ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENT1EBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No. 8251. Vrij dag 2'' Juli 1928, 68e Jaargan Eerste Blad. fkuillkt git ABONNEMENTSPRIJ S: Voorstanders en tegenstanders van hat Nieuw-Feminisme. De innemende Landlouper ~B INN E N L A N D.'~" n- t kt „W14(1 n,r 1 Buiten Ter Neuzen fr. per post f 1,80 per 3 maanden Bij vooruitbetalinp fr. per post 6.60 per jaar VWBelqie en Amerika f 2,25, overipe landen 2,60 per 3 maanden fr. per post Abonnementen voor het buitenland alleen bi, voormtbetalmp. Dit blad verscliijnt iederen Maandap-, Wcensdag- en Vrijdagavcnd. HINDERWET. Burgerpeester en Wethouders van TER NEUZEN maken bekend, dat bet verzoek van ADRIA.AN LOOF te Ter Neuzen, om in het perceel kadastraal bekend gemeente Ter Neuzen, Sectie L No. 1561. een vleeschmolen ^met een electro-motor van 2 P.K. in zijn bestaande slagerij te mogen plaatse.n en in working brengen. door hen is ingewilligd. Ter Neuzen. den 23 Juli 1928. i Burgemeester en Wethouders voornoemd, T. HUIZINGA, Burgemeester. J. L. DREGMANS, Fd.-Secretaris. Wij hebben in twee artikelen petracht uiteen te zetten, wat de bekende Famke met haar Nieuw-Feminisme bedoelt. In het eerste stuk hebben wij er vooral op pewezen, dat Famke proote, billijke en door ons prootendeels qedeelde bezwa- ren heeft tepen het ontwrichte pezinsle- ven van den tepenwoordipen tijd, en in een tweede artikel hebben wij meer in het bijzonder er op pewezen, hoe Famke de nop maar steeds toenemende onpehuwd- heid van vele vrouwen als een proot euvel beschouwt. terwijl wij aan die uiteenzet- tinp ook hebben toepevoepd een oppave van -de zoo verschillende middelen, die zij aanbeveelt om tot verbeterinq van de ver- keerde toestanden te komen. Het zal niemand verbazen, en is ook on- petwijfeJd slechts weiniqen peheel onbe- icend pebleven, dat tepen deze bewerin- pen van Famke van zeer verschillende kanten vrij ernstip bezwaar is qerezen en wij willen nu ook paarne enkele van die bezwaren hier noemen, en ze tevens wat nader nop onder het oop zien. Naar aanleidinp van haar brochures vertelt Famke eeniqe brieven te hebben ontvanpen van vrijpezellen van middelba- ren lee'ftijd. Hoop prijst zij den toon, die uit die verschillende brieven haar is tepen- qeklonken, al deze brieven waren (vol- pens zeppen van Famke) buitenpewoon eerlijk, zeer objectief en prettip om te lezen. En enkele uitinpen vooral uit die brieven acht Famke buitenpewoon de moeite waard om ze eens nader te be- schouwen, ja, zelfs acht zij het niet buiten- gesloten, dat door nadere beschouwinp van deze bezwaren en pevoel'ens de beide sexen tot een beter wederzijdsch begrijpen zouden kunnen komen en tot ,,mooiere toenadering' Famke's eerste correspondent meent, dat de menschheid verder van de natuur is afgeweken, en dat om het nu maar wat korter te zeppen de man en de vrouw te veel van elkander eischen. De menschheid is te verstandelijk peworden en komt minder dan vroeger onder den ban eener sterke verliefdheid. Zulks mede (wordt er gezegd), omdat door de eman cipate der vrouw en door de lossere om- pang van de beide peslachten de vrouw veel van haar geheimzinnigheid voor den man heeft verioren. Waar dan nop bij komt, dat mannen, vrouwen en kinderen veel meer eischen stellen aan het leven, en dit alles het huwelijk dus tot een kost- bare zaak maakt. Famke weet met deze beide oorzaken: een psychologische en een door E.-J. RATH. Vervolp.) 