpen. NATIONAAL CRISISCOMITe. Het secretariaat van het Nationaal Crisis- comite deelt mede: Den laatsten tijd ontvangt het secretariaat dagelijks vele tientallen brieven van personen, die zich rechtstreeks tot het Centraal Comite wenden om steun. In verband hiermede is het wenschelijk, er nog eens met nadruk op te wijzen, dat de steunverleening aan particu- lieren uitsluitend geschiedt door tusschen- komst van de plaatselijke crisiscomitd's die in bijna alle Nederlandsche gemeenten bestaan. door F. J. A. L. CORDENS. (Nadruk verboden.) 11) (Vervolg.) Wij hadden intusschen al zooveel mogelijk naar Ibadji geinformeerd, en Burton, die door Keening al in vertrouwen genomen was, had ons daarbij waardevol hulp verleend. Veel wrjzer waren wij echter niet geworden. Bij de groote handelslui was Ibadji natuurlijk be kend, maar de Indische zakenmenschen, waar we mee te doen hadden, lieten hoegenaamd niets los. De paar banken, waar wij infor- meeren konden, gaven althans over zijn credietwaardigheid geen slechte berichten, hoewel ze bekenden, dat hij in een menigte processen gewikkeld was. Maar van eene zijde kregen wij de verzekering, dat hij bij het Gouvemement heel slecht aangeschreven stond wegens een levering van militaire goe deren voor de Cipayers in Madras, welke levering zoozeer het karakter had van ver- fijnde oplichterij, dat de Regeering betaling weigerde en ook hier weer een proces het gevolg was geweest. Den volgenden morgen reden wij naar het Victoriastation om den trein te nemen naar Ahmadabaa, waar wij een paar groote fabrie- ken zouden bezoeken. Met belangstelling be- schouwde ik de drukte op de reusachtige per rons en bewonderde de geweldige locomotieven en de geriefelijke wagens der East-India Rail way Company. Toen eindelijk de trein voor Allahabad, dien wij nemen moesten, voorreed, klopte mijn hart van jongensachtige vreugde. Onze emstige handelszaken hadden in mij de Indien in een gemeente geen plaatselijk comite is opgericht, dan beteekent dit, dat de bestaan de organisaties van Maatschappelijk Hulp- betoon of van de kerkelijke diaconien vol- doende in den heerschenden nood kunnen voor- zien en dat men zich to- -deze laatste behoort te wenden. Alle steunverzoeken, welke, rechtstreeks bij het Centraal Comite of persoonlijk bij den der bestuursleden binnenkomen, worden aan de afzenders teruggezonden met verwijzing naar him plaatselijke comite, zoodat hierdoor slechts vertraging in de afdoening ontstaat. Bovendien wijst het secretariaat erop, dat zij, die door een plaatselijk comitd zijn afge- wezen, zich niet tot het Centraal Comite moeten wenden, daar de beoordeeling van elk geval in het bijzonder slechts ter plaatse kan geschieden. Wanneer het plaatselijk comitd in zeer bij- zondere gevallen oordeelt, dat steun gewenscht is, maar de toestand van zijn kas niet toelaat dezen te verleenen, dan kan het comite zelf zich tot het centraal bestuur wenden, ten einde hiervoor een subsidie te ontvangen. Ten slotte zij aangeteekend, dat alle gel- den, welke rechtstreeks bij het centraal co mite inkomen, worden besteed om de plaatse lijke comity's te subsidieeren, ten einde cfeze in staat te stellen hun taak zoo goed en zoo volledig mogelijk uit te voeren STEUNVERLEENING AAN BOUWVAK- ARB EIDERS. De minister van Binnenlandsche Zaken heeft den volgenden brief gericht tot de gemeente- besturen betreffende steunverleening aan bouwvakarbeiders. Ik heb de eer uw college mee te deelen, dat ik in beginsel heb besloten,, subsidie te verlee nen in de kosten van ondersteuning aan werk- looze bouwvakarbeiders, die lid zijn van den Roomsch-Katholieken, den Algemeen Neder- landschen en den Nederlandsche Christelijken en den Christelijk Nationalen Bouwvakarbei- dersbond, alsmede in de kosten van steun, verstrekt aan ongeorganiseerde bouwvak arbeiders. Mocht