ALGEMEEN NIEUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAAWPEREN. attaiiEiEiiTspin: tevs337sttSK!3?Lzgr-'CAirrwsIFzssjsasar*1 KWATTA'ftf Nr 3003 Maandag 13 December'1933, 36e Jaargang, Een vervolging in Thibet. Werving emigranten voor Canada. VOLLE-MELK-REEP SeterdanGoed: DE BESTE 8INNENLAND. 8 U I T E N L AH D, FEUILLETON. Oit blad iederen Macstdai-, Woen§daS- en *'rJ?dagavond. Waarschuwlng. Parlementaire Kalender. 9 December: Bij de venders behande- ling v.an de beg rooting van Minister De Ge'er Financienkwam een belangrijke quaestie aan d'e orde: De Regeerings- §arantie aan de Algemeene Centrale lankvereeniging voor den Middenstand. In (het Voorloopig Verslag bestond oppo- sitie, dat de Regeering eenige maanden geleden de garantie aan de midden- standsorganisatie met 10 millioen had verhoogd. Uiteraard was de Kamer al- lerminst enthousiast over dezen nood- maatregel, doch de Minister deelde mede, dat zonder deze steunverleening groot gev aar bestond voor veriies van de reeds gegarandeerde f 1J/2 millioen, terwijl thans zeer groote waarschijnlijkheid be- staat, dat geen veriies zal worden geleden bij reorganlsatie onder een bekwamen leider met een extra-garantie van S-taats- wege voor een deel van het verhoogde cre'diet, door de Nederlanidsche Bank verleend. Dit antwoord had de oppositie blijikbaar ©ntwapend, althans de Kamer legde zich bij de zaak neer. In de avondvergadering is bij de Wa- ter staat sbegrooting natuurlijk de geheele serie spoorwegongevallen van de laatste maanden uitvoerig besproken. De Minis ter had in den bekemden ambtelijiken stijl ontkend, dat deze ongevallen een gevoel van onveiligheid op de spoorwegen wet- tigen, en verklaard, dat de zorg, aan weg en materieel besteed, boven elken twijfel verheven was, maar de heer Heemskerik zag wel reden voor ongerustheid, en Mr. Knottenbelt deed eens een boekje open welke gerechtvaardigde klachten het rei- zend publiek heeft tegen de tegenwoor- dige exploitatie. 's Minister's optimisme inzake de verkeersveiligheid bleek aan- menkelijlk geluwd, al verklaarde hij eerst de rapporten der com missies van onder zoek te willen afwachten. Een geweldig geschermutsel ontstond over de quaestie van de Zondagsrust bij de spoorwegen. Van staatkundiq-gere- formeerde zij'de werden heftiqe verwijten gericht tot de anti-revolutionaire groepen inzake begii^selverzakimg op dat punt. Minister Van de Vegte, zelf anti-revo- lutionair, erkende ecihter het onmogelijke van dergelijke desiderata inzake ophef- fing" van verlaagd tarief voor Zondags- vervoer en van pleiziertreinen. 1NGEZONDEN MEDEDEELINGEK j Vraagt KWATTA-SPECULAAS 10 December: Het beg on met een ver- rassimg; terwijl de Minister van Water- staat wilde afwachten de rappor.ten van de commissies, die een onderzoek hdb- ben ingesteld naar de jongste spoorweg ongevallen, ging de Kamer verder en nam zij een motie aan, waarin zij als haar wensch te kennen geeft, dat los van een bepaald ongeval, door een deskundige commissie een grondig onderzoek zal wonden ingesteld naar den algemeenen veiJigheidstoestanid bij de Nederlandsche spoorwegen. Moge deze commissie met spoed worden samengesteld, opdat zij ons volk zoo spoedig mogelijk zal kunnen voorlichten omtrent de veiligheid op onze spoorwegen. Overigens is de geheele middag ver- loopen met een scherpe discussie. Het gold, bij de begrooting van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, weder de oude quaestie van de open'bare en bij- zondere universiteiten, en Ds. Lingbeek blies het vuur nog eens stevig aan. Prof. Vissciher verklaarde zich voor bijzondere universiteiten, doch Ds. Lingbeek is voor- stander van theologische faculteiten aan de Rijksuniversiteiiten. In deze discussie mengde zicih drie Christ.