ALGEMEEN NIEUWS- EN APVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No 8526 MAANDAG 12 MEI 1930 70e Jaargang FEUILLET0N. Vampier-VSeugel BINNENLAND. BUITENLAND. DIENSTPLICHT. 0NDERZ0EK VAN VERLOFGANGERS. 3) HET EIGENDOMSRECHT VAN HET PALEIS OP DEN DAM. TER NEUZENSCHE COURANT ABONNEMENTSPRIJSBinnen Ter Neuzen f 1,40 per 3 maanden Buiten Ter Neuzen fr. per post /1,80 per 3 maanden Bij voor uitbetaling fr. per post 6,60 per jaar Voor Belgie en Amerika 2,25, overige lan den 2,60 per 3 maanden fr. per post Abonnementen voor het buitenland alleen bij vooruitbetaling. Ultgeefster: Flrma P. J. VAN DE SANDE- GIRO 38150 TELEFOON No. 25. ADVERTENTIeNVan 1 tot 4 regels 0,80 Voor elken regel meer /0,20. Grootere letters en cliches worden naar plaatsruimte berekend. Handelsadvertentien bij regelabonnement tegen verminderd tarief, hetwelk op aanvraag verkrijgbaar is. Inzending van advertentien liefst 66n dag voor de ultgave, DIT BLAD VERSCHIJNT IEDEREN MAANDAG-, WOENSDAG- en VRIJDAGAVOND. De Burgemeester van TER NEUZEN maakt bekend, dat het onderzoek van verlofgangers, bedoeld in art. 41, derde lid, der Dienstplicht- wet, voor deze gemeente zal worden gehouden te Ter Neuzen, in de voormalige school A op het Schoolplein op Dinsdag 3 Juni 1930, des voormiddags vanaf 9,30 uur, voor de dienst- plichtigen der lichting 1918 en des namiddags 1,30 uur voor de dienstplichtigen der lichting 1921. Wle by het onderzoek moeten verschijnen. Aan het onderzoek moeten deelnemen de tot de landmacht behoorende groot-verlof- gangers, ingelijifd voor een der lichtingen 1918 en 1921. Zij, die voor een dezer lichtingen zijn inge- lijfd, maar ten gevolge van uitstel of om een andere reden tegelyk met een latere lichting de eerste oefening hebben volbracht, moeten zich niettemin aan het onderzoek onderwer- pen, voor zoover zij althans niet behooren tot hen, die daarvan zyn vrijgesteld. Aan het onderzoek moeten ook deelnemen de dienstplichtigen van de genoemde lichtin gen, die een vrijwillige verbintenis hebben aangegaan a. als verzorger bij den rijkspostduiven- dienst; b. als hoefsmid bij de infanterie; c. als smid-bankwerker bij de voormalige oefenings-houwitser-compagnie d. in verband met erkende gewetens- bezwar en Wie niet bij het onderzoek behoeven te verschijnen. Aan het onderzoek nemen niet deel zij: a. die hun eerste oefening nog niet heb ben volbracht;- b. die in dit jaar, vo6r den voor het onder zoek bepaalden dag, in werkelijken dienst zijn geweest uit anderen hoofde dan bij wijze van straf c. idie bestemd zijn om in dit jaar voor herhalingsoefeningen in werkelijken dienst te komen; d. die elders wonen dan in Nederland; e. die zich buitenslands bevinden ter uit- oefening van de zeevaart (hieronder niet be- grepen de zeevisscherij) f. die de binnenvaart uitoefenen op andere landen en zich voor dit doel in een dier lan- den ophouden; g. die ingevolge de geldende bepalingen geheel zijn vrijgesteld van opkomst in werke- lijl^n dienst in geval van oorlog, oorlogs- gevaar of andere buitengewone omstandig- heden h. die als vrijwilliger behooren fot een der landstormkorpsen Motordienst, Vaartuigen- dienst of Spoorwegdienst; i. die na hun ontslag als reserve-officier in de hoedanigheid van geiwoon dienstplichtige tot het leger zijn blijven behooren. Wijze van versehijnjng. De verlofganger moet bij dit onderzoek ver schijnen in uniform gekleed en bovendien voorzien van de