zoodanige subsidie alsnog worden verleend aan leden van organisaties, welke hiervoor met nam 3 niet zijn genoemd, dan zal 11 daarvan tersf id mededeeling wor den gedaan. Indien zich in uw gemeente werk- looze bouwvakarbeiders be'vinden, die voor ondersteuning in aanmerking komen, gelieve uw college, zoo het in de desbetreffende kos ten een bijdrage wenscht te ontvangen, een aanvraag daartoe bij mijn departement in te dienen onder opgaaf van de gegevens, bedoeld in paragraaf 4 van mijn besluit van 15 Jan. 1932, nr. 800, afdeeling W. S. Ik verzoek u voorts, aan de werklooze bouwvakarbeiders, die ingevolge de tweede alinea dezes van de subsidieregeling zijn uit- gesloten, indien uwerzijds aan deze arbeiders geheel voor rekening van uw gemeente steun mocht worden verleend, die steunverleening in den vervolge te doen geschieden volgens het tarief, geldend voor de ongeorganiseerden. Hiervan zal ik gaarne de verzekering ontvan gen. Mocht onverhoopt aan mijn verzoek niet worden voldaan, dan zal ik genoodzaakt zijn, uw gemeente voortaan alle subsidie in de kosten van steunverleening en casu quo werkverschaffing te onthouden. romantiek niet gedood en het verlangen niet gedoofd om nader kennis te maken met de geheimen van dit onbekende land; ik voelde me weer als op dien morgen, toen de oude Keening tegenover mij zat en mij het voorstel deed van deze avontuurlijke reis. Toen wij reeds ingestapt waren, kwam Burton nog het perron opgeloopen met een van zijn jongens om ons voor de laatste maai de hand te drukken en goede reis te wen- schen. Daarop gleed de trein langzaam het station uit. Hoewel nog vroeg in den mor gen, was het al vrij warm, maar door een systeem ventilators en jalouzieen was de hitte draaglijk. We stoomden langs vuile buiten- wijken en smerige lage fabrieksgebouwen; niets herinnerde aan de heerlijke stad, zooals we ze vanuit zee hadden gezien. Al het gore en vervallene, dat de achterhoeken van een groote Europeesche en in nog veel sterkere mate van een Indische stad te aanschouwen gerven, was het laatste wat wij van Bombay te zien kregen. En toch, als ik later aan deze stad terugdacht, kon ze me nooit anders voor- stellen dan in haar schitterende glans van paarlemoer, in het trillende zonlicht, zooals ik ze het eerst gezien had door den opalen sluier van mist, die opsteeg uit de zee. Zooals ik al meer gezegd heb, ik geef hier geen reisrverhaal in den eigelijken zin. Als er ooit iemand deze bladen te lezen krijgt en hij wil wat meer weten van dit land, dan heeft hij bronnen genoeg om zijn weetlust te be- vredigen. Mijn bedoeling is alleen, om mijn vreemd persoonlijke ervaringen neer te schrij- ven en de zonderlinge gebeurtenissen, waarin ik werd betrokken. Ik ging op reis uit zucht naar avontuur en het doel van de reis was een emstige handelsaangelegenheid. Die twee din- gen zijn moeilijk samen te rijmen. Het gevolg is geweest, dat het avontuur is gekomen, meer zelfs dan me lief was; en als ik alles van te voren had geiweten Maar laat ik op die dingen niet vooruit loopen en liever alles vertellen, zooals de ge beurtenissen zich geleidelijk ontwikkelden. QA 0 I der geschoolde automobilisten O werden door ons gevormd'. R. MORTIER, bestuurder Lange Meire 2 (Kouter) Gent. Zondagsles: Zaal Gaumont, Markt, Selzaete. (Ingez. Med.) DE NOODTOESTAND DER BINNEN- SCHIPPERS. Op een vraag van het Tweede Kamerlid Duymaer van Twist: Kunnen de maatregelen, welke werden toe- j gezegd om in den noodtoestand, waarin de j binnenschippers verkeeren, voorzieningen te treffen, binnenkort bij de Kamer verwacht worden heeft de minister van economische zaken en arbeid geantwoord: De bedoelde maatregelen vereischen nog nader overleg. Hoewel dit overleg zooveel mogelijk bespoedigd wordt, is het nog niet mogelijk aan te geven, binnen welken termijn de indiening