8) .Moeder, heeft Kane pezepd of hij van- middag ping tennissen? ,,Ik heb hem niet gezien, kindlief." Niemand doet tegenwoordig iets, zei het kind humeurig^ ,,Het is de vervelend- ste zomer, dien ik ooit beleefd heb. Kalm keek ze Wade Rawlins aan. De zegepraal was aan haar. Hij zon juist op een manoeuvre, om zich met eere terug te trekken, toen mevrouw Kilbourne het woord nam. ,,Het was heel belangwekkend," zei ze. „Zou je praap een betrekking a'.'s chauf feur hebben, Rawlins?' „Waar is Oswald?" vroeg Marian. ,,Die is wep," antwoordde haar moeder. „Het wordt poed betaald, Rawlins - Marian Marian, die opgestaan was, sloeg keu- rip een rad. Met een vreugdekreet kwam ze weer op haar voeten terecht. „Wat heb ik u pezepd, moeder? Heb ik niet dadelijk gezien, dat hij niet deug- de? En nu is hij wep. O, moeder, ik sterf ik sterf van geluk Weer volgde een acrobatische toer. Mevrouw Kilbourne bepreep, dat het beter was geen notitie van haar dochter te nemen. Ze wendde zich weer tot ^oen zwerver. economische peen raad, naar uit haar be- handelinp daarvan blijkt. Zij ontziet noch haar lezers noch zichzelf om te zeppen, dat indien dit alles waar en juist was het leiden zou tot het vrije huwelijk, en dat (zept zij letterlijk) in een tijd, die er nop in peen eeuwen rijp voor is. Van heeler harte willen wij van een derpelijke redenatie zeppen, dat zij ons niet alleen uiterst pevaarlijk lijkt, maar dat Famke door haar weinip diepgaande bespreking van dit bezwaar petoond heeft, dat zij de probl'emen niet baas kap. Bitterheid welt er bij deze ..pewone huisvrouw" op (zoo- als wij dat trouwens heel typisch vrou- welijk oo". bij andere vrouwen kunnen waarnemen, zoodra zij tot t inzicht komen dat zij een of andere kwestie niet meester kunnen worden), maar zij moest het toch zelf voelen en anders zich in deze zaak ook eens door haar man laten leiden: dat een veranderinp als de door ons qeschet- ste haar geheele zaak peen voordeel, maar wel proote schade doet. Iemand, die op een derpelijke wijze maar dadelijk gaat dreipen en ,,bolsjewieken heeft niet het recht zich er in een latere brochure over te beklagen, dat het Bestuur van het Lees- museum voor vrouwen in Den Haap be- sloten heeft, haar Nieuw-Feministische brochures niet onder haar lectuur op te nemen, als zijnde ..onpeschikte lectuur voor vrouwen", terwijl een recensent in het Evangelisch Zondagsblad Famke's brochures wel fatsoenlijk, maar niettemin onzedelijk noemde! Famke's tweede correspondent vraapt: „Moet men, alvorens te kunnen trouwen. bepaald dansen of tennissen V En hij voept er nop aan toe: Dansen vind ik een afschuwelijke bezipheid; tennissen, daar heb ik peen lust of tijd voor. Het is toch wel een dwaze wereld, dat men aller- lei onnuttipe bewepinpen moet maken, om meisjes uit den onpehuwden staat te trek ken. Ze doen veel te weinip haar best, die tienduizenden, (zept deze oude vrijer"), ,,en verlanpen toch nop steeds, dat de mannen zich warm voor haar ma ken. De conventie hanpt nop zoover, vooral over de z.p.n. betere standen. Meisjes van „goede standing" vindt hij vaak gemaakt, onnatuurlijk, geleerddoe- nerig, kleurloos of stom. En hij voept er nop aan toe, dat onder de mindere stan den vaak meer pit en natuurlijkheid zit. Famke meent, dat meisjes van poede standing" met deze uiting haar voordeel kunnen doen en er leering uit kunnen put- ten, maar toch heeft zij dezen correspon dent teruppeschreven, dat wanneer hij niet de minste moeite wil doen om met meisjes uit zijn eipen stand in kennis te komen, de voile schuld ook bij hem lipt om zijn gemakzucht. En ZQnder veel moeite zich weer te maken over wat zij zept of aan- raadt, vraapt Famke: Wanneer die mijn- heer de meisjes uit den gegoeden stand dan zoo kleurloos en stom vindt, waarom hij dan niet een meisje trouwt uit den minderen stand Overigens heeft Famke onzes inziens wel weer pelijk als zij zept: ,,Laat een meisje eens een klein beetje haar best doen tegenover den jonqeman, j dien zij aardip vindt, hoe wordt zij dan j onmiddellijk het voorwerp van onbarm- hartipe critiek, en hoe heet het dan weer onmiddellijk: Een man wil er voor vech- ten, een man wil een vrouw veroveren' Maar er zijn nop meer opponenten ge- komen, en