overige tot zijn uitrusting be hoorende goederen, voor zoover deze hem zijn uitgereikt of door hemzelf zijn aangeschaft. De verlofganger moet, zoo mogelijk, op eigen schoenen bij het onderzoek verschijnen. Onderworpenheid aan bevelen. De verlofganger staat niet alleen gedurende den tijd, dien het onderzoek duurt, maar ook ■oolang hij ter gelegenheid van het onderzoek ts uniform gekleed is, onder de bevelen van de autoriteit, die het onderzoek houdt, zoodat, indien hij ongeregeldheden pleegt of zich aan •en strafbaar feit schuldig maakt, hetzij bij door SAX ROHMER. Vervolg.) „U heeft hem dus niet gezien!" ,,Hem niet... zijn schaduw wel. „Wat?" ,,Ik heb de verklaringen van mijn huis- genooten u kunt u zelf ervan overtui- gen, dat dien nacht iemand in mijn huis geweest is", verklaarde Kolonel Menen dez ijverig. ,,Dat is tenminste een feit met kostbare, of beter, zichtbare bewijzen. Degeen die het geweest is, is door een van de keukenramen naar binnen geklom- men, heeft twee sloten opengebroken en sloop juist dwars de hal door, toen ik hem hoorde... sluipende voetstappen over de tegels van de hal." ,,Wat heeft u gedaan?" ,,Ik ben het portaal opgegaan en heb over de trapleuning naar beneden ge- keken. Maar zelfs dat geringe geluid ik had me alle mogelijke moeite gegeven, om geen leven te maken was voldoende om den nachtelijken bezoeker op de vlucht te jagen... ik heb hem niet gezien tenminste. Alleen, toen hij wegliep, den weg terug dien hij gekomen was, moest hij door een breede strook licht het was vol'le maan en de ramen van de hal zijn hoog en toen zag ik zijn schaduw op den grond." ,,Eigenaardig", mompelde Harley, „buitengewoon eigenaardig. En die scha- het gaan naar de plaats, voor het onderzoek bestemd, hetzy gedurende het onderzoek of by het naar huis terugkeeren, hij te dier zake kan worden gestraft volgens het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet op de Krijgfe- tucht. Nalatigheid. Een streng of een licht arrest van ten hoogste zes dagen kan worden opgelegd aan den verlofganger, die zonder geldige reden niet bij het onderzoek verschijnt of, daarbij verschenen zijnde, zonder geldige reden niet aan zijn hierboven omschreven verplichtingen voldoet. Onvenminderd deze straf, kan de verlof ganger, die zich schuldig maakt aan een der bedoelde feiten of wiens goederen by het on derzoek blijken niet in den vereischten staat te verkeeren, worden verplicht om op een nader te bepalen tijd en plaats te verschijnen of opnieuw te verschijnen tot het ondergaan van een onderzoek. De verlofganger, die, opgeroepen voor laatstbedoeld onderzoek, daarbij: zonder gel dige reden niet verschijnt of daarbij in ander opzicht zijn verplichtingen niet nakomt, kan in werkelijken dienst worden geroepen voor den tijd van ten hoogste twee maanden. Verhindering. Ingeval ziekte of gebreken de deelneming asm het onderzoek mochten verhinderen, dient daarvan zoodra mogelyk ter gemeente-secre- tarie te worden overgelegd een geneeskundige verklaring, welke op ongezegeld papier kan worden gesteld. De handteekening "van den geneeskundige behoort gelegaliseerd te zijn door den Burgemeester van de gemeente," waar de -geneeskundige woont. De verlofganger, die wegens ziekte of om een andere reden in de onmogelijkheid ver- keert om bij het in Juni te houden onderzoek te verschijnen dan wel wegens woonplaats- verandering niet voor dat onderzoek is opge roepen, wordt