ALGEMEEN N1EUWS- EN ADVERTENTIEBLAD VOOR ZEEUWSCH-VLAANDEREN. No 7524 Woensdag 31 October 1923. 63e Jaargaug. feuilletoiT SJNHEHLAMD. BUITENLAND. J DE KABINETSCRISIS. De voorzitter van de Twcede Kamer heeft gistercn van den Minister van Bin- nenlandsche Zaken en Landbouw, voorzit ter van den raad van Ministers, mededee- ling ontvangeb, dat, nu de Koningin in overweging heeft genomen het verzoek van het kabinet om van de portefeuilles ont- heven te worden, d© raad van Ministers er prijs op stelt, de verdene behandeling van de aangelegenheden, bij welke de aan- wezigheid van een of meer led'en van het kabiret in de Tweed© Kami" gevorderd wordt, voorloopig te schorsen. Tengevolge van dez© medcdeefing gaat de openbare vergadering van de Tweedo Kamer op heden niet door, en zal tot nader bericht geen openbare vergadering van de Kamer worden uitgeschreven. De Koningin heeft Maandag op het Pa- iels Het Loo ontvangen de vobrzit.ers van de Eerste en van de Tweed® Kamer der State i Generaal. De Koningin heeft gister ien pal ize Het Loo ontvangen den heer Van LeeUwen, vice-president van den Raad van State, j zoomede de hceren Dresselhuijs en Rut- j gers, resp. voorzitters van de fracte van den Vrijheidsbond en van de anti-revolu- tionnaire fractie, in de Twt©de Kamer. Naar de Tijd meldt, heeft het bestuur van den Algeineenen Bond van R. K. j Rijkskieskringorganisaties Zaterdag jl. te Utrecht vergaderd onder lei ding van den j bondsvoorzitter, mr. A. baron van Wijn- j bergen. O.a. werd besproken de op Vrij- dag 26 October gevallen beslissing. Door de vergadering werd uiting gege- ven aan de verwachting, dat de eenneid in de R. K. Kamerfractic worde berstdd en de hoop,, dat de op wedtrkterig vertrouwen steunende samenwerking tusschen de drie rechtsche fracties zal worden bestendigd. De heer Marchant heeft in een inter view met de Tel. als zijn pordeel uit- gesproken, dat thans een n:©uw kabinet dient gevormd uit de partijen der rechter- zijde, waarvan de formateur ook le:d©r zal wezen. De heer Schokking heeft, door te ontkennen dat hij voor de beweringen van den heer Ruys tegenover de katholieke pers gegevens had geleverd, de deur daar- voor opengelaten. De heer Van Schaik heeft uitdrukkelijk aan de Sociaal-democra- ten te verstaan ge.geven, dat zijn votum teg en het wetsontwerp niet beteekende een votum voor samenwerking met hen. Het nieuwe kabinet zal dan kunr.ea dotn wat aan het demissionnaire kabinet allicht te zwaar zou zijn gevallen: herstellen de door Minister Colijn in zijn haastig opge- steld bezuinigingsplan gemaakte fouten: de behandeling van de garantie in art. 40 van het Bezoldigingsbesluit ntergelegd, en de verwijzing van de werklooz n naar de ar- menzorg. HET ADV1ES VAN Mr. TROELSTRA. !n een rede op een vergadering der S. D. A. P. te Amsterdam heeft mr. Troelstra o.a. het volgende gezegd: Onze oplossing is, dat we geen rechtsche regeering willen. D© sociaal democratcn willen juist een rechtsche regeering in ons land onmogelijk maken. Wat de sociaal democraten willen, zegt spieker, is be- kend uit de resomties der laatste con- gressen. Wij wiiren niet buiten de regeering blij- aanvaarden. Als het eenigszins kan, moe- ten we er echter buiten blijven, want de Roman van Nederland gedurende den oorlog, door CHARLES HUYGENS. 