er van kan worden verwacht. WERKLOOZENONLUSTEN TE BELFAST. Te Belfast was Dinsdag een massa-betoo- ging op touw gezet, waaraan 10.000 werk- loozen zouden deelnemen. Zij zouden naar de arbeidsbeurs trekken om onder bedreiging met geweld verhooging der ondersteuning te eischen. Om de demonstratie te verhinderen concen- treerden de politie-autoriteiten in den nacht van Maandag op Dinsdag 2000 leden der bur- gerwacht te Belfast, die met op auto's ge- plaatste machinegeweren en pantserauto's werden uitgerust. Niettemin kwam het tot samenscholingen op groote schaal en tot botsingen met politic en burgerwacht. In weerwil van het verbod trachtten de werkloozen een optocht te vormen; de politie die versterking had gekregen, chargeerde her- haaldelijk en verrichte ettelijke arrestaties. De betoogers trachtten het verkeer in de war te sturen, zij legden dwarsliggers op de tramrails en verbrijzelden de ruiten van een groot aantal tramwagens, bussen en winkels. Met steenen en andere projectielen wierpen zij naar de politie, tenslotte weerklonken ook sehoten, welke de agenten beantwoordden. Vele personen werden gewond van wie twee lervensgevaarlijk, een persoon werd gedood. Onder de gewonden zijn drie politiemannen. In een der stadswiijken hadden de betoogers loopgraven aangelegd en barricades opge- worpen. Onder de demonstranten bevonden zich tal- rijke vrouwen, van wie velen het voorbeeld gaven bij het bekogelen der politie. Ten slotte werd de orde hersteld. Rondom de stad, die wordt doorkruist door 2000 ge- wapende politieagenten en pantserauto's, is een afzetting gemaakt om een ieder te be- letten vddr den morgen de stad binnen te komen. De winkels zijn gesloten en worden door de politie bewaakt. Tussehen 11 uur en 5 uur 's morgens mag nergens licht branden. EEN GOUDVOORRAAD VAN 4200 MILLIOEN DOLLAR. Een der hooge ambtenaren van de Federal Reserve Board zei in een onderhoud met Reuter, dat de totale goudvoorraad der Ver- eenigde Staten thans ongeveer 4200 millioen dollar bedraagt. Voor den uitvoer kan 1200 millioen dollar goud beschikbaar worden gesteld en de bui- tenlandsche saldi op korten termijn zijn 700 millioen dollar groot. Een groot deel dezer saldi moet in Amerika blijven voor de gewone handelsdoeleinden. Buitenlandsche speculanten zouden volgens raming ongeveer 200 millioen dollar kunnen terugtrekken, zoodat slechts indien een paniek onder de Amerikanen zelf zou uitbreken, het oppotten en de uitvoer van goud de Vereenig- de Staten zouden nopen den gouden standaard op te geven. (Ingez. Med.> VON PAPEN AAN HET WOORB. Woensdagmorgen heeft schrijft de N. R. Crt. von Papen voor den Bond van Beier- sche industrieelen te Munchen een rede ge- houden, die vooral om hetgeen hij over ztjn binnenlandsch beleid zeide, sterk de aandacht zal trekken. Feitelijk verkondigde hij geen nieuws. Het is reeds lang duidelijk waar hij heen wil. Maar nooit te voren heeft hjj zoo onbeschroomd het plan verkondigd van de dictatuur van een kleine groep, die volgens hem geen partij maar ver boven alle partijen verheven is omdat zij haar gezdg rechtstreeks aan hoogere macht ontleent. In plaats van den keizer bij de gratie Gods in de bijzon- dere, absolutistische opvatting die Wilhelm IE van deze woorden had is de dictatuur bij de gratie Gods gekomen. De regeering die hq nn volgens zijn schets Duitschland wil gerven is met meer aan eenige parlementaire instantie;. maar alleen aan eigen geweten verantwoor- ding verschuldigd en dan verder aan den pre sident, die als vertegenwoordiger der demo cratic in het stelsel figureert. In de rede werd de Rijksdag temauwernood genoemd tenzij om schimpscheuten in ontvangst te nemen. De partijen kwamen nog slechter weg: het Duit- sche volk zou de partijbureaucratie met de verachting bejegenen die zij verdiende. Aile partijperken