-Hist, dieologen en het bleek duidelijk, dat van eenige toe- nadering tusschen de vroegere coalitie- genooten miets te bespeuren valt. Minister Waszinik was overigens uiterst voorzichtig met zijn toezeggingen, en heeft ziclh op bijizonder scherpe wijze ge- keei'd tegen den heer Duymaer van Twist, die een leerstoel voor de homoeopatie opeischte, welke Minister De Visser eenige jaren geleden in beginsel had toe- gezegd. De Minister deelde mede, dat de reeds ingekomen adviezen vernietigend waren, zoodat vermoedelijik niets van den hartewensoh van den generaal zou kun nen komen. Waarop deze antwoordide, dat hij dan voortaan ieder jaar de zaak ODmieuw ter sprake zou brengen. De Kamer schaterde over de boosheid van den generaal, die 's avonds echter vol doende was gekalmeerd om den geheelen Haagschen gemeenteraad op bamketlet- ters te onitihalen Besluiten wij ons over- ziciht met de mededeeling, dat volgens geruchten het Voorloopig Verslag van de Eerste Kamer over het Belgisch tractaat ongunstig moet zijn en dat de kansen op verwerping zijn toegenomen EEN ADRES VAN HONDERD ANTI- REVOLUTIONAIREN AAN HUN EERSTE KAMER-FRACTIE. Honderd bekende anti-revolutionairen hebben aan de a.-r. leden van de Eerste Kamer het volgenide adres gericht. Hoogedelgestrenge heeren- en partij- vrienden, wij, ondergeteekenden. alien leden van de Anti-Revolutionaire Partij, zijn ten zeerste teleurgesteld door het votum der Tweede Kamer der Staten- Generaal van 11 November j.l., waarbij het wetsontwerp tot goedkeuring van het Nederlanidsch Belgisch Tractaat wend a a nig en omen. Wij' achten ons verplidht ons gevoel van teleurstelling en droefheid onder uwe aandacht te b,engen. Uiteraard zuit gij naar uwe conscientie moeten oordeelen, doch het kan voor u van beteekenis zijn te weten hoe een groot deel der anti-revolutionaire partij over deze zaak denkt AI was het alleen maar hiero.m, omdat als belangrijke fac tor bij de beoordeeling van een zoo in- grijpend tractaat moet gelden het ant woord op de vraag, of een dergelijk tractaat al of niet steun vindt in ide rechts- overtuiging van het volk, waarbij gij al- lereerst zult denken aan het anti-xevolu- tionaire gedeelte des volks, dat Gij in de Eerste Kamer der Staten-Generaal ver- tegenwoordigt. Ondergeteekeniden aarzelen niet te constateeren, dat dit zoo ingrijpende tractaat den steun, wat een belangrijk deel van het ant-revolutionaire volk aan- gaat, mist. Afgedaclht nog van het verzet, dat bui- ten de Staten-Generaal tegen het verdrag leeft, is van groote beteekenis het felt, dat het tractaat in de Tweede Kamer is aangenomen met sledhts 50 tegen 47 stemmen. Wanneer men mu bedenkt, dat onder de voorstemmers er, althans wat de anti-revolutionaire fractie betreft, waren, die met vele bezwaren voor stemden, dan is ooik de meerderheid in onze Tweede Kamer ten gunste van het Verdrag wel een bujtengewoon zwakke, een zoo zwak- ke, dat daarop geen Verdrag, dat voor de eeuwen bindt, mag worden gebouwid. Wij zijn overtuigd, dat onze bezwaren tegen het tractaat u bekend zijn en willen die fe dezer plaatse niet uitmeten. Wij plei'ten dan ook niet voor eigen materieel voor- of nadeel want de meesten onzer zullcn de nadeelen van het tractaat, althans in vollen omvang, niet meer beleven doch wij zijn stelliq overtuigid, dat de beslissing ten aanzien van het tractaat een historisch oogenblik vormt in onze gescihiedenis. V7de thans een krachtige overtuiging heeft, doch desniettegenstaanide zou zwij- gen, zou ziclh scihuldig maken aan verzuim van zijn eersten plicht als vaderlanider en zou zich tereciht het verwijt der koimende geslaclhten waardig maken. Het is daarom, dat wij spreken