57) Is het heel noodig en zoo spoedigi, vroeg Frank. Inderdaad. De toestand is heel ernstig, zoowe] voor het land in het algemeen als voor de schatkist in het bijzonder. Het laatste doet nu niet zooveel terzake; wij zijn aan dusdanige uitgaven gewend ge- raakt, mijnheer Van Oosterzee, dat wij daartegen, ook omvat dit millioenen, niet meer opzien. U weet evengced als ik, dat men. om allerlei en uitloopende redenen, verschillende van onze schepen in Engel- sche en Amerikaansche havens vasthoudt. Wij moesten die schepen er heen zen- den om graan te halen, om veevoeder. Maar zoo langzamerhand is het onze hal ve vloot, die in Amerika en Engeland ligt opgeborgen, weliswaar geladen, maar die ons eigenlijk sedert maanden niets heeft toegevoerd. Behalve de betrokken recdns weet niemand den ernst der toestand; hef is het beste er zoo min mogelijk over te spreken. Nu hebben ons inlichtingen be- reikt, die ons doen veronderstellen, dat van geallieerden kant de eisch zal komen, dat wij, om hun verminderde tonnage aan te sterken, onze schepen te hunr.er beschik- king zullen stellen. Maar Excellentie, dat is tegen alle be- grip van oorlogsrecht in. Volkomen waar, mijnheer Van Ocsterzec, ven, maar de consequents onzer houding oppositie is voor de sociaal d'-mccraten in deze kapitalistische maatschappij nog steeds de aangenaamste positie. De strijd der sociaal democratic tegen het militai- risme is evenwel nog niet afgeioopen, en gaat zij niet in de regeering, dan levcrt zij, aldus spreker, de democratiscl.e elernen- len, welke nog in de Karr.e zijn, reddeioes over aan de reactie. Op den grondslag der bestaande v.rhoudingen in de Kamer mer de regtering te aanvaarden .is voce de sociaal democratic evenwef waanziti. Maar deze Kamer zegt spieker, is nooit een goede vertegenwoordiging gewecst der kiezers, omdat zij omtrent en werke- lijken aard der bezuinigingsplantvn niet zijn voorgelicht. Het zat voor iedere re geering, ook een, waarin sociaal demo craten zitting hebben, onmogelijk zijn te regeeren, zegt spr., wanneer de fout van de vorige vcrkiezingen niet is hersteld. Het is daarom sprekers ovei-tuiging, dat de Kamer zal moeten ontbonden worden. Of de sociaal democraten in de regeering zul len treden, hangt van hen alleen niet af. Het zal hun mogelijk gemaakt moeten wor den tot een vergelijk omtrent een regeer- program zijn zij bereid. Ook de sociaal democraten willen bezuinigen en den gul den veilig stellen, al vraagt spieker, of het wel zoo erg zaf zijn, indien onze gulden wat minder waard is. In Belgie en Dene- marken immers is geen werkloosheid. Ten slotte zeide spreker, dat tusschen S.D.A.P. en N.V.V. reeds besprekingen zijn begonnen over hetgeen haar te doen staat, maar dat dit overleg nog niet was beeindigd. AFTREDENDE MINISTERS WEER KAMERL1D. Men meldt aan De Msb., dat voor de aftredende ministers Ruys, Aalberse en Colijn, indien zij van het nieuwe minis.erie geen deel uitmaken, door zittende partij- genooten een Kamerzetel zal worden in- geruimd. Voor den heer Ruys zal plaats maken de heer P. Ruben, voor den heer Aalberse de hter mr. Koikman, die al eer- der heeft willen aftreden, en voor den heer Colijn, de heer H. Lcenstra. DE POSTCHeQUE- EN GIRODIENST. De interpellatie-Boon. Men acht het in parlementaire kringen zeker, dat de Minister van Waterstaat, niet meer de interpeUatie vap Mr. G. A. Boon over den pcstcheque en girodienst met de Kamer zal willen behandelen. Hiermede is voorloopig weer de kar.s ver- keken, dat er wat meer openibaar wordt over de oorzaken en het verloop van de ver- warring bij den dienst. Zijn wij wel inge- licht, dan was de heer Boon voornemens geweest een motie in te dienen, de wensche- lijkheid van decentralisatie uitsprekende. In dit vertoand is het van belang te vermelden hetgeen wij vernamen: dat de directeur van den postcheque- en girodienst, de heer Kymmel (toen hij, na het ingrijpen van de Nederland'sche