moesten wegvallen, eenheid moest worden geschapen. Wij kennen het recept dat slechts in Rusland en Italie in de perfectie wordt toegepast. Wie de regeering nog zou tegenwerken in haar versehiliend streven werd door von Papen tot „vrjand van het Duitsche volk" verklaard. Het Duitsche parlementari3me en het regime der partijen in den Duitschen Rijksdag verdienden stellig geen bewondering. Von Papen is nu echter bezig ze tot martelaren te maken. Hij gaat in zijn verdediging van het absolutisme zoover, het vorige stelsel hervig te verongelijken. Er zitten in die „par- trjbureaucratie" en er zaten in het parlement vele elementen, die aanzienliijk beter verdien den dan vijanden van het Duitsche volk te worden genoemd en aan de verachting van dat volk te worden prijs gegeven. Zooals von Papen daarover sprak zal b.v. een Dr. Bruning het zich moeten aantrekken. Von Papen vereenzelvigde zich in zijn rede met het Duitsche volk. Als het hem bijzon der goed gaat zullen de verkiezingen nu wei- licht het percentage van niet-vijanden van het Duitsche volk in den Rijksdag van 10 tot 20 pet. verhoogen. Dat is waarschijnlijk de grootste omvang van de overwinning waarop von Papen, die, ofschoon hij het partij stelsel met verachting behandelt, zich zelf conserva- tief noemt, voor de zijnen kan hopen. Dan I blijven nog altijd 80 pet. van vijanden dver. Wat daarmede gebeuren zal heeft von Papen i teivens aangekondigd. De regeering heeft de Iwil en de macht d. w. z. beschikt over de machtsmiddelen om zich te handhaven^ MIRYSTRAAT 10 - Tel. 194.98 Bestuur: FINOULST I. A. D. KORTRIJK: Leiestraat 48 - Tel. 1139 Vraagt prospectus gratis. (Ingez. Med. Zooals wiji daar zaten in een gemakkelijken spoorwegcoupe, voortsnellend door het vrucht- bare land met aan den eenen kant het uitzicht op de bergen en aan de andere zijde nu en dan een kijkje op de zee, had ik niet kunnen denken, dat we nauwelijks eenige dagen later in geheel andere omstandigheden zouden verkeeren. Ons kort verblijf in Almahabad is voor den lezer van geen belang. Ik kan er alleen van zeggen, dat de prachtige bouwwerken in die oude stad mj nog meer in verrukking brach- ten voor de heerlijkheid der oud-Indische kunst. Alfred wilde er perse naar een bioscoop, en ofschoon ik er niets voor voelde, om daar mijn stemming te laten bederven, gaf ik hem zijn zin en smaakte het twijfel- achtig genoegen een anderhalf uur in een snikheete en stampvolle zaal te zitten, waar het blanke element misschien met een op de honderd vertegenwoordigd was. Ik maakte er uit op, dat de Hindoe de vermakelijkheden, die het Westen hem biedt, wonderwel weet te apprecieeren. De hodfdfilm was door een geleerden Brahmaan in elkaar gezet en gaf tafereelen uit de Indische godenleer, waarbij de schitterende natuuropnamen mij het meest interesseerden. Maar dit heeft allemaal niets uit te staan met latere gebeurtenissen, en onze avonturen zouden pas beginnen, toen wij op een laten namiddag te Allahabad, de hoofdstad van het Noorden, uit den trein stapten. Nooit had ik kunnen denken, dat het flir tation, dat Alfred aan boord van de Empress met miss Fortescue op touw had gezet, voor ons zulke verschrikkelijke gevolgen zou heb ben. Later, toen we in moeilijke omstandig heden zaten, heeft Keening me nog wel eens gezegd: „Het spijt me voor jou, oude jongen, maar ik wou, dat ik die mooie miss nooit gezien had". En toch treft miss Fortescue geen blaam. De bron van al onze ellende was de aanbeve- lingsbrief, dien haar vader ons voor lord Done gal, den militairen gouverneur van Allahabad, had meegegeven. Onze handelszaken in Allahabad, een stad, die breed ligt uitgespreid langs de oevers van de twee groote rivieren, die daar samenkomen, de Ganges en de Yoemna, hadden een snel en vrij succesvol verloop. Wat ons opviel in Allahabad was het sterk