ALGEMEEN NIEUW8- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANPEREN. uti-thihp Oobb 12"uur. No. 8052. Vrijdag 8 April 1927. 67e Jaargang. vwn iuliatius de Afvailiye. AMAIWELTJES Be mUlukte dibbtlgaager ABONNEMENTSPRIJS FEIIIiLETON. Voor binnen Ter Neuzen f 1,40 per 3 maanden - Voor bniten Ter Neuzen !r. per post 11,80 per 3 maanden - Bij voorultbetaling fr, per post /«,60 per Jaa- Voor 't buitenland f 2,70 per 3 maanden franco per post Abonnementen voor t buitenland alleen bp vooruitbetalinp. D!j blad verschljHt iederen iVttaonrici WoenBda^- en Vrildwgavond. mWISj&'OJ'Mz FT -A T). 1NGEZONDEN MEDEDEELINGEN Een rijik man, die zijm bezittingen deels van zijm vaderen had geerfd, deels dooi _Si)MMJl v iv~7^; eigen inspannAng had1 verkreqen, deelde zijm goederen onder zijn zooms. Die zonen streden en moordden weldra onder elkan- der om de erfenlis, de oude qodsdienst werld verlreidbn em de oude heiligdommen wc.rden verwoest. Zeus en Helios zagen diit alles met smart aan, en Zeus gaf den Sclhikgodiinnen bevel om een nieuwen levensdraad te spinmen. Onmiddellijk na zijm geboorte werd de knaap aan Helios en de jonkvrouw Athene ter op\ oedimg toevertrouwd en toen .hij tot jongeliing was opglegroeidi, mocht hij wel eens een poosje vertoeven in den krinq der goden, hun wijizie lessen genieten en de belofte der hemelbewoners ontvangen, dat zij overal met hem zouden zijn en dat hun vriend- schap en hun gunst hem steeds op zijn levensweg zouden vergezellen. Helios reikte hem ©en falkkel over, opdat hij op aarde een groor licht zou kunnen laten schijmen, Athene gaf hem een helm en een schild, Hermes gaf hem zijn gouid'en staf. En tenslofcte namen de goden afsoheid van hem, zeggend: Vergeet niet, dat gij een ortsterfelijke ziel hebtdie aan ons haar oorsprong danlkt, en dat gij door ons na te volgen een god zult zijn en met ons on- zen Vader zult zien. Die rijke man is Constantijn de Groote, die in den hemel opgevoede jongeling is Julianus. Het geheel is een gelijkenis, waarin de laatistgenoennde zelf onder woorden bracht de ovftrtuiging, die daar leefde in zijn hart, dat hij een gunstelinq del goden was en een hemelsche roeping had ontvangen om de Idladen van Constan tijn, den eersten GhristenlkeAzer ongedaan te maken en de zcqepraal weer aan de Obrtistenen te ontrukken. Wij h ebb en dus in dit hiier medegedeelde het oordeel, dat h>j over zAchzelf en over zijn eigen arbeid heeft uitgesproken. Wat is het oord'eel der menschen over Julianus versclhiillend geweest! En dat niet alleen in zijn tijd, of 'kort na zijn dooid, malar ook nog lanq nadat de hartstochten hadden uitge'woed, en het voor ieder wel duddelijk moest zijn geworden, dat de re- gieiarimg van Juldanus een tusschenperiode was geweest in de wereldgeschiedenis, en da-t zijn voornemen om haar loop te stud- ten wel moest berusten op een grof mis- vejfstand van eigen kraciht en van Gods macht. De rhetor Libanius noemde Julianus den Leveling der goden, en maaikte ihem tot een hooger wezen. De kerkvader Grego- rius van Naziamze scibold hem daartegen- over een Jerobeam en Achab, een Farao en Nebukadnezar. Doch het heidendom verdween langzamerhand, en de Ghriste- lijike Kerk, die als de machtige ovenbleef, bewaarde de herinneiring aan hem als aan een afvallGe en verrader. Vi^el- was des eenen oord'eel strenger dan dat des an- deren, maar in hoof-dzaak waren toch wel alien het eens. Eersit Arnold in zijn ,,On- partijdige Kerk- en Ketterhdstorie" (ver- sc'henen in 1699) breidde zijn patronaat over de ketters ook uit over dezen afval- ligen 'heerscher, en pleitte zoo sterk ver- zaehtende omstanidSgheden, dat hij niet eens idurfde beslissen, of het Julianus was geweeist, die de Christenen had vervolgd, dan dat bet de Christenen waren geweest, die Julianus hadden verongeliikt.