ook tot u, als onze senatoren, aan wie in het Par- lement het laatste woord in deze zaak is. Naar onze meening eischt het lands- belang, dat het tractaat in zijn tegen- woordigen vorm niet woride aangenomen. Concessies, die, onder invloed van vrees, uitgaan boven wat in gerechtig- heid en billijkheiid van ons kan worden gevorderd, verzwakken wel, doch bevrij- den niet. Trouwens, wie zou het Nederland moeilijk maken, indien het zich eenerzijds kan beroepen op zijn goed recht en an- derzijids doet blijken van zijn bereidlheid tot onderlhanidelen? W;i gevoelen lhat ^ewicht van uw taak. Wij bidden u vooral toe wijsheid van Boven om zoo te beslissen, dat aan ons volk miets worde opgelegd, wat in strijd is met gerechtiiglheiid en billijkheid. Naar het Engelsch van OTTWELL BINNS. 66) (Vervolg.) Met een paar zwaarwichtige, echt- Thibetaansche vloeken. liet Nima zijn met- gezel lois en keerde zich half om, alsof hij den vluchteling langs ihet smalle pad wilde nazetten. „We mogen hem niet laten gaan. Hij heeft gezondigd en blijft Ihij op vrije voeten, dan zondigt ihij weer. Dus dit met een liefkoozend beklappen van zijn geweeir, „nemen we onze toevlucht tot de wet van de bergen!" Janet verstocmd geen woord van het Thi- betaanisch, maar het veelbeteekenend ge- baar begreep ze maar al te goed. ,,Laat hem niet gaan, Nick", fluisterde ze smee- kend. „Hij mag Husky niet doodscihieten." ,,Hou je er buiten, kind. Er zijn dlingen dlie je niet weet, daarom begrijp je niet, dat het noodig is. Door Craydon op vrije voeten te laten, brengen we jouw leven in gevaar ,,Dat kan me niets schelen, niets heusch niet", betoogide ze ernstig. „Toe, faat hem gaanin een land als dit is hij in Gods hand, kun je Husky aan Hem overlaiten Dat was een dilemma. Ten einde raaid keerde Sherrington zich tot Nima en legde hem het qeval uit. De Thibetaan luisterde met een ondoorgrondelijlk gezicht; toen zijn metgezel uitgesproken had, lachte hij met iets minachtends-ongeloovigs in zijn manlier van kijken: ,,Een dwaas kan men aan God overfatendat is ontegenzeg- gelijk waar: Maar deze Craydon is geen dwaas, hij is een vijand, een geslepen vijand! En bovendien heeft hij een ge- weer, dat zou gevaarlijik kunnen worden". ,,Kom, Nimade kerel is zoo bang als een wezel, gevaar is er niet!" ,,Wie heeft u den afgrond ingeduwd, broeder? Een wezel kan zich tot moed op- winden als hij zich in een hoek gedreven weet". ,,Maar de vent heeft geen verstand van reizen, va.n kampeeren onder conidities zooals hier in de bergen. Dat duurt hoog- stens een paar dagen, dan is het uit met hem. Laat hem loopen, Nimadenk eraan, dat hij haar neef is." De Thibetaan mompelde iets onver- staanbaars. Met een bilk op Janet, ihief hij zijn geweer op en schoot het in de richting van het dal af.Dan begon hij smakelijk te lachen, opeens weer in zijn humeur. ,,Mijn afscheidsgroet dat hij spoedig zijn bestemiming, de hel, waar hij thuis- hoort, moge bereiken. Kom, broader. Ik verlang naar mijn thee en tsamba -wie weet, zijn we voorgoed van den man af". Zonder antwoord af te wachten, begon hij verder te klimmen. Janet stak haar arm door dien van Sherrington en vroea be- zorgd: ,,Heb je je nergens bezeerd, Nick?" ,,Zoo ooed ben ik er niet afgekomen, maar veel is bet niet. Ik zit waarschijnlijk vol scihrammen en blauwe plek'ken en mijn eene schouder doet me gemeen pijn. Die was ontwxicht maar dat heeft Nima gauw verbolpen. Maar het had weinig ge- scheeld of de wolven hadden me bij wijize van avondboterham opgegeten". Janet rilde. „Daar ben ilk bang voor ge- weest", vertelde ze hem fluisterend. ,,Ik hoorde ze huilen, beneden me in het ravijn en toen heb ik mijn geweer afgeschoten. ,,Ja, dat heeft ze op de vluclht