door den Indeelingsdistricts- commandant verplicht het onderzoek in Octo ber of November te ondergaan. Verschijning op anderen tijd of op andere plaats. Aan den verlofganger kan op zijn verzoek door den Indeelingsdistrictscommandant wor den vergund, het onderzoek op een anderen dag, op een andere plaats binnen het district of in een ander district te ondergaan. Het verzoekschrift, waarin de reden duidelijk moet worden omschreven, moet tijdig en gefran- keerd worden toegezonden. Maakt een ver lofganger, aan wien een dergelijke vergunning is verleend, daarvan niet nauwkeurig gebruik, dan wordt de vergunning geacht te zijn ver- vallen. Wenscht de verlofganger uitstel van het onderzoek tot October of November, dan kan hij ook daartoe het verzoek doen aan den In deelingsdistrictscommandant. Ter Neuzen, 10 Mei 1930. De Burgemeester voomoemd, J. HUIZINGA. GEMEENTE TER NEUZEN. JACHT EN VISSCHERIJ. Op de gemeente-secretarie zijn voor een ieder beschikbaar bianco verzoekschriften tot het bekomen van Jacht-, Visch- en Hengel- akten voor het dienstjaar 1930/1931. Ter Neuzen, 12 Mei 1930. De Burgemeester van Ter Neuzen, J. HUIZINGA. duw... bent u daaruit ook niets wijzer geworden?" .,Nee, niets..." Kolonel Menendez hield aarzelend op en wierp een onderzoeken- den blik op Harleyhet was heel vaag hoe zeg je dat ook alweer? een wa- zige schim en toen was het weg. Maar..." ,,Ja", zei Harley. jMaar..." ,,C'est ga!' zei kolonel Menendez, ter- wijl hij een dikke rookwolk schuin de hoogte in blies. ,,Nu kom ik aan de kwes- tie, die zoo moei'lijk te verklaren is." Hij inhaleerde diep en bleef e?n paar oogenblikken zwijgend voor zich uit zit- ten kijken. Dan: ,,Is er niets gestolen?" vroeg Harley. ,,Nee, niets." „iEn geen enkele aanwijzing achterge- laten?" ,,Geen aanwijzing behalve de doorge- vij'lde stana van een van de keukenramen en twee geforceerde sloten, die, zooals ge- woonlijk, op slot waren, toen we ons te ruste be^aven." ,,Hm!" mompele Harley voor de twee- de maal. ,,'t Kan natuurlijk zijn, dat dit incident geheel op zichzelf staat; dat er op geen enkele manier verband is tus- schen dit inbreken en de achtervolging, waarover u klaagt. Ik bedoel, dat degeen die dien nacht in uw huis geweest is met die bewijzen kunnen we dit feit wel als positief waar aannemen wel een gewone dief geweest is." ,,In de hal van Cray's Folly", gaf Ko lonel Menendez met nadruk ten antwoord ,,dat is de naam van mijn huis, weet u staat een tafel en op die tafel staat een vitrine met gouden vaatwerk. Het maanlicht ik heb zoo even verteld, dat het voile maan was scheen op die vitrine. Gelooft u, dat er een dief bestaat, EERSTE KAMER. Vergadering van Donderdag. Voortgezet worden de beschouwingen over de Indische begrooting. De heer JansSen (r.k.zegt, dat er geen aanleiding is om thans te spreken van liqui date; men zou daarmee Indie prijsgeven aan Moskou. Spr. betoogt, dat de redevoeringen van den heer Steger in de Eerste Kamer en van den heer Feber in de Tweede Kamer beide in overeenstemming zijn met het R.