Bank, zich verzette tegen enkel stopzetting en het bekende voorstel deed om met nieuwe blancorekeningen te beginnen) den Minister ook geadviseerd heeft om den ouden toestand, dien van de decentralisatie te herstellen. Maar de heer Van Swaay, voorgelichf door de Nederlandsche Bank, wilde daarvan toen niet meer weten. (Hbld.). ONTDUIKING VAN INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN. De aansprakelijkheid van gezagvoerders. De Vereeniging van Nederlandsche Ge zagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij heeft zich per request gewend tot den Mi nister van Finanoien en daarin hem ver- zooht, te willen bevorderen, dat de wetten i iaar datgene wat het meest strijdig is met het oorlogsrecht, schijnt dozen oor log langzamerhand normaal. Wij hebben dat dus te vervvachten. Nu willen wij, mijn ambtgenooten en ik, gaarna dat een drie- tal deskundigen naar Washington gingen om er met de autoriteiten rechtstreeks overleg te plegen, offideus in opdracht van ons, officicel als belangheUbenden, teneinde zooveel mogelijk het onhei], dat ons dreigt, af te wenden. Stelt u cents voor, dat men ons den eisch stelt een gedeelte onzer schepen ter beschikking to stellen en daartegenover graan en v©e-,' voeder belooft, wat moeten wij dan doen tegenover Duitschland? Als wij niet toe- geven, krijgen wij geen voedsel, als wij wel tcegeven, schenaen wij onze onzijdig- heid ;e.i nadeele van Duitschland. Wat zal ons dan van dien kant weer worden ge- vraagd Onze opdracht ziou dus zijn om in Arr.e- rika polshoogte (e nemen, besprekingen te voeren en vertoogen in te dienen? Juist, mijnheer Van Oosterzee, U en Uw medeleden krijgen een bianco volmacht, wij weten, dat U naar beste weten zult handelen. Wij kunnen U niets voorschrij- van, wij kunnen U geen vaste omlijnde opdracht geven, omdat wij eigenlijk niet weten wat er gaande is. Slechts een ding moeten wij vragen: wilt U zoo spoedig mogelijk vertrekken? Wanneer? Over twee dagen vertrekt de „Nieuw Amsterdam" uit Rotterdam. Wij hebben voorloopig een zestai hutten laten reservee- ren. Wij zoudei gaarne zien, dat de heerftn dan reeds vertrokken. Zij zijn dan over een dag of tien in Washington, zouden er cen paar weken hebben te blijven en zou den voor het einde der maand weer terug zijn. Ik weet dat wij veel van Uwe bereid- op het heffen van rechten van invoer en ac- cijzen zoodanig worden gewijzigd, dat de gezagvoerder niet langer persoonlijk aan- sprakeilijk wordt igesteld voor de overtre- d'ing dezer wetten door andere opvarenden. Zij ibetoogt, dat, wat wellicht in 1822 en 1870, toen de schepen iveel kleiner waren en het bedrijf zich in veel kalmer banen be- woog, nog mogelijk was, n.l, dat d>e gezag voerder persoonlijk voldoende toezicht kon uitoefenen op de gedragingen der schepe- i lingen, thans het r^enschelijk kunnen te boven gaat. Niettenun wordt hij gestraft met een boete van tienmaal het bedrag van den accijns", als on zijn schip of bij een der schepelin'gen sr^ikkelwaar gevonden wordt. Deze boetenjzijn in vele gevallen niet bij de schuldige te verhalen, waarom adressante er op aandringt, de betrokken wetten zoodanig te vvijzigen, dat niet de gezagvoerder, maar de schuldige wordt ge straft. zoo noodig met gevangenisstiaf. DRAADUQOZE OMROEP VAN VOEDER- NOTEERINGEN. Dezer dagen is door de regeering oon- cessie verleend aan het Centraal Bureau uit het Ned. Landbouwcomite te Rotterdam om in expioitatie te nemen een zendstation voor draadlooze telefonie ten dienste van den landbouw. De bedoeling daarvan is, dat dit Centraal Buredu gelegenheid heeft aan de bij haar aangesloten ruim 750 