ge- jaagd", lachte Sherningtoin. .Daardoor en zeker ook door het geluid van het sdhot zelf want ik was ®uf, half bewusteloos door mijn val, kreeg ik weer benul genoeg om op te staan". „Hoe is 't gegaan?" vroeg ze dringend. ,,Vertel 't metoen je viel". ,,Toen je over den kant geduwd werd, badoel je". verbeterde hij haar ernstig. ,,Goedtoen ik .over den kant geduwd werd danik voelde me vallen, toen daelht ik: laat ik probeeren op mijn voeten terecht te komen. Ik wiiist, dat ik door de bovenste bevroren laag heen in zachte te sneeuw terecht zou komen en dat ik daar zou blijven steken. Maar door den duw dien Craydon me gegeven had sloeg ik onder het vallen om, kwam op mijn zij terecht en voor ik wist wat er geibeurde, schoot ik als een bbbslee, met mijn voeten ge'lukkig! vooruit, de helling af. Door mijn voeten en mijm handen in de sneeuw te drukken, proibeerde ilk te remmen, veel gaf dat nieten daarbij kon ik niets zien en stikte ik half door de sneeuw van onder mijn bielen't gang net als de voor- steven van een boot door het water door de geweldige vaart v'loog de sneeuw met een boog naar weerskanten de hooig- HET NEDERLANDSCH-BEL.GISCH VERDRAG. De afdeelingen van de Eerste Kamer hebben Donderidagnamiddag het onder zoek over het Nederlandsch-Belgisdh Verdrag beeindigd. HET VERDRAG MET BELGIe. Hoogleeraren en oud-hoogleeraren van de Landbouw Hoogeschool te Wa- geningen hebben tot de Eerste Kamer een request gericht, waarin zij, evenals hun ambtgenooten te Utreciht en Groningen aan dat college verzoeken te voorkomen, dat het ontwerp-verdrag met Belgie onqe- wijziigd worde bekrachtigd, Van de 32 hoogleeraren en oilU-hoog- leeraren plaatsten 27 hun naam omder het verzoekschrift. Van de 5, die niet tee- kenden, gaven 2 te kennen, dat zij als voorstanders van het verdrag beschouwd wenschen te worden. De redenen van het niet onderteekenen door de andere 3 zijn niet bekend. ECONOMISCHE VOORLICHTINGS- DIENST. Bij resolutie van de Ministers van Bui- tenlandsclhe Zaken, van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, van Financien, van Aribei'd, Handel en Nijverheid en van Kolomien is ingesteld een commissie tot het instellen van een onderzoek naar de meest w.enschelijke organisatie en in- ricihting van den economischen voorlicih- tingsdienst. Benoemd is tot voorzitter dezer com missie Dr. F. E. Postihu.ma, voorzitter van den Nijverlheidsraad. ROTTERDAMSCHE RAADSLEDEN. Een der Rotterdamsche gemeenteraads- leden, de heer Van Burink, werd Don- derdagmiddag op den Coolsingel, juist toen Ihij zich ter raadszitting zou begeven. opgewaciht door twee rijksveldwacihters, die hem verzochten mee te gaan. De heer Van Burink was nog de beta- ling versc'huldigd van een boete van f 3, hem opgelegd wegens het rijden met een kar met reclame op een verboden plaats. Daar hij in gebreke gebleven was, die tij- dig te voldoen, zou hij thans een dag hedhtenis moeten ondergaan. De opge- pakte gaf er echter de voorkeur aan als- nog de boete te betalen, weshalve hij zich zij het met eenige vertraging, toch nog ter raadszaal kon spoeden. Op het oogenblik, dat de heer Van Burink werd opgepakt liepen er verschil- lende raaidsleden op den Coolsingel. Versolhillende van hen gaven uibing aan hun out stemming, dat de rijkspolitie juist dit oogenblik uitkoos om hem van zijn vrijlheiid te berooven. Een anlder lid van onze vroedschap, de repaillaansc'he heer Coremans, mani- festeeride Vrijidagimiiiddag op den Cool singel met een bord, dat onder het op- schrift: ,,in naam der Koningin" de mede- leelinig behelsde, dat zijn inboedel we gens belastingschuld zou worden ver- kocht. Op last der politic moest Zijn Edelachtbare het venten met dit bord stakon. 