-K. program. De heer Foqk (lib.) betoogt tegenover den heer Mendels, dat bezoeken van naburige be- stuurders geen politieke beteekenis hebben en dat aan spr. als gouvemeur-generaal door den minister geen eischen zijn gesteld, die hij niet in het belang van Indie achtte. Hij ver- dedigt verder uitvoerig zijn beleid als gouver- neur-generaal. Spr. betoogt verder, dat er van een „los van Holland" noodt iets kan komen en dat het rijksverband moet blijven bestaan op his- torische, cultureele, sociale en economische gronden. De heer Anema (a.r.) jioudt een pleidool voor krachtige handhaving van de Zondags- rust in de arbeidswetgeving. De heer Kranenburg (v.d.) houdt beschou wingen over den rechtsgrond van het kolo- niaal beleid, en sluit zich ten deze aan bij de formuleering in de Volkenbondsacte. Spr. be toogt verder, dat de bestuurshervorming in Indie zelf moet worden voorbereid. Minister de Graaff acht den rechtsgrond voor ons koloniaal beheer aanwezig in de be- vordering van het materieel en geestelijk wel- zijn der bevolking. Aangestuurd dient te wor den op een geteidelijke staatkundige ontwik- keling van de Indische bevolking. MR. P. J. TROELSTRA. Naar Het Volk meldt, is d'e toestahd van Mr. P. J. Troelstra de laatste weken minder goed. Een verergering van zijn blaaskwaal veroorzaakte koorts en veel pijn. Echter be staat er op het oogenblik geen reden tot on- gerustheid. Naar het Volk verneemt is de commissie door B. en W. van Amsterdam benoemd, om een rapport uit te brengen inzake het eigen- domsrecht van het Paleis op den Dam, met haar werk gereed en tot de conclusie geko men, dat het Paleis het onbetwistbaar eigen- dom is van de gemeente Amsterdam. Door B. en W. zou binnenkort by den Raad een voorstel worden ingediend om het Paleis op den Dam aan het Rijk te koop aan te bieden en van de opbrengst een nieuw stadhuis te bouwen aan het Frederiksplein op het terreln van het voormalig Paleis van Volksvlijt. VOORLICHTING VAN DEN HANDEL- DRIJVENDEN MIDDENSTAND. Onder leiding van den heer F. K. J. Herin- ga, chef der afdeeling handel en nijverheid, is dezer dagen vanwege het departement van arbeid, handel en nijverheid mondeling over- leg gepleegd met vertegenwoordigers van een aantal vereenigingen op het gebied van den handeldrijvenden middenstand. Mede was in pleno tegenwoordig de commissie van contact inzake middenstandsaangelegenheden, van welke de chef der afdeeling handel en nijver heid voornoemd, ambtshalve voorzitter is, en op wiens advies de bespreking plaats vond. De bijeenkomst, welke te beschouwen is als de eerste eener reeks van soortgelijke be- raadslagingen, had ten doel, aan de werkzaam- die zoo'n buit voorbij zal loopen, zonder, desnoods in de haast, er wat van mee te nemen?" „Nee", zei Harley rustig. „Dat is een bewijs voor uw theorie. Zoo iets is niet waarschijnlijk, dat moet ik toegeven." ,,Dus u begint nu ook te gelooven", zei de Kolonel, „dat mijn verdenkingen niet zonder grond zijn?" ,,Er is kans, aroote kans zelfs, dat het meer dan verdenkingen zijn", stemde Harley kalm toe. ,,Maar gaat u voort, als u wil. Want er komt toch zeker nog meer? Heeft u vijanden?" Welke man cVf vrouw, die een posi- tie hoe zeg je dat? in het openbaar heeft bekleed, heeft geen vijanden?" ,,Dat is zoo. Oan heb ik gelijk gehad, er komt nog meer." IHij keek zijn bezoeker scherp aan. Die hield den blik van de doordringende arijze oogen goed uit, maar de uitdruk- king van zijn gebruind intelligent aezicht verried, dat de pijl doel had getroffen. ,,Er zijn twee... wat zal ik zeggen?... dingen... feiten... Mr.. Harley." begon hij na een paar oogenblikken zwijgen, ,,waartusschen ongetwijfeld verband be staat, maar die mijn leven slechts zoo van verre raken, dat ik ze bijna niet durf noemen. Het is eigenlijk te dwaas om te