Coo- peratieve Vereenigingen meermalen per dag j draadloos haar noteeriugen van voederar- 1 tikelen op te geven. Tot nu toe was iedere zaakvoerder ge- noodzaakt een of meermalen per dag tele- fonisch de prijzen op te vragen om die met de noteeringen van den handel te vergelij- 1 ken. Niet alleen bracht dit veel kosten mede, maar ook was men te Rotterdam genood- zaakt voortdurend deskundige personen voor de telefoon beschikbaar te houden. Door deze nieuwerwetsche wijze van be- richtgeving vervalt dit alles en kunnen de zaakvoerders op gezette tijden elken dag de vollediige noteeringen opnemen zonder dat dit hen ook maar iets meer kost. De golflengte waarop de berichten zullen - worden uitgestrooid zal 1050 M. zijn, d. i. de golflengte waarop alle Nederlandsche telefortiestations tot nu toe werken. HUMANITEIT BELOOND. In het Kompas deeilt de heer J. W. Nie- meyer het volgende mede: In het jaar 1921 sti^-A-. die langi^ iaren bij eenzelfden werkgever in dienst was ge weest. De weduwe van A. bleef onbemid- deld achter. De werkgever sohreef aan die weduwe, dat hij, daar A. hem vele jaren zoo trouw had gediend, besloten had haar elke 3 maanden f 300 te zullen uitkeeren, voor het eerst op 31 Mei 1921 voor de Maanden Mei, Junii en Juli van dat jaar. Een mooie daad van dien werkgever. Een pak van het hart der bedroefde we duwe. Twee jaren gaan voorbij en plotseling verschijnt de fiscus ten tooneele. Hij is te weten gekomen, dat de weduwe per jaar f 1200 toelaige heeft ontvangen van A.'s vroegeren werkgevei. Dit is dus „een schenking". Van een sdhenking is „recht" (Ibelasting) verschuldigd. De betrokken rijksambtenaar schrijft 23 Mei 1923 aan den werkgever en verzoekt hem aangifte te doen van de bedragen door hern onvenplicht uitgekeerd aan de weduwe. Deze meldt per brief 5 Juni 1923, hoeveel de uitkeeringen hebben bedragen. 6 Junii 1923 antwoordt de ambtenaar, dat er een aangifte moet worden ingediend, voldoende aan de eischen der wet, er aan toevoegende: „Miisschien bestaan er terrnen om aan Hare Majesteit kwijtschelding van het ver- sdhUildi'gde recht te vragen, maar dat is een willigheid vergen, maar het is voor het welzijn van ons land. Het spreekt vanzdf, Excellentie, dat waar de zaken zoo gewichtig zijn, wij zulUn gaan. Wie zullen met mij mee gaan. Wij hebben daarvoor nevens den heer Van Buren ook den heer De Leeuw uitge- noodigd. U weet hij vertegenwoordigt de financitele belangen dit in deze cen woord- je meespreken. Aan Frank was dc- opdracht niet onwel- kom. Hij voelde, dat hij in Washington wat zou kunnen doen, en hij aanvaardde met gencegen de nieuwe indrukken, welke de reis hem zou brengen. Alleen reeds waren alle maatregelen getroffen voor Carla's vertrek; dit zou r.u moeten worden uit- gesield tot na zijn terugkomst, ook in ver band met de belangen van de kinderen. Weliswaar zag Frank liever niet, dat in deze omstandigheden de kinderen met Car- la alleen bleven, maar een andene schikking was niet wel mogelijk zonder dat men het opzien naar buiten baarde, dat men juist wenschte te voorkomen. De Nieuw Amsterdam had een groot gezelschap. Er heerschte een gezellige, op- gewekte stemming aan boord van het lu- xueus ingerichte schip. Zondirling, terwijl men in de eerste maanden na het uitbrekon van den duikbootenoorlog angstig naar de zee keek letterlijk elk oogenblik van de vaart, had men sedert die.i geleerd de gevaren van de reis te aanvaarden als iets, dat er nu eenmaal bij behoorde. Men was opgewekt, men praatte, men danste des avonds, men muciceerde; alleen klaagde men over het gebrek aan ruimte, dat zich duidelijk deed gevoelen. Het gezelschap bestond bijna uitsluitend uit Hollanders, het meerendeol van hen gin'g over Amerika naar de kolonien, slechts een gering1 deel der passagiers had bestemming voor gratie, die eerst later aan de orde komt''. 