onder meer een, wien I amke prif en volkomen pelijk paf. Deze schreef haar: .Wanneer ik mijn armen om een „}ie kunt honderd dollar in de maand verdienen. Kost en inwoninp krijp je vrij en we hebben nop wel een livrei voor je." ,.Dat, wat u voor den voorlaatste kocht, moeder," zei Marian, knikkend. ,,Hij stuurde ons het beleeninpsbriefje terup, weet u nop wel. Dat heb ik netjes van hem pevonden, zelfs al stal hij de post- zegels er voor. Het zal dezen precies pas- sen." Het was half bedoeld als hateJijkheid, maar Rawlins nepeerde haar. Het gewich- tipe oogenblik was pekomen en dat was heel wat belangrijker; toen hij sprak, trachtte hij zoo onverschillig mogelijk te doen. ,,Als u het met mij probeeren wilt, me vrouw". Mevrouw Ke.bourne knikte van ja. ,.Gced dan", zei hij; „ik zal zien, hoe lanp ik het uithoud". Beiden stonden op. ,,Ik zal je zooveel mogelijk helpen zei mevrouw Kilbourne hartelijk. Marian, wil je Grosvenor roepen en hem ^Raw lins naar de parage laten brenpen?" ,,0, ik zal hem wel brenpen' zei Ma rian. „Ga maar mee!" Toen de Limousine wegreed, stond Ma rian op de treeplank. Een pids was eigen- lijk overbodig; men had eenvoudig de op- rijlaan te volpen, die om het huis heen liep en eindigde in de parage, een paar hon derd meter verder. Maar Marian had iets op het hart. Ze barstte los, toen de auto stopte en Rawlins uitstapte. ,,Ik hoop niet, dat je hier iets denkt te bereiken, zoolanp je mij wat wijs maakt „Wat blieft u, juffrouw? Je verstaat me best. Ik laat me niet af- vrouw zal heenslaau, dan wil ik hebben een vrouw, die zich kleedt als een vrouw, die pevormd is als een vrouw, die haren draapt als een vrouw. en wier kus niet ruikt naar tabak!" Famke heeft pelijk, vast en zeker: hier, ook hier is leering te putten vooral die moderne jonge vrou wen, die haar aantr- kkelijkheid denken te verhoopen door all" "ei buitensporiqheden. Een vierde uiting 1 nslotte, die Famke in haar derde brochure (getiteld: ,,De Nieuwe Taak van het Nieuw-Feminisme" ter sprake heeft gebracht, was de mede- deeJing van een ongehuwd man, die in een keurig" en nog wel dichterlijk gestelden brief opkwam tegen Je beschuldiging van de schrijfster alsof slechts de onaehuwde man zich zou ,,uitleven", terwijl hij er op wees, hoe veel gehuwde mannen zich ook aan allerlei excessen chuldig maken. Deze schrijver was geeindigd met te zeggen: ,,In meerdere punten sta ik aan Uw ziide, doch ik geloof, dat niet door strijd of door nivelleering van elkanders belangen, doch alleen door de liefde een oplossing te vin- den is. Leer toch de vrouwen om natuur- lijk, en niet gemaakt te zijn, en in het moe- derschap een levensdoel te zien Men ziet uit dit alles, dat Famke naast tegen- stand en moeilijke v agen, toch ook van mannen-kant veel bijval en instemming ge- noot. Wellicht is echter de beste tegenspraak van Famke's beweringen door haar zelf afgedrukt in haar vierde brochure, waar- in onder haar stuk een overdruk is ge- plaatst van de opmerkingen van den heer D. L. Daalder, redacteur van het Paeda- gogisch blad „Het K,nd". Deze redacteur en wij zijn het met deze opmerkingen volkomen eens heeft het allereerst in Famke geprezen, da zij vol was van de bewogenheid, die strijdt voor een dierbare overturning, en dat zij, zich een geroepene voelend in de wcestijn der moaerne samenleVing, tot een werk is overgegaan, dat meer treft door lyrische kracht dan door de scherpe log'ca van haar betoog (een zwakke ziide, d:; wii in het begin van dit artikel ook reeds nebben aangetoond). De heer Daalder merkt het zoo aardig, en toch ook zoo scherp op. dat de bedacht- zame lezer de wezenlijke bedoelina in haar profetisch proza maar moeilijk zal kunnen vinden. Toch is die bedoeling, of men ze bewondert of verwerpt, in ieder geval nobel en volmaakt eerlijk. Famke's getuigenis is het vlammend ge- tuigenis