veronderstellen, dat er aanwijzingen uit te distilleeren zouden zijn". ,,Ik verzoek u dringend", zei Harley, .niets te verzwijgen^ dat eenig licht op deze zaak kan werpen, ook al Iijkt het u ver gezocht. Die zoogenaamde ver ge- zoc-hte dingen blijken, na onderzoek, dik- wiils in ihet nauwste verband met de geoeurtenis in kwestie te staan." ,,Goed dan", zei Kolonel Menendez, terwijl hij, nog met het stompje van zijn heid der onderafdeeling middenstand van ge- noemd departement meer bekendheid te ge- ven. Te dien einde zullen namelijk achtereen- volgens de organisaties der belanghebbenden groepsgewijze tot samenspreking worden uit- genoodigd. De heer J. J. R. Schmal, die met de leiding der onderafdeeling is belast, gaf een overzicht van doel en werkwijze der be- oogde voorlichting; een breedvoerige gedacjj- tenwisseling volgde, waarbij duidelijk aan het licht trad, dat in onderscheiden branches veelal dezelfde moeilijkheden worden ondervonden, zoodat er voor voorlichting terzake een uit- gebreid arbeidsveld is. De organisaties van belanghebbenden bleken een werkzaamheid in deze richting zeer op prijs te zullen stellen. ANTWERPEN, NIEUWE WATERWEG EN ROTTERDAM. In de haven van Antwerpen zijn in April binnengekomen 846 schepen, met 1.492.165 ton (herleid) tegen 1022 schepen, metende 1.775.465 ton (herleid) in April 1929. Er is dus een vermindering met 176 schepen en met 283.300 ton. Sedert 1 Januari zijn te Antwerpen binnen gekomen 3656 schepen, met 6.472.172 ton tegen 3634 schepen met 6.499.633 ton in de eerste vier maanden van 1929. Er is dus een vermeerdering met 22 schepen en een ver mindering met 27.461 ton. Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Water- weg binnengekomen 4923 schepen, met 8.110.423 ton, tegen 4401 schepen metende 7.425.671 ton in de eerste vier maanden van 1929. Er is dus een vermeerdering met 522 schepen en met 684.752 ton. Te Rotterdam zijn sedert 1 Januari binnen gekomen 4041 schepen met 6.674.736 ton tegen 3665 schepen met 6.260.590 ton in de eerste vier maanden van 1929. Er is dus een vermeerdering met 376 schepen en een vermeerdering met 414.146 ton. Over de eerste vier maanden van 1930 heeft dus de havenbeweging van den Nieuwen Waterweg die van Antwerpen met 1.638.251 ton overtroffen, terwijl het verschil ten voor- deele van Rotterdam in deze maanden 202.564 ton bedroeg. NU KERKRADE VAN EEN BRAND- STICHTER IS BEVRIJD. De 17-jarige slagersknecht jl. Soomers te Kerkrade, die zich verdienstelijk maakte By de opsporing van den brandstichter van S. aldaar, mocht, meldt de ,,Maasb.", als blijk van erkentelijkheid van het Gemeentebestuur van Kerkrade een gouden horloge ontvangen. WIJZIGING TARIEVEN GERECHTS- KOSTEN IN STRAFZAKEN. Volgens het voorloopig verslag der Tweede Kamer inzake het wetsontwerp tot wijziging van de tarieven van gerechtskosten in straf- zaken waren eenige leden der vaste commis sie voor privaat- en strafrecht van oordeel, dat bij deze herziening van het tarief ver- schillende in verband met de tegenwoordige geldswaarde te laag geworden v^rgoedingen behooren te worden verhoogd. Met name werden de vergoeding aan getuigen van ten hoogste f 3 per etmaal wegens tijdverlies en die aan deskundigen en getuigen van ten hoogste resp. 6 en 3 per etmaal onvoldoende geoordeeld. Het voorstel om de toelichting der z.g. dringende kosten van den rechter over te brengen naar den griffier kwam venscheide- nen leden