13 Juni 1923 antwoordt de werkgever, dat hij die uitkeering heeft gegeven als een ge- volg van de belangrijke diensten door wijlen den man bewezen; dat dergelijke uitkeerin gen meer zijn gedaan aan achtergebleven weduwen; dat de verhouding van het perso- neel tot de zaak hem tot de uitkeeringen verpliicht; dat hij daarom meent niet tot aan gifte verplicht te zijn. Mocht zoo schrijft hij den ambtenaar u onze opvattingen niet deelen, dan ge- lieve u het geval aan het Hoofdbestuur der Registratie te ond'erwerpen. Nu wordt de ambtenaar krasser in zijn optreden. Hij schrijft 15 Augustus 1923, den laat'Sten brief te beschouwen als een weige- ring tot het doen der aangifte, om dan te laten volgen: ,,Dientengevolge wordt in den loop van deze week een dwangschrift aan u beteekend tot Ibeta 1 ing van 5000, behoudens vermeer- dering of vermindering volgens latere rege- ling". De schrik slaat den humanen werkgever om het hart. Hij schenkt in 2 jaren tijds aan een weduwe, om haar het leven wat te verlichten, /2400 en zal nu moeten betalen J5000 aan den Staat! 30 Augustus 1923 dient hij de aangifte in en stuurt het 3 September 1923 aan Hare Majesteit het bedoelde verzoek om kwijt schelding. Hij leeft nu in afwachting. En wat zal het lot der weduwe zijn? Zal de werkgever doorgaan met jaarlijks f 1200 aan haar uit te keeren, met de vrees voor oogen, dat de fiscus hem na 2 jaren weer aangrijpt? Hij denkt er niet over. Hij is veroniwaar- digd over zulk een wetgeving en heeft aan de weduwe geschreven, dat zij voortaan die uitkeeringen niet meer zal doen. Voorts zal hij zich wel wachten, bij sterfgevallen onder zijn groot personeel ooit weer zijn goede hart te laten spreken, nu hij heeft ervaren, op welke wijze de Staat van zulke menschlievende en maatschappelijk toe te juichen daden wenscht te profiteeren. Zijn zulke wettelijke bepalingen in het belang van den Staat? Moeten zij niet zoo snel mogelijk verdwijnen? Welk Kamerlid neemt daartoe het initiatief.? Het grootste deel van het Nederl. volk zal meer geibaat zijn door het verdwijnen van zulke averecht- sche wettelijke bepalingen, dan door allerlei geharrewar. DE PETROLEUMIKACHEL IN DE BAN Zeg nu maar dat onze sociale wetgeving geen zorg heeft voor het personeel. De alcoof staat op den index. Volgt nu de petroleumkachel? De moderne petroleumkachel mag op advies der inspecteurs van arbeid en op last van het ministerie van dien naarn niet meer in winkelruiten worden toegc- la'en. De firmanten zefve mogen zulk een petroleumkachel op hun privekantoor heb ben of thuis op hun slaapkamer, de winkeis mogen er niet mie verwarlmd wooden. Daar meet onverwijld wordm aangebracht een verwarmingsinrichting, „wrlker ven- brandingsprodue'en door een stel gestoten buirei en kanalen in de buiienlucht wor den afgevoerd en die de geheele vvinkel- ruimte op voldoende temperatuur brengt, hetzij door een electrische kachel, vvelker uitstraling het bedienend personeel vol doende verwarmt". De petroleumkachel meet onverwijld verdwijnen, omdat zij bij de verbranding gassen verspieiden, welke nadeelig zijn voor de gezondheid". En de sociaal-hygienische sociaalderij denkt er niet aan, dat een winkel ettebjke malen in 't kwartier opengaat om een klant binnen te laten, waarbij de eventueele vergiftige gassen telkens gebruik kunnen maken om door het open gat te eclipseeren. Msb. DE TOESTAND. Roincare