^ Later heeft de zoogenaamide ..verlichting dezen keizer geprezen als haar held, wiens deiugdzaam)heid zeer verheven was, terwijl men dlan zijn figuur op het gunstigst liet uifckomen tegenover den huicihelachtigen Constantijn, zooals men dien noemde. Aan een latere eeuw is het gebleven in deze zaak volkomen recht te doen. Zoowel op de lidht- als op de schaduwzijden van Julianus werd nu de aanidaclht gevestigd, zijn optreden ten gunste van het heiden dom werd nu verklaard uit de verdorven- heid der Kerk van die eeuw, die hem zou hebiben belet am het ware en eohte Chris tendom te leeren kennen en waardeeren. Ook verfklaarde men dit alles als een ge- volg van zijn opvoeidling, en uit zijn eigen- aardigen aanleg, die ziidh juist in deze rich- ting bewoog. En als wij nog een man van bijzonider beteekenis ein groot gezag mogen noemen, het is de kerkhistoricus Hase geweest, die niet aarzelde om de twee groote tegenstanders Athanasius en Julianus te noemen de grootste mannen hunner eeuw, en die er van overtuigd was, dat Julianus, als hij slechts een halve eeuw vroeger geboren ware g'eiweest, en ge'bo- ren ware geweest te mildlden van een ver- volgde Ker'k, een si era ad zou zijn gewor den voor het Christendom, een heilige der Kerlk, ja zelfs een martelaar voor het ge- loof. Verschillende vragen doen zich hierbij voor, waarvan wel de eerste deze is: V/at zou er Julianus toclh wel toe geibraoht heb- ben om tot het heidendom terug te kee- ren Dan moet al aanstonds worden ge- zeg|d', dat er niiemand is, die beweert, dat Julianus ooit een echt Christen is geweest. Maar Ihij is dan todh binnen dat Christen dom opgevoed, zelfs met een nauwgezette zorg, en dat maa'kt deze vraag te meer klemmend. Zeer vroeg reeds verloor hij zijn moeder, kort na zijn geboorte in 331, toen zijn gansdhe familie met uitzonde- ring alleen van zijn halfbroeder, Gallus, bij een oproer van de keizerlijke troeipen werd vermoohdS, misschden wel op bevel van den nieuwen keizer Constantius, die Constantijn den Groote was opgevolgd. De misdaad: Constantijns neef te zijn. werd hem niet vergeven, twintig jaren moest hij doorbrengen in onrust, steeds angstig bewaakt door menschein, die hem niet wiilden dboden, maar die hem toch eigenlijk ook niet het leven gunden. En dit alles moet* ihem wel afkeeriiq hebben ge- maakt van het Christendom, welks aan- hangers van der jeuqd af aan zijn tegen- standers waren. Men was dam ook niet heel geluikkig nog bovendien in de keuze der personen, aan wie men de opvoeding van Julianus opidroeg, want onder deze was de Eunuch Mardonius, die zijn leerling een vurige liefde deed opvatten voor de Grieksche kla&sieken, zoodat het Grieksch ten alien tijde zijm lievelimgsstudie is geblevem. Hij zette zijn studign te Constantimopel met grooten ijver voort, en hij maakte zulke snelle vorderingen, dat men het geraden vonid den veertienjarigen knaap uit die hoofdstad te verwijideren. Zoo bracht hij dan nu op een kasteel in Cappaidbcie tege- lijk met Gallus eenige moeieilijke jaren uit het Engelsch door NORMAN VENNER, 23) (Vervolg.) „Genade neeasjeblieft niet. Hallo zeg, ben je dwaas! Om zoo weg te wiillen loopenMij op een oogenblik als dit alleen te laten! Wat zou ervan te- reoht komen! En o ja, dat moet ik jenee, zitten gaan, t water is me nog te koud, ik waag den sprong nog niet nog vragen. Was mijn geacbte dubbel- ganger een minnaar van verzen? ,,Hoe kom je daar opeens ,,Zal ik je zeggen. Vanmorgen op ee* oogenblik. dat ik niet meer voor- of achteruit kon heb ik iets aangehaald. een versje van een paar regels, dat me in- eens im me hoofd schoot. Er kwam na- tuurlijk geen steek van terecht. Toen ik klaar was, keek ze of ik haar ik weet niet wat gedaan hald en toen zei ze: spaar me Browning, of zoo iets