der commissie voorloopig niet vol- doende gemotiveerd voor. BINNENSCHIPPERS. In verband met de armoede van vele bin- nenschippers ontstaan door de in de binnen- scheepvaart heerschende malaise, heeft het bestuur der te Groningen gevestigde Nationale Schippersvereeniging den minister van bin- eerste cigaret in zijn mond, een tweede begon te rollen. „Ik weet natuurlijk, dat u gelijk heeft, maar toch blijft het moei- lijk voor me, om u te zeggen, duidelijk en begrijpelijk te zeggen, wat ik u te zeggen heb. Ik heb u van die inbraak verteld, om u van de gedachte af te helpen, dat mijn ongferustheid op een zieke fantasie zou berusten. En nu ga ik u iets van een buurman van me, den man, die in Sur rey naast me woont, vertellen... Maar voor ik daarmee begin, stel ik er prijs op te verklaren, dat ik geen oogenblik ge- loof, dat hij met deze onplezierige ge- schiedenis iets te maken heeft." Harley keek hem nieuwsgierig aan. ,,En toch besohikt u over gegevens", zei hij, ,,die u op de gedachte gebracht hebben, dat er wel verband bestaat tus- schen hem en het geval, waarvoor u hier is." ,,Dat is zoo, (Mr. Harley, maar die ge gevens zijn afkomstig van dingen, die zoo mystiek zijn en die zoo absoluut niets te maken hebben met wat men een ge wone misdaad noemt, dat u mij wel zult gaan beschouwen" bij die woorden haalde hij even zijn breede schouders op ,,als een man, die gekweld wordt door allerlei vreemdsoortige bijgeloovige ge- dachten. U noemt het toch kwel'len. is 't niet? Goed. We begrijpen elkaar. Dan zal ik nu maar meteen beginnen. U moet dan weten, dat ik op Cuba geboren ben, uit Spaansche ouders, dus ik ben vol- bloed Spanjaard. Het grootste deel van mijn leven heb ik in W^est-Indie door- gebracht tot '98 heb ik daar een re- Seeringsfunctie bekleed. Ik heb daar ook ezittingen, niet alleen op Cuba, maar ook op de kleinere eilanden, die vroeger onder Spaansch protectoraat stonden, en nenlandsche zaken en landbouw verzocht, zoodanige maatregelen te treffen, dat aan be- hoeftige schippers steun worde verstrekt. BETERE TREINVERBINDING MET BRUSSEL. De directie der Nederlandsche Spoorwegen heeft een belangrijke verbetering aangebracht in de treinverbinding tusschen Brussel en Nederland. De sneltrein, die thans om 7 uur van Brussel-Zuid vertrekt, te Antwerpen-Cen- traal aankomt om 7.50 en vandaar vertrekt om 3.05, doet over het traject BrusselAm sterdam 5 uur en 29 minuten. Met 15 dezer wordt die verbinding aldus: vertrek Brussel 6.51, vertrek Antwerpen-Oost 7.43, aankomst Roosendaal 8.49, vertrek Roo- sendaal 9,05, in Dordrecht wordt niet gestopt, aankomst Rotterdam D.P. 10.06, Den Haag H.S.M. 1035, Amsterdam C.S. 11.30. Het op- onthoud te Esachen is slechts 7 minuten. Amsterdam wordt 49 minuten vlugger be- reikt. DE MISLUKKING DER ENGELSCH— EGYPTISCHE ONDERHANDELINGEN. De Egyptenaren hebben schrrjft de N. R. Ort. met hun eischen tot verbetering van het vroeger gesloten tractaat met En- geland, 8e kous op den kop gekregen en gaan uit Londen met leege handen naar huis. Be- houdens enkele punten van voorbehoud die Engeland nog maakte ten aanzien van een bondgenootschap met Egypte, het houden van een Engelsche bezetting aan het kanaal van Suez en de bevoorkeuring van Engelschen bij de benoeming van buitenlandsche ambtenaren, had de ontwerp-overeenkomst de onafhanke- lijikheid en souvereiniteit van Egypte in alle opziehten erkend. Egypte heeft deze voordee- len