van het geluk, dat de vrouw-als- moeder vinden kan in een harmonisch huwelijk. Het is om haar innip bepeeren, dit geluk het deel te zien van iedere vrouw. Zij constateert in elk vrouwen- leven de hunkering naar het bezit van man en kinderen, en het schrijnend ver- langen om van doellooze eenzaamheid te worden verlost. En boven al haar werk zou als motto kunnen staan, dat ontroe- rend gedicht van Margot Vos: Hoort ge mijn stem niet sidd'rend slaan Ik kiaag de uitbundige aarde aan, Grensloos van zilv'ren zomer. Ied're plant dronken van levensbloei, Ik dor en verschrompeld en zonder groei, Met mijn simpel hart van droomer. Wreed is het, wreed door de zon te gaan 1 Met koortsige Landen, die al al aan Glanzende dingen grijpen; Zorgend, dat korrel tot pracht ontplooit, Doch 't eigen lijf in ontbering nooit Tot zijn zomer te voelen rijpen! Maar de heer Daalder zal wel gelijk hebben. als hij het in twijfel trekt, of nu werkelijk alle vrouwen zulke gevoelens koesteren. Er zullen er toch ook zijn, van die fijne, serene naturen, die chariteit en religie verkiezen boven de liefde voor een, en die Eros verwierpen om der wille van Christus. Voorts heeft Famke stellig gelijk, als zij acht, dat het Feminisme te weinia tot de vrouwen gesproken heeft over huwelijk en moederschap, en te veel oyer arbeid en maatschappij. Het is Famke s vaste over- tuiging, dat de Feministen door haar pro paganda voor vrijheid en dienst aan de wereld, de jonge vrouwen hebben gesug- gereerd, dat daar, in die wereld. de roe- ping der vrouw zou liggen, eh niet langer of vooral in de volkomen toewijding aan de kleine, maar superieure taak in het ge- zin. Zij meent, dat de vrouw toch trots al les blijft haken naar de intimiteit en de jemoedelijke sfeer van de rustige kamer in let eigen huis, vervula van vreugde om de kleine, dagelijksche dingen. die in het groote verband van de wereld toch van zoo ontzaglijke waarde zijn. Aan het oudere Feminisme verwijt zij daarom, dat dit de surrogaten heeft overschat, en noch de heer Daalder, noch iemand onzer zal durven of kunnen beweren, dat het Femi nisme van vroeger niet werkelijk op dit punt schuldig staat. Zoo wordt Famke de propagandiste van het Nieuw-Feminisme, dat als evangelie belooft en predikt: het ,,herstelde" huwelijk, en het ..herstelde moederschap. En niet zal er worden ge- rust voor en aleer iedere vrouw dien dub- belen zegen zal hebben gevonden. Wij staan dan ook gaarne aan Famke's zijde, als zij pleit voor de absolute heiliging van het huwelijk, en als zij strijdt tegen alle dubbele moraal, die aan den man zou toe- staan wat in de vrouw (terecht) wordt verafschuwd. Misschien zal er ook een enkele vrij- aezel door haar bitter woord tot inkeer worden gebracht. Toch zal dat niet meer dan een enkele zijn. Bedacht dient te wor den, dat er ook onder de mannen supe rieure geesten zijn, die uit nobele motiev* de eenzaamheid kiezen. Maar zal daar- naast de grootere kudde van ego'istische mannen zoo snel tot verandering zijn te brengen En als deze ego'istische geesten eens in het huwelijk vluchtten, zouden de vrouwen, met wie zij trouwen, dan werke lijk worden verlost van het leed, dat voor haar huwelijk haar deel was Wij zullen goed doen, om eenvoudig te erkennen, dat voor de grootste groep een- zame vrouwen het vraagstuk onoplosbaar is. Voor ieder huwelijk en ook voor alle goed, echt, gezegend moederschap is iets noodig, waarvan Famke de volstrekte noodzakelijkheid veel te weinig heeft voor- opgesteld. n.l. het wonder, waarvan de veeltijds gesmade dichters van alle eeuwen hebben gezongen, en dat door duizenden is ondervonden als het hoogste en beste. Die liefde laat zich niet dwingen, noch door boycot, noch door belasting. En wie deze liefde aanvaardt als de onmisbare factor voor huwelijk en moederschap, die heeft eenvoudig hoe zeer het hem of