geprononceerd Oostersch karakter van die stad, wat daar nog veel meer uitkwam dan in Bombay, en vooral trof ons het groot vertoon van mili taire macht. Te midden van het drukke tram- en autoverkeer reden over de breede straten sterke patrouilles Bengaalsche lanciers, mooie hronzen kerels in hun stemmige khaki- uniformen op hun kleine, vlugge paardjes, de kleurige vaantjes van hun lansen wapperend in den wind. De stad werd doorkruist door afdeelingen Ghoorka-fuseliers of Cipayers en op de hoe- ken der straten stonden dubbelposten inland- sche politie, die des nachts in groepen van vier door de stad trokken. Onze handels- vrienden begrepen niet veel van dit vertoon van macht. Zij schreiven het toe aan de vrij omvangrijke werkstaking, die op eenige tex- tielfabrieken was uitgebroken en trokken er zich overigens niet al te veel van aan; want de bevolking was volkomen rustig, en op- stootjes, zoo licht verklaarbaar in dagen van opwinding bij de heetbloedige inlandsche be volking, hadden zich nog niet voorgedaan. Den derden dag van ons verblijf brachten wij op uitnoodiging van Lord Donegal, wien wij onzen aanbevelingsbrief hadden gezonden, een bezoek aan het mooie witte paleis van den gouverneur. Wij werden allerminzaamst ontvangen; lord Donegal had reeds een brief gekregen van generaal Fortescue en van diens dochter, waarin vooral de laatste met veel enbhousiasme gewaagde van het aangenaam gezelschap dat zij op de boot had aangetrof- fen, welk compliment ik natuurlijk in zijn ge heel aan mijn reisgenoot endoseerde. Met be langstelling informeerde de gouverneur naar ons verblijf te Allahabad, en toen ik hem zeide, dat dit slechts van zeer korten duur zou zijn, drukte hij er zijn spijt over uit, dat hij dan niet in de gelegenheid zou zijn ons te ontvangen, zooals zijn vriend Fortescue dat zou hebben gewenscht. ,,Maar," zeide hij, „als de heeren er tevreden mee zijn, morgenavond een kop thee te komen drinken en in intiexnen kring den avond door te brengen, zal mij dat zeer veel genoegen doen." Voor ons was het een heele eer, en wij namen de uitnoodiging met beide banden aan. Keening was bijzonder goed geluimd dien dag. Voor een aristocratisch voelenden Bn- gelschman mocht hij: dan ook tevreden zijn, en hij stak het ook niet onder stoelen en banken, dat goede relaties iets waard zijn in de we re id. Den volgenden avond maakten wij met zorg toilet en reden naar het witte paleis. De op en neer gaande bruine schildwachten presenteer- den het geweer, twee zwijgende bedlenden ontvingen ons beneden aan de hooge marme- ren trap en geleidden ons door de witwarme- ren zuilengalerij, waar wij door andere, even plechtige bedienden werden overgenomen en naar het salon van den gouverneur geleid. Lady Donegal onbving ons, een Ianget slanke zeer sympathieke vrouw met weelde- rig rosblond haar en een frissche blanke teint, die niet scheen geleden te hebben door haar langdurig verblijf in de tropen. Zij veront- schuldigde haar man, die door drukke bezig- heden verhinderd was, ons aan haar voor te stellen, maar hij zou toch wel spoedig komen. Daarop stelde zij ons voor aan een jong meisje van een jaar of negentien, dat van de piano opstond, miss Dora Birkhead, een logeetje, en aan een paar heeren in burger, die tot de rechterlijke macht behoorden. Verder waren er aanwezig een paar luitenants van de artil- lerie en een kapitein van een regiment Sikhs, Spoedig waren wjj in een levendig gesprek gewikkeld, en in het bijzonder viel mij de eer te beurt, de aandacht van onze gastvrouw te trekken. Van haar man had zij al gehoord, dat ik Hollander was; Lord Donegal had eenige jaren geleden een bezoek aan Jaiva ge- bracht en daar met de Hollanders en het Hollandsche bestuur kennis gemaakt. (Wordt vervolgd.j

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1932 | | pagina 1