dergelijks, die is zoo hopeloos ouderwetsdh. fin toen begreep ik: afhoudenbranding". ..Warempeltjes daar heb ik nog niet aan gedacht T' Arthur hoi"4* -erschrik- kelijk veel van verze. moderne door onder erg strenge bewaking, waarbi] men er voorai op doelde, dat hij ver zou worden gehouden van alle heidensche aanraking. Dus scheen men toen reeds vermoeden te hebben van de heidensche sympatihieen van dezen jongen man, die wel steeds een heiden blijkt te zijn ge- weest. Dit blijikt wel zeer sterk uit zijn eigen uitinqen, die ons ten deele bewaard zijn gebleven. Ovenigens werden wel al- lerlei Chrisbelijke oefaningen hem opge- drongen, en droeigen zelfs die uitspannin- gen der beide "broeders een Ohristelijk karakter. In hun vrijen tijd moesten zij op het graf van een zekerem martelaar Mamas een'kapel bouwen, terwijl de legende niet onaardig vermeldt, dat de muur, die Ju lianus bouwde, telkens instortte, terwijl Gallus met zijn bouwerij zeer voorspoedig was. Eigenlijk werd hij in deze omqeving oipgekiid' voor den geestelijken stand, en hij'is dan ook lector, voorlezer geweest in d'e kerk. De goede roep, die van hem uit- gimg, maakte, d'at hij in 351 naar Constan- tiniopel mocht terugkeeren. En nu ginq hij zijn wijsgeerige studien voortzetten, ter wijl zijn halfbroer Gallus inmiddels Caesar en mederegent werd. Men had Juldanus laten beloven, dat hij bij den heiden Libanius geen college zou loopen, en hij heeft deze belofte ook ge houden, maar dan op deze wijze, dat hij j wel de dicta ten van dezen beroemden rhetor bestudeerde. Zijn eigen overtui- j ging hield Julianus edhter zorgvuldig ver- borgen. En men kan dit begrijpen, al mag en moet het dan toch woiiien afgekeurd, dat hij inmiddels een andere geloofs- overtuigiing bleef voofwendem. Op een geloofsheld lijkt zoo iemand toch in geen geval. Bij de vermoording van Gallus in 354, werd Julianus beschuldigd van met zijn broer be hebben samengewerkt, en zoo werd hij gevangen naar Milaan gebracht. Hij wist zijn onscbuld te bewijizen, en ein- delijk werd hem toegestaan naar Grieken- lanid te gaan, iets wait misschien als straf was bed'oeld, maar in werkelijkheid voor Julianus een bijzonder buitenkansje mocht heeten. Hij kreeg m gelegenhedd om zich te laten imwijldlen in de mysterieen van Eleusis, en allerlei andere geheimenissen. Plotseling werd aan Julianus nu het op- perbevel or-^edragen over het Rijnleger, en werd hij 6 Nov. 355 tot Caesar be- noemd, en als des Keizers plaatsivervangei aan de troepen voorgesteld, terwijl hij met des Keizers zuster Helena huwide. Ofschoon iOiceleid voor den geestelij ken stand, bleek Julianus volkomen in staait te zijn om als aanvoerder te fungee- ren. Hij bleek een veJdheer te zijn van den eersten rang. Allerlei ovexwinninqen behaalde hij, en hij wist zich de liefde zij- ner soldaten te verwerven. Constantius werd benauwd voor zijn voorspoed en ging nu de beste troeipen terugroepen on der voorwemdsel, dat hij ze noodig had tegen de Perzem. Maar het leger duld'de dbt niet, en in antrwoord o" dit bevel riep het leger Julianus tot keizer uit. Julianus zelf wilde geen oproer, hii tracihtte nog met den keizer Constantius te onderhan- delen, maar deze weigerde alle besprekin- kiing, en zoo trok dian Julianus aan het hoofd van een sterk leger naar Dacie. Daar berzikte hem het beriohit, dat Con stantius 3 Nov. 361 gesborven was, en zoo kon Julianus 11 December van dat jaar Constamtinopel binnentrekken. welkom geiheeten door Ohristenen en heidienen, daar alien de heerschappij van Constan tius hartelijk moe waren. Nu was dan het oogenblik gekomen, waarop het masker werd afgeworpen, en waarop Julianus ziclh opcnlijk k^nncn als aanhanger van het heidendom. Mag er al aan de welgemeenidheild' van Constan- tijns beikeeriing getwijfeld