24 UUR-TIJDREKENING BIJ DE NEDERLANDSCHE SPOORWEGEN. Naar wordt gemeldt zal ten behoeve van de 24 uur-tijdrekening, welke bij den aanvang van den zomerdienst od 15 Mei 1927 door de spoorwegen zal worden te in. En dan ik was doodsbang, idat de helling op een zeker punt op zou houden, dat dan een steilte of een afgron'd1 komen zou en die gedachte porde me aan, om alle krachten in te spannen. 't Lukte me mijn hoofd wat op te lichten. 't Was zooals ik gedaciht bad. Eerst kreeg je een soort van sneeuwban'k en dat beteekende rotsen, dat wist ik uit ondervinding en dan viel de wanid steil, of in elk geval veel steiler weg. Dus beslloot ik me op die sneeuwhank te laten doodloopen. 't Was natuurlijk wel gevaarlijik, ik had een geweldige vaart en. rotsen onder die sneeuw maar dat moest ik riskeren. 't Was mijn eenige kans, dus deed ik het. Ik maakte mezelf zoo stijf als een plank en zette me, of liever m'n voeten schrap, om den scihok op te van- gen. Maar hoe het gebeurde weet ik niet, waarschijnlijk ging ik over een verheven- heid over de sneeuw heen, waardoor m'n richting veranderde, maar ik kwam op het uiterste randje terecht, met mijn eenen voetik kreeg een schok alsof ik uit de zooveelste verdieping van het een of andere huis gesprongen was en het vol- giende oogenblik schoot ik over den rand heen. Ik voelde me vallen... vallen ik dacht, dat is het einde. In werkelijldheiid moot ik maar een paar meter gevallen zijnin zachte sneeuw met ijs eron- dermaar het schijnt, dat ik mijn be- wustzijn verloren heb, want na dat eene oogenblik met die sensatie: vallen! weet ik me niets meer te ihe tinner en ,,Toen ik bij kwam lag ik in de sneeuw met uitgiespreide armen en beenen. Mijn schouder deed me geweldig pijn. Ik kon aan niets anders denken en juist was ik ingevoerd, reeds spoedig een aanvam worden "emaakt mef het overschilderen der stationsklokken. Deze zullen dan bij de mummers 1 tot en met 12 de nummers 13 tot en met 24 aangeven. DE ONTWAPENING VAN DUITSCHLAND. Het besluit van den gezantenraad te Parijs, volgens hetwelk deze Duitschland geen kwijiting kan verleenen voor de uit- voering van de ontwapeningsbepalingen van het tractaat van Versailles, schept, sclhrijft de N. R. Crt., voor den Volken- bonidsraad te Geneve een neteligen toe- stand. Deze raaid moest op grond van het advies van de gezanten het besluit nemen tot afschaffimg van het militaire toezioht der geallieerden in Duitschland. Het telegram waarin ihet besluit wordt medegedeeld, eindigt met de veelbetee- kemde woorden ,,Het staat thans aan de ministers te Geneve, de consequenties te trekiken uit den huidigen toe stand, ten aanzien van het voortzetten van de on- derhanidelingen met StresemannHet driemanschap Briand, Chamberlain en Stresemann dat pas met den Nobel- viredesprijis bekroomd is, zal met andere woorden misschien een of anderen uit- weg kunnen bedenken. Wanneer de ont- wapeningskwestie blijft voortkankeren, doet dit afbreuik aan de verzoeningspoli- tiek van Locarno en Thoiry en speelt men in de kaart van de ,,unbelehrbare" mild- taristische elementen in Duitschland, die van deze politick niet gediend zijn. De gezantenraad, waarin Frankrijlk, Engelanid, Italie, Japan en Belgie ver- tegenwoordigd zijn, heeft weer moeten afgaan op de bevindingen van het mili taire comite der geallieerden onder voor- zitbing van maarschalk Foch. Dit heeft generaal Pawels lang en breed ehoord en zijn ophelderinoen onvoldoende qeacht en dienvolgiens gerapporteerd. Ten slotte waren slechts twee kwesties overgeble- ven: idiie van de oostelijke Duitsc'he ves- tingen, welke in zes jaar tijds zoo gemo- dermiseerd zijn. dat Polen er een bedred- ging in moet zien, in strijd met de letter van het tractaat van