verspeeld door eischen aangaande Soedan te stellen die zelfs de tegenwoordige Engel sche arbeidersregeering meende niet te kun nen inwilligen. Het Egyptisch bewind over Soedan is geen succes geweest en ten onder gegaan in de krijgstochten van den Mahdi. De1 Engelschen zijn toen te hulp gekomen, om er orde en rust te herstellen, hebben den Cha- lifa in 1898 ten val gebracht en er een hecht bestuur gevestigd, krachtens de overeenkomst tusschen de Britsche en Egyptische regeerin- gen van 1899, waarbij in een gemeenschappe- lijk Engelsch-Egyptisch bewind over Soedan voorzien werd. In 1924 verklaarde de natio- nalistische regeering van Egypte dat haar po- litiek van een vrij en onafhankelijk Egypte ook de Egyptische heerschappij over Soedan in zich sloot. Zagloel-pasja klopte hiermee aan doovemans deur, want de Engelschen had- den er gaandeweg groote oeeonomische belan- gen bij de katoen-teelt gekregen, ten behoeve waarvan zij groote bevloei'ingswerken hebben aangelegd. Aan het condominium van Enge land en Egypte hebben de Nationalisten zelf moedrwillig een einde gemaakt toen zij in Soe dan met hun ambtenaren en troepen gingen woelen. Deze laatsten zijn toen uit Soedan gezet, maar bij het nieuwe ontwerptractaat had Engeland zich bereid verklaard het ge- mengde Engelsch-Egyptisch gezag over het land ten deele te herstellen (met verzekering van- Engeland's overwicht) en weer een Egyp tisch bataljon toe te laten. De Egyptenaren wilden echter meer. Zij: wilden volledige vrrj- heid van immigratie voor Egyptenaren in Soedan, vrijwel souvereiniteit over Soedan en verdeeling van alle administratieve posten tusschen Britsche en Egyptische ambtenaren. De eisch van Egyptische souvereiniteit werd gesteund door het argument dat Egypte baas moest zrjn over den bovenloop van den Nijl, die het water voor de bevloeiing van zijn ak- ik wil u niet verbloemen, dat ik daar, vooral in de laatste jaren van mijn be heer, en vooral onder een zekere klasse van de bevolking, vele vijanden gemaakt heb... Druk ik me duidelijk uit?" Paul Harley knikte en wisselde een Snellen blik met mij. Ik dacht me er eens goed in, hoe het leven van de inboorlin- gen onder het bestuur van Kolonel Juan Menendez geweest moest zijn en bij de voorstelling die ontstond, kreeg ik opeens een anderen kijk op het verhaal van onzen bezoeker. Hij was, door zijn herinnerin- gen, blijkbaar rusteloos geworden, want opeens stond hij op en begon de kamer op en neer te loopen. Ik lette op zijn slank, goedgevormd lichaam en zag zijn koppige, vierkante kin en den trots, die bijna arrogantie was, in zijn houding, in zijn geheele manier van doen en vroeg me licht verwonderd af, wat zu'lk een man ertoe gebracht had, om de hulp van Paul Harley in te roepen. Want wat ook zijn fouten mochten zijn en men behoefde den man maar aan te zien, om er ver- scheidene te raden dat die krachtige trotsohe oud-soldaat wist wat angst was. dat geloofde ik niet. ,,Voor u verder gaat, Kolonel Menen dez", zei Harley, ,,zou ik u graag een vraag willen stellen. Wanneer is u uit Cuba weggegaan?" ,,Ongeveer drie jaar geleden. Er wa ren redenen... gezondheidsredenen", hij aarzelde even, „die me noopten weg te gaan. Ik heb me toen hier in Engeland gevestigd, in de hoop, dat ik hier rust zou vinden." ,,Met andere woorden, u was in Cuba bang voor iets of iemand." (Wordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1930 | | pagina 1