zijn. niemand twijifelt aan de overtuiging ten deze van Julianus. De Qhristelijke partij was te dan dat deze man zijn heiden- INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. ma sche sympathieen zou heibben voorgewend uit beirekeninq. Er kunnen verschillenldie antwoorden gegeven worden on de vraag, hoe en waarom Julianus een heiden wilde zijn. Gewezen is reeds op zijn bij-zonderen aanlleg. Zeker is ook, dat het Christen dom voor hem veel meer afstootends dan aantriak'ke';-'ks had. Het Christendom zelf stond hem in den weg om Ohristen te zijn en ihet Christendom te begrijpen, dat hij overigens wel ter deege kiende. Constan tijn de Groote was ook zeker geen aanbe- veling geweest. En was niet Constantius juist op den troon gielkomen na en door het vermoorden van Julianus' familie? Een ombevlekte maagid was 'het Christendom dier dagen dus zeker niet. Allerlei twisten over de leer verscheurden de gemeente, en het geeistelijik en zedelijk leven der geloo- vigen liet ontzaggelijlk veel te wensdhen over. Voorai was beslissend, dat hij het Christendom -zag als den godsid'ienst zijner vijanden, zijner vervolgers, die al zijn sahreden zorgvol bewaakten, en die het leven voor hem hadden gemaaikt als een leven in een gevanqenis. Men ihad hem tot het Christendom willen dwingen, en dat had nu het omgekeerde gevolg juist. ,,Galileers" zoo heeft hij altijid de Christe nen gianoemd. Hij verachtte hen. En daartegenover was ,,Helenist' in zijn oor en monid een eeretitel, dien de keizer ook zeer voor ziohzalf begeerde. Dit Hele- nisme nu was als verbonden, onverbreke- lijlk, met het heidenidom, al zullen wij daar- bij niet mogen denken aan het oude hei dendom, waarvan de Grieksche schrijVers gewagen. Zijn godsdienst was eigenlijk de wijsibegieerite, en deze geleek op veel punten zeer op het monotiheisme, terwijl hier gemeensdhap met de godheid werd gezocht, en men in de mysterien dit ver- band voorai meentde te vinden. Schuts- patroon van een ongeloovige wijsbegeerte mag men dus Julianus in geen geval ma ken. Hij was geen man der verlidhting, geen vrijdenker in den ruimen zin. Bois dan over ook aangiewenid om de menschen te halen het vooribeeld des keizers te volgen. Zoo werd het beeld van een god n'aast dat des keizers geplaatst, en werid de eerbied, aan het eene beel-d be- wezen, tevens gerekend te zijn gebracht aan het andere. Door allerlei dergclijke dubbelzinnige handelingen werd menig- een gebracht tot schijnbare verloochendng van het geloof. Het kerkegoed der vroe- gere heidenen werd teruggegeven. De tot kerken herschapen tempels moesten weer tempels worden. En alle voorreohten. aan de Kerk geven door vroegere Keizers, werden teruggencmen. Ver schillende inikomsten werden weer inge- trokken. En een eigenaardige voorliefde voor de Toden werd aan den dag geleqd. Zelfs gaf Julianus hun verlof am den tem- pel te Jeruzalem te gaan herbouwen. Het sier heeft Ihet zoo mooi en zoo juist giezegd: onderwijs in de ldassieken werd den nonsens, net iets voor hem! Dat is lee- ■lijiker, heof je moet aan t verzen van buiten leeren gaan: Sitwell en Housman en Masefield en Siegfried Sassoon en nog een stuk of wat meer. Thuis in je kamer staat eein bloemlezing. In elk geval moet je wat van ze af weten". Jeremy kreunde. Daarna streek hij met een slappe klamme hand zijn haar van een nog klammer voorhoofd weg. ,,Dat is de genadeslag", verklaarde hij wanhopig. ,,Van het oogenblik af, dat ze zegt: steek van wal", loopt de heele boel in het honderd". ,,Maak het dan af. Een andere manier is er niet". ,,Zou ik mijn geheugen niet kunnen verliezen?" ,,Dan loop je kans, dat ze je in de een of andere inrichbing opbergen. Ik weet er heusch niets aniders op", zei Olivia, 't Was om je dood te lachen, Jeremy, die gadichten bij de