haar ook aan het hart gaat) te aanvaarden de eenzaamheid van anderen, in wier hart de liefde niet uit- en doorbrak, of die geen weerklank vonden. De heer Daalder heeft onzes inziens ge lijk. als hij het (schijnbaar onbarmhartig zegt: Het is grooter geluk: de waarheid te zien en de smart te leeren dragen die ieder menschenkind krijgt op zijn beurt, dan zich te vleien met een hoop, waarvan de verwezenlijking toch niet voor alien schepen. Het maakt me alleen razend, dat ik je niet gauwer in de paten heb gehad." Hij krabde zich achter het oor en keek haar verbaasd aan. Ze maakte een min- achtend pebaar. „E«n van de landloopers, die we verle- den jaar hadden, bepon onpeveer net als jij. Hij dacht, dat ik onnoozel was. maar ik had hem gauw door!" Rawlins bepon pl'ezier in haar te krij gen. „Ik zette hem zoo op zijn nummer, dat hij wenschte, dat hij hier nooit een voet over den drempel had gezet! ,,Hoe, juffrouw?" Te laat beet hij zich op de lippen. ,,A1 wat ik kan zeppen". plaagde Ma rian, „is dat ik het op een allermerkwaar- digste en hoogst avontuurlijke wijze deed". Ze deed hem precies na. Zijn mondhoe- ken trilden even en zelfs zijn baard van drie dapen kon het niet verberpen. ,,Ik hoorde, dat moeder je Rawlins noemde. Hoe heet je nop meer?" ,,Wade, juffrouw". ,,Nu dan, Wade Rawlins, waar bepon je te liepen, daarnet op het terras?' Hij moest werkelijk even nadenken. Wanneer kwam u binnen? vroeg hij. ,,Ik kwam binnen, toen je van huis weg- liep en naar de stad ping „0 ja Hij keek haar eerlijk aan. ..Met spijt me, dat u iets pemist hebt, maar ik bepon al voor dien tijd Ze knikte langzaam. ,Het verbaast me niets, Rawlins. |e deed dus niet anders dan jokken, jokken en nop eens jokken! Juist," bekende hij. Marian ping zitten op de treepank en keek hem verpenoepd-lachend aan. ,,Ik denk, dat we beste vrienden zullen worden," zei ze; ,,maar je moet voorzich- tig zijn. Ik heb meer verstand van land loopers, dan je denkt. Een heeleboel meer; veel meer dan moeder!' V. Marian Kilbourne onderwierp hem aan een nauwkeurip en critisch onderzoek met bewonderenswaardip peduld en doorzet- tingsvermopen. Rawlins kreep het pevoel. alsof hij langzaam en stelselmatig ontdekt werd; toch maakte het hem peenszins ver- lepen. Toen beiden even zwepen, maakte hij van de pelepenheid pebruik de parage eens rond te kijken, die met haar twee verdiepingen poed paste bij het huis. Jij woont boven, zei Marian, die zap, wat zijn aandacht trok. ,,Er zijn twee slaapkamers; een voor den chauffeur en een voor een landlooper, als we er een hebben; maar jij krijpt het rijk alleen. Os wald's kamer is de beste. Jij bent de eerste landlooper, dien we van den maand zien. Het bepon moeder al te vervelen. Je hebt haar echt opgevroolijkt. Je hebt zeker we! gemerkt, dat ze een zwak heeft?" ,,Ik voel me heel gelukkig," antwoord de hij voorzichtip. „Ik zou niet al te veel vertrouwen heb ben, als ik jou was. De anderen zullen alle- maal tepen je zijn. Ik niet, tenminste... Hilda zal razend zijn, denk ik. Van vader kan je nooit vooruit weten. Hij zal het je zoo zuur mogelijk maken of zoo tarn zijn, als iets; maar ik denk niet, dat hij op ie hand zal zijn. De bedienden zijn natuurlijk mogelijk is. En wij zullen het dus ook moeten dulden, dat er zijn, die noch het geluk, noch de bijzondere moeiten van de gehuwden uit eigen ervaring leeren ken- nen. Wij zullen alien moeten vinden, wat menige eerzame, sterke vrouw al lang voor ons gevonden heeft; de aanvaarding van wat niet door den wil van een mensch te veranderen is. Er zijn zeeen van onrecht, die door menschenhanden te dempen zijn. Maar er is ook leed, dat niet is weg te nemen. Dan moet er worden gezwegen. En dan is er geen troost dan bij Hem, die gezegd heeft, dat Hij gekomen was om te genezen de ..gebrokenen van harte' TOEWIJZING DER GOLFLENGTEN VOOR DEN