voor wien het week-end me stal geen ontspanning beteehent, maar int> g n- deel de inspanning van het vcorbereden en uitspreken van een poliiieke rede, waar van gelijk bekend is Uke regel zijn eigen werk is, heeft, schrijft de N.R.Crt., Zondag te Sampigny het woord gevotrd over het program van wat mei d" inttrnatbnal" conferentic" over het schadevergo dings- vraagstuk ncemt. Het voornaamste uitslnit- sel dat hij erin gegevea heeft betrof wat de Fransche regeering onder een juist'e schatting van Duitschland's betaaivermo- gen verstaat. Op de vraag wat hiermee tfedoeld is, antwoordde Poincare: Indien het doel mocht zijn zTjdefings te kon.en tot een vermindering van het totale bedrag der Duitsche vergoedingsschuld, zijn wij vast besloten, hierin niet toe te stemmen. Is het echter de bedoeling na te gaan^ wat Duitschland thans en in de naaste tcekomst zal kunnen betalen, dan achten wij zulk een onderzoek siellig noodzak ■- lijjk." Dit zou een eenigszins onverbid- delijk standpunt tegenover Duitschland lij- ken, als men niet wist dat Rran'krijk slechts vasthoudt aan de in Mei 1921 te Londenf vastgestelde totale som van 132 milliard goucei marken, omdat hiervan'82 milliard uit zuiver futuristische Duitsche C-obji- i gaties bestaan, waarin het zijn aandvel niet op 'wil geven, omdat het ze nog eens hoopt te kunnen gebruikeln voor scnulddeioing t tegenover zijn oorlogsbondgenoo.en, met name Engeland. In de praktijk b'eteekent Poincare's uitlating dus vermoedelijk, dat hij vasthoudt aan een re eel bedrag van 50 milliard gouden marken aan A- en B- obligates. Onder onderzoek naar het Duit sche betaalvermogen verstaat hij dan een oncerzoek van deskundigen naar ce mo- gelijkheden om voor deze 50 milliard toe- i komstige Duitsche praestaties vast te sfel- len. Men moet afwachten in hoever dit 1 naar den pmaak van Engeland is, maar j wat de Vereenigde Staten betreft, heeit Poincare misschien steun meenfen te vinden I voor zijn standpunt in een gedeelte van Hughes' nota, waarin deze zeide: ,Bc- I vestigende wat de secretaris van staat ge- zegd heeft in zijn mecejeeling van Decern- j ber jl. waarnaar gij vecwijst koestert de i regeering der Vereenigde Staten niet den I wensch Duitschland ontheven te zlen van I zijn vcra/.cwoordehjkheid voor den oorlog of van zijn billijke verpiichtingen. Er moet geen reden zijn voor den indruk dat de Lcndensche oonferentie indien zij bijeen- geroepen wordt, te.iig dod van dien aard zou hebben of dat de tegenstand tegen nakoming van Duitschland's verpiichtingen eenigen steun heeft. Hot dient duidelijk te zijn dat bij de poging om de doeleinden die men beoogt, te bereiken rekening ge- houden moet worden met de capacit. it van Duitschland om te betalen en met de fun- damentecl, voorwaarde van Duuschlanu's rehabilitate zonder welke betaling voor het herstel onmogelijk zal zijn". De Ber- lijnsche bladen, die schrijven over de ren- stemmigheid van Engeland, Amerika en Duitschland in de schadevtrgoeciugskv\es- tie, loop en wat ah te luchtig over deze passage heen, gelijk over het feit dat het antwoord dadelijk grenzen stelde, die in Engeland teleurstelling uekte. Zoo gat Hughes subiet onbewimpeld .e verstaan, dat zijn regeering niets nicest hebben van een verbinding van het herstelvraagstuk met dat van de onderlinge scnulden der geallieerden, voor zoover daar scliulden aan Amerika mee bedceld waren op welke verbinding Curzon voorzicntig gi- zinspeeld had. In de tweeje plaats heeft Hughes zoowel de samens.elling als het karakter van de internationale con.er. n- Amerika. Onder dezen was een genaturali- sterd Nederlander