el moest gaan leeren. bij wijze van intellectueeJen sohmink! Ze zou t ziclhzelf niet hebben willen bekennen, maar in haar hart had ze liever gezien, dat Jeremy de verloving maar afgemaakt had. Ze voelde er niets voor om hem met Lady Dorothy te deelen. Lady Dorothy, het type van een molderne jonge vrouw, die te veel geld heeft, hypernerveus en blase van alles. En daarbij geaffecteerd! Ze gaf ziclh nooit zooals ze was, ze had aller lei bevliegingen, dan voor het een, en dan voor ihet ander, bevliegingen, die niet be- paald op karakter wezen Zelf was Olivia volkomen eerlijk, soms te eerlijk, als het om het uitspreken van haar meening ging, maar dat was dan ook het eenige. Poseeren, intellectueel of an- derszins, kende ze niet. Als zij iets mooi of aardig vond, of dat iets dan een ge- dicht of een schilderij of een mensch was, kwam, ze daar eerlijk voor uitmet modegrillen op welk gebied ook hield ze geen rekening. Lady Dorothy daaren- tegen had maar een doel: modern te zijn. Met het gevolg, dat ze telkens op den kop van de allernieuwste beweging-golf hoog en droog op het strand gezet werd. Dat was haar grootste grief tegen het leven. Want Lady Dorothy was een van de vele vrouwen die alles hebben en die zich ondanks dat onbevredigd gevoelen. Wat haar ontbraik wist ze niet, maar dat 't zoo was, wist ze maar al te goed. Ze had in heel haar leven nog nooit een wer- kelijk groot gevoel leeren kennen; ze wist niet wat het was iets zoo sterk te wen- schen, dat niet in vervuUinq gaan van dien wensch haar geheele bestaan tot iets dat geen inihoud, dat geen beteekenis meer voor haar had, gemaakt zou hebben. Liefde was voor haar een woord, geen begrip Haar gevoel voor den Honoura ble Arthur Arthurton was haar eerste kennismaking met iets werkelijks ge- niiet dit had Julianus tegen het Christen dom, dat ihet teveel bovennatuurlijke ele- menten bervatte, dooh veeleer, dat het er te weinig (had. lets korter wensdhen wij stiil te staan bij de beantwoording der vraag: met wel- ke middelen nu Julianus getradht heeft het heidendom te bevorderen en t Ohiris- tendom te bestrijden. Hieronymus heeft te zijnian aanzien gesproken van een ..persecutio blanda", d.w.z.: een lietkozen- de vervolging, meer verlokkend dan aan- drijvenld tot het brengen van offers, en wel is het later gekomen tot bloedige tooneelen, maar deze waren toch uitzon- dering, en waren door Julianus zelf niet gewiild of bedoeld. Trouwens er was al gdblelken, dat er tegen het Ghrisitendom met vervolgingen toch niets te bereiken viel. Wij kunnen alleen maar met zekar- heiid iets zeggen over de twee jaren, gg- durende welke Julianus geregeeiid heeft, en dan moet worden erkend. dat het niet tot uitersten is gekomen. Hij is steeds verdraagzaam geweest en gebleven. Hij beloofde tolerantie, maar koos toch zelf voor het heidendom en dus tegen het Christendom. Hij zeide niemanld te willen dwingien, maar toclh was zijm voorbeeld verlokkend. en deed het <dienst als zachte dramg. Het voorbeeld van Constantijn had in omgekeerde richting gewerkt. Zoo bestond de onpartijidigheid sledhts in naarn. De godsdienstlooze staa.t was al- thans in die dagen een onmagelijikheid. Een Christendom boven geloofsverdeelcf- heiid is tot nu toe er ook nog niet geweest. Allerlei onschuldige middeltjes weriden er weest. Ze waren verloofd geraakt. Na de paar eerste weken was de receptie ge- volgd: ook dit bleek geen geluk te zijn. En toen had ze begrepen, langzaam maar zonder een oogenblik van twijfel, dat haar gevoel geen liefde geweest was. Ze was op reis gegaan. Wanit ze wensdhte meer. Met een kalme genegen- heid, met een naast elkaar leven wilde ze zich niet tevreden stellen. En door haar rustelooze reizen en trekken was ze haar ondervAnding en den man die de oorzaak ervan geweest was