RADIO-OMROEP. Het hoofdbestuur der posterijen en telegrafie deelt mede Naar aanleiding van verschillende pers- berichten van den laatsten tijd aangaande de verdeeling der aan Nederland toe te wijzen golflengten schijnt het niet over bodig er nog eens op te wijzen dat de Union de Radiofonie, een niet-officieel I'ichaam, in haar conferentie te Lausanne slechts „voorstellen" heeft geformuleerd betreffende de toewijzing van golflengten aan de onderscheidene landen. Verder reikt haar bevoepdheid niet. In voorbereidinp is thans een confe rentie van de vertegenwoordigers der be- trokken landen ter definitieve behandeling dezer voorstellen. De verdeeling der aan elk land toepedachte golflengten peschiedt uiteraard door de repeerinp van het be- trokken land. Indien aan Nederland slechts een lanpe golflengte mocht worden toegewezen kan deze derhalve zoowel voor Hilversum als voor Huizen worden bestemd; of deze golflengte nop in be schouwinp kan worden penomen voor toe wijzing van den zakelijken omroep - wat Nederland betreft dus aan Scheveninpen zal mede afhanpen van de zienswijze veiii ae hocjgei ^enoemae siaieu-^oiiie- rentie. Omtrent de uiteindelijke repel'inp dezer aanpelepenheid staat dus nop niets vast. AANSPRAKELIJKHEID VAN GENEESKUNDIGEN. Thans is afgekondigd Staatsblad no. 222, inhoudende de wet van 2 Juli jl. hou- dende nadere voorschriften ten aanzien van de uitoefeninp der peneeskunst. In een zeventienial artikelen is o.a. be paald dat een peneeskundipe, een tand- arts of een vroedvrouw, die zich schuldig maken aan handelinpen, die het vertrou wen in den stand der peneeskundipen on- dermijnen", of aan nalatigheid. waardoor ernstipe schade ontstond voor een per- soon, te wiens behoeve genees-, heel- of verloskundige hulp of bijstand qevraapd werd, oif aan wien die raad of bij stand verleend werd, of die in de uitoefe ninp van de peneeskunst blijk peven van grove onkunde, onverminderd de aanspra- kelijkheid ingevolge het Burperlijk Wet- boek of het Wetboek van Strafrecht, on- derworpen kunnen worden aan verschil lende maatrepelen. Deze maatrepelen zijn een waarschu- winp, een berispinp, opleppinp van een geldboete van ten hoopste f 2000, schor- sinp in de uitoefeninp van peneeskunst voor ten hoopste een jaar en onizegging van de bevoepdheid peneeskunst uit te oefenen. het erpst. Die haten je. Grosvenor haat je nu al. Dat is de butler. Vind je hem peen vlegel'?" ,,Ik heb niet erp op hem pelet. ,Je zult het wel zien", verzekerde ze Rawlins. „Hij is net, wat ik zep. Ze zullen het je lastip maken aan de maaltijden, want je moet met ze eten. Hecht je waarde aan standsverschil?" ,,Ik peloof, dat het bestaatzei hij. „0. met mij hoef je niet zoo voorzich tip te zijn! Weest perust eerlijk. Het kan me niet scheien, wat je van de bedienden zegt, maar die letten vreeselijk op stand. Dat zal je zien." Ze sprak zoo vol vertrouwen en over- tuiging, dat hij haar prif geloof de. ,,Ik voor mij heb niets tepen landloo pers," voepde ze er aantoe. ,,Dat is een geluk voor me." Misschien", paf ze toe. De openhartigheid van het meisje trok hem aan; maar hij voelde niet, dat er zelf- zuchtige bedoelinpen achter scholen. Ik kan een heeleboel' voor je doen, als je eerlijk bent", zei Marian, kruiste de bee- nen en sloep de armen er over heen. ,,Ik* heb veel invloed thuis, vooral bij vader. De meeste landloopers verdijenen, omdat ze het niet merkten. maar je moet niet denken, dat ik liefdadip aangelegd ben." „Niet?" ,.Dan zou je je vreeselijk verpissen. Ik heb heel peen meelijden met je. Te bent veel gelukkiger dan vader en die is rijk. Dat heb je zeker wel gemerkt. ,,Zoo een beetje", paf hij toe, met een blik in de richting van het huis. .Jedereen kan het zien zei ze. ,,Hij is een O. W.-er." (Wordt vervolgd.)

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1928 | | pagina 1