Versailles, en de uitvoer van Duitsche halffabrikaten, die in het buitenland in oorlogsmateriieel ver- amderd kunnen worden. Op het stuk van die vestingen, waarvan men verklaart, dat de rijksweerbaarheid er op eigen hand en buiten de regeering te Berlijn om aan het werk is geweest, was men, naar het schijnt, een schikking genaderd. Er zo.u- den eenioe veranderingen voorgeschreven worden, om te maken, dat zij geen ,,offen- sief" karakter hadden. Dit klinkt 'wqt zonderliniQ, maar, als men zich niet in zul- ke tecihnische problemen wil verdienen, kan men aannemen, dat het ten slotte een zaak van geven en nemen, van plooien en schikken was geworden. In de kwestie van den uitvoer van oor- logstuig-in-staat-van-wording moet de stenkste tegenstand van den kant van Engeland nekomen zijn. Duitschland heeft toegezegd een wet te mal&n om den geallieerden hierin ter wille te zijn. De tekst van het wetsontwerp is aan de mili taire deskundigen der geallieerden voor- gelegd, maar onvoldoende geaclht. De Duitsche regeerinig weigerde, naar ver- luidt, zekere voortbrengselen van de Duitsche optische nijverheid met een ver- met mijn suffe hoofd tot de conclusie ge- komen, dat er iets gebroken was, toen ik vlak bij mijn linkeroor wat hoorde snuf- felen. En op hetzelfde oogenblik, voor- dat ik me kon omkeeren of een andere beweging maken, begon het dier te jam- merklaohten." ,,0!..." steunde Janet, nog rillend bij de herinneringO, ik heb 't gchoord ,,Van alle kanten kreeg het antwoord en het begon juist tot me door te dringen, dat ik wat moest doen, opstaan of zoo iets dergelijks als ik niet als een ziek dier af- gemaakt wilde worden, toen ik hoorde schieten. Het dier dat me aan 't besnuf- felen was, maakte van sChrik een lucht- sprong en toen het me daarbij noq reoht- op zag gaan zitten, blies het kwaadaardig birommenid den aftoeht. Op de eene of an dere manier lukte het me overeind te komen. Juist toen ik stond hoorde ik weer schieten en toen begreep ik, dlat iemand aan het signalen geven was..." ,,Ja iik Ik had die wolven hooren ihui- len en toen was ik zoo bang..." Sherrington drukte haar arm tegen zich aan. ,,Maar dat verdween zeker wel toen je me hoorde amtwoorden, is t niet Voor de wolven was dat schreeuwen een reden om er vandoor te gaandaarna heb iik nog eens geroepen, als ik me niet "ver- gis en toen ik geen schoten meer 'hoorde, ben ik aan het kruipen gegaan, langs de helling, de richting van de hut uit. En na een poosje zag ik een donkere figuur... Nima Taslhi, de gelukkigste man in ge- heel Azie, mezelf uitgezonderd natuur lijk (Wordt vervolgd.) m NEUZENSCHE CO U RANT De Burgemeester van Ter Neuzen, brengt ter openbare kennis de navolgende waar- schuwing van den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw. t Verzocht wordt mede te deelen, dat op het oogen blik bier te lande aanwezig is de heer Christian Smith, die mededeelt aan het hoofd te staan van een kolonisatiebureau te Saskatoen (Canada). In het algemeen is Canada een land, dat gunstige levensvoorwaarden biedt aan Nederlanders, die, aan bepaalde voorwaarden voldoende, na juiste voorlich- ting zich aldaar vestigen. Het is echter uitermate gewenscht niet op de aan- biedingen van den heer Smith in te gaan, alvorens ook van andere zijde inlichtingen te hebben inge- wonnen. De Nederlandsche vereeniging voor Landverhumng, gevestigd Bezuidenhoutsche weg te 's Gravenhage, verstrekt deze, alsook de Directeur der Districts- arbeidsbeurs te Ter Neuzen. [j^Ter Neuzen, December 1926. De Burgemeester voornoemd, J. HDIZINGA.

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen / Neuzensche Courant ... (idem) / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1926 | | pagina 1