van Amerikaansche af- komst, die hoevvel hij den leeftijd reeds voorbij was, naar zijn vroeger vaderland terug ging om er dienst te nemen in het leger. Frank kende hem van aanzien, van naam; het was een persoonlijkheid van beleekenis in de klrinere Amst' rdamsche financitele kringen. Rechtstreeks was hij nooit met hem in betrekking gekomen^ maar hij had niets anders dan goed van Francis Edwards vernomen. Het was op den avond van den twee- den dag van de reis, dat Frank met hem op het voorschip in gesprek geraakte. Hicr zoowel als op het land draaiden de ge- sprekken om den oorlog. Kon, dat ook an ders? De oorlog beheerschte aller belangen. Edwards verwonderde zich over de eigenaardige stemming, getuigende van een zekere dofhtid en onversdhiUigheid, die in Nederland overheerschte. Zeker, inijn- hter Van Oosterzee, de Hollanders hebben gcenerlei rechtstreeks belangi bij den oorcj log, tenzij U degenen neemt, die oorlog- winstmakers zijn, en die zeker niet naar het einde van den oorlog, die tevens het einde van fh-un geldverdienen is, zullen verlangen. Maar mijn hemel, wanneer men dagelijks hoort van de opofferingen, die men zich aan beide zijden getroost, wan- ncer men leest vvrelke belangen bij dezen strijd betrokken zijn, hoe kan men dan zoo kalm en onverschillig onder blijven als met Uw landslieden in het algemeen1 het geval is? De oorlog verveelt hen, ik weet er wer- kelijk geen andere uitdrukking voor. Ik kan niet ontke,njien, mijnheer Ed wards, dat U gelijk hebt Wij; Hollanders zijn ten volk op zichzelf; eigenlijk zijn wij noch met de Engelschen, nfoch met de Duilschers verwant, maar hebben van allc- bei wat. Ja, in ce eerste maanden, teen wij het gevaar aan onze deur zagttfi, toen heb ben wij wel een beetje gesidderd en ge- vrtesd. Maar daarna, och zoo menigmaal hteft het geheeten, dat onze neutraliteit bedreigd werd, en telkenma'e is het los- geloopen. Wij Hollanders, wij vinden het maar het gemakkelijkste lofliedeiea te zin- gen op onze Regeering of zelfs om door critiek de taak van onze Regeering1 nog te verzvvaren. Wij vinden het al vn es iijk dat wij ons in ons voedsel inoetei\ behei- pen; dat wij nauwelijks boter op ons brood krijgen; dat wij geen aardappden hebben; dat wij gten vleesch meer mo-gen eten; dat wij 's avonds om 11 uur uit de schouw- burgen worden gezet; dat wij in den ko- menden winter kou hebben, te lijden. Wij weten nietsj en wij voelen niets van de ontberingen, die in oorlogvoerende lancic.i worden geleden. Als morgen aan den dag Holland in den oorlog gesleept wordt, wat gelooft U dan dat er zou geschieden? Ik geloof, mijnheer Edwards, dat dan ons volk bereid zou zijn tot dezelfde ont beringen en opofferingen, die men zich als het ware iachend in de oorlogvoerendet landen getroost. In Holland moet het ge vaar heel nabij zijn, voordat een iedcr bei goed beseft. Met al onze nuchterhe.d zijn wij optimisten in zooverre, dat wij niet aan gevaar gelooven, voordat het ons als het ware oncer den neus wordt geduwd. Onze geschiedenis bewijst het; U kent misschien het beroemde voorbeeld van 1672 toen wij door heel Europa, of wat toen heel'Europa was, wercien aangevallen, en toen wij er ons alleen hebben doorgeslagen dank zij de krachtinspanning, die wij eerst begon nen t-cen wij al half ovverrompeld waren. (Wordt vervolgd). enim piuimvee van volgende Naar aanleidins van d- mededeeling van Geci. Staten o vcrnetonorzoeK naar 1 Stel^wa rbetering Voorstel. A d.at do 2aak ©meenfe ISjKjSE BKFfffEISJ TER NEUZENSCHE CO U RANT

Krantenbank Zeeland

Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 1923 | | pagina 1