anders gaan zien. Misschien had ze zich vergist. Misschien ging je pas langzamerhand van iemand houden en dus had ze, op een gegeven oogenblik, Arthur een telegram gestuurd met als adres St. John's Wood! waarin ze haar terugkomst aankondigde en was zelf zoo vlug ze kon terug gegaan. Maar van haar zorgvuldig opgesteld program was niets terecht gekomen. Er waren allerlei dingen gebeurd, die Ze niet verwacht had. Eerst het ongeluk met het wagentje en het weerzien vlak erna, op een oogenblik van allerlei tegenstrijdige emoties. Wat had ze zich toen vreemd gevoeld! Ten slotte had die man iets voor haar ten minste! dat niet een an der bezat. Maar z'n houding! Die was wel eigenaardig geweest meer dan eigenaardig! Alsof hij haar op een af stand had willen houden en het beleedigende Christenen venboden. Dit laatste wordt veelal de gevoe'ldgste slag genoemd. Ook op litterair gebied besitreed Julianus de Christenen. Tevens hervormde hij het heidendom. Met buitengewone nauwgezetheid vervul- de de keizer zijn plichten ten deze. In zijn paleis liet bij een kapel bouwen voor Helios, den zonnegod. Zelf offerde hij zoo vaa'k, dat zijn gezag er onder leed. Men sdhertste zelfs, dat onder zijn regee- ring te Rome het run-dervleesch in prijs zou zijm gestegen. Zijn geheele levenswijze was van bijzonderen eenvoud. En zelf trad hij op als pontiifex maximus. Toch is het wenk van Julianus misiluikt. Zijn regeering iheeft te kort geduurd. Op 32jarigen leeftijd is hij gestorven, in den nadht van 26 op 27 Juni 363. Een pijl uit zijn eigen leger scbijnt een einde aan zijn leven te hebben gemaakt. Ovenigens was zijn sterfbed een Romein waardig. Ter wijl alien rondom hem weenidlen, infor- meerde hij naar zijn offioier Anatolius, die juist gesneuveld was, en veurbocd een vorst te beweenen, die op het punt stontd ten hemel te stijgen. Zoo luidt het verhaal van een ooggetuige. terwijl het andere en veel meer bekeude verhaal van Theodo- retus, volgens wien des keizers laatste woorden waren: ,,Galileer, gij hebt toch overwonnen!" met de anidbre toevoeging: ,,Zon, gij hebt mij bedrogen!" eerst 'n eeuw later blijikt te zijn opgesteld. en dus wel veilig naar het rijk der legc-nden kan worden verwezen. En toch had de Gali- leer wel overwonnen. Dat was waar en bleek al spoedig waar te zijn. imrr~imi mw i n 11 i i n"nnri r i iinmii" daarvan want natuurlijk was het wel wat beleedigenid, zoo'n afwerende, verde- digende houding onder aamhoudenb schertsen had willen verb er gen. Vroeger zou hij haar om een zoen gevraagd heb ben, was zij deqeem geweest, die gunsten te verleenen had. Maar hij was wel aan- trekkelijk en het prettigste was, dat haar gedaclhten van op reis niet zoo uitsluitend fantasie bleken als ze zich op kritische oogenblikken voorgehouden had. Neen, ze was niet teleurqesteld. Wie weet ging je werkelijk pas langzamerhand van iemand houden Onder het wat opknappen, dat in dit geval baden en verkleeden was, dus een proces, dat t oog streelende resultaten had, dacht ze voortduremd aan den m?n, die beneden op haar zat te wachten. Ein- Idelijk was ze klaar op haar japon na! Na even zoeken koos ze een soort van ge- waad van bleek-amber kleurige crepe de Ohine. Ze ging toch niet meer uit en na tuurlijk bleef Arthur lunchen. Neen, geen sieraden, hij hield niet van sieradem. En ze moest in alles rekening met hem hou den, ze moest zorgen, dat hij voor haar ging voelen wat zij voor hem voelde, dat warme, Aniens persoonlijke gevoel. dat bij haar van dat oogenblik van weerzien af ontwaakt was. Keurend bekeek ze zich- zelf in den grooten drieldeeligen spiegel. (Wordt vervolgd.) NEUZENSCHE COURANT Tmrrw— PUDDINOFABHIEb' AJ.POlAK-GRONINCiEtt ZEEPFABRIE.rv DEKLOf\"-HEE.RDE.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1927 | | pagina 1